zaterdag 16 september 2023

Feest op de boerderie

 In mijn boshuisje krijg ik niet genoeg van de stilte en het groen om mij heen. Waar kijk ik dan naar, wat hoor ik? Aan de oppervlakte lijkt alles lang gelijk. Bomen groeien langzaam, zo heel anders dan dat wat je in een moestuin meemaakt. Ik ben weer op de boerderie en ervaar de hele explosie van kleur en verandering weer op een andere wijze. Dát, waar je welig onkruid gewied hebt, de volgende ochtend daar ineens pietepeuterige sprietjes van een peterselieplant staan. Dat de ene dag je geen enkele komkommer ziet en de volgende dag een bloem alweer tot een ienie minie stekelig komkommertje is gemetamorfoseerd. Dat je in de avond wat sla oogst en het er de volgende ochtend weliger, met verse slablaadjes,bijstaat dan dat je het achterliet. Dat een dauwdruppel in de ochtend even fonkelt als een diamant nabij de rulle aarde.Rode bessen spinnen fijne draadjes en hechten zich aan wat takjes, om zo hun gespikkeld rood te vieren. Het bos om je heen is traag en langzaam, laat zich licht, wind, regen welgevallen, maar de moestuin is gretig en grijpt haar kansen.

Dus ik geniet hier van kleur en vorm en geur. De grote eikenboom is langer getuige van haar omgeving, want ouder, dan de eikenboom voor mijn huisje die elke dag mijn bedoeningkje overziet. Dat deze tuin in de winter een kaal en bar land is en dan, door menselijk toedoen in vier maanden tijd uit de voegen barst van groenten, bloemen, gewas, dat maakt toch ook vrolijk over de menselijke potentie en alle potentie die er in elk zaadje verstopt ligt.
Dus, welaan dan, ik vier hier het feest van de pompoen, de courgette, de aubergine, de paprika en de kool, de rozenbottel, de tomaat, en nog veel meer vriendjes. En de bloemen. Hoera! 
Hoera!

donderdag 14 september 2023

9/11 en daarna


Het is echt des mensen om symbolen te creëren. Om dus betekenis te geven aan alles wat ons omringt, wat  we meemaken, wie we zijn. Het symbool zelf tilt je dan uit de grauwe dagelijkse werkelijkheid en het vult je met belofte en hoop.En je denkt of ervaart dan ook even dat je gedragen wordt. Al is het maar door de gemeenschap van mensen om je heen, die datzelfde ervaren. En sommigen halen daar dan ‘God’ bij. Dat hoeft niet. Het woord ‘God’ is voor mij dan het ultieme symbool van de liefde, de creativiteit, de daadkracht die er in elk mens besloten ligt. Dit is natuurlijk wél een prachtig symbool: dat op de 22ste herdenking van de Twin Towers op 9/11 er een dubbele regenboog over New York verscheen.

Dit is ook een mooie project: Elk jaar op 9/11 wordt deze dans voltrokken voor het Lincoln Center, door het Buglisi Dance Theater. De dans is als een ritueel en elk ritueel is óók een handeling die een overgang bewerkstelligt tussen het gewone en het bijzondere, je gaat er een grens over en over die grens ontdek je nieuwe betekenis. Deze dans duurt ongeveer drie kwartier en het heet: The Table of Silence Project. Het beoogt om mensen van alle windrichtingen, culturen en religies met elkaar te verbinden. Wij horen als draden bij elkaar; het gaat over veerkracht en het doel om in vrede met elkaar te leven. Heel inventief vond ik dat elke danser op de rug een bordje bij zich bleek te dragen, die degene achter haar eruit haalde en je zo samen kunt eten. Voedsel is er voor en van iedereen. 
Ik denk nu aan die anekdote over het verschil tussen de hel en de hemel. Mensen zijn bij elkaar aan tafels vol heerlijke, geurige gerechten. In hun handen hebben ze lange vorken en lepels met lange stelen. Zó lang dat ze daarmee het voedsel niet naar hun eigen mond kunnen brengen: dit is de hel. Maar ze kunnen wel het voedsel oplepelen en opprikken en brengen naar de mond van een ander: Dit is de hemel.
 Er  was ook een werkelijke zegening midden in de dans, door twee Zen-monniken. Zen: de levensbeschouwing of religie van de Leegte, waar de nadruk ligt dat alle betekenis, alles wat écht is, aanwezig is in elke handeling, wanneer je het met aandacht doet.

