woensdag 13 november 2013

Richard Long: Er Zijn

Er zijn kunstenaars die bij je blijven, zonder dat je daar ooit een werk van gezien hebt. Dat geldt natuurlijk ook, bedenk ik me nu, als je niet in de gelegenheid bent om iets ervan in het echt te zien: Zo vertelde vriendin W. in Nieuw Zeeland, dat ze mensen kent die ervan dromen om ooit een échte Van Gogh te zien. Wat een luxe dan, om ze hier tot vervelends toe te kunnen bewonderen. Hier hebben meer mensen dat ze een periode van hun leven Van Gogh-moe zijn: te vaak, te bekend.

Ik doelde op iets anders, op een specifiek kunstenaar, die ik al zo lang van naam ken: de engelsman Richard Long. Hij maakt circels en rechte lijnen in landschappen overal op de wereld. Daarvoor gaat hij op pad: met een simpel touw om de cirkel te kunnen maken, een kompas,een eenvoudige fotocamera. Soms neemt hij een tentje mee en dan onstaat er een project dat Pitching the Tent heet: hij toont op een rechte lijn op papier in welke windrichting zijn tent stond gedurende de wandeling van 10 dagen.

Het is alleen, als hij de soms zware stenen en takken versleept om die cirkel te maken in het landschap. De belangrijkste voorwaarde bij het maken ervan is dat hij zich rustig en gelukkig voelt en eigenlijk gedachtenloos is. Het maakt hem niet uit wie de cirkels in het echt zien. Het is mogelijk dat mensen het vinden in een verlaten landschap en nooit zullen weten dat het een kunstwerk is van hem.

Hij tekent ook met zijn waterfles op stenen: dat beklijft ook niet langer dan dat de zon het weer laat drogen. Hij maakt simpele foto's, gewoon op ooghoogte. Ooit bedacht hij ineens om zo'n cirkel te maken en lijnen en daar is hij bij gebleven. Universele vormen, die alle mensen herkennen. Dieren zullen nooit een rechte lijn van eigen voetstappen maken zoals hij doet, door telkens op en neer te lopen.

Wat doet hij eigenlijk? Waar heeft hij het over? Mensen die aan Zen doen, herkennen veel, en hij vindt dat leuk, maar hij heeft zelf nooit aan Zen gedaan. Zijn werk gaat voor mij over: Er Zijn. Geduld hebben en uithoudingvermogen en heel dicht bij je eigen lichaam en gevoel blijven. Het gaat over de vreugde van iets met aandacht doen. Over sporen die je maakt, alleen maar omdat je ze graag maakt.

Ik heb nu een mooi boek over hem en van hem gevonden: Walking in circles Sommige dingen schrijft hij op, en dat lijken gedichten. Maar het bijzondere is, dat hij het dus ooit écht zo gedaan en gezien heeft, in Avon England 1987:

White Light Walk

Red leaves of a japanese maple
oronge sun at 4 miles
yellow parsnips at 23 miles
green river slime at 45 miles
blue eyes of a child at 56 miles
indigo juice of a blackberry at 69 miles
violet wild cyclamen at 72 miles.

maandag 11 november 2013

Jutten

Jutten behoord bij mijn favoriete bezigheden. Of het nou naar oude Romeinse en Germaanse scherven is, aan de Waalstrandjes, nu geheel ondergelopen, ontdekte ik dit weekend, het is weer hoog water, of naar oude boeken, of gewoon naar cd's in de bieb: de kern van jutten is om het onverwachte te laten gebeuren: van te voren weet je niet of je zult gaan oogsten.

Dit weekend oogstte ik rijkelijk. Ik liep de Kringloopwinkel in, op weg naar het klooster, die ik tot nu toe links had laten liggen. Maar het wordt er steeds drukker, dat is de tijdsgeest geloof ik, dus hij viel ineens op. De winkel ligt aan de rand van de stad met een welgestelde wijk erom heen. Vriendin P. brengt er met regelmaat spullen heen en dat geldt dan natuurlijk ook voor anderen eromheen, bedacht ik in ene keer.

Nou, de sortering boeken is echt goed: een heel aantal die ik zelf ook ooit gelezen heb of nog wil; goed om in gedachten te houden, maar niet om zelf daar aan te schaffen. Die haal ik wel in de bieb. Maar ik vond er ook twee grote dunne platenboeken: de ene met stadgezichten van Canaletto en dat betekentt dus heel veel oud Venetië. En eentje met mozaiken uit Ravenna. Zulke boeken schaf ik wel meteen aan: dat is als de vroegere toverlantaarn: heerlijk al die plaatjes, de uitzichten en vergezichten en overzichten en kleurige details.

