zondag 28 april 2024

Koekoeksklok

En dan zie je plotseling een onbekend stukje Nederland, zo’n moment dat je denkt: er is toch wel ruimte en rust te vinden. Het landschap wordt steeds leger; weilanden, oude boerderijen, vroeger allemaal met rietbekapping. Je arriveert in een lintdorp, zoals dat dan heet, een kronkelende lange weg waar ongeveer alle huizen aan staan, ‘uit het veen’ begrijp ik door Wikipedia en het heeft 980 bewoners. Het ligt nog nét in Overijssel, tegen de grens van Drenthe.
Het enige opvallende gebouwtje is een kapel, maar die wordt binnenkort verbouwd tot een appartementencomplex.
 Oppaskind E. had er al een trekkerswedstrijd meegemaakt: traktoren die een slede voortrekken, zij is er voor het eerst gaan samenwonen en vierde nu haar verjaardag. Wat een overgang van een drukke stad naar een dorp, maar het beviel goed en twee jonge poezen waren prominent aanwezig.
Ik lees dat het de bedoeling was geweest om er 70 Oekraïners op te vangen in een oud gebouwtje, de hele bevolking is meteen in opstand gekomen. Dat zou ik óók doen… Daar is toch niet over nagedacht, wat moeten zij daar doen, terwijl er ook nog eens nauwelijks openbaar vervoer is? Dat wist ik, het had mij meer dan vier uur gekost vanuit Hoenderloo, wel fijn dat ik vanuit Nijmegen mee kon rijden. Nederland wordt ineens héél groot van dorp naar dorp, zonder auto.
Er hing een heel grote koekoeksklok, een echte uit het Schwartzwald, vertelde A. mij. Met drie herten aan de bovenkant, waar het gewei van die op de top eraf was gehaald, anders paste het niet wegens  het plafond. 
Donker hout met de hand gesneden, die gewichten in de vorm van dennenappels, dat je er dagelijks aan moet trekken om het gaande te houden, die Koekkoek die elk half uur tevoorschijn komt. Het riep oude herinneringen op, de fascinatie dat zo’n vogeltje uit een luikje verschijnt en ‘Koekkoek’ zegt, al kun je nú reconstrueren dat het met een soort blaasbalgje gaat, en dat het een gelúidje is, waar je menselijk brein dan  Koekkoek van maakt. Het is ineens een begerenswaardig  object, zo’n klok zou best wel passen in een boshuisje… toch? 

zaterdag 27 april 2024

Koningsdag 2024 in het Goffertpark

Héél handig, dit blog, mijn geheugenarchief. Want nu kon ik traceren dat het in 2018 de laatste keer was dat ik op Koningsdag in het Goffertpark was. Vijf jaar geleden! Wat vliegt de tijd. Ik kwam het park nu op een andere plek binnen dan ik, gewoontedier, het anders altijd deed. Meteen vielen mij de verschillende soorten bomen op, allemaal in dat frisse groen. 

Ik geloof dat ik sinds New York mij op een andere wijze beweeg in een omgeving. Ik zie én de entourage én los daarvan de mensen die zich daarin bevinden en die daar eerder, in het verleden, waren. Dus nu bevond ik mij in dat grote park, waar ook een deel van mijn geschiedenis ligt. Bij de botanische tuin ging ik vroeger met Broer, jonge kinderen nog, naar de blauwe libellen kijken, en nu zag ik er een vrouw op haar stoeltje bij haar koopwaar. Die lange groene bomenlaan was vroeger een ‘gevaarlijk’ gebiedje, waar wij niet mochten komen. En ondertussen was het ‘gewoon’ Koningsdag en véél zonniger dan voorspeld was.

Ergens in het gras liggen, terwijl het zonnetje door kwam, op de achtergrond enige studenten, schat ik in, die het lukte om met bijna helemaal niks toch geld te verdienen. Mensen mochten voor één euro gooien op het hoofd door een bord, naar keuze een representant van Feyenoord of Vitesse; ze juichten en schreeuwden erbij en jutten mensen op om het ook te proberen. Wie zou het meeste aangeschoten worden? Waarschijnlijk een goede ‘rouwverwerking’ omdat vorige week NEC, de Nijmeegse voetbalclub in Rotterdam verloor van Feyenoord, maar ze lekker véél beter waren dan het Arnhemse Vitesse ( van oudsher de rivaal van NEC), die aan de rand van de ondergang staat. Psychologisch slim verzonnen.

