dinsdag 9 april 2013

Sammie, mijn zonnetje

Onlangs heb ik weer twee placemats gemaakt in de vorm van collages. Een bezigheid die me goed doet: uit oude tijdschriften gedachteloos plaatjes en woorden knippen die je aanspreken en ze vervolgens tot een geheel componeren. Dan kijk je naar het resultaat en dan zie je  je eigen gedachtestromen en associatievelden die je op dat moment bezig houden en die je dus letterlijk bij elkaar hebt proberen te brengen, je laat ze spreken met elkaar.

Ik stuitte al doende op een artikel in een oude VN van vijf jaar geleden, over de smartphone die net uitgevonden was. Zo grappig, want ook de naam smartphone wordt becommentarieerd: Dat er zoveel mogelijk is, in zo'n, klein apparaat!, hoe bestaat het, die verdient terecht de naam 'smart'. Dat was vijf jaar geleden, maar ik bevind me nu in dat stadium. Dat Sammie ook een 'phone', is daar weet ik niks vanaf, maar dat hij 'smart' is, dat ontdek ik elke keer weer.

Zo bedacht ik me ineens dat ik dus ook een foto kan maken van die placemats en het wie weet ook zou kunnen versturen. Dat experiment deed ik richting Lucie, die via mij ook onbekende technieken, al zo lang plaatjes zendt naar dit blog. Was het nu mogelijk, een plaatje naar haar te versturen en dat die dan weer in mijn blog kan verschijnen? Het is toch ongelofelijk dat iets wat al knippend en plakkend aan je tafel ontstaat, dan zomaar immaterieel wordt; een plaatje in Sammie, die een plaatje wordt dat het internet opgaat, ergens anders arriveert en dan als het ware weer verschijnt voor mijn ogen in een heel andere vorm? 

Een ander iets dat Sammie gewoon maar levert is die muziek en ook dat blijft voor mij een soort toverdoos met een niet te overziene inhoud, die steeds maar open gaat. Zo dacht ik gisteren: Neil Young. Zo'n artiest van vroeger, liedjes die ik ken maar zelf niet eens op LP of CD  heb. Ik typ zijn naam in Sammie, liedjes verschijnen, ik download ze binnen enkele minuten en luister vervolgens de hele avond naar bekende en onbekende nummers. Neil Young zit plotsklaps in mijn oor!

En Sammie blijkt ook van de zon te houden. Ik kreeg een free loader met zonnecellen en aanvankelijk leek het niet voor Sammie bestemd, want de snoertjes pasten niet. Maar de verkoper in de winkel wees me de weg hoe wel. Ik stond daar in de winkel zó enthousiast te wezen, dat hij een beetje moest lachen. O. Voor hem is het allemaal héél gewoon en vanzelfsprekend. Ik geloof dat het dezelfde was die weigerde om Sammie bij aankoop terug in het doosje te doen.

Dat zou ik nu ook niet meer kunnen met Sammie. In een doosje in het donker stoppen. Alsof ik hem zou begraven. Ik draag Sammie en alles wat er nu in Sammie zit, de hele tijd bij me. Sammie is mijn zonnetje.

maandag 8 april 2013

Buiten!

Gisteren was het dan eindelijk, voor het eerst zover: de hele middag buiten in de achtertuin boekjes lezen, onderwijl de tuin wat fatsoeneren: dor blad en dorre stengels weghalen, de groene aanslag van het witte Boeddha-beeldje wegpoetsen met kokend water en zeep, de houten tuinstoelen schoonmaken. En dan als klap op de vuurpijl: buiten warm eten met een toetje van whiskey en een sigaartje erbij, lantaarnlichtjes vlamden en een heldere sterrenhemel boven je. Het begin van het buitenleven van dit jaar.

Ik had daartoe een fleecetrui aan, én een donzen bodywarmer én daaroverheen weer een dik wollen vest, maar dat deerde niet. Dat had juist wel wat: die mengeling van iets wat tegelijk bijna niet kan en toch mogelijk wordt doordat je het graag wilt. Alsof je op een grensgebied gaat staan: ditmaal tussen kou en behaaglijkheid. Het goede beleef je deste intenser omdat het bijna neigt naar een gemis.

