donderdag 10 december 2020

RundumHause

Nee, dat is niet fijn dat de besmettingen weer aan het oplopen zijn, niet alleen in Nederland, maar ook in Duitsland en Japan... enzovoort. Ik heb grote  boodschappen gedaan bij de Appie in Beekbergen zo dat ik het met wat creativiteit, behoudens vers-artikelen en brood, wel tot in het nieuwe jaar kan uithouden, mocht er een derde corona-golf komen. Een van mijn referentiepunten zijn van die 'kluizenaars' die in de wildernis wonen en dan om de zoveel maanden in de bewoonde wereld hun voorraad aan boodschappen doen.

Je moet toch wat. In mij bestaan er gelukkig verschillende persoonlijkheden, want een massa aan mensen vind ik ook mooi. Daarin opgaan en je mee laten nemen. ik denk nu vaker terug aan de lente van 2018 in april in Londen op de warmste dag die er ooit gemeten was: het hele parkje in Soho, elk stukje gras tot de decimeter tijdens lunchtijd bezet. Dat weekend werd de jaarlijkse marathon dwars door de stad gelopen, ik had er geen idee van hoe dat ging, wel dat hele stukken straat waren afgezet, dus ik volgde de massa. Ik liet me ongeveer fijn drukken in de metro en daar waar iedereen eruit stapte deed ik dat ook. Ik kwam bij Canary Warf uit, schuifelend en  alle marathonlopers liepen voorbij en dezelfde massa stroomde weer weg, de metro in. Dus ik ook. En er vervolgens weer uit. Dat bleek bij Buckingham Palace te zijn, bij het eindpunt en zo kon je de hele horde marathonlopers nog een keer toejuichen. 

Wat lijkt dat lang geleden... Ook Bali in maart, dat ik daar hetzelfde concept volgde: mee met de massa achter de Barong aan, een gang langs de traditionele ommuurde huizen en door de oude dorpsstraten en toen zelf wel al een shortcut weten omdat ik wist dat de optocht langs het huis zou komen, waar ik overnachtte.

Ik keek voor de tweede keer naar de film Eat Pray Love, ook omdat dit het wachtwoord was van de wifi bij Gusti Koko en als iets zijn motto is, dan dat: ook nu zie ik hem op Instagram samen eten met vrienden, in de familietempel in tempelkleding bidden en heel erg van zijn dochtertje, zijn auto en van Bali houden. Dan rijdt hij in zijn auto, vlakbij zijn huis soms, ik heb er langs de weg gewandeld. Dan lijkt het weer niet ver weg. In de film bezoekt Julia Roberts, die Elizabeth Gilbert speelt van het gelijknamige boek, een genezer op Bali die haar een voorspelling doet en dan zit zij in het begin van de film en het einde, net zoals ik dat zelf deed bij de schilder vlakbij, op de grond in de binnenplaats te praten

'Eten' leert zij in Italië en 'Bidden' in India in een ashram. En ik zag mezelf weer op de grond zitten, lijf aan lijf tussen mensen in de tempel van Mahabalipuram en veel serener en meditatiever zou je kunnen zeggen bij het graf van Sri Aurobindo en The Mother in Pondicherry. 'Zomaar tussen de mensen, één van die mensen'... Ik ben heel blij dat ik dit allemaal heb meegemaakt. Hier in de bossen komt het voor dat ik dagen lang nauwelijks een mens zie... Héél Corona-proof...

Ik kijk nu graag naar films uit India om me snel te transporteren naar aldaar. De ook wat hilarische film Toilet is daar heel geschikt voor, vooral om de details: het bekende soort van servies, stopcontacten, ventilatieroosters, huizen, uithangborden, oranje bloemkransen, wierookvaten.  Een vrouw wil een modern westers toilet hebben in het traditionele dorp waar zij naartoe moet verhuizen.  En nu kijk ik naar A Suitable Boy in zes episodes dat zich afspeelt in de hogere middle class van India. Héél levendig kwam het oudere echtpaar in Chennai mij voor de geest, waar ik een kamer huurde via Airbnb, hun dochter die computerdeskundige was in Bangalore, deed de bemiddeling op internet. Hoe bijzonder het was, dat zij mij twee nachten cadeau wilden doen omdat zij te doen hadden met mij omdat ik waarschijnlijk een héél hoge boete zou krijgen als ik India weer zou gaan verlaten. 

