zaterdag 21 november 2020

Zaterdagochtend-notitie. Vier zonnebloemen

Vandaag wordt het in Venetië een prachtige zonnige wolkeloze dag, als het zo blijft als vanaf de webcams te zien is. De kade aan de ingang van het Canal  Grande, overgoten door oranje ochtendzon is  leeg, er varen enkele kleine boten. Bij hotel Filu aan de andere kant van Venetië is het om deze tijd door de week het relatief drukst: je ziet mensen vanaf het station de stad in stromen, werknemers vanaf het vaste land, neem ik aan, en schoolkinderen die richting de rand, de buitenzijde lopen. Als ik er ooit weer kom, wil ik de school op zoeken en dan ook dat steegje in, waar alle hondenuitlaters uit- en in gaan. Maar nu loopt er op flaneertempo, een enkeling nog in de schaduw, de zon belicht de toppen van de daken. Zaterdagochtend: Venetië ontwaakt zonder toeristenstromen.

Onlangs zag ik een promofilmpje van het Lido, het is deze zomer in Coronatijd gemaakt want ik zag ook mensen met mondmaskers. Maar op de stranden was het aardig druk, ik vroeg mij af of ze daarvoor ook  oude beelden hebben gebruikt. Ik zag op voor mij bekende plekken mensen: sjiek verderop bij het centrum met de dure hotels  en jongeren op het openbare strand, met cocktails in de hand. Maar als het weekend is, dan kunnen de stranden ook vol lopen met bewoners uit de omgeving. Er was één flits van de camping en daar stond zo goed als niemand...

Wat moet het nu heerlijk zijn, om Venetiaan te zijn. Eindelijk de stad voor je alleen, geen cruiseschepen meer, je niet te hoeven afsluiten voor de drukte om  je heen. Ik heb 's ochtends vroeg weleens een vaporetto genomen van het Lido naar de overkant en toen waren en meerderen die met boodschappen tassen vol bij de eerste halte uitstapten. Daar ligt een volkswijk en deze mensen hadden dus in de goedkope supermarkt, eerst heette deze Billa, maar nu anders, hun etenswaren ingekocht, nog voor de stroom van strandgangers en toeristen,  die later op gang komt. Ik kan de naam Billa zo makkelijk onthouden omdat ik met een boodschappentas van hen, thuis ook de boodschappen doe en die heb ik ook meegenomen naar hier, in mijn boshuisje.

Ik ben blij dat ik Venetië ken op allerlei momenten van de dag, ook tot in de nacht, waar ik op de laatste vaporetto in een zijkanaal een keer de ratten op ooghoogte over een muurtje zag kruipen, een paar meter van mij vandaan. Ik vind het leuk om een plek in relatieve rust te zien, zoals ik dat nu ook meemaak, hier in het bos en mijn boshuisje. Door de week loopt er gedurende een dag soms maar één iemand voorbij. En ook het park de Hoge Veluwe is zó rustig en daar is het ook echt stil, geen verkeersgeluiden.

Gisteren was ik er weer. In een volkomen ander landschap dan dik twee weken geleden: de stammen van de bomen staan in een dik pak bruin gebladerde, hun takken bijna kaal. Avondlicht rondom 17.00 en dan wordt het heel snel donker. Zo apart om daar dan te fietsen en dat kan nu dus, want ik ben zó weer thuis. Het is een dikke tien kilometer naar de ingang van het Kröller-Müller Museum. Heerlijk om zomaar te flaneren en filmpjes in herhaling te bekijken, zoals ik dat ook altijd graag doe op de Biënnale in Venetië. Elke keer vallen er weer andere dingen op en is je eigen beleving weer anders. Het maakt mij bewust dat kunst een directe dialoog aangaat met je eigen stemming van het hier-en-nu.