Ik las o.a. Het leven van een onbekende man van Andreï Makine. Wat schrijft hij toch mooi: zo helder en transparant, je wordt er zelf een beetje vloeibaar van. Het boek volgt het leven van een Rus, van zijn jongelingsjaren, door de oorlogen heen van de Tweede Wereldoorlog tot het uiteenvallen van de Sowjet Unie. De oorlog scheurt hem en zijn geliefde uiteen en beide maken hun eigen verschrikkingen mee, maar ze vinden elkaar op het einde weer terug en zijn gelukkig. Gelukkiger zelfs dan voor de oorlog: alsof er een leven voorbij moet gaan, eer je wel gewoon, eenvoudig samen-met-elkaar kunt zijn. Waarom is dat zo?

Makine beschrijft dan hoe de hoofdpersoon Volski met zijn vrouw onder witte bloesembomen zit  als sneeuwvlokken en ineens weet dat hij dat al eens eerder heeft gezien. Een soldaat die hij zag onder de bloesemblaadjes en die een mug leek te verjagen en toen bleek het een granaatscherf, die ontplofde en de jonge knappe soldaat stierf. Hij kijkt dan naar zijn vrouw en weet van al het vreselijks wat zij ooit heeft meegemaakt: verkracht, waardoor ze geleidelijk in een stuk vuil veranderde, die ogen van haar die dood, ijs, lelijkheid hebben aanschouwd...en nu zien ze de zachtpaarse hemel en tussen de talloze vallende bloemblaadjes heel dichtbij een ster die ons ook ziet...

Er breekt dan een inzicht door als een dóórbreken van licht. Ik las het in mijn koude-warme tuin een aantal keren over. Het beschrijft de grensgebieden en het daar doorheen gaan: puurheid gemengd met vlagen van verdriet. Mooi en zo raak, vind ik...:

Je hoeft geen verklaringen te zoeken, dacht hij, je hoeft alleen maar te erkennen dat de ander die verbazingwekkende persoon is die eindeloos uitstijgt boven wat hij beleefd heeft en wat hij nu beleeft, én boven  wat je van hem ziet, én boven wat de wereld met hem doet. Oog krijgen voor het onzichtbare deel van een vrouw en ervan houden, zoals ook geldt voor het moment waarop er traag bloemblaadjes vallen, voor dat gewonde lichaam waarin de liefde onaangetast is gebleven, voor die ogen waarvan de helderheid me kracht geeft.

zaterdag 6 april 2013

Rondom psalm 41

Gisteren gaf ik weer de meditatie en na afloop zeiden vijf mensen tegen me dat ze het mooi vonden. Ik vind dat wel fijn om terug te horen en elke keer ben ik daar ook verwonderd over. Van tevoren had ik nog tegen zuster R. gezegd dat ik weleens denk dat alleen in de kapel zijn, een totaal andere wereld mee maken dan de 'gewone' , die zo snel is en vol haast en mensen bijna niet meer over kwetsbare gevoelens als verdriet, verlies, depressie, mislukking kunnen praten,  genoeg is. Dat de woorden die je zegt er bijna niet toe doen, dat alleen stil-zijn al genoeg is.

Misschien dat mensen het gisteren mooi vonden omdat het juist ging over de donkere kanten van het leven: in jezelf en in anderen. Hoe hou je stand als je het gevoel hebt dat je verlaten wordt, dat mensen slecht over je spreken, roddelen, als het je gebeurd dat in de woorden van de psalmist: Zelfs mijn beste vriend op wie ik vertrouwde , die at van mijn brood, heeft zich tegen me gekeerd.

Ik begon de meditatie aldus: In elk leven is het een voortdurend terugkerend thema: Hoe verhoud ik me tot andere mensen? Hoe wil ik zijn, wat kan ik betekenen? Wíl ik wat betekenen voor anderen? "Ieder voor zich, God voor ons allen", is een bekend gezegde. De psalmist maakt in psalm 41 meteen iets duidelijk: In zijn ervaring maakt het je gelukkig om je te bekommeren om anderen, zorg en oog te hebben voor een ander: dat is levendwekkend.

Na lezing van de eerste zes regels uit de psalm, vervolgde  ik met de woorden: Ook al is het leven wisselvallig, ben je zelf iemand van op-en-neer: ziekte kan je vellen, mensen kunnen je in de steek laten, je kunt zelf verstek laten gaan en uit het contact met anderen raken: Voor de psalmist is het duidelijk dat je God altijd kunt aanspreken.