Ditmaal had ik, voor het eerst wellicht, het motto om niks mee naar huis te nemen. Alhoewel ik, heel tegenstrijdig, tóch twee boodschappentassen had meegenomen en een spin om iets groters op mijn bagagedrager van mijn fiets mee te kunnen nemen, want je weet maar nooit. En ja, ik heb toch een aantal volstrekt nutteloze dingen meegenomen, die ik in principe helemaal niet nodig heb, allemaal gratis. Welgeteld heb ik 0, 50 cent uitgegeven en nu ik weer binnen ben kletterde er even een regenbuitje. Ik vond het weer een fijne Koningsdag.

donderdag 25 april 2024

Lentebos. Mary Oliver

 


Gisteren het meest afwisselende weer, ooit. Felle warme zon en dan weer ijskoude regen en wind. Naar buiten en weer naar binnen, op-en-af. Ik meende het lichtgroene blad aan de bomen te zien groeien.


 Later op de middag toch maar een boswandeling. Het bleef droog.




woensdag 24 april 2024

Octopus en Vriendschap

Hoe twee foto’s razendsnel in mijn hoofd een volledige mijmering over ‘vriendschap’ veroorzaken. De foto’s zijn gemaakt door een octopus, die de camera van Craig Foster overnam. Hij is de man die de bekroonde documentaire My Octopus Teacher maakte, waar hij gaandeweg vriendschap sluit met een octopus en ontdekt dat het een heel intelligent dier is. Nog steeds is hij dus te vinden in de diepe wateren en hij weet nu dat octopussen dol zijn op glimmende voorwerpen en speeltjes, die ze meenemen naar hun nesten. Zo heeft eentje ook een trouwring weten te ontfutselen.
In dit geval wist de octopus de camera van hem te bemachtigen. Zij leek er aanvankelijk rechtstreeks mee naar haar nest te zwemmen. Maar plotseling draaide ze zich om en begon foto’s van hem te maken.
Craig Foster kreeg, bij het zien van het resultaat een diep inzicht: De planeet en het leven daarop zal dóórgaan, ook als de mensheid daarop is uitgestorven. Wij denken dat we onmisbaar en zo belangrijk zijn, maar vanuit een dier zijn we slechts één van de verschijningsvormen. 
Intrigerend aan deze foto vind ik, dat je als het ware door de ogen van de octopus ziet dat het wezen met wie hij bevriend is geraakt óók uitstulpingen en slangachtige bewegingen kan maken, net als zijzelf.
Dát lijkt mij de kern van echte vriendschap: empathie. Je zoekt en ervaart verwantschap met een ander en ondanks alles wat je niet zal begrijpen, alles wat die andere zo heel anders doet en beleeft dan jou, alsof die in een ander element leeft: je blijft trouw en je haakt aan dat wat jij ook zo hebt: erkend willen worden in jouw bestaan. Bij mensen betekent dat: Elkaars kwetsbaarheid zien en de pijn die je in het leven kan oplopen. 
Veel ‘contacten’, want dat wordt het dan, in plaats van een échte vriendschap, bestaan eruit dat de ander slechts een spiegel zoekt bij jou voor zichzelf, om zichzelf te affirmeren en te bewonderen. Of iemand kan haar eigen talent of kennis kwijt in jouw leventje, maar ziet geen zin erin om werkelijk open te staan en met elkaar op te trekken. Of iemand vind het zo fijn dat jij degene bent die soms helderheid kan geven of rust, maar is niet in staat om gelijkwaardige aandacht terug te geven…Al deze mensen worden ‘contacten’ die weer uit je leven verdwijnen. Hoezeer je zelf ook op iets anders hebt ingezet: échte vriendschap kan alleen van twee kanten komen. 
Echte vrienden hoeven elkaar helemaal niet vaak te zien, maar wanneer ze elkaar ontmoeten, dan gaan de gesprekken, de gedachtewisselingen, het samen ervaren, gewoon dóór, alsof je elkaar gisteren nog zag: zonder enige inspanning neem je zó de draad weer op en ben je nieuwsgierig naar elkaar.

Ook deze foto maakte de octopus. En hierbij denk ik: zij wéét dat er naast de ‘tentakels’ van haar vriend, er ook nog zoiets is als een ‘hoofd’: iets waar vanuit zij gezien wordt, zoals de octopus zelf ook ogen heeft. Dit is wat zij ziet. Ze heeft er geen idee van dat die ‘ogen’ niet de echte zijn en dat die verborgen zijn achter de snorkel. Misschien denkt ze dat de slang in de mond iets van een tentakel is, zij weet niet dat er daar boven op het land vooral veel mee gepraat wordt. Zo heel anders dan de stilte, zonder woorden, in de oceaan.
Soms zou ik willen dat mensen op deze wijze nabijheid en verwantschap voelen. Zonder woorden, die ook kunnen kwetsen en beledigen. De ander als levend wezen naast jou erkennen. En dat de ander van goede wil is, want daar ben je vrienden voor. Zeggen, zonder woorden: ik zie jou.

