vrijdag 9 november 2012

Grrrrondel

Grrrr.., wat is dat irritant! Koop je twee ijzeren boekensteunen op de Klaasmarkt, de rommelmarkt voor Het Goede Doel bij de kerk en dan kom je bij je fiets en dan zijn je fietstassen van de fiets gepikt. Die had ik ook maar op de grond gevonden, enkele dagen geleden en provisorisch op de bagagedrager gebonden dus een 'kenner' zag zo dat ze ervan af konden. Maar echt irritant is dat daarin mijn stevige groene stoffen tas zat waarmee ik altijd de stenen, takken en dergelijke voor de meditatie in het klooster vervoer. En die tas kleurt bij het bruin in het klooster en valt dus niet zo op als ik het ergens neerzet. Wat nu dan? Voortaan met een tas van Appie Heijn?

Ik heb een Grondeltje nodig, als bodyguard en klusjesman, iemand die over mijn fiets had kunnen waken en die de fietstassen allereerst er goed op had bevestigd.  Uuuh? ... Ja, dat is het brugje (erg in woord deze dagen met Rutte en Samson). Want dat stond in de krant en daar wilde ik over bloggen, maar ik moest eerst van mijn irritatie af.

De Grondel is de naam van mijn wijkcentrum en nog geen jaar geleden had ik geen idee wat dat dan was. Ik dacht eerst dat het wijkcentrum Gondel heette en dat vond ik wel leuk, gezien mijn liefde voor Venetië. Maar neen, het was GRRRondel, dus en dat komt van grondelen en dat is wanneer twee zwanen elkaar ontmoeten in het water en met hun zwemvliezen aan het watertrappen zijn. De wijk waar het wijkcentrum in staat heet Zwanenveld, vandaar.

Daar kwam ik ook pas later achter, want in het woordenboek stond dat de Grondel een visje is. Nadat ik een boost aan energie in het wijkcentrum probeerde te blazen, was er ineens een krantenartikel met de vette kop 'De Grondel rukt op'. 'Hé, heb je dat gelezen, mirjam?! vroegen ze in het wijkcentrum, nee dus, maar ze brachten het krantenartikel mee en sindsdien hangt het als grapje bij de bar. Want het ging over dat visje, natuurlijk.

En vanochtend stond er in Trouw: 'Grondeltje als bodyguard en klusjesman voor koralen'. De wetenschap heeft iets nieuws ontdekt: koralen die worden belaagd door giftige algen gedragen zich net zo als iemand die een inbreker hoort rammelen: ze bellen 112. Dat doen ze door stofjes in het water te lozen die werken als een chemische noodkreet. Binnen enkele minuten komen dan de bodyguards aanzwemmen in de gedaante van grondeltjes: baarsachtige visjes van slechts een paar centimeter lang. De visjes knabbelen snel de algen weg die anders dodelijk zijn voor de tere koralen.

Dit is ontdekt in de zeeën rondom de Fiji-eilanden en toevallig heb ik daar zelf ook lang geleden gesnorkeld. Blauw-groene visjes met grote verbaasde ogen, omringt met een knalrode rand, zo zien ze eruit op het fotootje en het komt me wel bekend voor. Die grondeltjes en de relatie van hen met het koraal is nog veel subtieler: ze brengen hun leven lang door tussen de kieren en de spleten van de koraalriffen en in ruil daarvoor knappen ze klusjes op voor de koralen: op afroep, als hun gastheer dat vraagt.

Zwemmen door een corridor van felgekleurde koraalriffen is een van de topervaringen van mijn leven.  Ik wil best wel een Grondel  zijn en aangezien ik dat nooit word, ben ik alleen maar héél erg tevreden dat ik erin werk.

donderdag 8 november 2012

Inch by inch

Een interview met Cees Nootebom in Vrij Nederland van deze week bij de Basilica di San Giorgio Maggiore, op het eilandje aan de overkant van het San Marcoplein in Venetië. Ach ja, Venetië... ik weet precies waar hij staat en hoor de vaporetto's en andere boten voorbij komen. Op dit eiland is een paleis en in die tuin is een labyrint gemaakt van Jorge Borges, dat wist ik weer niet.

Cees Nooteboom is voor mij de schrijver geweest die me voor het eerst bewust maakte van het labyrint-achtige van je eigen brein, van de vele werkelijkheden om je heen, van de tijd die zich daar doorheen slingert, tijdlagen; een reisbeschrijving naar een plek op aarde is bij hem ook altijd een reisbeschrijving van processen in zijn eigen binnenste.

