zondag 29 mei 2016

De wereld is mijn tuin

Zelf een moestuin hebben zou niks voor mij zijn. Al dat plannen, bedenken, ontwerpen hoe en wat in zo'n moestuin, het zou me veel te veel in beslag gaan nemen. Tenzij  het, zoals in een klooster, tot een deel van mijn taken zou horen en ik er bij zou wonen, zodat je meerdere keren op een dag een wandelingetje in je tuin kunt maken. Werkelijk: na een paar uur zijn er alweer dingen veranderd! Dan ben je heel dichtbij de voortdurende beweging, de groei en het verval van de natuur, waar je tenslotte zelf ook een deel van bent.

Zoals deze drie weken: dat vind ik ideaal: 3 x 3 dagen de tuin meemaken, doen wat voor handen is en ter plekke urgent lijkt. Slakken op de kropjes ijsbergsla: meteen weghalen... en dan vervolgens vroeg in de avond ontdekken dat er tóch weer aan de sla geknabbeld is, al zie je nu geen slakken. De net geplante pompoen en courgette en komkommerplantjes stonden er 's ochtend nog mooi bij,maar in de avond was een deel verdord en vertrapt.

Deze ochtend een reddingspoging uitgezet, door de over gebleven plantjes heel voorzichtig met een kringetje aarde te omgeven zodat ze iets opgehoogd, wat steviger staan en met een klein gietertje wat water erbij geven. En O!, wat geeft het toch een geheel voldaan en vredig gevoel om in de kiembedjes waar worteltjes moeten verschijnen, het onkruid met vele vertakkingen en blad weg te halen en dan daaronder de kiemen en het eerste prille groen te ontwaren, die straks, heel veel later de groene bos zal vormen waaraan de oranje worteljes bungelen, wanneer het geoogst is.

Ondertussen had Zusje een uitje naar naar Winsum, waar een kunstenaarsechtpaar hun levenswerk realiseren: De Tempelhof . Ik herkende "de zaailing": dat is het vignet dat je kunt volgen in een meer dan 100 kilometer lange rondwandeling rond Nijmegen en omstreken The Walk of Wisdom.  Ik ben het zomaar wandelend in de omgeving al heel vaak tegen gekomen.Ze hebben een filosofie ontwikkeld, waarin ze ook alle wereldgodsdiensten een plek in geven:  ieder mens is een zaailing: er schuilt in ieder een bloemknop die open kan gaan.

Die zaailing lijkt niet voor niks op een engel met vleugels en tegelijk is het de menselijke maat: jij met je armen de lucht in. Het is een beweging die ik ook vaak liet gebeuren in de meditatie: 'Je bent een mens, geworteld in de aarde en tegelijk reikend naar de hemel', zei ik dan.

Zij heten Adelheid & Huub Kortekaas en op YouTube is een korte documentaire  dat een goed beeld geeft van hun werk. Typ: De wereld is mijn tuin. Deel 1 en Deel 2. Dat zó dichtbij zo'n groots project is, ik wil zeker eens gaan kijken. Want ik kan daar van harte in mee gaan:  een tuin is als de wereld, de wereld is mijn tuin.

zaterdag 28 mei 2016

De woorden wisselen






Iets in mijn tijden is aan het veranderen; the times they are changing, a la Bob Dylan. De woorden wisselen. Ik ben aanweziger in de buitenwereld met mijn woorden: ik communiceer, dialogiseer, schrijf puntige mailtjes om dingen voor elkaar te krijgen, meld me als er iets in me op komt waarvan ik vind dat een ander het moet weten, ik benoem hardop de stemmingen van vrijwilligers in het Wijkcentrum, omdat ik ontdekt heb dat dit als een spoelprogamma werkt. Alleen gadeslaan houdt de was vuil.

Het gevolg is, dat ik in en voor mijn binnenwereld nauwelijks meer woorden heb of gebruik. Zonder woorden draait er een soort van intern spoelprogamma mee en in de mate waarin ik me levendig voel, weet ik dat het spoelprogamma draait. Ik doe, ik leef.

