vrijdag 31 oktober 2008

Dagje uit

Ik ben altijd benieuwd wat er, na een dag vol indrukken, bij het ontwaken het eerst is blijven hangen. Ditmaal was het een man die langzaam in een roeibootje naar een rots in zee roeit waar een Israëlische vlag op wappert. Hij haalt de vlag weg en zet er een klein olijfboompje op, teken van vrede. Dit filmpje is te zien op de tentoonstelling Art of the State in het Joods Historisch Museum in Amsterdam, alwaar ik gisteren geweest ben.

Dat nou dát al eerste in me opkomt. Terwijl ik het gisteren een iets te langzaam filmpje vond en ik voornamelijk op de bank ervoor bleef hangen om even mijn voeten wat rust te gunnen. In het kader van het slimme onbewuste (zie een eerder blogje) komt het, denk ik, omdat het filmpje precies samenvat wat het overkoepelende verlangen is van de zestien Israëlische kunstenaars op die tentoonstelling.

Leven in een complexe samenleving, met een dramatische erfenis, met zoveel verschillende tegengestelde belangen en bevolkingsgroepen en daarbinnen, in jouw land, verlangen naar vrede... Het is en blijft jouw land, want daar ben je geboren en getogen. Hoe heftig en onmachtig je daarbinnen kunt zijn: dat ervaar je sterk als je kijkt naar hun werk.

Iets anders wat ik nu haarscherp voor ogen zie, zijn twee langgerekte foto's van ongeveer 2 meter of zo, die bestaan uit honderden gefotoshopte kleinere fotootjes. Op de ene zie je een bijeenkomst van ultrarechtse orthodoxe Joden, op de andere de jeugd op een zaterdagmiddag of zo in een winkelstraat in Tel Aviv. Zó verschillend zijn die inwoners van Israël dus...

En dan de Palestijnen: er is een filmpje waar een camera gemonteerd is bij een checkpoint van die gigantische betonnen muur die op sommige plekken wel 8 meter hoog is. Je ziet de gezichten van Palestijnen die er dagelijks langs moeten omdat ze werken in Israël. Gewone, moeie, bruine zondoorstoofde, menselijke gezichten, keer op keer, daarlangs... Dat is hun leven: altijd een banneling en verschoppeling en het monster dat 'de vijand' heet zijn...

Het heftigst kwam een filmpje binnen, waar Dusty Springfield 'Ne me quitte pas' zingt, terwijl een camera van boven in draaiende bewegingen laat zien hoe de armen en handen van een jongeman een stuk vlees in stukken snijdt. Je denkt: waar is hij toch mee bezig? Hij snijdt met een vleesschaar als het ware druppels van vlees, het rode bloederige vlees verfrommeld en wordt dan weer gladgestreken... De clou vertel ik maar niet, die onthoud ik maar voor mezelve...

Daarvoor was ik naar de De Hermitage, naar Caspar David Friedrich, schilderijen uit de Duitse romantiek. Prachtige berglandschappen en zonsondergangen, met voor in beeld telkens ongeveer twee mensen, zó dat je als het ware over hun schouder met hun meekijkt en de grootsheid en wonderbaarlijke van die natuur ervaart.

Ik had pas het laatste deel uit de derde symphonie van Mahler beluisterd en vond dat thuis op de bank wel iets teveel van het goede. Maar gisteren had ik het er graag bijgehoord, op beide tentoonstellingen, die smartelijke klanken vol verlangen: 'Was die Liebe uns erzählt...'

woensdag 29 oktober 2008

Mijn beter ik

November is de Maand van de Spiritualiteit en het thema is: 'Mijn beter ik'. Tja. Een beetje een linke titel of leidraad, vind ik. Alsof spiritualiteit zou gaan over het verbeteren van jezelf. Vage noties en associaties gaan daar dan omheen zweven. Op naar een 'hoger' zelf, een 'verlicht 'zelf, een ík waar je aan kunt werken.

Dan is het wellicht nuttig om de oorsprong van het thema in de gaten te houden en dat is een boek van Renate Rubinstein, bij leven columnist bij NRC Handelsblad onder de naam Tamar. Die naam ontleent zij weer aan een gedichtje van J. Goudsbloem uit 1932 en dat gaat zo:

Mijn beter ik en ik
streden erop of eronder
Mijn beter ik, bezweek,
nu ben ik, goddank, zonder.

Kijk, daar kun je wat mee. God wordt gedankt dat het beter ik verdwenen is. En Renate Rubinstein vertelt in het boek over haar clandestiene liefdesverhouding met Simon Carmiggelt, die indertijd 'de getrouwdste schrijver' van Nederland werd genoemd.

