vrijdag 29 november 2024

Thanksgiving Parade. De vloek van de nootmuskaat


Dit is één van de redenen waarom ik zo dol ben op New York: Al die verschillende soorten van mensen, dicht op elkaar gepakt bij de Macy’s Thanksgiving Parade, in de stromende regen bij 7 graden. Én dat er toch ook ruimte is, midden op de weg, voor 25 Pro Palestijnse demonstranten; de politie kijkt toe, ze kunnen even hun ding doen en daarna wordt gevraagd of ze willen gaan.

De parade is er al sinds 1924, honderd jaar dus, maar in de tweede wereldoorlog heeft het twee keer geen doorgang gevonden. In het begin deden er ook dieren mee, maar dat is na een tiental jaren losgelaten. Snoopy en Santa Claus zijn vanaf het begin van de partij. Het verslag ervan is nu het best bekeken TV programma van Amerika, het duurt meer dan drie uur en gaat langs Central Park en eindigt bij Macy’s, de organisator en het grootse warenhuis van de wereld. Het is voor iedereen aantrekkelijk omdat in de Parade voor elk wat wils voorbij komt.

Het opent met The Turkey, het traditionele gerecht en op Insta zoemt de vraag rond: waar ben jij vandaag dankbaar voor? ‘Dat ik een New Yorker ben!’, is één van de antwoorden. Ik kijk niet naar de hele parade, maar herken de plek waar de jongen van de New York Walking Show staat. Vlakbij het metrostation bij Central Park, nu de herfstbomen op de achtergrond, en vanaf hier wandelde ik, links de hoek om, langs of door het park, naar Lincoln Center, waar ik tien dagen op een rij naar een verfilmde opera voorstelling ging.

Ik lees deze dag voornamelijk in De Vloek van de Nootmuskaat ; Boodschap aan een Planeet in Crisis, van de Indiër Amitav Gosh, die afgelopen week de Erasmusprijs kreeg. Het blijkt dat, toen ik maanden vast zat in India ik zijn River of Smoke heb gelezen over een familie die in de opiumhandel zit en je een beeld krijgt hoe die handel de hele wereld, van China, langs Zuid Oost Azië en de Indische Oceaan naar het Westen, beïnvloedt. De eyeopeners in het boek dat ik nu lees zijn allereerst de wreedheid van de Nederlanders, die de bevolking op de Banda eilanden bij Ambon ongeveer hebben uitgeroeid, om een monopolie te krijgen op de handel in de nootmuskaat en later ook de kruidnagel.Aanvankelijk waren dit de enige eilanden waar dit groeide en alle handelswegen leverden geld op. De tweede eyeopener is, dat ik nu begrijp dat het niet alleen het kapitalistische systeem is, dat de wereld bepaalt, maar ook het mechanistische wereldbeeld dat eraan ten grondslag ligt, die leidt naar de milieucrisis. De westerse welvaart drijft op het idee dat de aarde er is om daar dingen van te gebruiken en te oogsten: zoals specerijen, opium en ook de fossiele brandstoffen. De aarde als gulle levende entiteit ‘Gaia’ voor een ieder, mag niet spreken.Wind, water, zon: die zijn overal aanwezig en niet aan grenzen gebonden.Het was al veel eerder mogelijk om daar de energie van te halen. Ooit ging het over waterkracht of steenkool. Men koos voor de ontwikkeling van mijnen, want mijnwerkers zijn als slaven in te zetten, terwijl watertechniek voor iedereen ter plekke beschikbaar kan worden en er dan niemand afhankelijk is van bedrijven en grote mogendheden. Het welvarende Westen wil het monopolie behouden en drukt nu dus ook alles rondom wind en zon zoveel mogelijk de kop in, om controle te kunnen houden op de wereldwijde energievoorziening, middels de transportwegen, zoals de  pijpleidingen. China ontwikkelt nu in een gigantisch tempo zonnepanelen om met zonne-energie straks niet meer afhankelijk te hoeven zijn het westen. Geen wonder dat Trump hangt aan de fossiele brandstof en China als zijn grootste concurrent ziet. Europa speelt in dit plaatje geen rol.