En dan is dit een geweldige illustratie van dat wat in de Zen wellicht toch wat hoogdravend verteld wordt. Hoe met gezamenlijke inspanning, de aandacht van velen, elk met hun eigen specifieke know-how, een perenboom uit de as, de chaos, de verwoesting is gehaald en op dezelfde plaats weer is gaan bloeien en groeien.

maandag 11 september 2023

New York en 9/11


Ik heb nog altijd dagelijks mijn portie ‘New York’. Door het algoritme op Instagram komen er perspectieven bij. Zoals locals die hun favoriete plekken plaatsen, compilaties van indrukken, live-wandelingen en dan weet ik wat voor weer het er nu is. En dan zet iemand er een ander muziekje onder en kom je weer op een nieuw liedje met oude beelden uit 1947 en ik voel weer die kabels van de brug en dat voortdurende gevoel van vage opwinding dat NY mij gaf. 
Gisteren keek ik live naar een stuk van de herdenking van 9/11. Alle namen van de gestorvenen werden koppelsgewijs in delen uitgesproken door nabestaanden, die na het noemen van een reeks van namen, eindigden met de dierbare eigen overledene. Ook kinderen spraken en dan bijvoorbeeld over een dierbare oom, die ze nooit gekend hadden, maar een voorbeeld voor hen was. Huilende mensen ook, nog altijd. Weer viel mij de diversiteit aan mensen op, en dat ze er gewoon stonden, zoals zichzelf: sommigen in hun dagelijkse kloffie, anderen in pak en netjes aangekleed.

Er is de avond ervoor een Tribute in Light. Voor het eerst te zien een half jaar later en daarna jaarlijks. Er is ook weer aan gesleuteld. Aanvankelijk brandden ze de hele avond en toen bleek dat vogels en insecten daar last van hadden en zich te pletter vlogen in het licht. Dat kon de bedoeling niet zijn. Dus nu zijn er ‘rustpauzes’, dan is het weer even helemaal donker, hoog bovenin de lucht, en de natuur heeft zich daaraan aangepast. Wonderlijk toch, al die levende intelligentie om ons heen, die niet menselijk is.

Ik vond het er heel indrukwekkend, toen ik er een keer in de avond was. Het water dat overdag de diepte inklatert, was nu uitgezet. Dan voel je die afgrond ineens en de leegte. Twee keer de omvang van die Twin Towers, maar dan op exact dezelfde plaats, de grond in. En al die namen eromheen. De boel is dan ook afgezet, je kunt nu niet dichterbij komen, er loopt een wachter voortdurend rondom de omtrek. Het is er stil en stilte intensiveert.

Nog geen honderd meter verder, is er dan deze ‘vogel van licht’, de Oculus, deel van het nieuwe World Trade Center, met onder de grond de stations en kruisingen van vele metrolijnen. Zó is NY, zó geconcentreerd, elke keer anders. Dat iedereen op de avond voor 9/11 hetzelfde uitzicht heeft; die twee lichtkolommen die uit de stad verrijzen, het kan niet anders, dan dat dit ook zorgt voor verbinding.