De streamer van het interview is: 'Ik geloof steeds minder in tragiek' en zo'n zin is mij uit het hart gegrepen. Natuurlijk heeft het leven tragische aspecten, maar mensen die zich wentelen in een eigengemaakte tragedie, vol dramatiek, dat vind ik verspilling van energie. Kijk goed naar jezelf, zou ik zeggen. Je kunt de wereld niet veranderen maar je kunt wel je eigen leven zó vormgeven, zoals wanneer je in een tuin werkt: zorgvuldig stekken en kweken en snoeien en onkruid weg werken. Er zal dan altijd iets in je tuin bloeien, al is dat wellicht niet wat je dacht dat er zou gaan groeien.

Er is een leuk liedje van John Denver die dit zingt in zijn jongelingsjaren samen met de Muppets in de Muppetshow, heel lief, er komen al zingend allemaal bloemetjes en plantjes op die ook mee gaan zingen:
Inch by inch,row by row
I 'm going to make this garden grow,
All it takes is a rake and a how
and a piece of fertile ground

Inch by inch, row by row,
someone bless this seeds I sow
someone warms them from below
untill the rain comes tumbling down. 

woensdag 7 november 2012

Deep End

Ik weet heel weinig van film en kijk wat me zomaar te hande komt en wat me wel leuk lijkt. Dat kan van alles zijn, van de Bourne-trilogie met die leuke Matt Damon tot...? Rare ervaring dan, om een film te bekijken waarvan ik dacht die net uit was, en toen bleek het een film uit 1970 te zijn! Ik heb het over Deep End, van de Poolse regisseur Jerzy Skolimowski. Een jongen van 17, de allerschattigste leeftijd bij jongens, geen kind meer en nog net geen echte man, heeft zijn eerste baantje als badmeester in een oud verlopen badhuis ergens in London in de jaren 60-70. Hij voelt zich aangetrokken tot zijn roodharige vrouwelijke collega, ontdekt zijn sluimerende erotische gevoelen en wordt ondertussen belaagd door oudere rijpe vrouwen in de badkamertjes.

Wat een schrik om dan in de Extra's, de hoofdpersonen te zien, zoals ze nu zijn en die elkaar nu, met de release na al die jaren voor het eerst weer zagen.  Die lieve ontwapende jongen van 17 is een oudere man en als je net uit die film komt dan is het verloop van de tijd ineens een wreed en gemeen gegeven. Weg onschuld, weg dromerij, weg schuchterheid... alles aangetast met een Weet Hebben Van ?  ...van alles waar je in het leven lidtekens van krijgt.

De film oogt dus, alsof het nu gemaakt is en dat komt ook omdat alles met een handcamera gefilmd is en dat is nu een fluitje van een cent. Maar toen was het een werkelijke een opgave, want je had alleen maar heel zware camera's, waar de camerman met assistent als een Siamese tweeling rondom de hoofdrolspelers hebben gedanst. De regisseur is ook schilder en dichter en dat zie je van de film af. De beelden en de kleuren kloppen,  en het verhaal wordt speels en losjes verteld en laat zich niet in een genre vangen, er zit ook een thrillerachtig element in.  Alle medewerkenden zijn het er nu over eens dat de kwaliteit van de film zo groot is, toendertijd de hemel in geprezen op het Filmfestival van Venetië, omdat de onderlinge chemie tussen allen heel groot was en er veel ruimte was voor improvisatie en experiment, terwijl de regisseur tegelijk precies wist wat hij wilde bewerkstelligen en vertellen.

Zou dat nu ook het succes zijn van Boer zoekt Vrouw, waarvan ik afgelopen Zonddag voor het eerst dit seizoen een aflevering zag? Alles drijft er op de chemie tussen de boeren en hun vrouwen en man, terwijl het verhaal van de ontluikende eventuele liefdes zeer zorgvuldig verteld wordt. Sommige verhaallijnen zie je in de loop van de jaren terugkomen: kordate vrouw en schuchtere man, boer die niet kan kiezen, boer die lomp is en onhandig en al struikelend zich toch een weg baant, De Vlam in de Pan... en dat gebeurt toch echt, er zijn al heel wat KRO-liefdesbabys geboren.

Tja, ik vind het wel een mijmering waard: Zouden alle mooie en goede dingen nou ontstaan uit een zeer gecontroleerde ruimte, waarbinnen de geest vrij kan waaien? Deze veronderstelling is er een, die ook deel uitmaakt van het kloosterleven, waar de titel van die film ook van toepassing op kan zijn, omdat het zo'n poëtische combinatie van woorden is, zonder eenduidige betekenis:  Deep End .