En ondertussen gaf iPad mij deze compilatie van een dag in Manhattan.
Ik ging, met Bryant Park als huiskamer waar ik in de krant las dat er een India Parade in de buurt was, op stel en sprong daarnaar op zoek, om het al wandelend weer weg te wimpelen en kwam weer terug bij mijn huisstek. Ik zie mijn lol in de architectuur en de mensen daarin.
 

woensdag 27 november 2024

Here I am


Ooit, meer dan 35 jaar geleden, plante ik een glanzende paardenkastanje uit het bos in mijn achtertuin. Die groeide meteen uit tot een boompje, die te groot werd voor de achtertuin. Ik groef deze uit en de hoofdwortel ondergronds was al langer dan het boompje erboven. Ik verplaatste het naar mijn voortuin, aan de rand en deze groeide uit tot een grote boom, die zelf kastanjes geeft. En nu wordt deze geveld. De boomwortels blijken schade te geven aan het riool. Een periode afgesloten; wie weet méér dan de helft van  mijn eigen leven…


Na een etmaal in mijn stadshuis, waaronder ik dus bovenstaand bericht ontving: die boom moet weg, letterlijk bijna mijn levensboom, de enige boom die ik ooit zelf geplant heb, was ik net voor de storm weer  in mijn boshuisje en bekeek er The Sheltering Sky, een film naar een boek van Paul Bowles die er ook zelf in te zien is, als verteller van het verhaal. Een stel, New Yorkers (de film begon met een kleine verassing voor mij, namelijk met oude beelden uit de straten van NY), gaan op reis door de woestijn in Marokko en hij, gespeeld door een heel jonge John Malkovich, sterft er aan een onverwachte ziekte en zij, gespeeld door Debra Winger, zet haar reis voort. In de eindscene loopt ze dan alleen weer de bewoonde wereld binnen, in een Marokkaans stadje.
Paul Bowles kijkt toe en hij mijmert over sterfelijkheid. Hoe je nooit weet dat je iets wellicht voor het laatst meemaakt…
Dus de boom wordt geveld en zelf ga ik nu voorlopig drie dagen per week naar mijn stadshuis en daarmee verandert de beleving van mijn leefomgeving. Het is niet zomaar mogelijk, om een beetje een contemplatieve kluizenaar te zijn… In de bus terug bedacht ik dat ik gewoonweg méér de dynamiek van New York moet gaan inbouwen. Daar reisde ik ook dagelijks vanuit Brooklyn naar alle andere delen van New York en genoot van de verschillende werelden die binnen korte tijd binnen je bereik liggen. 
Dat is nu in feite ook zo. Dus ik heb meteen een tienbadenkaart besteld voor de avondsauna, die maar enkele kilometers van mijn stadshuis is verwijderd.


Mooie woorden van Paul Bowles: Here I Am. Dit, zo’n beetje, wordt het nieuwe motto, voor wat aanvoelt, als een andere levensfase.

zondag 24 november 2024

Zonder Sinterklaas


 Het vorige weekend in Hattem en nu in Zutphen aan de IJssel; de beste manier om mijn neigen naar New York te ‘bestrijden’. Oeroude vestingstadjes aan een rivier, die Hollanders die altijd handel aan het drijven waren;  in principe is het geen verschil met dat zij eeuwen later Nieuw Amsterdam aan de East River en de Hudson stichtten.
Ik werd door vier mensen tegelijk met mijn neus op een reële situatie gedrukt. Ik gun een jongen een verblijfplaats in mijn stadshuis, maar waarschijnlijk ziet de woningbouwvereniging dit als fraude en zet ik mijn eigen verblijf op het spel. Die zou wellicht al lang een dossier aan het opbouwen kunnen zijn en dan is het mogelijk om de huur binnen een maand op te zeggen. Vanaf nu moet ik minstens drie dagen in de week in mijn stadshuis zijn, om de verdenking weg te werken dat ik er niet meer zou wonen…Dus nu moet ik ook mijn leven weer wat reorganiseren. Die dichtregel van Rutger Kopland zoemt in mijn hoofd: Een lege plek om te blijven…Dat mag dus niet zomaar.