 

zaterdag 9 september 2023

‘Indonesische’ paplepel

Dit lied bracht mij terug naar het hart van mijn kindertijd. Ik was het helemaal vergeten , maar ken het wel. Waarschijnlijk onbewust is dit de reden dat ik het zo heerlijk vind om hier in de terrasdeuren naar de regen en het groen te kijken, want die regels zitten daarin : Hujan rintik, rintik…De regen tikt en tikt. Ik zie Moeder die anekdote herhalen: hoe ze als kind in de warme regen speelde.Wat zit er veel heimwee en weemoed in dit lied, en het laat ook een tijd zien die voorgoed aan het verdwijnen is. Dit is de generatie Indo’s die Indonesië moest verlaten, maar alles daaromtrent hun leven lang nog koesteren, met name de Indonesische keuken. Mijn ouders zeiden telkens opnieuw dat zíj́, nee eerder wíj́ geen Indo’s waren. Wij hadden Indonesia met harde hand moeten bevechten, ons bevrijden van de Orang Belanda; de Nederlanders.

Ik zoek het volkslied van Indonesia op en realiseer mij dat ik dit eerder kende dan het Nederlandse volkslied, dat ik op de lagere school leerde en waarvan mijn ouders snerend zeiden: als je maar weet dat je geen druppel Nederlands bloed in je hebt! Bij het stadhuis met de klas gaan zingen werd daardoor iets dubbelzinnigs. Ik kon niet zomaar meegaan in de onschuldige feestvreugde, het vlaggetjes zwaaien met een vlag die niet mijn vlag was…Ik kan nu veel beter navoelen hoezeer mijn ouders het érg vonden, dat ik op 27 jarige leeftijd uiteindelijk toch de Nederlandse nationaliteit ging aanvragen. Hadden ze ons daartoe meegenomen naar Indonesia?… Ik was 16 jaar toen, en ja, toen ik er voet aan land zette uit het vliegtuig voelde ik werkelijk iets van : dit is de grond waar ik vandaan kom, hier hoor ik thuis. En dat ‘thuisgevoel’ blijft ook ergens in je stromen, het verklaart voor mij mijn reislust; alleen maar Nederlandse of Europese bodem voedt niet die ‘missing link’.

Het is bijna niet uit te leggen, hoezeer er ervaring met de paplepel bij je binnen wordt gegoten, zodat je zelf ook ervaart dat je minstens twee keer méér je best moet doen om gezien en gewaardeerd te worden, dat het inderdaad gewoon voor je is om altijd die onuitgesproken wolk om je heen te voelen van: Wat doe je hier, je komt niet van hier? Wie nooit gevoeld en ervaren heeft dat de kleur van je huid heel subtiel wel degelijk uitmaakt in de eerste contacten…je kunt het niet duidelijk maken, de witte andere denkt dat dit toch wel mee moet vallen. Maar het blijft toch: kleur uitleggen, aan iemand die kleurenblind is. En eigenlijk is het wrang, dat er een moment is gekomen, dat er nu ‘verlichte’ en ‘wakkere’ witte mensen zijn, die je trots kwamen vertellen, dat ze kleurenblind zijn. Ja, inderdaad, maar zo bedoelen ze het niet. Dát ze het zeggen, getuigt van het omgekeerde. Ze gaan staan op jouw schouders, geven zichzelf een compliment,  en gaan er als vanzelf vanuit dat jij hen affirmeert. Hoe fijn is het dan om ergens te zijn waar je niét opvalt.

Wát een opluchting en ook bevrijding, om in New York mee te maken, dat een ieder juist meteen begint over jouw kleur en waar je dan vandaan komt. Dit kan, omdat het adagio daar is, dat je iedereen kunt zijn en worden, ondanks je kleur. Wat tegelijk niet wegneemt, dat ik ook gezien heb dat zwarte mensen het wél moeilijker daar hebben, het is nog helemaal niet zó lang geleden, dat de segregatie er werd afgeschaft…
Het is allemaal een kwestie van die paplepel. Die bepaalt heel basale ervaringen als smaak, voorkeur; waar je zomaar zonder nadenken, warm voor loopt. 

vrijdag 8 september 2023

GoogleLens. Liefdesverklaring.