Voorlopig dus voor niemand nu, nog reizen naar het buitenland. Zoals vroeger natuurlijk maar weinig mensen, alleen The Happy Few zich een trip buiten de eigen omgeving konden veroorloven...In de wijkcentra was het in den beginne, vanaf zo'n dertig jaar geleden dus, een standaardgrapje: Waar ga jij heen met vakantie? O. ik verheug me er erg op, ik ga dit jaar naar RundumHause. Wie het niet meteen doorhad en dan vroeg: O waar ligt dat en is het daar mooi?, kon dan verhalen verwachten dat er héél veel was te zien en te beleven. Waar?... Daar doen we het nu allemaal mee: Rondom het huis.

woensdag 9 december 2020

Dagnotitie (2)

Het heeft wel wat, de dichte mist en tussen het grijs-wit de donkergrijze contouren van de bomen. Ook hele kleine takjes en twijgjes  tekenen zich ragfijn uit. Het maakt alles zo speciaal stil. Vergelijkbaar na sneeuwval. De wereld zonder kleur in zwart-grijs-wit, zonder lichtval ook, alles wordt tijdloos.

Hier leef en adem ik dan, in deze natuurlijke cocon. Ik weet niet waarom dat fijn is en hoe het komt dat dit je ook alert en helder maakt. Het is voor mij een reden om in de bossen te willen vertoeven. Geen anderhalve meter-samenleving, geen mondmaskers: Hier. 

Het Georgische lied blijft bij mijn stemming passen. Nu zie ik twee mannen voorbij komen Georgian Polyphony, de ene met een baby op zijn arm. Als ik nog een keer wil kijken duurt het even voordat ik ze weer terugvind. Je verstaat er niks van, maar ik hoor ze, ook de tweede keer, almaar naar de baby zingen: Laat het je goed gaan, het leven zal je op de proef stellen, maar laat het je goed gaan...

dinsdag 8 december 2020

Paviljoens in Beijing. A beautiful noise

Gisteren zocht ik naar een ander woord voor ‘muziektent’ en ik kreeg ‘muziekkiosk’ aangereikt, gebruikt in het Limburgse. Maar voor mij riep het niet meteen de aha-erlebnis op, een kiosk is voor mij geassocieerd aan lezen; kranten-tijdschriftenkiosken die, geloof ik, uit het Nederlandse straatbeeld verdwenen zijn. In Venetië kijk ik graag naar een kiosk, die bij een drukke doorgaande weg gesitueerd is, vlakbij een brug. Ik ontdekte er een specifiek leven omheen: dat bijvoorbeeld tegen sluitingstijd een oude vrouw er altijd een krant kwam kopen, dat een hondenuitlater altijd een praatje maakt, dat er een jongen was van de winkel ertegenover die hij ging halen en die dan de honneurs waarnam en dan ging hij een blokje om, ofzo. 

Ik typte ‘muziekkiosk’ in en daar kwam ik alle synoniemen tegen. ‘Muziektent’ is er eentje van en daar was dan het woord dat ik zocht: Muziekpaviljoen. Op Wikipedia is te lezen dat het verschijnsel in Europa sinds de 18e eeuw een opmars maakte en waarschijnlijk geïnspireerd zijn door de Chinese paviljoens. Dit triggerde een stroom van herinneringen uit de maand dat ik in Beijing  was, dat was in 2006, twee jaar voor de Olympische spelen, maar de voorbereidingen waren in volle gang. O.a. door de oude Hutongs te slopen, de volkswijken vol kronkelige straatjes en openbare wc’s. Ik had er een fiets gehuurd, was er onzichtbaar door mijn Chinese uiterlijk, een verrukking was dat, eigenlijk voor het eerst geen enkele extra blik op mij. Ik drong al fietsend dus diep in de hutongs door: op kleine overdekte marktplaatsjes, langs vogelkooitjes makers, mensen die op de stoep mahjong speelden, plantjes water gaven die in oude blikken gekoesterd werden. Toen ik een paar weken later nog een keer wilde kijken als afscheid, was de hele wijk wég, gruis en puin... waar waren al deze mensen nu gebleven? 

