woensdag 30 september 2009

Colosseum

Zusje had nog iets te doen om half zeven in het dorp, alvorens ze me kon ophalen om naar de film Harry Potter and the half-blood-prince te gaan, weer een cadeautje van Appie Heyn, want je kon twee kaartjes krijgen voor de prijs van een, nog tot 1 oktober, dus dit was op het nippertje, de laatste mogelijkheid.

'Ik heb iets voor jouw blog meegemaakt', zei ze toen we goed en wel in de auto zaten. Ze vertelde in een kledingzaak geweest te zijn, waar alleen die avond de hele collectie beschikbaar was met 30% korting. Vorige week had ze er iets willen kopen en toen had de winkeljuffrouw haar met vele heimelijke fluisterende toeters en bellen verteld, dat ze het bijna aangekochte ook opzij kon laten leggen en het op deze bewuste avond kon komen ophalen met 30% korting: 'Maar kom op tijd... want het is heel druk, rijen tot buiten de winkel...'

En het was druk, voor haar een dikke volkse vrouw , een al echte ingewijde die meldde dat ook andere winkels dit soort avonden belegden, en achter haar een dunne schriele intellectueel typerige vrouw. Gezusterlijk letten ze op elkaars plaatsen in de rij, zodat de ene nog een mooie roze tas uit de etalage kon scoren en de anderen kon rommelen in de bak van de herensokken voor 80 eurocent en daar dan weer 30% vanaf.

Waarom vind Zusje dit iets voor dit blog? Welnu, bedenk ik nu, het moet wel iets te maken hebben met de bondjes die onder de allerdaagse laag van het winkelend publiek gesloten worden en ik altijd benieuwd ben naar wat zich onder de oppervlakte afspeelt. Hoe zo'n winkel je tot een ingewijde maakt van iets heel speciaals en hoe vrouwen in een rij plotsklaps geheel ge zusterlijk solidair, blij en verbonden met elkaar zijn.

Zoals Appie Heyn iedereen naar de musical wil hebben of naar de film. De nieuwste actie van Appie is ook weer gericht om de mensheid tot een familie te smeden: we mogen allemaal puzzelstukjes verzamelen en dan op speciale puzzeldagen mee gaan werken aan werelds grootste puzzel, die met voetballen te maken heeft, gezien de schoppende voetbalschoen op mijn stukjes.

Geef het volk brood en spelen, zeiden de oude Romeinen al. En dat is wat nog steeds zo geldt. Met zijn allen je verheffen door naar die groene mat op de tv te kijken, met eigen bierrituelen, vlaggetjes of heel serieuze beraadslagingen over de voetbaltechniek, de magie van de bal en dergelijke. Da's dan vooral zo voor de mannen. De vrouwen gaan naar de winkels die in de schemerzone, voor de nacht invalt open zijn en bespreken in geheime seances, wanneer de volgende zal plaatsvinden.

Het nieuwe Colosseum: dat zijn de Winkel en de Huiskamer op gezamenlijke tv-wedstrijdstand, de Huishoudbeurs en de Koopjeshal. Eigenlijk kan het elke plek zijn; zolang de geur van de roofdieren, het heroïsche gevecht dat het bloed in de aderen sneller doet stromen en de extatische jubel tezamen iets uitzonderlijks te delen, zijn rondgang kan maken.

dinsdag 29 september 2009

Vuur voeden

Terwijl ik met mijn rechterhand de muis vasthield van de computer, speelde mijn linkerhand met een felrood espenblad dat ik zoëven in het park achter mijn huis heb opgeraapt. Fel, fel rood, donkere en lichtere schakeringen op één zo'n blad, de nerven en de spitspuntige randen puntgaaf.

Zo'n blad brengt me even in verrukking, zoals een babyhandje, waar alle vingers en nageltjes opzitten, dat ook kan. Wat is dat toch? Banaliserend zijn beide zo gewoon en deel van de natuur: babies worden ten alle tijden geboren en elk jaar weer komt na een zomer de herfst. Toch is het dat kleine concrete wat even een poort vormt en een overgang markeert: Ja, dit is het begin van de herfst: van oogst van vruchten, paddenstoelen, geurende aarde, vallend blad.