 Ja, je weet dat het écht een gevolg is van de klimaatcrisis: dat het in September 30 graden wordt. Maar het is niet anders, dat een andere laag in je het tóch als een cadeautje ervaart. Deze nazomerdagen, na alle regen in July en Augustus. Wat ik toen overigens niet erg vond. Ik kon wel denken: goed voor het grondwaterpeil. En het had wel wat: stromende regen én ondertussen met open terrasdeuren binnen het groene bos inkijken, met een hoofd vol New York ervaring. Ja, dit is een gigantische luxe…Maar je kunt je positie niet zomaar veranderen. Dat je hoort bij de paradijsvogels van de aarde. Dus ik kijk naar mijn bloemetjes in de ochtendzon in het bos, en ben blij.

Ik heb via een Finse blogger over comics (Analog Comics) een geweldig methode ontdekt, om alles wat je maar tegen komt direct in de vertaling te kunnen zien, de app heet GoogleLens. Ja, dan wordt je wéér meer gebonden aan Google, maar zo is het moderne leven, dus. Dit blog bestaat ook dankzij Google en via Google navigeer ik met gemak overal naartoe, in NY of hier naar de een of andere buurtwinkel of bezienswaardigheid. Ik had nog een comic: Mort Cinder; geschreven door Alberto Breccia en getekend door Hector German Oesterheld. Een klassieker in de wereld van de graphic novel, gemaakt tussen 1962-1964 en bijna niet meer verkrijgbaar. Ik vond het een keer, tot mijn verrassing, voor een héél zacht prijsje. En toen bleek het in het Pools te zijn, dus het bleef bij plaatjes kijken. En nu, door deze app weet ik allereerst dat de taal dus Pools is, want dat weet de app meteen en het vertaalt het ook meteen, ook nog binnen de voorgegeven tekstruimte. Ik probeerde het direct uit op iets anders: een busje Chinese jasmijnthee. En ja hoor! Wat geweldig. Je kunt het progamma ook nog downloaden, dan is het ook offline beschikbaar. Dus mocht ik nog eens ergens in Thailand of India zijn, dan is ineens de wereld van de letters ook toegankelijk geworden.

In dit boek, ook een klassieker uit 1950, als het gaat over verhalen die zich in New York afspelen, vond ik dé liefdesverklaring over NY, waarvan ik elk woord kan beamen. Uitgesproken door de hoofdfiguur, Holly Golightly en haar naam zegt het al: zij gaat licht en krachtig, vol humor en met een zekere naïviteit door het leven, als…gezelschapsdame?, of ook wel hoertje, in haar streven te vertoeven in de rijke upperclass van NY. De gelijknamige film heeft in de hoofdrol Audrey Hepburn, maar Truman Capote had Marilyn Monroe in zijn hoofd. Had voor mij beter gepast, want die heeft net meer gelaagdheid in haar ‘onschuld’. 
Waarschijnlijk spreekt haar liefdesverklaring mij ook aan, omdat zij het maakt terwijl ze vanuit Chinatown naar de Brooklyn Bridge wandelde en ik op mijn laatste dag, de omgekeerde gang maakte. Zij gaat naar Brazilië, ze moet NY uit, omdat ze zich,  per ongeluk dus, in de nesten heeft gewerkt en fantaseert dat ze haar kinderen, negen stuks, die ze vast nog krijgt, ooit mee terug neemt naar NY. 
Het was voor mezelf het moment dat ik op de Brooklyn Bridge ook dacht: hier kom ik terug, ik neem mezelf, als dat in de toekomst mogelijk is, weer mee, hier naartoe.En de woorden die daarbij hoorden zijn: “Because Yes, they must see this, these lights, the River - I love New York, even thoug it isn’t mine, the way something has to be, a tree or a street or a house, something, anyway, that belongs to me because I belong to it.”
Misschien is het een liefdesverklaring die altijd, voor van alles en iedereen mogelijk is. Daar waar je het gevoel hebt dat je erbij hoort, je wéét niet precies hoe dat in haar werking gaat of hoe het ontstaat. Jouw omgeving maakt, hoe vreemd en onontdekt ook, een vertaling naar jouw moedertaal. Dan kan er plotseling dat besef en die diepe ervaring zijn: hier hoor ik bij, hier kom ik thuis. 