Het beter ik, is er dus om kwijt te raken. Dat betere ik bestaat uit allerlei moraliteit, oordelen en veroordelingen, een streven om jezelf te vervolmaken. Dus het thema had beter kunnen heten: Zónder mijn beter ik.

Wat komt er dan voor in de plaats, als dat beter ik dan eindelijk bezwijkt? Dat kan niks anders zijn dan iets van oprechtheid en eerlijkheid. Luisteren naar de stem in je hart zonder op je omgeving te letten en te denken 'dat kan toch niet? Dit mag toch niet? Dit is toch niet goed?' Zoals Renate Rubinstein en Simon Carmiggelt niets anders konden dan van elkaar houden. Al was de een getrouwd.

In het boek blijkt dat Carmiggelt al helemaal in het begin, als ze nog niet eens gezoend hebben tegen Renate zegt dat hij ermee wil stoppen. Want hij heeft het zijn vrouw verteld en die kan er niet meer tegen. En hij vind het zelf ook smoezelig. Hier spreekt Simons betere ik.

Maar Renate, die alleen maar mee kan gaan in dat besluit, die denkt dan al: 'Hij had gezegd dat hij van mij hield. Ik geloofde niet dat dat loze woorden waren geweest. Hoe neerslachtig ik ook was, af en toe dacht ik: Waar een wil is, is een weg.'

Hier gaat spiritualiteit over: Hoe liefde, houden van, in alle vormen en gedaanten, een weg zoekt. Want waar een wil is, is een weg: de weg van de geest, Spiritus, Begeestering.

dinsdag 28 oktober 2008

Gedichten in het bos

De dichteres Ankie Peypers (80) is overleden, zo las ik in de krant. Dus stopte ik nog gauw een gedichtenbundel, Binnenland geheten, uit 1967, bij mijn thermosfles met thee en de boterhammen. Ze schrijft kleine intieme warme gedichten, waar mensen met hun gelaagde gevoelens mooi tot hun recht komen.

Tijdens het wandelen, o, wat mooi en zo stil, bizonder om helemaal alleen in de uitgestrekte bossen aan de Veluwezoom te zijn in het blauwe ochtendlicht tussen de boomstammen en een goudgeel bladerendek, las ik wat uit de bundel.

De eerste waar ik aan bleef hangen gaat zo:

RAND

Ik wil liever dat de mensen wilgen zijn
als zij dan zo beknot moeten zijn
wel liever bladeren in de wind
als zij naar zoveel luisteren moeten
liever twijgen tegen avondlucht
dan zoveel fijnvertakt verstand
liever spiegeling in water
rimpeling en stilte
dan wat zij zeggen.
Woorden als voeten
draven driftig over mij heen,
cadansen en kurven en kartels.

Ik wil liever dat zij wilgen zijn
aan de rand van mijn land
Met wortels.

Mijn gehechtheid aan de stilte. Ik bedacht me dat die in het uitgestrekte bos zeer intens aanwezig was en er dan een fijne, tere energie om mij heen gaat hangen, helder en alert ook. In het klooster drinken ze nu met zijn allen koffie, dacht ik. Vaak zou ik wensen dat mensen inderdaad bomen zijn en je alleen maar met elkaar hoeft te staan, geworteld in dezelfde aarde, en te waaien.

Het tweede gedicht waar ik tijdens de pauzes bij terugkeerde gaat zo:

TAPIJT

Wie heeft dat naadloze extra breed
kleed van de tijd tussen mijn wanden
geen centimeter onbedekt gratis gelegd
zo goed, mijn leven onverslijtbaar goed
doorweven met donkerrode
tot op de draad versleten
en verder niet te slijten
en gratis naadloos extra breed
breder dan ik motief van eeuwig leven?

Ankie Peypers is nu uit de tijd gevallen. Met deze beschreven ervaring hoef je niet meer te twijfelen aan eeuwig leven. Zij heeft het meegemaakt, tijdens haar leven.

maandag 27 oktober 2008

Blog

Gisteren was het zo'n dag om te besluiten geen stap buiten de deur te zetten. Verwarming lekker hoog, muziekjes op, boeken bij de hand, klaar. Moeders belde op. Ze moést mijn stem even horen en zo, want zij had net een heel aantal van mijn blogs gelezen. Dat is toch vreemd eigenlijk: de macht van het woord:
- Ik ken je nu veel beter dan ooit, zei ze.
- Ja, maar ik ben altijd dezelfde geweest.
- Maar nu zie en lees ik het...
Mijn ouders horen waarschijnlijk tot de meest trouwe lezers van dit blog.