Ik las een totaal lovende recensie van de nieuwe cd I'm a dreamervan de Amerikaanse Josephine Foster uit Colorado. Ooit een scholing tot operazangers gedaan, maar ze is de folk-troubadour-kant opgegaan. De recensente had ook nog nooit van haar gehoord, maar was totaal voor haar gevallen. En verhip, bij de bieb lag een cd van 2012: Blood Rushing en ik geloof dat ik ook helemaal voor haar kan gaan vallen. Ze heeft ook gedichten van Emily Dickonson op muziek gezet, ontdek ik al googelend.

Blood Rushing bevat liedjes, met gitaar, mondharp en trommels en de teksten gaan over de sterrenhemel, The wave of Love, de woestijn: ze hebben een heel eigen sfeer. 
 
En dan vond ik ook nog een live-cd met Jackson Browne met alleen hij en zijn gitaar of piano. Hij is een liedjescschrijver van vroeger: op de middelbare school heb ik al zijn lp's aangeschafd, waaronder The Pretender

Nu viel ik helemaal voor het mij onbekende liedje Alive in the World, die ik op de repeatknop heb gezet:

To open my eyes and wake up alive in the world
to open my eyes and fully arrive in the world
with its beauty and its cruelty
with its heartbreak and its joy
with its constanly giving birth to life and the forces that destroy
and the infinite power of change
alive in this world


donderdag 7 november 2013

Dit zijn de woorden

O, o, o, wat is dat ergerlijk: had ik net een blogje bijna af, en dan verdwijnt het zomaar van het scherm. Wat nu te doen? Nee, ik ga niet weer hetzelfde nadoen. Ik heb sowieso al een beetje genoeg van al mijn woorden. Ik vind woorden steeds vaker obstakels en mistmakers.

Maar goed, dan toch dit ene: vanochtend lukte het me dan eindelijk om de zegewens voor bij Psalm 50 te schrijven. Het lukte me maar niet, omdat Psalm 50 zo erg over God gaat: die God die niet anoniem wil blijven, maar is gaan spreken met de mensen en hen een verbond aanbiedt: mens en God konden ineens gelijkwaardige partners zijn. Het beste Godsbeeld, ooit, dat wel, vind ik.

Vanochtend meteen na het opstaan, waren daar in een adem de woorden. Kennelijk moet je soms in je ervaring iets meemaken, wil je de woorden weer nieuw leven in kunnen blazen. En dit zijn de woorden:

Moge je in momenten dat je je wankel voelt
een weg zien,
de weg van de liefde,
de weg van het hier-en-nu
en altijd verder.

Moge je de stem in je horen:
ga de weg van het verbond
zoek verbinding met elk mens
met al het andere
de planten, de dieren, de natuur.

Licht op je weg
Vrede en alle goeds.

woensdag 6 november 2013

Berceau

Wat is wandelen toch een heerlijk iets. Eigenlijk gebeurt er dan alles tegelijk met je. Je zet je lichaam in beweging, je geest krijgt ook de vrije loop en om je heen is het bij elke stap weer anders. Ik was uitgestapt bij station Oosterbeek. In Trouw stond het vorige week beschreven, met als suggestie om de wandeling met Allerzielen te maken omdat deze begint bij de militaire begraafplaats van de Airbornmissie.

Dat scherpt ergens toch de zinnen: de begraafplaats ligt prachtig, tussen oude bomen. Al die witte kruisen op een groene deken: denkend aan de dood wordt het leven weer zo kostbaar, iets wat je elk moment weer inademt en uit, en in...: Ja, ik leef! Ja, ik leef! Een ander bijzonder iets in dit glooiende, liefelijke hersfstlandschap, hier een wit-gestreept berkenbosje met grote bruine varens eronder, daar de gele lariksbomen tussen de beuken en eiken, daar grazen wat koeien bij een landhuis achter een oude boom, is de berceau.

De berceau: een nieuw woord voor mij. Het is een 400 meter lange tunnel van beuken die als een grote slang kronkelt over de heuvels van het landschap. In het landgoed Mariëndaal is het gepland in 1865 in wat nu De Groene Bedstee heet. Een toepasselijke naam, want het voelt al wandelend aan alsof het landschap je als het ware koestert en een bedding geeft.

Het begon net te regenen, toen ik de berceau inging. Dan wandel je dus ineens zo, dat je droog blijft en de regen om je heen naar beneden druipt. Het doel was ook bescherming, vroeger: in Trouw heeft men het over dames van adel die er in de zomer flaneerden en zo werd hun huidje niet bruin, want dat was net uit.