Wandelen door de bossen

Gisteren bij het wakker worden een stralende knalblauwe hemel en een zonnetje en volgens de weervoorspelling zou dat tot in de middag duren, dan zou er  vanuit het Noord Westen een regenfront over het land trekken, dat dan voorlopig zou blijven. Nou, dat blijkt wel, als je nu naar buiten kijkt. Maar gisteren! Ik besloot heel gauw een thermoskan thee te zetten en boterhammetjes te maken en vertrok weer naar de prachtige bossen aan de Veluwezoom, waar ik twee weken geleden ook was.

Het was een heel ander bos. Alle paddestoelen waren al vergaan, maar het bladerdek van alle beuken was nu goudgeel met nog steeds wat groene tinten. Alsof je door een beschutte confetti-avonturen-feesttent hobbelt, al die dalen en glooiingen, nog uit de ijstijd las ik later in het bezoekerscentrum. In de Ijstijd lag er overal sneeuw en de zwaarte van de sneeuw gaf de immense kuilen en toen, in de Middeleeuwen toen waaiden er stuifzanden en die geven op andere plekken weer de scherpte van duinranden. Deze strook loopt door het Montferland, de Veluwezoom en het Rijk van Nijmegen. Ongelofelijk, om door zo'n oeroud landschap te lopen en dat voel je ergens.

's Avonds was er Leesgroep in het klooster met ook al van die oeroude verhaaltjes, die verrassend actueel blijven, alsof je er nu doorheen wandelt en je het voor je eigen ogen ziet gebeuren. Het ging over Franciscus die zich terugtrekt in een grot en in de bossen en daar door zo'n vreugde en overtuiging overspoeld wordt, dat hij op de goede weg zit. Gehuld in lompen en onverzorgd wordt hij door mensen met modder begooid en zijn vader ontsteekt in toorn, slaat hem met de zweep, sluit hem op, in de hoop dat Franciscus weer bij zinnen komt.

En wat is dat voor de vader? Nou, dat Franciscus zijn leven, zoals het door de vader beoogt is weer oppakt: hij was een feestneus met riddelijke idealen,  hij zou de zaak van zijn vader, een vooraanstaande lakenkoopman en burger van Assisisi overnemen en deze eerbiedwaardige lijn voortzettten. In de ogen van de vader, is zijn zoon gek geworden en hij denkt nog dat door hem te dreigen hem te onterven, Franciscus wel weer bij zinnen komt. Maar, ho maar, Franciscus juicht het juist toe...

Wat moet je met zulke tegenovergestelde krachten, zulke tegenover elkaar staande levensperspectieven? Ze lijken onverenigbaar. En nog steeds blijven mensen het een rare zaak vinden dat sommigen in een klooster willen leven of helemaal niks geven om geld en aanzien en totaaal ambitieloos in deze zijn. Maar er bestaan nu eenmaal ook andere ambities, maar die heten misschien eerder aspiratie, passie of verlangen: Naar een leven waar je écht bent, je kunt ervaren dat je met elke vezel van je lichaam leeft en verbonden bent met al het leven om je heen, kijken naar de sterren, je nat laten regenen, anderen recht in de ogen kunnen en durven kijken, wandelen door de bossen...Om maar wat te noemen van de ontelbare dingen die dan mogeljk zijn.

maandag 5 november 2012

Witte chrysanten

Ik kocht een bosje spierwitte chrysanten en raapte wat rode elzenbladeren op en heb die eroverheen gestrooid, terwijl ze in een paars vaasje staan. Het was mijn manier om iets aan Allerzielen te doen, de dag dat de doden worden herdacht, maar ik te druk was met een wereldse zaak ;  die gemeenteraad die langs kwam. De geur van de chrysanten is zo krachtig en aards: herfst, de omloop van de natuur die al het blad laat vallen, zoals uiteindelijk het leven zelf uit elk lichaam valt.

Wat blijft er dan over? De innige witheid van die grote chrysanten, de geur die door je neusgaten je longen vult, als je ze nadert: zo zijn de herinneringen van hen die er niet meer zijn en alle andere dingen die vergaan zijn, ze kunnen door je stromen en je vol laten lopen.