Gek, hoe na elk afscheid, er weer een nieuw begin on staat. Hangen aan wat was, dat maakt zwaar en melancholisch; 'O, o, o, het is weer voorbij die mooie zomer'... Maar het verwelkomen van een nieuw begin: Ha! Herfst! Fijn!, dat maakt vrolijk en levenslustig. Misschien is dat het mooie aan de metafoor én de letterlijke handelingen van het vuur voeden, dat ik de afgelopen dagen veel heb gedaan.

Je gooit telkens nieuw hout op het vuur en dat hout zelf transformeert, wordt vuur en verlicht en verwarmt en after all, blijft het as over. Het is een soort bewustzijn, dat alles voortdurend transformeert en in proces is, niks staat ooit stil. Zondagavond zat de Boekenclub van vijf vrouwen rondom een oranje warme volle vuurkorf, terwijl er twee uilen aan het roepen waren naar elkaar en er een halve maan langzaam tussen de grillige takken van de bomen omhoog klom.

We waren heftig aan het discussiëren over de rol van geweldspelletjes op de computer, de rol van het internet, de jeugd en de wereld die al dan niet geweldadiger geworden was. Over de toestand van de mensheid die al dan niet vooruit was gegaan. B. schoot plotseling in de lach en zei: 'en nou zou iemand ons moeten filmen: vijf dames op leeftijd die zich rondom een vuur druk aan het maken zijn!' Dit is als het ware het moment waar je naar jezelf kijkt en je jezelf tot hout bombardeert dat in het vuur al half verbrand is en zo meteen, tot as wordt.

Toch is dat zo'n beetje de status van het zijn: in de ene hand een deel van de natuur, een herfstblad dat zo meteen weer bruin wordt en verkruimelt en in de ander hand cultuur: de muis van een computer die je werelden instuurt die we met zijn allen gemaakt hebben.Werelden die jouw persoonlijk ikje zullen overleven. En dan laat je beide los en ga je typen: je ikje gaat zich er even mee bemoeien. Woorden komen tevoorschijn: de vehikels waar mensen naar elkaar reiken en elkaar zonder materie en echte tastbaarheid, toch kunnen raken. Zoals vuur verwarmt en verlicht, zolang je het voedt.

zondag 27 september 2009

Zweethut

Ik ben er heilig van overtuigd, en ik gebruik niet voor niets het woord 'heilig', dat er véél vormen zijn voor de mensen om iets van transcendentie (zie vorige blogje) mee te maken. Transcendentie is geen fantasie, maar ligt in het menselijk ervaringbereik besloten. De kern daarvan is de ervaring, dat je ikje een deel is van een heel groot geheel, een stroom van liefde en mededogen waarin we allen mee kunnen bewegen.

Wie alleen kijkt naar zichzelf en de eigen behoeften en verlangens blijft onvervuld en depressie en onlustgevoelens, zwartgalligheid en cynisme zullen de toon van het leven krijgen. Terwijl dat ook vreugde kan zijn, dankbaarheid, lol: ondanks alles. Natuurlijk is dat allemaal niet gemakkelijk, wanneer je het tegen zit, je pijn of verdriet hebt, maar toch... transcendentie: de wil en de poging om boven jezelf uit te stijgen, die maken dat mogelijk.

Dit alles als inleiding van een heugelijk feit, dat ik gisteren heb meegemaakt: Ik heb deelgenomen aan een Zweethut; een ceremonie die komt uit de traditie van de Indianen. Tezamen met vijf sjamanen in opleiding, want in Nederland heb je een school voor sjamanen, die er ondertussen ongeveer honderd afgeleverd heeft.

De Zweethut is een ronde hut en wordt gemaakt van takken met daaroverheen dekens en is een tot anderhalf meter hoog. In deze konden vijf volwassen in een cirkel langs de omtrek liggen. Het stelt de baarmoeder voor, waar je naar terugkeert en door de ceremonie word je als het ware herboren. Deze zweethut ging over de vier elementen, vuur, water, aarde en lucht.

