zaterdag 6 juni 2026

Elkaar iets gunnen


Ik heb zo ongeveer langs haar huis gelopen, ik verbleef ook in de wijk Bandra in Mumbai, vlakbij zee. Daar woont een meisje, nu 17 jaar, die topmodel is geworden. In de video’s waar ze ook een rondleiding geeft in haar wijkje, valt mij vooral op hoe vanzelfsprekend haar leefomgeving is, voor haarzelf, zelfs al komt ze nu op de meest dure en sjieke plekken. Ze kent nu uiterste rijkdom en uiterste ‘armoede’. 


Thuis-zijn, je thuis voelen, heeft,  lijkt het, niks te maken met veel of weinig geld hebben; alles hangt af of je leeft in een omgeving die welwillend is; die je een gevoel van veiligheid kan geven, waarbij je ervaart dat anderen jou zien.


Ook aan zee, in Brighton Beach in New York, woont al sinds lang een Russische enclave. Zij blijken voor Oekraïne te zijn, zag ik drie jaar geleden al, de Oekraïnse vlag was overal zichtbaar. En in de supermarkt werden alle écht Russische artikelen weggehaald; blikjes Russisch bier werden ongeveer weggegeven en vervangen door bier uit Oekraïne. Het ‘bejaardentehuis’ is een gigantisch gebouw pal aan zee. Ik weet niet of je dan toch nog vermogend moet zijn om daar terecht te kunnen. Zoals ook in de Caribische en de Indiase wijk zitten mensen in oude stoelen op de stoep, aan de straat. Er wonen ook ‘arme’ mensen, zag ik vorig jaar, toen er een lange rij in de straat stond voor voedseluitdeling. 
In de metro zag ik dat van de meer dan 8 miljoen New Yorkers, er 1,3 miljoen ook gebruikt maakt van de voedselbank. Op Union Square, waar drie keer in de week een groente-en bloemen/plantenmarkt  is met verse producten uit de omgeving, zag ik dat op professionele wijze teams bezig waren om alle overgebleven goederen in vrachtwagens te laden; de Voedselbank dus. 
Het straatbeeld in New York is overal welwillend: Overal staan stoeltjes en tafeltjes waar je kan zitten, ook een overvloed aan bankjes langs de rivieren en in de parken. 
Je voelt je welkom.


The Empire State Building, kleurt elke dag anders, afhankelijk van wat er te doen is. Een referentiepunt in Manhattan en elke keer heb je er dus een dialoog mee: Waarom vandaag deze kleuren of: waarom flikkert ze vandaag? Wie en wat in de stad wordt in het zonnetje gezet? Ook het Nederlandse Oranje is er, even vanzelfsprekend als al het andere. Hier in Nederland op dit moment de opgeklopte reclame om de natie een Oranjegevoel te geven, de natie samen te binden om weer met zijn allen in het Oranje-voetbal te gaan geloven…
Maar saamhorigheid, je veilig voelen, verbinding heeft niks met een wedstrijd te maken, niks met een buurt die zich verenigd om asielzoekers te weren… Het heeft alles te maken met elkaar iets gunnen.
Al deze gedachten ontstonden door dit gedichtje dat ik las, van Mary Oliver.