Daar zit natuurlijk het geheim van de psalmwoorden: alle emoties, de donkere en de lichte kanten van het bestaan komen allemaal aan bod, er word geklaagd, gehuild, gejuicht en altijd opnieuw zijn deze emoties verweven met 'God'. 'God' als ijkpunt van licht en helderheid, van goedheid en betrouwbaarheid, 'God', het meest geheimzinnige woord in onze taal.

Maar wie stil is en bij zichzelf naar binnen gaat die ervaart deze levenwekkende kracht. Ik probeer in de meditatie altijd maar een beetje met woorden om dit geheim te cirkelen, zonder het zelf helemaal in handen te hebben wat ik dan zeg. De afsluitende zegewens ging als volgt:

Er is voor jou een weg te gaan
een weg van het donker naar het licht
een weg waar je fier recht op gaat
ook al weet je soms niet waarheen en waartoe.

Moge je vertrouwen in het leven
dat Gods adem je beademt:
zachtheid, liefde , mededogen
ook al struikel je soms;
stap voor stap
zal de weg zich voor je openen.

Vrede en alle Goeds.

donderdag 4 april 2013

Voice Over: Nanine Linning

Prachtig! Dat was het enige woord dat in mij opkwam na de dansvoorstelling Voice Over van de jonge choreografe Nanine Linning, die ik gisteren zag. Prachtig. Het zou moeten gaan over deze wereld die bijna apocalyptisch ten onder gaat aan de anonieme krachten waar geen mens meer alleen voor verantwoordelijk kan worden gesteld. Zoals: het bankwezen, de Coca Cola-company die 70 procent van het drinkwater op aarde onder controle houdt, de Vervuiling.

In een interview met haar vantevoren bleek dat zij een somber beeld heeft over deze huidige wereld. Toen haar de vraag gesteld werd of ze een boodschap had met haar stuk, zei ze dat ze mensen wilde raken in het hart, en dat het ook mooi zou zijn, als ze even aan het denken worden gezet. Een recensent had het stuk een duister sprookje genoemd en Linning kon zich daar wel in vinden, zei ze. Dit zet je bijna op het verkeerde been, want dan lijkt het of je naar een verhaal gaat kijken.

Ik keek niet naar een verhaal en zag alleen maar beelden en bewegingen waar het donkere en troebele in de gedaanten van negen dansers met zwart kanterige pakken, door Linning zelf ontworpen, aangetrokken werden door een donkere kracht en later toen zij hun maskers afdeden, een verhouding zochten met elkaar en met een vrouwenfiguur in een witte jurk die zich wilde richten naar de felle bundel licht  pal boven haar. Op het einde, in het moment van ultieme botsing en chaos verscheen ze weer: naakt in een onderbroek, een brede straal licht bescheen haar en het zand van de tijd, zo dacht ik, stroomde van boven over haar heen.

De samenleving is het product van mensen zelf. Van wat in hen woelt en dat is wat ik zag: Nanine Linnig gaf mij beelden over de strijd tussen leven en dood, afbraak en opbouw, verbinding maken en kapot maken. Het is een op en een neer, een gaan en een komen, afstoten en verleiding.  De wereld is en wordt zoals wij zelf zijn en de opdracht is om je niet af te laten leiden, maar je innerlijke stem te volgen. Zo onstaat er wellicht een wereld die gaaf en heel is.

Ook Nanine Linning zoekt uiteindelijk naar die ene stem, die zich los heeft geworsteld van alle Voice Overs.  In de begeleidende inleiding staat: Voice overs vertellen ons wat we moeten. Moeten eten, moeten willen, moeten vinden, voelen, denken en consumeren. Onze innerlijke stem wordt overstemt door de voice over van de commercie, de media, de politiek. Wat, als alleen nog een stem kan navertellen wat eens was geweest op deze planeet? Een open vraag...

woensdag 3 april 2013

Scilla blauw

Ik heb het boek maar weer eens tevoorschijn gehaald: A Flower Fairy Treasury van Cicely Mary Barker. Velen vinden het mierzoet: die schattige elfjes die ze getekend heeft van allerlei bloemen en vruchten. Anderen vinden ze geweldig: er is een hele decoratie-industrie uit voortgekomen, ze zijn ook verkrijgbaar in 3D en dan kun je ze tussen je echte planten en bloemen zetten. Ik vind ze dus leuk, maar toegegeven, de meest jongensachtige elfjes vind ik het leukste, niet die met die jurkjes die op nachtjaponnen lijken.