Nu viel ik als een blok voor de vier uitgebloeide zonnebloemen van Van Gogh. Hoe ze scherp afgesneden zijn van hun lange steel, hun lege harten zonder zonnebloempitten geschilderd met een klein penseel waar de verf in de punt blijft hangen, elk leeg  plekje markerend. Het blauw-witte waarop zij liggen, roept de herinnering op aan zonnige zomerdagen en het donker als achtergrond met ook rode streepjes erdoor als de adertjes van je eigen bloed. Daar gaat alles heen, naar het grote onbekende. Het schilderij vertelde ineens heftig over het leven en de sterfelijkheid. Alles staat in een voortdurende stroom van gaan en komen, komen en gaan... Tijd voor mij nu, om op te staan.

vrijdag 20 november 2020

De moed om te zijn

Ik werd getipt om te kijken naar het progamma: Waar ben je bang voor? waar de theoloog Paul Tillich genoemd wordt en zijn boek The Courage to be, een houding die tegenover angst en vrees gezet wordt. Tillich is de enige theoloog die mij werkelijk heeft gevormd, ik had hem als partner in een dialoog waar ik zelf op zoek ging waarom we eigenlijk nog zouden spreken over God. 

Ik snapte aanvankelijk niks van het programma, dat gepresenteerd wordt door journalist Stevo Akkerman, wel verrassend, hij is columnist bij Trouw, drie keer in de week en voor mij een van de redenen om abonnee te blijven omdat ik zijn analyses en waarnemingen erg waardeer. Ik zag tussen de interviews met ‘deskundigen’ (psychiater, psycholoog, schrijver, godsdienstfilosoof) door, een mevrouw in een rood mantelpakje bij mensen in huis komen en die vertelden dan iets over hun angsten. Het kwam mij allemaal wat onsamenhangend over.

Dus ik besloot naar de eerste aflevering te kijken die op 5 november gestart is en dat begon met dezelfde mevrouw die een rond gebouw inloopt vol kamers en deuren, waar een afbeelding van angst op geschilderd is en daar ontmoet zij een meneer die haar vraagt of ze klaar is voor het grote onderzoek. Ze hangen een heel grote rol papier op de muur vol kleine vakjes en dat blijkt het gigantische flatgebouw te zijn, waar zij op zoek gaat naar de betekenis van angst. Er is ook een poppenhuis, waarvan de meneer zegt dat God daar nu woont op zolder en af en toe peukjes naar beneden laat vallen, terwijl hij eerder aanwezig was in alle kamers, bezig met angst en recht enzovoort.

Eigenlijk behelst deze enscenering exact al, hoe angst, vrees, paniek in elk leven een rol speelt: heel divers gezien al die talloze kamers. De wijze waarop het leefbaar is, ontstaat doordat we het een ruimte geven, als het ware temidden van al het andere:  het leven zelf. Angst is uiteindelijk angst voor de dood en is te onderscheiden van vrees die een concreet object heeft (hoogte, muizen, spinnen, plein enzovoort). We zijn allen sterfelijk, dus in ons woelt de angst om er niet-te zijn. Kunst, muziek, literatuur, theater; cultuuruiting, ze bieden  allemaal ruimte, het is de expressie van dat vreemde leven waarin we geworpen zijn: mét een bewustzijn, wetend dat deze ooit stopt.

Paul Tillich heeft als enige theoloog dit tot uitgangspunt gemaakt van zijn denken: er is zijn en niet-zijn. Wat er voor mensen mogelijk is, is the act faith en die leidt tot the courage to be. Maar waar haal je die handeling om te geloven en te vertrouwen vandaan? Daar verwijst Tillich naar een ervaring die diep in de werkelijkheid besloten ligt: de ervaring dat jij aanvaard bent met alles wie je bent, ook met je fouten, tekortkomingen, die gevoelens van schuld kunnen geven, die je ook weer angstig maken.

Maar hoe komt die ervaring van aanvaarding, van jou en je gehele zelf tot stand? Het is een ervaring van gratie, zoals in het lied Amazing Grace. Voor mij ligt de weg daarnaartoe in het jezelf te leren waarnemen: ruimte te maken waar je jezelf laat leven en ademen met alles  die je bent en wat je voelt. Dus niet op de automatische piloot van het ene in het andere gaan, jezelf vullen met activiteiten, mensen inzetten om jezelf daarin terug te vinden...Dat kan uiteindelijk niet: alleen in de ruimte die je zelf creëert en die je anderen gunt en geeft, daar ontstaat dan als vanzelf... een vermoeden dat er in dat wat wij de werkelijkheid noemen, maar waar we tegelijk nog zo weinig van weten, een kracht, een macht, een presentie, you name it, is die jou de moed geeft om te zijn. Stilte, stil-worden is de levensadem van dit ‘zijn’. Zélf aanwezig zijn in het moment, het hier-en-nu. 