De avond eindigde ik vaak in een van de parken en tegen sluitingstijd liepen er wachters naast elkaar in een rij die zo het hele park schoonveegden. Wat zo apart was, is dat laatste uur van de schemering  er altijd iets van muziek te horen was. Soms waren dat Chinese snaarinstrumenten of zang of combinaties daarvan, ik zag niks en dacht dat het water van de grote vijvers het geluid zo ver liet dragen. Maar nu realiseer ik mij dat deze mensen waarschijnlijk in een van de vele paviljoens zaten die er overal waren: de ronde vorm van deze paviljoens zorgen voor een hele goede akoestiek, lees ik. 

Zo’n muziek-kiosk/tent/koepel/kapel/paviljoen, allemaal synoniemen, is dus een plek van samenkomst, een klankkast, letterlijk en figuurlijk. Fijn overdekt ook, bij een regenbuitje. In de ochtend was het er ook altijd druk, er werd met  grote penselen met water gekalligrafeerd, aan tai-chi gedaan en in de avond werden er bomen geknuffeld, je ziet mensen achterwaarts lopen, om de tijd als het ware stil te zetten en te hernemen, en er werd een muziekboxje ingezet en dan was er  ineens een ball-room dansles omheen. Ik had een keer vlak van te voren een kleine tempelbel met een stokje bij een muziekwinkel gekocht. Als je tegen de rand met het stokje gaat veroorzaakt dat een zoemende klank, meditatief, zoals bij een klankschaal. Ik was wel benieuwd hoe ver het geluid droeg en ging ermee op een heuveltje staan in het park. En toen zag ik voorbijgangers al in de verte opmerkzaam worden en kijken waar het geluid vandaan kwam. Een aparte ervaring.

Na sluiting van het park fietste ik, al in het donker en de allengs weinig wordende straatverlichting naar mijn hutongwijk, waarvan het dus de vraag is of deze er nu nog is, en dan ging ik naar een klein restaurantje een paar hoeken van mijn slaapplek vandaan. Dan kon ik bij het eten een Chinees biertje erbij nemen omdat ik niet meer alert  hoefde te zijn over de juiste weg terug vinden. Zij bleven open zolang er klandizie was en helemaal op het einde, al tegen middernacht kwam er vaker een groepje heel modern geklede, rijke Chinese jongeren; nog een hapje eten voor of na het uitgaan, schatte ik in. Op het einde kwam ik erachter, dat de familie die het  tentje runde, van opa die groente sneed, tot oma en moeder in het keukentje en dochters in de bediening en nog zo wat jong grut eromheen, zij allen sliepen in dat kleine restaurantje, door alle tafels aan een te schuiven; een deel sliep bovenop de tafelbladen,  een deel op de grond.

O! Het leven in zoveel variaties. Dat nu overal stilstaat, in deze Coronatijd. Dat het weer mag komen... mee en onderdeel zijn van alle muziek die het leven maakt. Neil Diamond noemt dat in een liedje: A Beautiful Noise. 

maandag 7 december 2020

Muziektent en Stromae

Mijn eerste pakjesavond buiten de familie vierde ik bij de familie van H. Zijn stiefvader was de leider van de plaatselijke drumband en ik maakte een dorpspleintje met muzikanten van wc-rolletjes met in het midden een ronde open ‘muziektent’, hoe heet dat ook alweer, het heeft toch een aparte naam,  zo’n verhoging waar plaats is voor het optreden van een fanfare, of vergis ik mij? Ik fietste op deze pakjesavond door het centrumpje van Hoenderloo, waar in het parkje ook zo’n ijzeren podium staat en vroeg mij ineens af of het deze was geweest die de inspiratie was voor die surprise.