Er wordt een groot vuur gemaakt, waar stenen in worden verwarmd, meer dan twee uur lang en die stenen leg je een voor een op het hout, terwijl ze er in een cirkel omheen liggen. 'Groot mysterie (je heft de steen de lucht in), Moeder Aarde (je legt de steen even op de grond), deze steen leg ik vanuit mijn hart (je brengt de steen naar je hart) voor Wind uit het Zuiden. Of Aarde uit het Oosten of Vuur in het Westen, etc. Elke keer noem je een windrichting en een element.

Als je eenmaal in de hut bent, dan brengen de vuurdragers telkens bij elke ronde weer een steen naar binnen en ze geven die namen: dit is 'Licht Briesje', 'Vurig Hart', 'Huppelende Aarde', ik roep nu maar. Dat is de eerste ronde. In de tweede ronde was er een trance-reis, die in de psychologie 'geleide meditatie' heet: 'Je staat in een landschap en daarin staat een boom waartoe je wordt aangetrokken. Ga de boom in, daaronder de wortels is een andere wereld...'

Wat me zo ontzettend vrolijk maakt is, dat ik zo'n gigantische lol had, met de elementen! Op de donkerbruine aarde legde ik me neer en de aarde veerde mee en droeg me tegelijkertijd. Ik buitelde en vloog met de wind boven de bergen en ik dook in helder water, spetterde met mijn handen en verwonderde me over de heldere bron en het watervalletje. Bij het vuur gekomen, brandde daar een klein gestaag vuurtje en wist ik alleen maar: dit vuur heb ik te voeden. Ik voed het vuur en daar werd ik stil van, rustig en zacht...

Natuurlijk had ik geen idee wat zo'n zweethut me zou doen en ik vond het ook een beetje spannend. Wat een genoegen om na zo'n ervaring aan den lijve weer te ervaren: ook dit is een speelse, heel creatieve en concrete wijze om je te transenderen. Het maakt écht niet uit of je deelneemt aan een tafel waar men gelooft dat brood in het lichaam van christus verandert en de wijn in zijn bloed, of dat je naakt op de aarde in het pikdonker verandering, koestering en troost toefluistert, zingt en neuriet.

Intensiteit, integriteit en echte aandacht, dat is het enige dat telt en maakt elk ritueel tot echt en waar: doorgangshandelingen waar je, je kleine ikje vergeet en even opgaat in een groter geheel.

donderdag 24 september 2009

Transcendentie

Het allermooiste van lezen is, als je iets tegenkomt waar je werkelijk even verrukt van raakt. Dat zijn de momenten van werkelijke expansie, van transcendentie, om maar eens een sjiek woord te gebruiken.

En dat doet me weer even denken aan Willem Jan Otten die in de afgelopen weekendbijlage van Trouw een essay wijdde aan de 13-jarige Laura op de boot die het ruime sop niet mag kiezen. Zoals ik al eens eerder blogde (zie blogje Witte Momenten 18 aug. 2008) zit Willem Jan Otten er in mijn perceptie altijd nét naast. Hij roert dingen aan, die me zelf na aan het hart liggen (zie blogjes Zeilen (25 aug 2009) en de Trumanshow, zie blogje Doorbraak (24 maart 2009), maar trekt onzorgvuldige conclusies, die ik altijd associeer met wollig Rooms Katholicisme.

Nu beweert hij dat Laura's wil om uit te willen varen, een verlangen is naar transcendentie, zoals ook Truman in zijn schijn wereld van leven in werelds grootste tv-studio, op een gegeven moment met zijn zeilbootje door het kartonnen decor van de lucht prikt. Ook Truman is op zoek naar transcendentie, zegt Otten, wegvluchtend van een jaloerse God, de tv-regisseur.