Angst, paniek, somberheid, depressie, vrees, twijfel, verdriet enzovoort... Ze zitten in ons leven verweven, net zoals al die andere draden: hoop, verlangen, liefde, moed, vreugde enzovoort. Onze leefomstandigheden maken het soms makkelijker of moeilijker hiermee om te gaan. Maar misschien ook niet. Bij een ervaring van: nu ben ik gelukkig, zit ook al het gevoel dat dit nooit voor altijd zo zal zijn. En bij de ervaring van geworpen zijn in een rotsituatie van verlies en dreigend afscheid ... dan kan het zo zijn dat er in je toch een ruimte geopend wordt naar ... de moed om te zijn.

Terugkijken 'Waar ben je bang voor' aflevering 5 november

woensdag 18 november 2020

Sandman Overture

Een heerlijke zonnige wolkenloze herfstdag, waar het mogelijk was om buiten te zitten met een dik vest aan. Met een dik, groot, mooi, zwaar boek dat eindelijk was aangekomen: Absolute Sandman Overture; door Neil Gaiman en getekend door J.H.Williams III. Met de aanschaf van dit boek  ben ik een grens overgegaan in mijn interesse in het comic & graphic novel-land, zoals dat door DC Comics en Vertigo tot je kan komen: ik heb de sjiekste editie aangeschaft. 

Een comic verschijnt bijvoorbeeld één keer in de maand, als een tijdschrift en dat kan een vervolgverhaal zijn en  die worden dan gebundeld in een  trade paperback: slappe kaft, goedkoop papier. De succesvollen worden daarna geüpgraded naar een hardcover, daarna volgt een deluxe editie en vervolgens soms een Abolute-editie: prachtige uitgebracht in een slipcase, gebonden en met een lintje, dik soms glanzend papier, sjieke kaft: al het teken en kleurwerk springt naar voren en is in detail waarneembaar. En dan zitten er nog heel veel extra’s bij zoals interviews, los artwork, een script. 

De Sandman van Neil Gaiman, verschenen in vier Absolute-edities, is dé serie die de comic, het stripverhaal dus, naar een literaire niveau heeft gebracht: een deel, een adaptatie van Midnightsummersdream van Shakespeare heeft een literaire prijs gewonnen, dat was een mijlpaal. Het verhaal bevat 75 delen die in een tijdspanne van meer dan acht jaar zijn verschenen en vertelt  over Sandman ofwel Morpheus ofwel Dream;  de meester van de dromen en zijn disfunctionele familie:  zijn broers Destiny en Destruction en zijn zussen  Death, Delirious, Despair, Desire die tesamen als The Endless, zich in de wereld manifesteren. Belletrie en mythologie, verwijzingen naar filosofen e.d worden allemaal in dit verhaal verweven dat per deel getekend is door weer een andere artiest en sommigen doen meerdere delen. 

De Sandman is een klassieker, begonnen in November 1988 dus  alweer meer dan dertig jaar oud en nu pas hoorde ik Neil  Gaiman bij de introductie van de Overture vertellen dat het toen ook pas voor het eerst was dat vrouwen Comics gingen lezen, het was tevoren een mannenterrein. Merkwaardig, ik kan me dat helemaal niet voorstellen temeer omdat er ook zoveel schrijvers nu zijn, die vrouw zijn. Het toont aan hoezeer het medium is geëvolueerd, het gaat niet meer over zomaar stripjes lezen. Ik ken het niet anders. Ik noem het hele genre graphic novel, maar oudgediende Neil Gaiman vindt de naam  ‘Comic’  voor het gehele medium goed genoeg. 