Ik wist dat er een mooie haiku was, die gaat over witte chrysanten en ik zocht die op:

White chrysanthems
All around them is now
Full of grace and beauty      

Chiora

Mooi, is dat deze haiku juist de nadruk legt op alles wat er rondom de chrysanten nog is, wat onstaat. Het lijkt iets te zeggen van: Als we de chrysant zelf met gratie en schoonheid omringen, dan zullen de witte chrysanten zelf ook gaan stralen, vol schoonheid en gratie. Dan zal dat wat er was en dat wat er is bij elkaar ingebed zijn, en in het heden, in die wereld die ook vol drukte en donkere smerigheid is, zal de pure zuiver witheid net zo goed haar plek vinden. Ofwel preciezer gezegd: die hééft een plek, in de verschijningsvorm van die witte chrysanten.

Witte chrysanten, op mijn tafeltje. Een plekje van innige stilte die ik koester en waarin ik mijn neus laat afdalen, zolang als ze leven en ademen. En als ze zo meteen verdorren, dan zoek en creëer ik een ander plekje. De gratie en schoonheid van mens-zijn: dat dit zomaar kan, dat deze mogelijkheid in elk brein is ingebed.

zaterdag 3 november 2012

Met vuur spelen

Gisteren was een groot deel van de Gemeenteraad op bezoek in het wijkcentrum. Het eerste wat ik dacht was: wat zijn ze allemaal jong! Ik ben toch  ergens blijven steken en associeer 'Gemeenteraad 'met oudere heren in een deftig pak. Dat was pakweg 50 jaar geleden zo, toen ik een kleuter was. Maar nu ben ik oud en er was misschien maar een leeftijdgenote bij de Gemeenteraad. Ik besloot het ijzer te smeden als het vuur heet is, dus toen er eentje van Groen Links een kopje thee wilde en ik hem die overhandigde, vroeg ik hem of er niet iets aan de prijzen van de drankjes gedaan kon worden: die zijn met ongeveer 30 cent per consumptie omhoog gegaan en ik zie voor mijn ogen mensen minder snel iets bestellen. Hij zou er naar kijken of voor mensen met een 65+- Pas er geen korting mogelijk was en hij zou me er persoonlijk over terugbellen. Ben benieuwd.

Een SP-raadslid sprak me aan.Of dat nou de beste oplossing was: een gymclub die straks 10 euro in de maand moest gaan betalen en die dan dus spaarden voor anderen, als ze zouden stoppen. Ze wist een veel betere oplossing: een vrijwilliger en die kon ook ergens het gymmateriaal vandaan halen. Ik zei dat de mensen héél tevreden waren, met die er nu was, dat het een professionele sportdocent betrof, die ook nog eens al het materiaal van de gemeente gratis mocht lenen. 'Maar dat is bijna 2,50 per keer!' riposteerde ze,' het kan voor niks!' Bah, denk ik dan, dat adagio van 'we zijn allemaal gelijk, wij werkend volk, verenig je en ik zit liever voor een dubbeltje op de eerste rang dan loge en dan wat betalen.' Even had ik een hekel aan de SP, alhoewel ik nog nooit wat anders heb gestemd. Het vuurtje dooft niet, maar was gisteren wel even bijna uit.

Dat blijft de kunst: vurig zijn en een vuur brandend houden. Er is een liedje naar me toegekomen van Adele Bloemendaal 5 voor 12 en daarin bezingt ze dat ze ineens bedenkt dat ze morgen wel dood kan zijn, dat elke dag werkelijk je laatste kan zijn: dus moeten we dansen, en zingen en spelen... En spelen met vuur' zingt ze. Dat heeft overdrachtelijk gezien, een negatieve betekenis: Wie speelt met vuur, die brandt zich, die moet uiteindelijk op de blaren zitten. Maar je kunt ook letterlijk spelen met vuur: de juiste temperatuur zoeken en  de ene keer is dat laaiend en heftig als de herfstwinden waaien en dan weer smeulend en dromerig, op een warme zomeravond.

Als de Groen Linkser, die ongeveer mijn zoon had kunnen zijn, mij terugbelt en werkelijk de moeite heeft gedaan om het in de gemeenteraad te bespreken, dan heb ik het spel met het vuur wel goed gespeeld. Die SP-ster zat er naast, wat mij betreft. Ik was zelfs bang dat ze water aan het gooien was op het vuurtje van Gymclub Veerkracht, die net lekker op stoom zit, door de stemming te bederven en te injecteren dat ze zich een oor laten aannaaien. Wie geen oog heeft dat er net een scheepje te water is gelaten, die mist iets van de bespiegelende kracht van het water.