Gelukkig is daar nog de wondere wereld van Sinterklaas waar, door de hand van Charlotte Demantons, alles mogelijk is. Na de traditionele Sinterklaasdobbel met de vrouwengroep met hun onverwachte surprise over mijn stadshuis, even willen wonen in het huis van Sinterklaas…


Té grote peren op een tafelsprei, net niet elegant ontwaken, een beetje onhandig de toekomst inkijken, een wat norse maar onverzettelijke blik van de schilder Hans Bayens (1924-2003)…waarschijnlijk haakten deze beelden aan mij, door mijn stemming.


En toen fietste ik weer 30 km terug naar mijn boshuisje, het eerste deel door een landschap waar ik veel gewandeld heb. Bij het kerkje van Hall, ook een historische pleisterplaats, keek ik naar het vervallen boerenstulpje met het rieten dak. Die overgebleven harde stengels van de mais die daar pasgeleden groeide. Alles veranderd en je gunt iedereen een huis en een verbetering van de leefsituatie ook die arme boeren die ooit in ongeveer een modderkuil, in de grond leefden.
Wind door mijn kop, terwijl het tegelijk mild en zacht weer was, en mij eigen maken dat een verandering van koers noodzakelijk is, want ik ben geen Sinterklaas, die bestaat niet. Die oude Hollandse traditie is waarschijnlijk ook de eerste les, waar de magische wereld van het kind overgaat in ontnuchtering, om daarna te leren hoe je met een VOC mentaliteit de wereld kan veroveren: Voorwaarts! Voorwaarts! 

vrijdag 22 november 2024

Winterwandeling


Opstaan, rolgordijntje naar boven, zien dat het gesneeuwd heeft en ook alweer aan het dooien is, gauw-gauw mijn dikste winterkleren uit de doos halen, kop koffie naar binnen slurpen, naar buiten.
Hertensporen, de eerste zijn die er loopt, die ploffige wattensneeuw aan stammen en twijgen. 


Sporen en structuren op de grond, dikke en dunne bomen.


Het wordt allengs lichter; ochtendzon door de bomen. Sneeuw begint te druppen en glijdt soms als kleine pakjes naar beneden.


En welk liedje past bij deze stemming, zo’n wandeling waar details en fijnzinnige lijnen te zien zijn en ook weer zó voor je neus verdwijnen? Ik zit weer binnen, het regent nu en het is bewolkt, het witte toverbos is alweer weg.


‘Let your mercy spill…and bind us thight…’

donderdag 21 november 2024

Eerste sneeuw


 Mooi, gisteren, die eerste sneeuw van het jaar en het wisselende kleurenpalet in anderhalf uur tijd.


Hoe er dan stipjes in de sneeuw komen, door de regen en de druppelende kracht van het water versneld weer een uitzicht geeft naar de hemel.


woensdag 20 november 2024

All creatures great and small

 


De engelen van Paul Klee hebben verschillende gezichten en zijn soms wat ambigu, het is allemaal niet zo eenduidig.
Zoals veel van ons menselijke handelen; dan denk je het goede te doen, maar dan komt daar toch niet het perfecte plaatje uit.
Je maakt bijvoorbeeld met veel moeite je kruipruimte helemaal droog, kleine bijdrage aan het klimaat, blijkt het dat er nu ratten onder je vloer leven, die dit een heerlijke warme plek vinden. 
In New York zijn tijdens de corona pandemie veel meer  auto’s verkocht dan gewoonlijk;  elektrische en allemaal met nieuwe leidingen eronder die van soya gemaakt zijn en niet zulke waar petroleum doorheen moet, en nu blijkt de rattenbevolking van naar schatting drie miljoen, op een inwonertal van meer dan acht miljoen, bovengronds te komen in de straten, voor hen is het een nieuwe bron van voedsel.