Voor een dame van nu, is het wel troostend om je te voegen in een wandelend gezelschap van ook eeuwen her. Ik stelde me voor dat de eerste dames er liepen alleen maar voor het idee van wat het ooit moest worden: die liepen tussen kleine dunne beukenboompjes en die wisten dat ze het bedoelde resultaat niet zouden meemaken. Of dan al zó oud waren dat de witte schoonheid van hun huid toch niet meer zou tellen.

Zo wisselen de generaties elkaar af: het is een gaan en komen. Ik hoop dat ik in mijn leven nog vaak een komen en gaan mag meemaken. Maar vooral een komen: in elke komst begint het leven immers weer opnieuw.

maandag 4 november 2013

Ochtendgloren

Vanochtend keek ik uit het raam, staande met een kop koffie in de hand, en toen zag ik op ooghoogte een dikke vette glanzende merel in de eerste kerstboom die ik ooit in huis had en die ik in de tuin geplant had en die ondertussen al tot het dak reikt. Wat zat ie daar tevreden,: zijn veren pikkend en zich optuigend, zijn kop met oranje snavel parmantig op en neer, de verse regendruppels als zijn ochtendbadje. Precies beschut door de takken, maar met doorkijk, overal. Wat heerlijk, zo'n tafereeltje, nu de dag net begint.

Ik ging naar de maandagochtend meditatie. Tegenwoordig doen we heel korte spreuken of een paar kernachtige zinnen, want we zijn alle woorden een beetje zat. Nu gingen de regels ongeveer aldus: Ik verlang te wandelen in de woestijn, in de uitgestrekte leegte, en vrede vinden die ik niet begrijpen kan. Na afloop zei M. tegen me: Ik had precies het omgekeerde als de woorden; ik had ze nog niet uitgesproken of er borrelde een kwaadheid in me op, van alle kanten!

Ja, er waren een paar mensen op wie ze boos was en ze dacht dat het allemaal wel meeviel, maar nu kwam het in een hele lading op haar af. De hele meditatie had ze besteed om er een beetje mee te dealen. 'Ja, zo kan dat zijn', zei ik, 'dat in die uitgestrekte leegte, als je in de diepte van jezelf afdaalt, je iets tegen komt, wat je op alledaags nivo naar de achtergrond weet te drijven'. 'En jij dan?' vroeg ze, 'waar zat jij?'

Ik was in de woestijn en keek tegen de horizon aan. Daar zag ik het ochtendgloren en de eerste zonnestralen verschijnen. Ik dacht eraan dat dit eigenlijk het enige aangename uur is, om werkelijk in de woestijn te wandelen: 's nachts is het er steenkoud, en de eerste warmte van de zon, die is dan zo aangenaam, dan heradem je, weg uit het verbijten van de koude. En ik dacht aan de fonkelende sterrenhemel die ik ooit in de woestijn zag.

Maar de woestijn kan ook verzengend heet zijn, onverdragelijk, dor en droog. En hij kan je angst aanjagen omdat je in die leegte de donkere vormen niet herkent en kan benoemen. Zo is de woestijn in feite een metafoor van het leven zelf: Het is er niet altijd aangenaam, maar er zijn wel genoeg momenten dat dit wel zo is. En op een dag en nacht is dat er altijd, opnieuw: ochtendgloren.

Zoals die merel een plek maken, daar genieten en dan, als je je hebt gelaafd aan dat moment, wegvliegen, de dag tegemoet.

zaterdag 2 november 2013

Allerzielen

Vandaag is het Allerzielen, de dag om de doden te herdenken. Maar wie gaat er nu in dit koude, grijze en mistige en vochtige weer naar het kerkhof, of  'de begraafplaats' zoals die nu heet? Daar voelen de dierbare overledenen nu wel erg ver weg aan. Dan kun je beter thuis in de warmte een kaarsje aansteken en nog eens naar een foto kijken. Hoe anders, als je dit 'viert' bij mooi en warm weer, zoals in Mexico. Dan wordt de scheidslijn tussen degenen die er niet meer zijn en het hier-en-nu dun en transparanter: als je met zijn allen de straten op gaat en de plaatsen waar de doden zich bevinden, versiert.