Want H. woonde in een dorpachtige setting en de enige en eerste referentie daarvan is voor mij Hoenderloo. Ik wil nog altijd gaan vragen of de beroemde plek IJs van Co, die adverteert met ‘het lekkerste ijs van de Veluwe’ waar door een doorgeefraam  in een oud woonhuis of winkel, het ijs verstrekt wordt, altijd lange wachtrijen, maar nu vanaf december gesloten,  er meer dan een halve eeuw geleden frieten verkocht werden. Het kan bijna niet anders en ik vind het zéér verbazingwekkend dat ik met het wonen in mijn boshuisje zó erg naar mijn  ‘roots’ terug ben gegaan. Dat was geen bewuste handeling. 

Ik werd wakker met het liedje en de beelden van het liedje Papaoutai van Stromae en dacht erbij aan een anekdote van Broer, wat toen net gebeurd was. Zijn dochtertje V. kon nog niet praten en alleen maar kruipen, hij was zijn tandenborstel kwijt en riep hardop: Hoe kan dat nou, waar is die gebleven!? en toen kroop V. naar een opbergdoos voor tijdschriften op de vloer en daar bleek de tandenborstel in gevallen te zijn. Dus een baby begrijpt en ziet al dingen zonder dat het eigen taalvermogen al actief is. V. heeft de eerste maanden van haar leven in Afrika gewoond, haar heupjes werden soepel gemaakt door voorzichtig haar bekken te draaien, een Afrikaanse gewoonte. 

De videoclip van het  liedje van Stromae heeft iets surreëels en speelt zich af in Afrikaanse sferen, een entourage die kennelijk mijn droomleven is binnengekomen. Het liedje gaat ook over vaderschap, de clip is lief en droomachtig en ik zal gezien de surprise, indertijd vast wel de stiefvader getrokken hebben. Of mijn brein een verband heeft gemaakt tussen deze Sinterklaasherinnering en Stromae, geen idee, ze delen wel iets muzikaals. 

zondag 6 december 2020

Boomstammen in gras. Georgisch lied.

Ik weet niet of het wel zo ‘verstandig’ is om in tijden als deze zó vaak in het familiepark De Hoge Veluwe  te komen, schoot door mij heen terwijl ik aan een picknicktafel op de familieplek mijn boterhammen en thee tot mij nam. Nog geen twintig meter van mij af, stond vroeger de Simca en dan kwam ik van de zandheuvel af om onder een broodje te halen. Ik was in het dagelijkse leven degene die mijn broertjes naar school bracht en ‘moederde’ dus een beetje, maar daar bij het hutten bouwen was ik totaal ondergeschikt aan hen. Ik mocht takken zoeken en graven op hun aanwijzingen, zij waren de huttenbouwers.

Een volkomen klassiek rolverdeling dus, maar kennelijk was er voor mij al doende genoeg te dromen en te fantaseren, ik had het lezen nog niet uitgevonden. Maar wellicht later toch wel?...  Ik zie toch ook de paarse deken voor mij en vanaf lighoogte mijn ouders op campingstoeltjes lezen. Misschien was dat weer jaren later toen zusje mijn rol overnam van assistente en op haar beurt weer moederde over het zusje onder haar? En zo heeft ieder in een gezin eigen ervaringen en herinneringen..., en ben ik in dat gezin die oudste geworden die als eerste puber almaar ruzie maakte met de ouders...  Zij weten niet dat in die ruzies ik vooral ook weer moederde over hen: ik wilde niet dat er dezelfde fouten richting hen werden gemaakt, fouten die in dubbele boodschappen richting mij zowel bevestigd als ontkend werden, vandaar al die ruzies. Ik leerde er iets over vergeefsheid van taal en de helderheid van de stilte die een eigen grote leefruimte creëert.