Poes Sammie is steeds om me heen, hij wordt de schuwere genoemd, maar is dat bij mij niet. Hij kijkt me aan, miauwt met een kirrend geluidje, strijkt langs me heen, geeft kopjes en wil af en toe op schoot. Zo'n warm levend wezen om me heen: ik mis dat thuis, soms.

De paars-lila bloemen in de bonenstruiken zijn in een paar dagen wel 20 centimeter meer de hoogte in gegaan, er bloeien nog meer witte bloempjes die allemaal peulen en erwten worden. De Gelderse roos bloeit. Er hangt een mist over de weilanden, koeien grazen in de verte. Gisterenavond laat was het vol vogelengezang, alsof ik me midden in een klankschaal bevond.

Moeder wilde niet door de voordeur naar binnen, maar hobbelde met haar rollator naar achteren: even kijken, wat is daar te zien? De geest van een mens blijft op ontdekkingstocht. Zij wist een heel fijne buitenplaats: De Gelderse Poort aan de dijk, bij Millingen aan de Rijn, vlak bij het pontje naar Lobith.We aten er een pannenkoek met brie en honing en noten, die had ze er eerder gehad en een stoofpotje met wildvlees en patat, allemaal gedeeld met zijn drieën.

We zagen een ooievaar hoog in zijn nest. We volgden en tuurden naar een ander die met grote takjes vloog en later verdween in de verte. Waar komt het verhaal toch vandaan, dat die kinderen brengt?, vroegen we ons af.

Door de mist komt nu langzaam de zon door. Weer een nieuwe dag.

woensdag 25 mei 2016

Money, money...

Het is helemaal niet fijn om te somberen, maar op de één of andere wijze is het vandaag het thema: hoe het toch mogelijk is dat alles in de maatschappij lijkt te draaien om te bezuinigen, hoe zorg afbrokkelt,  oudere vrijwilligers een sollicitatieplicht hebben van vier keer per maand  en computergestuurd, op de vingers worden getikt als het er maar drie zijn, hoe alles om wordt berekent in tijdschrijven en cijfertjes en nut en of het wat opbrengt.

Vanochtend kwam de zeer kundige elektriciteitsjongen die al eens eerder vertelde hoe nit-wits zijn plaats aan het overnemen waren en hoe, als alles in het honderd is gelopen, hij dan toch weer gebeld wordt om het op te lossen. Nu kwam hij binnen en zei: ïk ben zó weer weg, ik heb nu 18 minuten. Maar na 3 minuten was hij al klaar. In die 18 minuten zat ook de reistijd berekent, vandaar. Een praatje maken is er helemaal niet meer bij.

Bij de interieurverzorging hangt er aan elke handeling een prijskaartje, bij Moeder valt het 's avonds de gordijnen dichttrekken in het zorgplan, ik zit vastgenageld aan de Centrale Planning. Het hoort bij je werk, dat er 's avonds net voor sluitingstijd een aantal jongeren op de ramen gaan trommelen om binnen gelaten te worden: dat doen ze omdat ze een vreemde beheerder zien, bij een bekende is daar geen lol aan, en als je dan een half uur later dan de planning naar huis gaat, jammer dan. Dat doe je dan in je vrije tijd.

Mensen die thuiszorg hebben, krijgen nu allemaal Keukentafelgesprekken. Zit daar een wildvreemde tegenover je en vraagt dan: kan uw dochter niet een keertje komen om de boel bij te houden? Heb je dat nou echt nodig, dat de ramen worden gewassen? Zo ja, dan moet je er maar een glazenwasser voor inhuren, dat valt niet meer onder ons. Ja, maar, als je dan zegt: laat mij dan voortaan al het lichte huishoudelijke werk doen, dat lukt me nog wel zo door de week heen, als ik het doseer, maar die ramen dat lukt me nooit want ik heb ook evenwichtsproblemen... Dan ben je dus heel dom bezig geweest, want daarmee concludeert de thuiszorg dus dat je helemaal geen hulp meer nodig hebt!