Ik heb een hekel aan zo'n vermenging van concepten. Zowel Laura als Truman zijn mijn inziens helemaal niet bezig met transcendentie, maar met een onderzoek naar de reëele wereld buiten hen. Laura is een jonge puber en heeft van volwassenen te leren wat haar grenzen zijn als 13-jarige en zou niet verzeild moeten raken in een mediacircus van wel-of-niet mogen uitvaren. En Truman ruikt onraad en gaat vervolgens op zoek naar wat werkelijk is. Daar is moed voor nodig en in zijn geval een letterlijke doorbraak, maar dat is wat anders dan de zoektocht naar Transcendentie.

Wat wél met transcendentie te maken heeft, is het onderzoek naar de wereld binnen in je. Dáár kunnen grenzen verschuiven, daar kun je uit je eigen benauwde ikje uit een ei kruipen of een cocon spinnen en van rups, een vlinder worden.

En wat is het dan mooi, als er in woorden landkaarten bestaan, waarlang je geest kan reizen en je een eigen grens kan verleggen of weer in herinnering wordt gebracht, waar je het in de grond werkelijk om gaat! Dat gebeurde me gisteren.

Ik las in het Commentaar op het Hooglied van Willem van St Thierry, een auteur uit de elfde eeuw. En daar staat het recept, de kaart die je op weg helpt naar Transcendentie. De mens is een beeld van God, zegt hij. En dat beeld dat kom je op het spoor, door drie mogelijkheden in je. Je hebt je geheugen, je herinneringvermogen die de schoonheid van de zintuigelijk wereld tot zich neemt en daarmee instemt. En je hebt je ratio, je intellect, die het kan proberen te begrijpen en daar zo dichter bij komt. En je hebt amor, de liefde, die vervult raakt van liefde.

En dan komt het: de weg naar binnen, de weg van de contemplatie, die zie je door twee ogen: die van de ratio en die van de amor. Maar uiteindelijk blijft er eén oog over: ratio transit in amorem: het verstand transformeert in liefde.

Dat is pas transcendentie: al je de stemmen van je ratio tot zwijgen brengt en in de stilte alleen maar de liefde over blijft. Een liefdesstroom die niet gericht is op jezelf of op eén enkel ander persoon, maar die alles en allen omvat.( Ook heel moeilijk soms, om dat steeds maar weer voor ogen te houden.) En een ander woord daarvoor is weer: God. Zo kan alles en iedereen in-God-zijn en zijn we allen beeld van God.

woensdag 23 september 2009

Baobab

Gisterenavond was het echt, echt, echt voor de allerlaatste keer dit jaar: een windstille avond op het zand bij de rivier. De boten die voorbij tuffen, eerst vol kleurige details en stilaan als zwarte silhouetten. Twee vissers die aan de oever hun hengels uitgooien. Een lucht die langzaamaan rood wordt, het wordt donker en in het gras van de uiterwaarden naar de dijk lichtten alleen nog wat witte schermbloemen op.

De paarden en de runderen die bij aankomst nog grazen en achter elkaar aan draven zijn verdwenen. Evenzo de grote rij zonnebloemmen bij een boerderij: allemaal gerooid. Het is niet anders, het is herfst geworden.

Wat was het toch een mooie zomer! Ik heb er velen over gehoord, het afscheid dit jaar van de zomerzon en de lange dagen, valt zwaar. Het is een soort je opnieuw bij een rapen, niet meer naar buiten met huid en porieeen die uitstaan naar warmte en koestering, maar een inkeer naar jezelf: een trui aan, sokken, je inpakken voordat je naar buiten gaat.

Het is een soort op-en-neer die zo gewoon is, voor hen die de seizoenen kennen en je ziet het terug in de levensbeschouwingen. Het hele christendom heeft zijn jaar gemodelleerd naar de seizoenen: Allerheiligen zo meteen, wanneer de herfstwinden waaien, de geboorte van Jezus, diep in de winter wanneer het op zijn allerdonkerst is, de Verijzennis midden in de lente.