En nu heb ik dus de Sandman Overture in Absoluut-editie gelezen. Het verscheen 25 jaar na het laatste deel van Sandman (dat ik overigens nog niet geheel gelezen heb) en Neil Gaiman meldt dat hij hierin het verhaal wilde vertellen dat nog in zijn hoofd zat: een prequel en dat hij het spannend vond omdat de verwachtingen zo hoog gespannen waren. Ik ging overstag door Earl Grey die in Panellogy nr 220, een YouTube-kanaal, het boek uitgebreid laat zien en van commentaar voorziet. Ik heb er geen spijt van. Het is een prachtig boek, gepaard met een gedenkwaardige lees-en-kijk-ervaring: voor mijn boshuisje, buiten in de zon. 

dinsdag 17 november 2020

Fish and Whistle

Het is zo raar of wonderlijk, het is maar welke kant je zo’n perceptie op wilt laten gaan, dat je op een dag of zelfs in een uur tijd, allerlei gevoelens door of naast elkaar kunt beleven. Of misschien gebeurt dat in elk moment, in fracties van seconden voortdurend in je geest. Er is een liedje dat sinds zondag in mijn hoofd blijft zitten, nee niet als een oorwurm, maar het komt zomaar op allerlei momenten op of ik denk eraan. 

Het wordt gezongen door Reina del Cid en haar vriendin of vaste begeleider Toni Lindgren. Ik vermoed dat zij misschien ook geliefden zijn, want het is in ieder geval zo dat zij samen sinds de Coronatijd en wellicht ook al langer, maar dat weet ik niet, een liedje posten dat eindigt met de woorden Happy Sunday Morning. Je ziet ze in een huiskamer met soms erachter een boekenkast met de kaft van Howl  van Allen Ginsburg en Alice in Wonderland en Star Trek in beeld, op picknickkleden, in de natuur, op een weg bij de roodachtige rotsen in Zuid West Amerika, ze maakten een drankje voor Halloween en daarna zongen ze vlak na Halloween een liedje. Met andere woorden: zij zien elkaar dus wekelijks en op de Zondag, dat hebben niet veel mensen zo met elkaar, als je geen geliefden bent. Maar misschien zijn ze roommates.

Ditmaal zingen ze op een bankje bij een busstation. Eerder heb ik al eens uitgelegd gezien door hen, dat ze heel goede draagbare opnameapparatuur hebben, dus het klinkt weer crisp & clear. Hun sound heeft dat, het maakt mij altijd vrolijk, als ik ze zie musiceren, ook de wijze hoe ze op elkaar zijn ingespeeld. Ze zingen een liedje van John Prine: Fish and Whistle. Het liedje heeft de sfeer van balorig, een beetje uitgelaten en serieus ineen. Het refrein heeft een speciale dynamiek en dat zal vast de reden zijn, dat het liedje bij me blijft hangen:

Father forgive us, for what we must do / you forgive us, we’ll forgive you / we’ll forgive each other till we both turn blue / then we’ll whistle and go fishing in heaven.

En verder gaat het over dingen die niet lukken, die je moet doen, die bij voorbaat onzinnig zijn of vergeefs kunnen zijn, en tóch je moet ze doen, je bent geworpen in de situatie om het zo uit te voeren. En zo geldt dat voor de grote en kleine dingen in het leven, altijd. Ontslagen worden, je vanzelfsprekende leven op de kop en weer nieuwe dingen moeten verzinnen, de oorlog in moeten gaan, ziek zijn... en nu in Coronatijd maakt iedereen dat in min of meer heftige mate mee. Je moet eten wat er op je bord geschoven wordt, zo gaat het liedje, en daarna wens je dat je het nooit meer zo hoeft te doen, kan dat?...

Ik zie John Prine de anecdote vertellen dat hij van zijn platenbaas de opdracht kreeg nog een liedje te schrijven, terwijl bij meende dat de lp wel klaar was. Hij protesteerde, maar het moést. Op zijn hotelkamer heeft hij toen in korte tijd dit liedje geschreven en na 300 keer vond hij het zelf toch ook wel een goed liedje. Zo kan dat dus gaan. Je weet het niet hoe dingen kunnen uitpakken. En dat is soms ook letterlijk adem benemend. Dan geeft dit liedje lucht: We’ll go whistle and fishing in heaven.

zondag 15 november 2020

Bring me back home again

Ik krijg regelmatig vroeg in de ochtend 'Leesvoer’ gemaild van L. waar ik heel blij mee ben. Het zijn artikelen uit andere tijdschriften die hem interesseren en waarvan hij denkt dat het mij ook zou kunnen interesseren. Het haalt mij weg uit mijn eigen bubble en doorbreekt je eigen zelfvoorzienende informatiestroom. Nu stuurde hij drie keer Leesvoer, dat bij elkaar mij in een stroom van gedachten bracht.