dinsdag 23 april 2024

Burn Baby Burn. Tulpenverval


Zo. Dat geeft wel een voldaan gevoel: Om op één dag, één boek gelezen te hebben. Het speelt zich af in Queens, een van de stadsdelen van New York, in 1977. In de popcultuur was het ook de disco-tijd zoals de titel Burn Baby Burn, een hit waar ik indertijd ook wel op bewogen heb. Al hield ik meer van de Eagles, die ook voorbij kwam in het boek. NY zelf had een dieptepunt; de stad was failliet verklaard en de misdaadcijfers waren er hoger dan ooit. 
Alles door de ogen van een arm meisje, haar familie komt uit Cuba, ze is slim, ook in de techniek, maar ze moet al haar energie geven aan haar broertje Hector, die allengs het verkeerde pad opgaat, een moeder die verwacht dat ze haar altijd blijft ondersteunen en solidair blijft met de kleine familie, die ze met zijn drieën zijn. En ondertussen gaan haar hormonen ook razen: aangetrokken door een jongen uit Columbia. Haar beste vriendin is Ierse, al vanaf de kindertijd, maar ze probeert haar probleemfamilie weg te houden. Haar vader is aan een tweede leg begonnen in Manhattan en het enige wat hij doet is de maandelijkse huur van het appartementje over maken en dan moet hij er ook nog eens regelmatig aan herinnerd worden door haar; Nora Lopez, zeventien jaar oud. 
Zal ze uiteindelijk tóch gaan studeren of winkelbediende blijven? Alles krijgt een hoogtepunt in de nacht van 13-14 July van 1977, waar geheel New York geen stroom had. Heel veel branden, plunderingen en misdaad en natuurlijk is haar broertje daar ook bij betrokken.
Het is ook wel een Young-Adults-roman, vandaar dat het ook zo makkelijk weg las. Ik heb er toch een inkijk gekregen, hoe het is om te leven in een drukke buurt, in één van die hoge gebouwen, vol families, waar iedereen alles van elkaar weet door de gehorigheid, de gluurgaten, de verwarmingsbuizen, het leven op straat. Zo wordt er ook nu nog geleefd.
Ook het besef dat New Yorkers met de paplepel ingegoten krijgen dat ieder van hen oorspronkelijk uit een andere cultuur kan komen. 

En nu ik dit jaar de tulpen zo intensief gevolgd heb, nu dan ook het allerlaatste, net voordat al het blad van de stelen valt. De geel-rode tulp is nét naar beneden gestort, nu staat er een kale steel. Het bleek gisterenavond volle maan te zijn en dat was het dus ook in NY, zag ik in de nacht. En het was Earth Day en daarom was de Empire State Building groen.

maandag 22 april 2024

Ammerzoden

Het lukte anderen om op het laatste nippertje een Bed&Breakfast te vinden. ‘In Hedel-Ammerzoden, zoek maar op waar het ligt’, niemand had er nog ooit van gehoord. Vlakbij de B&B bleek een mooi, goed onderhouden kasteel te liggen, waar prinses Margriet het afgelopen weekend nog iets had geopend: de gerestaureerde kelder en kerker, zo vertelde de B&B gastvrouw, die de volgende dag ook nog de verjaardag van haar man had. Samen zouden ze naar de film gaan in DenBosch met de bus, de halte ligt pal aan de straat. Dát is fijn, natuur en stad zo dichtbij elkaar.
De laatste bus was rond elf uur s’avonds, helemaal oké als je al op leeftijd bent, toch? Dat beaamden we allemaal, wij waren ook al op leeftijd…een gespreksthema dat op meerdere wijzen aan bod zou komen.