Welaan dan, het was wel weer genoeg gemijmer. Natuurlijk ben ik heel blij met dit grootste aaneengesloten natuurgebied dat Nederland rijk is, en dat nu zowat mijn achtertuin is. En ik zie het in totaal andere gedaanten ook, omdat het vroeger in die tijd, alleen de autoweg was waarmee het park doorkruist werd.Met de fiets en ook te voet, wat vast ook nog komen gaat, is eigenlijk het grootste deel van het park nieuw; de jeugdherinneringen zitten vast aan enkele plekken.

Ja, zoals ook aan het Kröller-Müller museum; maar ook hier ontstaan nieuwe belevingen. Aan de drie schilderijen die ik eerder ontdekte;  De Treurende Man, de Postbode en de Vier Zonnebloemen, die ik ook nu weer uitgebreid bekeek en die me nu welhaast in verrukking brengen, heeft zich een vierde gevoegd: Boomstammen in gras. Tot nu toe, bij vluchtige aanschouwing, een lente-schilderij, voorbode en verslaglegging van een nieuw seizoen van bloei en een warme zomer. Nu pas zie ik dat hij het schilderde in het laatste jaar van zijn leven en dat voel je ineens als je vlak op het doek staat en ziet dat het ook met dikke, vaste klodderige verf , steeds opnieuw erin wroetend, geschilderd is: dat gras en de paardenbloemen... Terwijl de twee boomstammen juist krachtig en gedecideerd, als twee peilers erop zijn afgebeeld, zonder enige twijfel. Van Gogh beeldhouwt met verf of misschien is het eerder zo dat de verf de directe materialisatie is van zijn gemoed. 

Het is opnieuw die mengeling van allerlei soorten emotie, die ik in de doeken van hem ervaar met daarin een diep ontzag en liefde voor de natuur en de mensen die er soms totaal in verdwijnen. Tegelijk zijn de portretten niet louter afbeeldingen: ook daar lees je emoties zoals spanning, berusting, laconiek-zijn enzovoort...en in zijn zelfportretten met alleen zijn gezicht centraal , in de latere ook iets van waanzin en wanhoop...

Ach het leven... nu voor de hele mensheid ook in onzekere en onduidelijke tijden...Het bericht kwam dat de boekenclub niet door kon gaan omdat eentje in quarantaine moet en wellicht ook positief getest zal worden omdat er wel al klachten zijn. Ik kon er vannacht niet van in slaap komen, er is zoveel lijden... Vanochtend komt er weer een prachtig lied uit Georgië tevoorschijn: Kutaiso Chemo gezongen aan een volle dis, waar sommigen gewoon blijven dooreten en anderen luisteren. Tegelijk rommelig en zo mooi, zoals het leven kan zijn. Ook dat:  samen eten, drinken en zingen en luisteren bepakt op elkaar,  kan nu niet geschieden in Georgië... Er zit niks anders op om dit alles in je geest te cultiveren en bijeen te houden met een voortdurende aanwezige blik, vanzelf zonder eigen krachtsinspanning, de blik op het gezicht van de vrouw die de gitaar bespeelt: ik hoop dat dit mogelijk blijft... desondanks, iets wat van heel diep kan komen: een glimlach. 

zaterdag 5 december 2020

Zout van aarde en zee

De zin die vanochtend pregnant mij onder de neus geschoven werd, letterlijk met mijn iPad op mijn borst, liggend in bed, is er een van de conceptuele kunstenaar Lawrence Weiner. Mij wel bekend omdat hij op elke Documenta of Biënnale waar ik was, wel aanwezig was en zo ook in veel musea moderne kunst : hij formuleert heel korte zinnen, die dan in de beeldende uitvoering: door lettertype, grootte en plaatsing een extra laag aan zeggingskracht verwerven. Een werk van hem dat dan door de curator ofzo gekozen is, past dan precies bij het thema en de sfeer van de tentoonstelling of het museum.