De zin all creatures great and small schoot mij te binnen. Mensen zijn niet de enige bewoners op de planeet. Kwam deze regel niet uit een gedicht?…Ja, en het is ook op muziek gezet en het wordt ook gezongen in de kerken. Niks mis mee, het is fijn als het woord ‘God’ gebruikt wordt in een context van schoonheid, respect, zachtheid, positiviteit. Dat het verwijst naar een wereld die opbouwend is.


De dichter Mary Oliver plaatste dit gisteren op Insta. Zo wil ik ook wel aan God denken en deze eren. 
Hopen dat we als engelen kunnen zijn, die zacht neerdalen op de aarde. 


dinsdag 19 november 2024

WCNSF. Gebed voor de aarde


 Ik kwam de term gisteren pas voor het eerst tegen op Insta: WCNSF: Wounded Child No Surviving Family. Het wordt gebruikt door de hulpverlening en Artsen Zonder Grenzen in Gaza. Een nieuw categorie ‘mens’, die nog een heel leven voor zich heeft… Zonder een bloedverwant meer om haar heen. Al zoekend blijkt dat deze term helemaal niet nieuw is, maar al sinds vorig jaar November in gebruik is.
Hoe zal het verder gaan met deze kinderen? Wat voor erfenis zullen zij aan de wereld geven, wat voor vruchten zullen ze gaan dragen? Je kunt alleen maar hopen dat zij onderweg toch genoeg liefde zullen ervaren, dat zij zich ergens toch gedragen weten en dat het geen haat en wraaklust en angst zal zal zijn dat hen zal leiden, wanneer zij straks degenen zijn die de wereld mee vorm geven…
Er gebeurde mij, tot mijn eigen verbazing, iets vreemds tijdens de bijeenkomst met de projectgroep. Iemand las een lied voor en daarin werd tot in detail opgesomd wat er allemaal mis is in deze wereld. De hele waslijst vol ellende. Ik kreeg een knoop in mijn maag en bij elke alinea méér,  ik kreeg buikpijn. Helemaal op het einde van het lied wordt er dan aan God gevraagd: laat dit stoppen; een bede.
Ik zag een gemeenschap voor mij, die dit lied zong. Allemaal welbespraakt, want anders kun je niet in detail benoemen wat er allemaal mis is, in de eigen warme, ook letterlijk, bubbel. Zo’n opsomming kún je toch niet met droge ogen aan je voorbij laten gaan?  Want daarna gaat een ieder weer de eigen gang in een leven waar er géén oorlog, bedreiging, honger en geweld is. 
Misschien ook wel; geweld achter de eigen voordeur, misschien is er ook doodsdreiging; pijn en verdriet om ziekte en onmacht…Maar toch. Het doet er ook niet toe, ik kon mijn buikpijn daarmee ook niet zomaar wegwerken. 
Met eentje praatte ik na, terwijl anderen een wandeling gingen maken. ’God’ kwam als het ware té laat voor in het lied…Als je dan over God praat, dan ‘moet’ het in één beweging, in één taalslag met wie wij nu zijn. 
Taal is ook een vorm van handelen, dat was mijn belangrijkste vondst die ik deed in mijn theologiestudie. 
Het woord ‘God’ geeft dan de mogelijkheid om onze eigen beperkte grens te doorbreken. 
Zij dacht aan een gebed dat de Paus bij zijn encycliek Laudato Si, dat over de schepping gaat, had bijgevoegd. Dat was wel te pruimen vond ze. Ja, ik meende het ook eens voorbij te zien hebben gekomen. Ik zoek het nu op en ja, zo kan het voor mij wél. Dit is het eerste gedeelte daarvan.
Ik hoop dat die kinderen in Gaza, dit uiteindelijk op hun eigen wijze, ook kunnen stamelen.