maandag 4 september 2023

Uitje: Watergraafsmeer en Museum Tot Zover

Het leukst van een dagje-uit naar onbekend terrein, is dat je steeds verrast wordt. Dat lukt mij alleen al wandelend en met bus en trein, want dan is het doel (Museum Tot Zover in Amsterdam) een schakel in die hele dag. Met de auto over de snelweg, maak je niks mee van de omgeving. Nu kwam ik op de heenweg Bloementuin van Darwin tegen, een paradijselijke oase bij het Darwinplantsoen in de Watergraafsmeer. In 1952 ontworpen door landschapsarchitect Hans Warnau, een naam die klinkt uit het verleden. Woonde hij niet in een prachtig huis met zelf gerestaureerde poppenhuizen? 

Het museum zelf was klein, maar fijn, en gaat over rituelen in verschillende culturen en religies rondom de dood. Ook kunstenaars geven er hun stem. Klaas Gubbels, die zijn vriend Armando eert; zijn koffiekannen passen bij de Nederlandse gewoonte van koffie met cake na de uitvaart. Het cliché van die cake (echte Nederlands, lekker zuinig en sober), werd voor mij eigenlijk bevestigd. Want de cake is ontwikkeld omdat deze zó makkelijk snijdbaar en houdbaar is, fijn efficiënt voor de uitvaartonderneming. Een kunstenaar maakte van twee doodskisten een soort van vormen, waar de mens-grote cake in wordt gebakken. En die urn met twee gezichten, sprak mij aan, en dat grappige werkje, een verwerking van het thema eten en de dood.

Het museum, ooit het woonhuis van…de beheerder?…grenst aan een prachtig arboterum, tevens begraafplaats. Jos Brink schijnt er te liggen. Ik vond het kunstwerk dat Jan Wolkers maakte voor Theo Thijssen meteen leuk. De associatie van een vogelvlucht, opgenomen in de natuur. En dan zo’n graf, waar de familie op de zerk óók de auto afbeeldt van de overledene, met de Maria van Lourdes. De wijze waarop mensen afscheid nemen en gedenken is zo gevarieerd als dat mensen zelf zijn. Intrigerend waarom een familie dat schilderij van die oude vrouw cadeau doet, aan het museum. Geraniums en madeliefjes achter het raam buiten, een kopje koffie binnen, een gordijn dat opwaait…Is dit zo’n moment op de drempel van er nog zijn en bijna vertrokken? De overblijfselen na het ruimen van een graf, getuigen ook van dat wat maar doorgaat of juist statisch blijft: een boomwortel die gegroeid is om het hengsel van een grafkist, wortels uit een schedel, een ongeschonden pacemaker.

Op de terugweg door Park Frankendael. Daar stonden de kassen van vanVliet en Wielinga, de schoorsteen hoort erbij. Onder deze kassen was in de tweede Wereldoorlog een wapendepot van het verzet, dat hier ook oefende. In de kassen sliepen onderduikers. En ja, ik moet om mezelf lachen: bij zo’n parkje met banken, denk ik aan Central Park en hoe universeel het is, om op een mooie dag te genieten van zon en groen, en bij één flatgebouw dat uitsteekt denk ik: aha, een Madurodam-versie van de Empire State Building.

En toen wandelde ik ook nog door Tuinpark Klein Dantzig; afdeling van de Bond van Volktuinders. Hoe mensen van hun eigen kleine stukje grond een paradijselijk verblijf maken. Kleine wandelpaadjes verbinden het geheel dat begrensd is door water aan de uiteinden. Het soort wandeling dat ik in Venetië ook maak: zomaar dwalen en dan ook weer terug moeten, omdat het eindigt in water.

Ik wist eerst niet zeker, of ik wel mee wilde gaan met dit uitje. Naar een museum over de dood…Soms kan rouw en verdriet op een onverwacht moment ineens intens aanwezig zijn, en ik wilde dit niet triggeren. Maar op de eindwandeling, door het bos naar mijn huisje, was ik alleen maar blij met deze dag.