Woorden... wie schrijft blijft... dat je elkaar dag in dag uit meemaakt en dat daaronder of achter een eigen leefwereld schuilgaat, die je nauwelijks met elkaar deelt. Daar heb je dan literatuur voor, om die universele gevoelens en zoektochten toch te herkennen bij jezelf en anderen en in de leeservaring die je deelt met anderen via recensies, interviews, gesprekken, dingen naar een algemener, universeler plan te kunnen heffen.

Maar misschien is dit zo voor middleclass en (half)intellectueel Nederland. In de keuken van het klooster wordt al schillende en kokend heel wat persoonlijke emoties, twijfels, zoektochten gedeeld. Sommige gasten daar vertellen soms meteen het meest persoonlijke, gewoon aan de borrel of even in de tuin. Dat geldt zo ook voor de bar in het wijkcentrum. En vroeger had je het biechten, de koffie met de buren, 'er voor elkaar zijn', klop maar aan, ik ben meestal thuis. Middleclass Nederland heeft de literatuur, de therapeut en... het blog?

Hoe drukker en hoe minder tijd, hoe meer schrijfsels de tijd doen stollen. Er wordt een andere tijdszone gecreëerd, een andere werkelijkheid. Eentje waar je ook elke keer weer naar terug kan keren. Je kunt iets nog eens overlezen, al mijmerend tot je nemen, het herkauwen, het combineren met andere dingen.

Waarschijnlijk heb ik mezelf ook beter leren kennen door mijn eigen blog.

vrijdag 24 oktober 2008

Ik-vorm

- De meeste mensen leven in hun ik-vorm, zei de interieurverzorgster vanochtend tegen me.
- Mooi gezegd, zei ik. Hun ik-vorm.
- Dat is toch zo? Ze zeggen alleen maar ik-ik-ik. Als iemand tegen mij zegt: Nou moet je dát doen, dan zeg ik : Ho, ho, ho, ik MOET niks, ik doe het als ik dat wil.
- Nou je weet in ieder geval dat je ook grenzen hebt, als je wat voor een ander wilt doen, zei ik. Je zegt niet zomaar 'ja'. Je doet het alleen als je er zelf plezier in hebt. Goed als je dat zo kan.
-De wereld is toch veel leuker, als je het samen doet? Ik snap het écht niet, dat sommigen het geen bal kan schelen. Dat je ze alleen maar ziet kijken met ik-ik-ik in de ogen.

Nou, dit is wel genoeg wijsheid om weer het weekend mee in te kunnen. Ik-ik-ik in de ogen en in het handelen. Wel grenzen kunnen stellen, want alleen maar wij-wij-wij gaat ook niet. Iets doen zonder het echt te willen is niks. Iets doen zonder plezier ook niet. Wat is dan de onderliggende gedachte?

Ik denk het verlangen naar verbondenheid. De ervaring dat je SAMEN vele malen groter, rijker en mooier bent dan alleen. Tegelijkertijd moet je het 'ik 'ook bewaren. Als je jezelf verliest, ben je nergens meer.

Gerrit Komrij zegt dat wel leuk in het gedicht 'Niemandsland':

Een ik is blijkbaar iets als oude wijn
Ik trok de wereld in en, zie, ik schrik:
Want als ik zonder ik ben, waar ben ik?

Amerika

Vanochtend vanuit de bus kon ik genieten van een prachtige zonsopgang. De lucht was rood-roze gestreept in een lichtblauw uitspansel. Dat is dus Homerus' rozevingerige dageraad. Het water van het Maas-Waal-kanaal was rimpelige oranje, een bootje voer voorbij en in de verte aan de horizon verscheen vanuit een felrode slang, als een kronkelige tl-buis die de bosrand markeerde, de zon.

Het paste wel bij de mij gevisualiseerde zonsondergang van gisterennacht. Voor eén eurootje een afgeschreven boek gekocht in de bieb van 30 cm lang en 20 cm hoog: Amerika's spectaculaire nationale parken, heet het. Tjokvol grote foto's van al die prachtige natuur. De Grand Canyon uitklapbaar aanwezig.

Zonsondergang bij de Grand Canyon; alle superlatieven vond ik écht waar. Te groots en ontzagwekkend, toen ik er was kon ik het nauwelijks aanzien. Je komt aan, in de buurt van de kloof, maar je ziet niks. Je zet de tent op tussen wat struiken en besluit maar eens te lopen naar een weg waar allemaal autootjes in slow motion hun gangetje maakten.