'Leesvoer 1' was een verslag van een herdenkingsbijeenkomst in Krefeld waar hij dit weekend bij aanwezig was geweest. Een 55-jarige man uit Krefeld was in Dresden gedood door messteken, zijn 53-jarige vriend was zwaargewond, maar heeft het overleefd. Door een 20-jarige Syriër die gehandeld heeft vanuit extremistische islamitische ‘bevlogenheid’. In een toespraak zegt de burgemeester: Gewalt ist nicht Merkmahl einer Religion sondern Merkmahl eines schrecklichen Menschen.

Vervolgens lees ik 'Leesvoer 2': Hulpbisschop Rob Mutsaerts beklaagt zich dat zijn vrijheid van meningsuiting in de knel is gekomen omdat hij niet met argumenten kan uitleggen dat hij tegen het homo-huwelijk is. En dan 'Leesvoer 3': een artikel van Corine Koole over Bella die nu 65 jaar is en hoopt dat mensen zouden kunnen luisteren naar haar inzicht, dat ze op deze rijpe leeftijd heeft gekregen, na op zeer late leeftijd te scheiden omdat er in haar huwelijk geen seks meer was en daarna in ‘losse’ poly-amore verbintenissen nu heel gelukkig is. Ze zou willen dat mensen seks als een hobby zouden kunnen zien, vergelijkbaar met een boswandeling.

Dit Leesvoer ging een onderling verband met elkaar aan en mijn reactie is dan: Er bestaan geen verschrikkelijke mensen, zij worden zo gemaakt door de omgeving waarin zij opgroeien en extreme religie kan daarin een grote vormende kracht zijn, Rob Mutsaerts laat zien dat religie dus een heel onderdrukkende en kleinmakende kracht kan zijn onder het mom van de vrijheid van meningsuiting en levenservaring en goed luisteren naar je eigen verlangen om in een warm licht  te leven, kan leiden tot een vrije en open houding rondom het beleven van seksualiteit en erotiek dat doet groeien en bloeien.

Leeftijd en leefomstandigheden bepalen wie je kan worden: de Syriër die bruut moordend geweld heeft gepleegd is 20 jaar, komt waarschijnlijk uit een oorlogssituatie, vindt houvast in zijn religie en is ook slachtoffer van de wreedheid die er in de wereld is... Zoals verkrachters en sexueel misbruikers dat vaak zelf zo in hun jeugd hebben meegemaakt. Wat kan er tegenover deze gitzwarte werkelijkheid staan? Geweld roept geweld op. 

Alles begint met het veroordelen van dat wat anders is dan jij kunt begrijpen. Je legt het terzijde, je wilt er niks mee te maken hebben, je meent dat je eigen waarheid en werkelijkheid de enige echte en goede is... Maar wat nu als de menselijke ervaring oneindig gevarieerd kan zijn, en dat ís deze ook, kijk naar alle culturen en leefwijzen op deze wereldbol. Dan blijft er maar één activiteit over, een dienst die elk een ander kan bewijzen en geven: Light a Light. Zet de ander in het licht, behoedt en bescherm en vaak is dat alleen maar mogelijk door je eigen oordeel op te schorten. 

En zo kwam ik als vanzelf op dat liedje van Janis Ian met deze titel. Dat liedje gaat al met mij mee sinds mijn puberteit: Toen als een aansporing van een nog te vormen levenshouding. Ik heb er vast ooit eerder over geblogd, dacht ik, dat kan niet anders. Ik typte de woorden in, ja het klopte en ik kwam tegelijk op tal van andere blogjes door mijn eigen tijd heen, waar het woord light in voorkomt. Ik zie Ianis Ian nu een deel van het liedje zingen, langzaam met een gitaar, haar donkere haar is wit geworden, het klinkt nu meer als een vraag, op rijpe leeftijd na zoveel levenservaring. Het is uiteindelijk het verlangen en de vraag van een ieder: geliefd worden: Bring me back home again.