Deze zin past wel precies bij mijn stemming van nu: 

THE SALT OF THE EARTH
MINGLED WITH THE SALT OF THE SEA

In de Bijbel, in de Bergrede van Jezus (Mattheus 5:13), zegt deze dat mensen het zout van de aarde zijn. Zonder zout is alles smakeloos en zout conserveert ook:  hoe essentieel kunnen mensen de aarde bewoonbaar maken en houden... Wij proeven ons eigen zout in onze tranen en transpiratie en het is dus ook gemengd, vaak, met verdriet en inspanning. Maar ook met verlichting: door te zweten verkoelt ons lichaam ook en tranen zijn ook bevrijdend, alsof alle emotie ergens heen kan gaan.

Misschien naar de zee, of in het beeld daarvan, dat ook een metafoor is van het leven zelf: er kunnen bronnen van levend water in je stromen, maar al het water stroomt uiteindelijk naar de zee en wordt daar in opgenomen. En de zee is vanuit zichzelf zout en, om in het beeld te blijven, misschien wel omdat het alles wat des mensens is, in zich heeft opgenomen... en zo mengt altijd het zout van de aarde zich met het zout van de zee...

Er zijn veel liedjes met dit thema, waar de rivier naar de zee stroomt, zoals een volksliedje uit Amerika: The river is flowing en in de cult-film 'Easy Rider' komt het thema ook voor. Maar ik hoor vooral het liedje van het kerstalbum van John Denver en The Muppets, die decennia lang bij mij rondom de kerst op de draaitafel lag. John Denver zingt het daar met het neefje van Kermit, zo’n jonge, groene stem: When the river meets the sea... Terwijl ik dit typ zie ik ineens mijn neefje T. voor mij, die per se kikkervisjes uit mijn vijver mee wilde nemen naar huis.

vrijdag 4 december 2020

O, Magnum Mysterium

Ik word wakker uit een droom: ’Waarom loop jij op blote voeten in een droom in Afrika? Vertel mij dat Mirjam’, zeg ik tegen mezelf in de droom terwijl ik naar mijn voeten in het zand kijk. Ik heb een pelgrimsstok bij mij met in het midden een flinke ronde bocht, maar ik weet dat deze toch ondersteuning geeft.  Om mij heen zijn twee velden waarover ik mij verwonder: vol met ronde hele grote  keien met de grootte van rotsen, in de kleuren wit, grijs en beige, zoals bij een hoogpolig tapijt vlak tegen elkaar aan, zoiets heb ik nog nooit gezien.

Achter mij zijn mensen op het land en hun vee, voor mij loop ik tegen de omheining aan van een groot houten huis, lichtgrijs zoals teakmeubelen kunnen worden, verweerd door de zon. ’Ik weet dus dat ik droom’, denk ik nog, vlak voordat ik wakker word. Ik weet ook dat ik langs het huis kan lopen, linksom. Mijn voeten  zijn tegelijk ook niet mijn voeten: ze zijn donkerder van kleur, negroïde dus, en ze zijn verweerd met dikke eeltzolen, van iemand die haar hele leven lang op blote voeten heeft gelopen.

Maar ik weet het antwoord niet, waarom ik dit droom... En ook niet waarom ik mezelf deze vraag stel... Ik kijk maar eens op YouTube, de laatste keer dat ik zo apart droomde over tuinman Janus in de kloostertuin, kwam ik uit bij een filmpje van een Afrikaanse vrouw in een moestuin, die zong. Alsof de droomwereld en het net ontwaakt zijn in de werkelijkheid een onbegrijpelijk verband met elkaar aan waren gegaan. 

Nu komt ik uit bij Ola Gjeilo: Serinity, O Magnum Mysterium. Omdat het grijze licht en de suggestie van een stoffige weg van het beginbeeld precies de sfeer is van de droom waaruit ik kwam. Het filmpje zit vol kleurige beelden, sommigen erg gefotoshopt, van allerlei droomachtige plekken waar je terecht kan komen, er zijn ook stadsbeelden bij. Hier laat ik het bij; ik sta op.