Water en vuur: laten ze in evenwicht zijn, laat de ene de andere niet doven en de andere de ene niet verdampen: ach, wat is de wereld dan mooi.

donderdag 1 november 2012

Allerheiligen: Poetry

'Vandaag is het Allerheiligen en dat is toch de dag waarop de zegevierende kerk zijn eigen heiligheid viert', zoiets zei de priester tijdens de overweging in de kapel van de Clarissen. Ik krimp dan ongeveer in elkaar en denk aan al dat seksueel misbruik van priesters en andere erge dingen, alleen al de bekrompen moraal. Maar ja: wie is de kerk? Als hij dan verder meandert 'dat wij allen op heilige grond staan' dan denk ik weer: Ja oké, dat 'zegevieren' is ook 'het vieren van zegen' en  wij hebben allen de capaciteit in ons om de wereld heel te maken, heil te brengen, dat wil zeggen geluk. De heiligen zijn dan degenen die dat nu of ooit al in hun leven waar maken en dat kan ook je buurvrouw zijn.

Ondertussen dacht ik aan de film die ik gisteren zag: Poetry (2010) van de Koreaan Lee Changdong. De film begint met een traagstromende rivier in de bergen. Spelende kinderen aan de kant en dan blijkt er het lijk van een meisje in te drijven. Dan ben je in de stad en zie je een oudere vrouw op consult bij de dokter. Een tintelende arm, maar erger is dat ze zomaar woorden vergeet. 'Beginnende dementie' weet je dan als kijker. Uit het ziekenhuis ziet ze, al wandelend bij het culturele centrum, een aankondiging hangen voor een cursus 'poëzie schrijven' en ze geeft zich impulsief op. Ze komt thuis in een rommelig appartementje en ze blijkt voor haar kleinzoon te zorgen, die onverrschillig zich beweegt tussen op bed liggen en eten voorgeschoteld willen.

Dan blijkt dat het meisje in de rivier zelfmoord gepleegd te hebben nadat ze door zes jongens is verkracht en de kleinzoon van Mija, zo heet ze dus, is er één van. Er volgen besprekingen van de vaders van al deze jongens, die, om de toekomst van hun zonen veilig te stellen alleen maar bezig zijn om het bedrag vast te stellen waarmee ze hopen de moeder van het meisje, een arme plattelandsvrouw, af te kunnen kopen. Mija werkt ondertussen ook als verzorger bij een oudere man, die door een hersenbloeding  nauwelijks kan praten.

Ondertussen zie je haar ook in de poëzieklas: de docent zegt dat het om schoonheid gaat, dat je die kunt vinden, dat niemand van hen ooit écht naar een appel heeft gekeken, dat inspiratie vanzelf komt, als je maar vol aandacht kijkt. Zo beweegt Mija zich tussen haar verlangen naar poëzie, de onverschilligheden van haar kleinzoon, ze zet op een gegeven moment een foto van het meisje naast zijn etensbord en hij kijkt gewoon de andere kant op en de hardheid van de vijf vaders die alleen maar aan haar vragen of ze het vereiste bedrag al bij elkaar gegaard heeft. Dat heeft ze niet, want ze is arm.

Uiteindelijk vraagt Mija in nood, het geld van die oudere man, die ze ook doucht en aankleedt, en met wie er een merkwaardige en toch ook tedere scene ontstaat: ze gaat met hem in het bad zitten en hij komt klaar, zijn verkrampte gezicht ineens ontspannen. 'Is dit chantage?' vraagt hij op een briefje terug, maar ze krijgt het geld toch. Dus om het geld hoeft ze niet anders te gaan handelen.

Maar dat doet ze wel: op het einde van de film laat ze haar kleinzoon arresteren, ze laat een bos bloemen bezorgen bij de poëziedocent in de klas met het gedicht dat ze geschreven heeft. Ze is de enige van de klas die de opdracht volbracht heeft. 'Dan lezen we het gedicht van Mija maar voor',  zegt de docent, 'ook al is ze er niet.' En dan blijkt het gedicht te gaan over het verdronken meisje. Je bent weer terug bij de rivier, je ziet het meisje op de rug, op de brug, vlak voordat zij gaat springen, ze keert zich om en kijkt je aan. Einde film.

Mija heeft dit meisje geheiligd: dit is Allerheiligen: niet kiezen voor het geld en de onverschilligheid, maar zoeken naar de poëzie van het leven door het leven serieus te nemen, ernaar kijken, je losscheuren van je eigen verwanten ten bate van een groter geheel dat dan zegeviert.