donderdag 12 november 2020

Komen en gaan

Het is zeven uur in de ochtend en nu staat de maan als een dunne sikkel, een afgeknipte vingernagel, voor het keukenraam te schijnen. Voor het eerst volg ik de bewegingen  van de nachthemel. Bij volle maan komt deze vroeg in de avond op, zoals de ochtendzon, rechts van het keukenraam en maakt deze een gang door de hemel om in de ochtend te verdwijnen, net als de avondstond, diagonaal aan de andere kant. Dit sikkeltje was tot in de nacht helemaal niet te zien.

Ik zat door het gat van een deken, die ik tot en met mijn hoofd om mij heen had geslagen te kijken naar de sterrenhemel. Tot nu toe heb ik de Grote Beer nog niet gezien, maar nu heb ik het vermoeden dat de grote eik pal voor mij, het uitzicht brak. De boom wordt nu kaler en ik meende de Grote Beer te ontwaren, alleen staat die dan zoveel dichterbij dan dat ik het ooit gezien heb en er fonkelen zoveel sterren dat ik mij afvraag of ik die nu zelf zit samen te stellen.

Sterrenkijken geeft mij een oergevoel. Te denken dat mensen dit altijd gedaan hebben en dat door de eeuwen en eeuwen die zelfde sterrenhemel de wereld omhult. Zonsopgangen en -ondergangen blijven natuurlijk ook altijd de mensen intrigeren, ik zie nu de romantiek van de schilderijen van Casper Friedrich David voor mij: die mensen (tja, het zijn mannen bij hem...) die op de toppen van heuvels de verte inkijken.

Is dat nu troostend? Dat er een wereld, een aardbol is waarop de generaties van mensen zijn gekomen en weer zijn gegaan?... Ik weet het niet. Je wilt niet gaan, tenminste de meeste mensen niet. Maar je bent verplicht om je te verzoenen met het lot van je eigen sterfelijkheid. Hoe doe je dat? Ik weet het niet. Ik roep altijd dat ik bést wel onsterfelijk zou willen zijn... ja, zelfs al moet ik dan afscheid nemen, elke keer weer, van dierbaren. Mijn huidige ervaring is nu al dat er altijd en overal mensen zijn waarmee je je kunt verbinden. En dat zo’n verbond altijd al, vanaf het begin, sterfelijkheid in zich meedraagt: alleen in je eigen geest leeft alles voort. Ik weet niet of deze geest definitief dooft bij het sterven van je eigen lichaam, wij weten nog zo weinig, niemand begrijpt en kan vatten hoe gevoelens van dankbaarheid en liefde er zomaar kunnen zijn, een ervaring dat het leven een geheim is. Hoe in de diepste wanhoop er iets kan zijn dat je eruit tilt, licht om je heen, een warme omarming, alsof je op handen gedragen wordt. Niemand begrijpt de ervaring dat de doden soms als zo nabij kunnen aanvoelen...

Gisterenochtend luisterde en keek ik als een van de eerste muziek naar Khatia Buniatishvili die op de piano van Schubert het Impromptu nr 3 in G flat major speelt. Zo mooi, die mengeling van verlangen, afscheid en aankomst inéén. Gedurende de dag luisterde ik nog een keer. Laat ik vandaag de dag daar ook maar mee beginnen. Het maansikkeltje is ondertussen verdwenen in wat Homerus noemt: de rozevingerige dageraad.

woensdag 11 november 2020

De lendendoek van God

Gisterenochtend maakte ik een lange wandeling door een mistig en heiig bos. Een aparte sfeer waar de geel-bruin-oranje kleuren, gemengd met vlagen groen van de loofbomen, te samen met het donkere groen van de dennenbomen als warrige vlekken door het grijs schemerden. Ik kwam er drie mensen tegen en verder niks. Ook nu is mijn uitzicht besloten, het in zich zelf gekeerde oranje van de berkenboompjes aan de rand van het bos en het bruine tapijt van de eikenbomen, het groene gazonnetje dat ik gisteren leeg geharkt had, maar de blaadjes dwarrelen nu af en toe rustig naar beneden en zetten de wit-paarse bosviooltjes op het grijze terras in een groffe herfstconfetti.

