In Guardini heb ik tot nu toe vier landenpaviljoens gezien, die aansloten bij het thema In Minor Keys. Er was een stakingsdag voor personeel uit de culturele sector, dus sommigen waren dicht. Of er was een rij. Spanje had mozaïekmuren van oude ansichtkaarten, elk keurig met een spijker in het midden. De vlooienmarkt, waar oude dingen een nieuw leven krijgen, en verleden en toekomst samenkomen, daarom wandel ik zelf ook zo graag op rommelmarkten, als bron.
Nu wist ik ook ineens weer waarom ik zelf ook twee ladebakken en een schoenendoos vol oude ansichtkaarten heb, sommigen dateren nog uit mijn lagere schooltijd, ik heb oude kaarten ook nooit weg kunnen gooien en alles bewaard. Een keer in de zoveel tijd blader ik erin en kom dan weer in mijn verleden, ook nog door die oude tekstberichten van mensen die ik nooit meer zie of allang dood en begraven zijn. Sommige kaarten zijn ook te grappig of te betekenisvol om weg te gooien.
Ook België heeft een ‘evenement’ dat slow; handarbeid, het maken van tegels met woorden erop, koppelt aan muziek en oog voor het collectief.
Polen zoekt naar communicatie met walvissen, middels experimenten met een koor, dat ook uit dove mensen bestaat. Dus ook op zoek naar gebarentaal en presentie van het lichaam, als uitdrukkingsmiddel.
Egypte heeft een Stiltepaviljoen ingericht, waar je sommige kunstwerken ook uitdrukkelijk wél mag aanraken.
Ik dacht aanvankelijk dat het wel een grote foto ofzo was, maar het blijkt dat de kunstenaar in de repetitieve herhaling van al die zwarte verfpuntjes, met enkele lichte erin, aan het mediteren was.
In de zaal ook de geur van de lotusbloem en rustige zachte geluiden van getik en geklop, dat ook soms aan een hartslag deed denken.