In het kasteel begon een vriendelijke man uit zichzelf met iets van een rondleiding en toen viel er een kwartje: het woord Ammerzoden had mij wél bekend in de oren geklonken, maar ik wist niet vanwaar en hoe. Het bleek dat dit kasteel ook lange tijd een klooster was geweest: van de Clarissen. Ineens hoorde ik er een van de oudsten over vertellen. 
Er was in een hoekje een  bedje en de afmeting van de cel nagebouwd, héél klein. In tegenstelling tot de gigantische kapel die ooit aan het kasteel was gebouwd, maar die in de tweede wereldoorlog vernield was. 
De B&B eigenares had al verteld hoe apart dit gebied van de Bommelerwaard was. De oorspronkelijke Maas had eerst een extra bocht van bijna drie kwart cirkel,  en aan de ene van de oever was men katholiek, terwijl op de andere oever men protestant was. Later is de rivier verlegt. Nog steeds zie je dus in Ammerzoden, katholiek, kerk en kroeg vlakbij elkaar, terwijl dat in Hedel, dat er nu aan grenst niet het geval is. 
In het kasteel zelf was er ooit ook een huiskapel. Daar mochten de vrouwen niet in, zij keken en luisterden vanuit een luik in hun vrouwenvertrek mee. Vreselijk toch, die aloude dominantie en waan van superioriteit van mannen in de godsdienst…voor een theologenclubje blijft zoiets wel een onderwerp van gesprek, terwijl ik ook mensen ken die dit volstrekt niet meer interessant vinden: honend is dan de toonsoort. Wie daar nog mee bezig is loopt achter en leeft in de middeleeuwen, alles daaromtrent is volstrekt achterhaald.


De volgende ochtend nog een wandeling langs de Maas en op een terras met de ruggen tegen een schot, of was het een verhoogde bloembak nog zonder bloemen?,  windstil zitten zonnen.

Flikkerbaan is kunst in Sonsbeekpark


Het was zonniger weer dan er was voorspeld, dus ik besloot stante pede in de bus om uit te stappen: op de Apeldoornseweg bij de oude hoofdingang van het Sonsbeekpark. Ik fiets met enige regelmaat aan de onderkant van het park van mijn boshuisje naar de stad en terug. Ik kon mij niet meer herinneren wanneer ik voor het laatst in de bovenkant van het park was. 
Er begon wel iets te dagen: was het niet hier dat op één van de kunsttentoonstellingen van Sonsbeek, iemand er een ‘homo-ontmoetingsplaats’ had gecreëerd?  Indertijd vond ik het een beetje maf: je kon toen wandelen tussen wat bomen en markeringen met touwen en paaltjes hoe het eruit moest gaan zien. Nou, dat zou nog eeuwen duren, eer er beschutte plekken waren, waar het goed en prettig toeven was. 
Met detective-ogen scande ik de omgeving en ja, het is zover, na  31 jaar, ontdekte ik later; ik vond het gebiedje. Binnenin lieten witte papieren zakdoekjes op de grond mij zien, dat het actief in gebruik is. En ik zag hoe makkelijk het was om dit voor het ingewijde oog aan te wijzen. Naast de witte Sonsbeekvilla ligt een man van witte kunststof die kijkt in de richting waar je moet wezen. Er staan enige donkere dennenbomen bij elkaar in het gras en daartegenover markeren twee bomen de ingang en daarachter is er nu een groen en best sfeervol gebiedje alwaar je fijn je gang kunt gaan. Hoe oud zouden deze struiken en nog jonge bomen zijn? Hoe lang geleden was het dat ik hier best sceptisch over was?


Het moet de versie van Sonsbeek 1993 zijn geweest. Ik lees nu dat de curator Valary Smith voor het eerst de kunst wilde laten communiceren met de omgeving. Daarom had het logo drie cirkels: die van het museum, de stad eromheen en de omgeving daaromheen. Kunst zou ook een sociale functie kunnen hebben, esthetiek en betekenis die overal te ervaren is. Eén van de spraakmakende installaties was van Marc Quinn, die ik mij nog goed herinner: midden is de stad bij de koepelkerk stond een naakte man in een hokje, terwijl er kleurige vloeistof door het glas heen droop. In de volksmond werd dit: de pisser. Hij werd beklad en men sprak er schande van: de piemel van een man zo dichtbij een kerk.
Het concept van de tentoonstelling werd indertijd kritisch ontvangen, maar is in de loop van de tijd baanbrekend en toonaangevend gebleken.
Tom Burr is degene die deze homo-ontmoetingsplaats creëerde vlakbij de al bestaande ‘flikkerbaan’: Zo, dat is een woord dat ik allang niet meer ben tegengekomen. Het was de opgave om deze nieuwe plek zó te maken, dat deze de bestaande, geheime, ‘gevaarlijke’ plek niet aan het daglicht bloot zou stellen. Dit soort activiteiten waren in die tijd nog helemaal clandestien. Het was een deel van een groter project: want vlakbij, in het gras van park Sonsbeek maakte hij een grote bak met daarin een maquette van de Ramble: de flikkerbaan in Central Park in New York. 
Ik realiseer mij dat hier, indertijd, in 1993, waarschijnlijk het zaadje is gepland voor mijn blijvende belangstelling in de kunsten en de interesse wat kunst kan betekenen.