Verkwikt kwam ik thuis en ging in de bijbel lezen: de profeet Jeremia. Eerder las ik de profeet Jesaja, wellicht de beroemdste: daarin staat het vredesvisioen dat lammeren en leeuwen te samen grazen en daar wordt een vredestichter aangekondigd: dat zal Jezus zijn. De christelijke traditie baseert zich op deze profeet: dat God zich al heel lang geleden heeft aangekondigd en zijn belofte reëel heeft gemaakt. Toen viel het me al op dat deze positieve werking van God, als nabij en liefdevol en ondersteunend, hoogstens een achtste van het boek beslaat, want verder wordt in beeldende taal verteld hoezeer God de mensen straft en onheil over het land brengt omdat ze in zijn ogen zijn afgedwaald.

Bij de profeet Jeremia is het niet anders: de beelden van vergelding, straf en onheil zijn ‘bloemrijk’ en dat leest een beetje zoals wanneer ik naar plaatjes van Wonder Woman kijk,wier motto ook is, dat ze liever niet ten strijde trekt en vernietigt,  maar niet anders kan, als het kwaad de wereld wil overnemen. Maar bij Jeremia lichten er ook beelden op die te midden van al dat straffende geweld misschien extra opvallen door de zachtheid: De levende God heeft jou geplant, God kent je, ziet je en proeft je hart en heeft met kracht en wijsheid de wereld gegrond; de  Ene (God) die vriendschap zoekt, Israël als een  bruid die hij wil liefkozen...

Met het oog van de discussie die gisteren opvlamde rond minister Slob en de vraag of een school een verklaring van ouders mag vragen, waarin zij homoseksualiteit afwijzen omdat dit niet mag van God, snap je met al die vanzelfsprekende verwensingen waar beide profeten voor het overgrote deel mee komen, wel waarom het zo vanzelfsprekende, letterlijk, is geworden dat in naam van de godsdienstvrijheid al die gelovigen met zo’n gemak namens die Ene, God, denken te mogen en kunnen spreken. Iets in hen, zal wel de beleving hebben, dat zij ‘profetisch’ spreken en het lot van profeten is ook dat zij niet gehoord worden. 

Maar er was een beeld bij Jeremia in hoofdstuk 13 dat bij mij heel erg binnen kwam. De Ene, God vraagt om een lendendoek van linnen te kopen en die om je lendenen te leggen en die niet in aanraking met water te laten komen. Dan draagt hij op om deze lendendoek te verbergen in een donkere spleet van een rots. Na verloop van vele dagen vraagt de Ene, die lendendoek weer op te halen. Wat blijkt: deze is helemaal verrot. Zo is de kwaadwillige gemeente die weigeren te luisteren naar God, ze worden als een lendendoek die nergens meer voor deugt. En dan vergelijkt die Ene, God zich met deze lendendoek, hoe hij zich met de mens verbonden heeft: Zoals de lendendoek gekleefd zit aan de lendenen van een man, zo heb ik aan mij gekleefd heel het huis Israël en heel het huis Juda. 

Wat kan dit betekenen in deze huidige tijd? Ik associeer de lendendoek met datgene wat ten zeerste bij je hoort, jou kleedt en je intiemste delen beschermt: het huis waarin jouw identiteit woont. Zoals ‘homoseksualiteit’ een onvervreemdbaar deel van iemand is. De Ene, God wil niet dat je dit verbergt en in een duistere rotsspleet legt, dat het door vocht aangevreten kan worden en verrot. Hij verwacht dat je de droge doek om jezelf wikkelt en zo zal God nabij zijn. 

Alleen zó kan het spreken van profeten ook werkelijk profetisch zijn en verwijzen naar vrede en gerechtigheid voor een ieder. Dan is God, de Ene,  de stem die diep in jezelf kan klinken: je bent niet alleen, er is een verbond met je gesloten, je kan op weg gaan. Dan kom ik toch weer uit bij dat liedje van Joan Baez ‘God is God’ die exact mijn godsgeloof bezingt en waar ik dan ook kan geloven in profeten: I believe in prophecy, some folks see things, not everybody can see...