Ook de indianen en de sjamanen maken vanzelfsprekend gebruik van de natuur om hen heen. Totemdieren die alleen maar daar voorkomen, een celebratie van het o, zo noodzakelijke vuur en het water, wanneer je woont in tipi's, rondtrekkend en zwerfend. Haiku is seizoengebonden en die zijn weer verbonden met de Zen.

Alleen het boeddhisme is onstaan in een wereld die geen seizoenen kent en in zekere zin dus gelijkmatiger is. Mediteren onder een Bodhiboom, buiten waar het warm is: dat is een ieder zomaar gegeven in Indiase contreien. Stilzitten doe je alleen als er geen reden van buiten is om je warm te moeten houden: je niet hoeft te rennen en te draven.

En in Afrika groeien die prachtige Baobab-bomen met zulke dikke stammen en korte takken daarboven, dat je wanneer je daar tegen aan zit, niks anders kan, dan vermoeden dat deze bomen in de leegte van de savanne, het thuis zijn van de voorouders en de geesten. Volgens een legende hebben de goden de boom uit de hemel op aarde geknikkerd en daarom groeit de boom als het ware omgekeerd: de wortels naar boven en de kruin is beneden.

Ik wil toch eens proberen om de Baobabboom als een soort geestelijk thuis te gaan beschouwen: Mijn kruin is beneden en wij zijn allemaal de voorouders, de geesten van hen die na ons komen. Ooit, in een verre, verre toekomst leunt er iemand tegen de dikke bast aan en probeert te luisteren naar het verleden. Wat die zal opvangen, dat zijn dezelfde soort vage fluisteringen die ik zelf opvang, zo heel af en toe.

Waar je vandaan komt, je weet het niet en waar je naar toe gaat, wie weet het?

dinsdag 22 september 2009

The Age of Stupid?

In The return of the King, het derde deel van de verfilming van Tolkien's The lord of the Rings, zit een sleutelscène, waar Frodo, de ringdrager zijn vertrouwen in Sam, zijn metgezel opzegt. Het is vreselijk: ze zijn samen een lange, lange weg gegaan en vlak bij hun eindbestemming raakt Frodo in de ban van het kwaad en wil alleen verder. 'No, Mr. Frodo, please, you cannot mean that!', zegt Sam met betraande ogen op een rotswand waar hij bijna door Frodo de afgrond in wordt geduwd.

De scène blijkt in een squashhal in Queenstown in Nieuw-Zeeland te zijn opgenomen. Onverwachts, want het regende en regende en daardoor konden er geen buitenscènes worden geschoten. Beide acteurs hadden het gevoel niet klaar te zijn voor deze sleutelscène, maar regisseur Peter Jackson vond van wel. Eerst werden de close-ups met Sam opgenomen. Toen klaarde het op en was het alleen nog maar mooi weer. Frodo's gedeelte werd op de lange baan geschoven en uiteindelijk pas een jaar later opgenomen.

Dus, in het echt zit er een jaar tussen een scène waar alles draait om die twee gezichten: de wanhopige blik van Sam, smekend om erkenning en nabijheid en de blik van Frodo, die vervreemdend en met iets van afschuw en afstandelijkheid terugkijkt. De scène grijpt aan omdat het iets vertelt over wat je zelf van binnenuit kent en dus meebeleeft: de machteloosheid een roepende in de woestijn te zijn, de horror van verraad, het verdriet van het verlaten worden.

Vanavond gaat de film 'The Age of Stupid' wereldwijd in premiere, tegelijkertijd in 500 bioscopen. Een klimaatfilm en niet toevalig zijn in dezelfde tijd in New York de verenigde naties bijeen om over het klimaat te praten. Zogezegd een world wide event. De film schijnt een soort doemscenario te geven. Grote delen van Europa staan onder water en Sydney en Las Vegas staan in brand. Een beheerder van het laatst overgebleven archief van de aarde kijkt in 2055 terug naar deze tijd, de tijd van de beslissingen.