Precies vandaag las ik bij Karle Ove Knausgard in Vader, dat hij vader's  doodsbericht krijgt en afreist met zijn broer naar de oude stad waar ze vandaan komen, om daar de begravenis te gaan regelen. Dan ervaar je mee: dat de herinneringen die je ontroeren soms van heel lang geleden zijn, toen je nog een kind was. Dat je eraan denkt wat voor man je vader was, dat je nu vanaf een afstand zijn strevingen en doen-en-laten bekijkt en dat je daarbij dan denkt: waar is dat alles gebleven?  Wat stelt het allemaal voor? Al die dingen waar hij zich druk om maakte? Dust in the Wind, zoals het liedje van Kansas. En in dat kielzog geldt dat ook voor al je eigen dingetjes.

Ach, er is zo weinig voor nodig, denk ik vaak, om het leven zó te leven dat je er gelukkig in bent. De ene kant, daarbij is het mogelijk die zelf te creeëren, te koesteren en te vinden: dat je goede vrienden bent met jezelf en je je geborgen weet bij jezelf. Pas dan kun je ruimte voor anderen maken. En dat is de andere kant: als je dan die ander bent: dan is het geschenk dat je gegeven wordt, zo levendwekkend en bezielend; dat anderen er ook voor jou willen zijn.

Ik las een mooi gedicht van Herman de Coninck, dat zo heel helder en klaar die werkelijke verbondenheid en het verlangen daarnaar verwoordt. Hier komen leven, lachen en huilen samen en is alles zowel alles als niets. Allerzielen, dat zijn wij, alle zielen, allemaal, de aanwezigen en de afwezigen, die er zijn en die zijn verdwenen:

O, ik weet het niet,
maar besta, wees mooi.
zeg: kijk een vogel
en leer me de vogel zien.
zeg: het leven is een brood
om in te bijten en de appels zijn rood
van plezier, en nog, en nog, zeg iets.
leer me huilen, en als ik huil
leer me zeggen: het is niets.

vrijdag 1 november 2013

Puzzels van Venetië

Ik heb er een nieuwe hobby bij: puzzelen. Daartoe zit ik lekker warm in het kleinste kamertje van mijn huis, nee, niet de wc, de kamer daarna, die de kleinste is en die ook dient als stilte- &kapel/meditatie kamertje. Maar die gebruikte ik daartoe bijna nooit. Opdoeken zal ik 'm ook niet snel, want ik vind het een fijne gedachte dat er een ruimte in mijn huis is, die daar plaats voor maakt: stilte, rust, bezinning.

Maar nu ben ik er wel in gaan puzzelen: Een puzsel van 1000 stukjes van Venetië, is dat niet tegenstrijdig? Nou, nee, geloof ik: Venetië voelt aan als 'dwalen in mijn eigen breín' en een puzzel leggen van Venetië heeft iets van 'op de plaats rust', geduldig blijven verwijlen bij het gegeven dat het leven uit allemaal kleine stukjes bestaat, die soms wonderwel in elkaar passen.

Dus om preciezer te zijn: de hobby is niet 'puzzelen', maar is 'een puzzel van Venetië maken', en dus eigenlijk in mijn eigen brein verwijlen. Die puzzel van 1000 stukjes is nu voor twee derde klaar: in de verte de ronde witte koepel met de torentjes eromheen van de Maria della Salute en dan verder al wat Venetië te bieden heeft: de gestreepte palen in het water, gondeltjes, de gekleurde huizen, de met wit omlijste ramen, die typishe schorstenen. En veel, heel veel water en lucht...

Dus mijn geduld en uithoudingsvermogen wordt nu pas op de proef gesteld: ga ik écht al dat blauwe water en die lucht in elkaar passen? Ik heb daartoe alle stukjes water al gesorteerd op vorm.  Lieve help, zoveel stukjes lijken wel héél erg op elkaar! Het water vertoont nog meerdere kleuren en de rimpelingen zijn overal anders, maar die lucht die daarna nog moet komen: die is egaal en gaat van iets lichter blauw naar donkerder, verder niks.

Maar ik heb er vandaag wat opgevonden, om mezelf te blijven stimuleren. Op een rommelmarkt heb ik een andere puzzel van Venetië gevonden, maar nu vanaf de andere kant van het Canal Grande, als je Venetië vanaf het Lido invaart, met ook de Maria della Salute in de linker bovenhoek erop en deze heeft maar 520 stukjes. Die ga ik nu naast die andere leggen, dat past nog precies op de onderplaat. Als ik dan genoeg heb van al dat blauw op de ene puzzel, dan schakel ik over op deze en kan ik me verlustigen aan al die andere kleuren.

Het is een gekke ervaring, om me al puzzelend, werkelijk zo te voelen, als waneer ik in Venetië ronddwaal. Dat prikkelende van: En dit is mijn eigen brein, daar bevind ik me nu in, ik ben thuis.