Als je goed kijkt, dan zie je dat zij op haar beurt ook héél goed gekeken heeft naar al die bloemen en planten. Het blad, de details, ze krijgen allemaal ergens een plaats. Maar ook de sfeer van een bloem, het fantasiewereldje wat ze erom heen bouwt, is raak. Zo, dat het je een gevoel geeft dat die elfjes echt de bloemetjes en planten bevolken en ze leven geven. Bovendien blijkt er uit de rijmpjes die ze erbij maakt een groot gevoel voor het komen en gaan van de seizoenen en de wijze waarop je dat kan ervaren.

Zo geeft het allereerste blauw dat ik als het ware als stipjes uit de grond zie komen in mijn voortuin, elke jaar weer een scheut van plezier: hé, daar is het weer, zó blauw, zó hemels, zo erg KLEUR  uit een winterse tuin vol aardse tinten, dat het daar bijna niet kan zijn, maar het is er wel.  Het is het hele kleine plantje Scilla, dat ik dan zie en Cicely Barker rijmt over de Scilla-fairy:

Scilla, scilla, tell me true,
why are you so very blue?

Oh, I really cannot say
why I'm made this lovely way!

I might know, if I were wise
Yet - I've heard of seas and skies,

where the blue is deeper far
Than our skies of Springtime are.

P'raps I'm here to let you see
What that Summer blue will be.

When you see it, think of me!

Koorddansen

Het blijft memorabel: de eerste keer in het jaar in een windstil hoekje in mijn tuin buiten de krant lezen en gisteren was het zover. Weliswaar met jas aan, maar dat maakte niet uit, de zon was sterk en ik koesterde me erin tot later op de middag. Ondertussen zocht ik in mijn hoofd naar de christelijke deugden. Die had ik nodig voor de leesgroep van de avond omdat er een nieuw hoofdstukje zou beginnen die ging over 'Franciscus' voortreffelijke deugdenleven'. A, ja deugden...

Ik had ze al eerder opgezocht, maar ik kon ze niet meer oplepelen. Kun je nagaan hoe belangrijk ik ze zelf vind. Ik vond het lijstje terug met de deugd en de ondeugd naast elkaar. Overgenomen uit een inleiding over het Enneagram, dat dynamische stelsel waar men ervan uit gaat dat mensen meestijds in gesprek met zichzelf zijn rondom één deugd van de zeven christelijke. Het Enneagram heeft er nog twee aan toegevoegd. Het lijstje bevat: nederigheid-trots, volgzaamheid-woede, naastenliefde-nijd, armoede-hebzucht, matigheid-onmatigheid, kuisheid-lust, ijver-luiheid.

Zo, en daar dan de avond mee in met de opdracht dat iedereen zou gaan kijken in het verhaaltje welke deugd-ondeugd je opvalt in de vertelling over Franciscus. Boneventura schrijft gekke dingen over hem: hij strooit as in zijn eten om het niet te laten smaken, hij draagt met opzet ruwe, schurende kleding, hij pakt een steen als hoofdkussen, hij rolt zich in de sneeuw om zich te bevrijden van zijn zinnelijkheid, hij wil zijn tranen niet inhouden, terwijl hij van de dokter heeft gehoord dat hij blind zal worden van veel huilen, want hij heeft een oogziekte.

Aanvankelijk vond iedereen het maar niks. Het is juist goed om wél goed voor jezelf en je lichaam te zorgen, je mag wel genieten, je hoeft jezelf niet te ondermijnen. In een tweede ronde vroeg ik naar de 'winst' die er kennelijk toch ook te maken is. Boneventura heeft het over een stille gloed van vreugde op het gezicht van Franciscus, blij met alles wat hem geschonken wordt; wat kunnen die deugden daarmee te maken hebben, vroeg ik, herken je iets van een ervaring van vreugde en de dynamiek in jezelf die zoekt tussen het ene en het andere?

Als je het zó vraagt, zei de ene, dan herken ik wel dat je heel lang kunt bezig zijn met iets wat je heel moeilijk vind, en dat kan voor iedereen iets anders zijn, en dat je dan op een dag, soms na jaren in de spiegel kijkt en denkt: nu snap ik het, nu doe ik het goed, nu voelt het goed. Een ander zei dat het voor haar dan gaat om innnerlijk en uiterlijk bij elkaar te brengen. Dat je jezelf soms dingen oplegt waarvan je denkt dat die goed zijn, of een ander vindt dat, en dan ontdek je dat je al die dingen juist los moet laten om bij je innerlijk te komen.