En dan: ineens, sta je ín de canyon te kijken, de gelaagde kleuren van de rotsformaties, die ook telkens van kleur veranderen bij het verder ondergaan van die zon. Autootjes worden mieren, en je kruimelt zelf ook wat weg. Tegelijkertijd voel je het juist zwellen in je: dat je daar bij kan staan, dat dit oók de wereld is waar je deel van uit maakt.

Je kunt met helikopters door de canyon heen, en er zijn trails uitgezet om erin af te dalen. Waarom zou ik?Er stil bij zitten en staan was voor mij meer dan genoeg. Amerika koestert haar Nationale Parken en doet, door ze zo goed bereikbaar te maken en de mogelijkheid te geven dat je er kunt kamperen, aan natuurbeleving en educatie, waardoor Amerika je vanzelf dierbaar wordt.

Een sterrenhemel en daar onder zitten bij een kampvuurtje. Eekhoorntjes die bij je over de picknicktafel lopen, herten die zo tam zijn dat je ze bijna kunt aaien. De strip van Yogibeer is het andere uiterste, maar de wijdsheid van Amerika en het gevoel van vrijheid als je daar met een auto doorheen gaat: dat is onvergetelijk.

Ja, zo ben ik op half bewust belevingnivo wél Amerika-minded. Vrijheid, de melting pot, het land is ze groots en wijds dat je de armoede in de steden en andersoortige ellende snel vergeet. Dan vergeet je bijna dat de operatie Enduring freedom niet zo mooi is. En Geert Wilders heeft vandaag een Freedom Award gekregen van de American Freedom Alliance en dan denk je bijna: Ja! Vrijheid! Belangrijk.
Dan is er ook nog de Amerikaanse filmindustrie: van Easy Rider tot Forrest Gump: iconen die zich gesetteld hebben in mijn belevingswereld. Horen daar dan ook Psycho bij, die de sfeer bij achteraf motels pakt? En Hotel New Hamphire, die plek vol gekke mensen naar een boek van John Irving? Of Bagdad café en Desert Hearts ? Als ik dat luikje in mijn hersenpan open, dan stromen de beelden binnen...

donderdag 23 oktober 2008

Stél...

Ik dacht: laat ik eens een heel andere wereld tot me nemen. Dus ik leende uit de bieb De Russische kater van Laura Starink, correspondent van de NRC in Rusland. Misschien dat de sprookjesachtige sfeer van de voorkant van het boek, gecombineerd met de sfeer van een feestje dat net geweest is, mij voor dit boek deed kiezen. Twaalf interviews met vooraanstaande, belangwekkende Russen. Nou, daar wordt ik nederig van. Er sijpelt zo'n andere wereld door, dat ik denk dat ik daar gek zou worden.

Nou, ja. Allen zijn min of meer teleurgesteld of sceptisch over de veranderingen in Rusland, vandaar de titel van het boek. 'Wij' in het Westen denken dat daar een democratie gegroeid is, maar eronder leeft nog het oud tsarendom, de hiërarchie, de macht die van enkelen is. Poetin is een man van de zeer oude stempel, die in zijn jeugd wel de Beatles en McDonalds gemist heeft. Wel, dat is er nu naast de kaviaar.

Rusland en China: twee grootmachten waar het Westen toch weinig meer naar kijkt. Volgens sommigen in het boek onderschatten we beide. Ik weet er te weinig van af, maar verbazing is wel mijn deel als blijkt dat we de hele dag en nacht rechtstreeks naar de verkiezingen in Amerika kunnen kijken. Hoe Amerikaans is mijn wereldbeleving? Ooit in het Oosten vond ik het al ietwat bevreemdend om een andere wereldkaart te zien. Niet Amerika stond daar centraal op, maar Zuidoost Azie.

Humane waarden zoals mededogen, democratie, gelijkwaardigheid: het monster dat die lijkt op te slokken is de hebzucht en de geldlust van het Westen zelf. Het gesprek van de dag is de financiële crisis. De potentiele vijand is 'de Islam'.

Maar stel... dat Rusland, of China, of beide, nou eens 'gewoon' Europa binnenvallen en delen van de VS bombarderen?... Ik zeg dit niet uit IJzeren Gordijn en wantrouwen of haat-zaai gedachten. Maar gewoon... stél je eens even een andersoortige wereld voor..

Wat is dan werkelijk voor je van waarde?