Ik vind het vreselijk. De menselijke maat en het maatwerk is volkomen verdwenen. Het draait om grote kostenplaatjes en de contracten die daarbij zijn afgesloten. Nog één voorbeeld dan: ik koop in het winkelcentrum voor €1,80 veertig kleine pedaalemmerzakjes. Daarvoor wordt ik op mijn vingers getikt. Ik had ze alleen maar centraal mogen inkopen. Die zakken zijn zeker vijf keer zo duur. Waar gaat dit nog over? ... Dat een ieder een slaaf wordt van het systeempje waarbij je hoort.

dinsdag 24 mei 2016

Liefheid versus reptielenbrein

Het ging over het jongetje L., dat over het algemeen de liefheid zelve is. Tegen iedereen aardig, behulpzaam, met een gulle lach, hij lijkt lol te hebben in alles, glimmende oogjes. Twaalf jaar, is hij. Nu had hij pas gevochten met een paar andere jongetjes. Werkelijk, hij had uitgehaald met zijn vuist. Zijn moeder vond het wat zorgwekkend, maar zijn tante zag dat L. trots was op zijn actie.

Hoe zit dat nou? Er is die zwaar-gristelijke gedachte dat je de ander altijd de andere wang moet toekeren. Mij lijkt dat ongezond. Het is ook nodig om weerbaar te zijn en dan kan een welbewuste, doelgerichte uitgehaalde vuist heel doeltreffend zijn. Zoals Jezus die ook een keer kwaad is geworden in de tempel. Als de bron van zo'n actie niet ongericht is, niet voortkomt uit welbewust dingen kapot willen maken of pijn willen doen, dan kan het ook de lucht klaren.

Ik dacht aan de cursus van vrijdag: 'Omgaan met agressie'. De cursusleidster deed uit de doeken dat achter in ons hoofd het reptielenbrein zetelt: die is in alle levende organismen gericht op zelfbehoud en zelfoverleving. Alleen mensen hebben voorin hun hersenen iets anders ontwikkelt: daar zetelt het vermogen om na te denken, te overleggen, te wikken en te wegen, een oordeel te ontwikkelen, een weg uit te stippelen.

Wanneer we in stress zijn of ons bedreigd voelen dan reageren we uit ons reptielenbrein. Zonder nadenken volgen we onze impulsen. Als oefening moesten we in een kring gaan staan, en doen alsof we schrokken: O, ooo, help! Wat voel je dan in je lichaam? Dat was meteen duidelijk: je adem gaat helemaal omhoog, je verstard je schouders, je voelt druk op je borstkas, je knieën gaan op slot. Daarna zul je de dingen zeggen en doen, waarvan je 's avonds als je in rust op de bank zit, kunt denken: had ik dat maar anders gedaan, ik had anders kunnen reageren.

Om uit dat reptielenbrein te raken is er maar één ding nodig: heel diep ademhalen en de adem helemaal naar je buik brengen. Dan voel je meteen ontspanning, het voorste gedeelte van je hersens krijgt weer zuurstof, je komt weer bij jezelf en kunt van daaruit iets doen.

Het is dus de basistechniek van de meditatie, die lucht geeft! Diep ademhalen en die ademhaling blijven volgen... Mij lijkt het, dat het jongetje L. op de een of ander wijze NIET vanuit zijn reptielenbrein is gaan vechten, maar uit een gegrond zijn in zichzelf, en dan kan het niet anders dan dat je soms je eigen territorium moet verdedigen, wil je niet ten onder gaan, verdwijnen en verzwakken.

De liefheid-zelve zijn komt dus voort uit het deel van het brein dat alleen bij mensen is ontwikkeld. Daarom kunnen we ook de liefheid- zelve zien in beesten, planten, bloemen. Maar zij kijken niet terug. Zij Zijn er alleen. En dat kán heel lief zijn.

zondag 22 mei 2016

W. op de boerderie

Aaaaah... en toen was ze alweer weg... en het regent nu een beetje, mild.

Vriendin W. maakt een rondtoer van 3 weken door heel Nederland, op vrienden en familiebezoek. Een strak schema. Ze was mee naar de boerderie in Kranenburg. Zij voelde zich terug in de kindertijd: een binnenerf, rode dakpannen, beesten die erom heen grazen. Beelden van heel vroeger, waar wijdse landschappen en nu een permanent uitzicht op een meer omringd met bergen voor in de plaats kwamen.