De Britse regisseur Franny Armstrong wil je met de film een spiegel voorhouden en er verschijnen daartoe in de film mensen van allerlei pluimage. Maurits Groen, die de film naar Nederland heeft gehaald, je kunt vanavond om 19.00 in Rotterdam, Den Haag, Groningen en Amsterdam gaan kijken, antwoordt op de vraag of men wel zit te wachten op weer zo'n klimaat- en milieufilm in de lijn van de regisseur: 'Onderwerpen als oorlog en liefde zijn ook al behoorlijk afgegraasd. Bovendien kunnen kunst en muziek op een heel ondoorgrondelijke manier recht in het hart aankomen.'

Ik vrees dat er hier een denkfout wordt gemaakt. Een klimaatfilm gaat over de wereld buiten je en over die wereld heersen vele verschillende soorten meningen en gedachten. Sommigen voorspellen in elke eeuw weer, de ondergang van de wereld en anderen blijven on verbetelijk vrolijk en optimistisch. Daarom zal de Age of Stupid, alhoewel die pretendeert over de échte wereld te gaan, niet veel mensen tot de ziel wakker schudden. De adepten gaan er naar toe en en hebben het gevoel heel zinnig bezig te zijn.

Terwijl The Lord of the Rings, al staat die geboekt onder de fantasyfilm en al weet je dat alle scènes erin bij elkaar geharkt zijn en vol computeranimaties en plastic trollenvoeten zit, uiteindelijk over de binnenwereld gaan. Over een strijd van goed en kwaad in je, over de weg die je hebt te gaan naar loutering en licht. Daarom raakt het, ondanks de wetenschap dat het allemaal illusie is, waar je naar kijkt.

De onvermijdelijk konklusie is dus, dat de binnenwereld in veel opzichten echter is dan de buitenwereld en dat de buitenwereld alleen maar verandert als er iets binnen in je geraakt wordt, iets wat dan zacht en ontvankelijk wordt, vol stromend met warmte en mededogen.

maandag 21 september 2009

Kampement (2)

Hoog bezoek in Nijmegen dit weekend: Bea en prins Philip. Allemaal in het kader van de herdenking van Market Garden, de bevrijding van Nijmegen van de Tweede Wereldoorlog. Eerlijk gezegd was het me allemaal ontgaan, maar ik fietste langs het Valkhofpark op de Zaterdag, alweer een 'laatste zomerdag' in de Ooypolder, en toen hoorde ik aanstekelijke muziek.

Het bleek Sergeant Wilson's Army show te zijn: 3 vrouwen en 1 man in leger uniform die al die aanstekelijke oorlogliedjes zongen a la de Andrew Sisters, die ooit nog eens door de gezusters Paay tot leven zijn gewekt. Een zwoele zomeravond met het soort liedjes toen de melodielijn nog eenvoudig was en er daardoor aandacht gaat naar de woorden en de expressie van degenen die in de schijnwerpers staan.

Men had een waar kampement in het Valkhofpark tot leven gebracht, met tenten, vrachtauto's, een kampvuurtje en al. lagen ze dus in de bossen, waar ik wandel. De hele sfeer was er een van scoutingachtige vrolijkheid: fijn in de natuur, ge broederlijk onder elkaar. Zo'n sfeer blijft er dus over, als men terug aan een oorlog denkt. Geen bloed, ellende en verlies, maar camaraderie en met zijn allen verlangen naar je liefje thuis.

Wat een wrang contrast met alle huidige oorlogen en doden die er te betreuren zijn. Wordt dit over 50 jaar ook weer geromantiseerd? Ik las onderwijl heel ergens anders, dat er mensen zijn die smachten naar een natuurrampje ofzo. Want dat geeft je weer een gevoel dat je 'mensen onder elkaar bent', dat je weer van elkaar afhankelijk bent en meeleeft met het leed van een ander.

Raar, zo raar. Pas op het scherpst van de snede wil men wat voor elkaar betekenen. De rest van het leven is het overgrote deel van de mensen aan het slapen, indommelen of aan het jagen op de schimmige wereld van nog meer bezit, nog meer macht, nog meer Ikke: ikke, ikker, ikst.