 

zaterdag 2 september 2023

Hundred Flowers. Passages. Ooit?…

Ik had voor mezelf de laatste dagen van Augustus een filmfestivalletje georganiseerd. Ik had nog een zomerpas en dacht ineens: waarom niet? Dus instant naar mijn stad gefietst en negen films in twee dagen en een avond gezien. Deze Japanse film: Hunderd Flowers sprong eruit, juist omdat ik aanvankelijk dacht daar geen zin in te hebben. Over een dementerende moeder en haar zoon. Zij heeft hem ooit een jaar lang verlaten en ze denkt dat hij haar dat nooit vergeven heeft. Dat klopt ook: het is zijn jeugdtrauma. Steeds verder afzakkend in dementie-land zegt ze almaar dat ze zo graag naar het halve vuurwerk wil gaan kijken. Haar zoon ontdekt dat zo’n festival echt bestaat en neemt haar daar naar toe, maar zij raakt er extra door in paniek. Helemaal op het einde, als zij hem al niet meer herkent, al woont in een verzorgingstehuis en hij haar nog eenmaal mee neemt naar het bijna uitgeruimd ouderlijk huis, pas dan begrijpt hij het…En nu komt de spoiler: zij keken altijd samen vanaf hun balkon naar het vuurwerk, dat in de verte door de huizen heen, voor de helft zichtbaar was. Zo ingewikkeld en tegelijk ergens toch ook zuiver, lopen de draden van de geest.

Dat gold ook helemaal voor deze Duitse film. Over een driehoek-relatie, waar binnen een mannenstel die 15 jaar samen zijn, de ene verliefd wordt op een vrouw. Ik herkende mij zelf in alle drie de partijen. Spoiler: de film heeft geen happy end. En zo is het: idealen en de complexiteit van het menselijk gevoel en het instinct,  gaan niet makkelijk samen met elkaar door één deur.

De film waarmee ik mijn filmfestivalletje opende was: How To Blow Up a Pipeline. Over klimaatactivisten die besluiten om een oliepijplijn in Texas op te blazen. Zonder milieuschade en om een duidelijk signaal te willen afgeven over deze klimaatcrisis. Ja, het is niet anders, ze wekken sympathie op, omdat je zó achter hun doel staat. Is dit gewelddadig? Ze doen er niemand kwaad mee, behalve zichzelf, in de weer met explosieven en primitieve middelen om dit te bewerkstelligen. Natuurlijk worden ze gezien als criminelen. Want ook degenen die opriepen tot een blokkade op de A12 bij Den Haag worden voor het gerecht gedaagd…
Ik ben zelf een pas op de plaats aan het maken rondom mijn drukte rondom de klimaatcrisis. Vandaag had ik gehoopt dat het héél druk zou zijn rondom mijn boshuisje. Ik had het hele adressenbestand aangeschreven. Kennismaking, wandelen, samen eten en plannen maken voor eventuele acties. Het was een soort van onderzoek. Waarom kwam er zo goed als niemand op de vergaderingen, óf eenmalig? Van de 122 mensen, mondeling was mij gezegd dat het er 160 waren ( het verlangen had het exacte cijfer doen stijgen), reageerden drie mensen. Waarvan ik ook pas eergisteren hoorde dát ze gereageerd hadden: de mail was niet aan  mij doorgegeven, ondanks mijn vraag…En het Klimaatcafé, dat twee keer in de maand zou plaatsvinden, kon plotsklaps geen doorgang vinden. Tóch geen goede communicatie over de locatie. Misverstand en een spil-persoon van het personeel was het er niet mee eens, wat de eigenaar van het café had onderschat. Alweer: Het ideaal botst met wat mensen vermogen daaromtrent. Dus nu weet ik het even niet meer. Mensen mobiliseren is niet eenvoudig. Als herinnering aan wél een leuk project, dit conceptlogo, dat ik al verzonnen had. ‘Wie weet kan het ooit toch gebruikt worden’…reageerde een andere mede-organisator. Ooit?…