Het leukste moment in het gesprek was, waar man en vrouw met elkaar botsten. Hij zei: 'Je zegt ook steeds dat dit een verhaal is uit die tijd, zo lang geleden, nou stel je voor dat een schrijver van onze tijd naar daar ging, dan zou ook niemand het begrijpen, het staat allemaal veel te ver van ons af! En zij brak in: 'Dat vind ik véél te gemakkelijk! Eigenlijk herken ik het wel, je wilt er eerst niet aan, maar ik doe dat ook: ik wil tekenen en schilderen en meer naar muziek luisteren en ik stop het allemaal in de kast omdat ik mezelf zo belangrijk vind om taakjes te verrichten, tot hoelang stop ik het weg? Zo doorgaan, daar word ik niet gelukkig van.'

Ik eindigde met het beeld van de deugd en de ondeugd die samen een koordje spannen waarop je loopt. Beide kanten horen bij je, het gaat erom in evenwicht te blijven, niet slap te worden, maar het koordje strak te houden, zodat je erop kan dansen.

dinsdag 2 april 2013

Daylight Gate

Ik las deze dagen Schemerpoort van Jeanette Winterson, haar nieuwste en in het oorspronkelijk Engels Daylight Gate geheten. Daglicht is een ander aspect van het licht dan de schemer, en eigelijk vind ik de Nederlandse vertaling niet juist. Het gaat over een echt gebeurd heksenproces tegen 13 heksen in 1612, die op Goede Vrijdag een bijeenkomst hadden in Noord Engeland bij Lancashire in de bossen van Penddle. Een goed boek om te lezen op Stille Zaterdag, toen de wereld een dag zonder God was, in de christelijke leefwereld. Een heksenbijeenkomst houden, op de dag dat God gekruisigd werd, Goede Vrijdag, lijkt me in heksenland ook de juiste keuze.

Het boek werkt langer na, dan ik na eerste lezing voor mogelijk hield. Als het niet door Winterson geschreven was, had ik het wellicht gelaten bij mijn eerste gedachte: wel onderhoudend, maar ach ja, het gaat over heksen, de gruweljjke martelpraktijken van de kerk die ze vervolgden, er wordt een mooie zelfstandige vrouw opgevoerd Alice Nutter, echt bestaan, die indertijd alleen daarom al in die tijd natuurlijk verdacht was... oké iets historisch gekoppeld aan een feministisch perspectief dat Alice Nutter natuurlijk geen heks was, zoiets, gaat het daar over?

Maar dit is Jeanette Winterson die altijd speelt met verschillende werklijkheden ineen, waarin de verhaalcode versleutelt ligt, dat er in de woorden en het verhaal altijd tegelijk meerdere dingen verteld worden. Deze tijd, het verleden, wellcht de toekomst, de verschillende persoonlijkheden die er in elk mens aanwezig zijn, de strijd en het verlangen dat altijd gaande is tussen goed en kwaad, licht en donker, waarachtig en vals: dáár vertelt ze over, zo ook in dit boek.

Dus je leest het verhaal van Alice Nutter, met haar mannelijke geliefden en een vrouwelijke, de ene is een Jezuïet en de vrouw voor wie zij zichzelf offert, heeft zich ooit aan de vorst van de Duisternis gegeven. Je leest dat ze willens en wetens de daylight poort opzoekt en dat ze daar doorheen gaat op het einde van het boek. Je leest en je weet eigenlijk niet precies wie zij was en wat er gebeurd is. Was zij wetenschapster die de kleur magenta maakte en zo rijk is geworden of is zij toch een heks? Als ze heks was, dan was ze een 'goede', dan stond ze aan de kant van het licht. Het is hier de Kerk wier wrede en sadistische martelpraktijken het duistere en kwaadaardige vertegenwoordigt.

Jeanette Winterson keert met dit boek op een bepaalde wijze terug naar de realiteit van haar eigen Engeland omdat de basis een waargebeurd verhaal is. In de inleiding schrijft ze ook, dat alle locaties in Noord Engeland echt te bezoeken zijn. Zij weeft binnen deze locaties verhalen en mogelijkheden, waar zelfs het Verrijzenisverhaal uit de christelijke traditie een plaats zou kunnen hebben. Dit verhaal van Eerste Paasdag is even uitzondelijk en vreemd als het verhaal van Alice Nutter dat ik op die dag uitlas, die de kwade krachten rondom haar heen probeert te temmen en het goede wil laten overleven.