Van mijn bostuintje naar mijn stadstuintje. Het plan was een korenfestival ergens tussen de rivieren rondom Geldermalsen of Tiel, ik weet het niet precies, ik zou meerijden want met het openbaar vervoer was het niet te doen. Dat ging niet door, dus dan is er een ledig dagje. Die had ik weer kunnen vullen met het korenfestival ‘Nijmegen Klinkt’, dat er ook bleek te zijn. Ik verkoos een dagje lummelen.
Zie, dat dode stukje hout van de seringenstruik, waar ik steeds tegen aan stootte: nu de tijd om de zaag erin te zetten. En vervolgens het meteen maar te versieren met ‘rondzwervend’ goed, dat verwijderd moest worden van de buitenkozijnen omdat de buitenboel geschilderd wordt.
Profiteren dat er heel vlakbij twee verschillende supermarkten zijn. Dat is weer eens anders dan de minstens vier en een halve kilometer fietsen, of anders acht, of anders dertien, afhankelijk van de supermarkt van voorkeur. De ene had geen kaarsen, zo bleek, dus kuieren naar de andere. Een veilige dit keer in een blikje: met de kaars van vorig jaar op de koffer, die als tafeltje dient in mijn tent, een gat in de koffer gebrand. Ik dacht dat kaarsen vanzelf uitgingen, dommelde wat in de achtertent en zag plots een grote vlam. Oei.
Ik dacht een nieuwe koffer te moeten kopen en dacht tegelijk, wat jammer nou, de koffer is verder nog helemaal goed. Kwam ineens op het idee om het gat te dichten! Dus ook de koffer ‘gerepareerd’, geen Kreatief met Kurk, maar met ductape en een stukje geknipt uit de gejutte tas van het strand van Candolim, en nog extra een laag gekleurd plakplastic eroverheen. Vond tussen al mijn rommeltjes nog een sticker en die zit nu aan de binnenkant van het voorheen-gat.
Ik denk steeds dat ik een gedicht ken, dat gaat over het genoegen van gewoon-maar-wat-handelingen-verrichten, maar kom net niet op de naam van de dichter, noch op woorden uit het gedicht. Wellicht is het iets wat zomaar alleen in mij rondzoemt, nu.
Vooralsnog moet ik eerlijk bekennen, dat zo’n beetje liggen, hetzij in mijn hangmat of op mijn ligbank, mijn grootste genoegen is. Er hangen heel veel beginnende appeltjes aan de appelboom.