We boften met het weer: gisteren een stralende zon, buiten zitten, lang ontbijten; ja of nee, nog weg? Toch een lange rondwandeling gemaakt langs het Reichswald, de glooiende landerijen, waar het koren wuifde. Twee fietsers daar midden doorheen: Nederlandser kon niet, volgens W. Haar ouders maakten lange fietstochten, soms 125 kilometer op een dag. We wandelden door de Bruuk, een uniek nat moerasgebiedje in het midden ervan.

En nu luister ik naar een jonge singer-songwriter uit Nieuw Zeeland: Mel Parsons, een meegebracht cadeautje. 'Hé, het is net of ik thuis zit', zei W. 'Tot een volgende keer!" zijn dan de laatste woorden in de deuropening van de bus.

Hoe mensen elkaar met zich meedragen door de jaren en jaren, over de continenten heen. Je snapt niet hoe het kan, het is het mysterie van de menselijke geest. De zon breekt weer door.

donderdag 19 mei 2016

Jij zegt het

Ik was toch best wel een beetje heel erg verbaasd dat Connie Palmen met Jij zegt het de Libris Literatuur Prijs heeft gewonnen. Toegegeven, in mijn omgeving was ook iedereen heel enthousiast over dit boek, maar niemand had het oorspronkelijke geschrift gelezen waarop het boek gebaseerd is: Birthday Letters van Ted Hughes.

Alle hartverscheurende scenes over die onmogelijke liefde van Ted Hughes en Sylvia Plath komen rechtstreeks, soms bijna letterlijk, uit dit boek. En dat dan gelardeerd met Connie Palmen's eigen thema's: de zin van het schrijverschap, hoe de werkelijkheid, wellicht ook altijd een literaire werkelijkheid is, dat literatuur de werkelijkheid ordent en een zin geeft en de scheidslijn tussen beide daarom nooit scherp is. Hoe roem en openbare bekendheid infiltreert in het intieme leven.}

Wanneer ze quasi-autobiografisch schrijft, zoals heel sterk in I.M. en in De wetten en De Vriendschap en ook in Lucifer: Ja, dan kan ik wel meegaan in haar thematiek. Omdat ze tenslotte zelf degene is die haar werkelijkheid ordent en tot een literaire werkelijkheid maakt. Daar zit dan haar literaire arbeid en ambacht in.

Maar dat geldt toch niet, als je een boek baseert op een ander literair geschrift? Nee, plagiaat wordt het niet, als je je helemaal verplaatst in de positie van Ted Hughes in die relatie. Alleen deed Ted Hughes dat zélf al in het schrijven van The Birthdayletters! Ik vond Jij zegt het, het meest zwakke boek van Palmen.

Je kunt helemaal meekijken met de constructie van dat boek, als je The Birthday Letters ernaast legt. Hoe Palmen haar eigen bril daarbovenop legt. Want je moet een hart van steen hebben, om niet geraakt te worden door Ted Hughes belevingen. Als je Birthday Letters leest, dan verbleekt Jij zegt het.

Nicci French

Het is, geloof ik, de derde keer, dat ik in een Nicci French-leesvlaag zit. Het begon ooit met een heel aantal van hun eerste losse boeken en daarna met de Frieda Klein-serie, die ik niet op chronologische volgorde heb gelezen en nu zie ik uit naar de eerste in de reeks, Blauwe Maandag, nu ik Als het zaterdag wordt, die net is uitgekomen, gelezen heb. Frieda Klein is psychotherapeute en was consulente bij de politie, maar raakte in allerlei duistere dingen verwikkeld waardoor de politie haar ook niet meer zomaar vertrouwd.

Cliffhanger door alle delen heen is ene Dean, die haar stalkt, stiekem zich toegang weet te verschaffen tot haar huis en die haar wraakengel is: hij doodt mensen die haar bedreigen. De politie is ervan overtuigd dat hij dood is, Frieda Klein niet. Dat thema: Het perspectief van één persoon tegenover die van de massa, zit ook in De Verborgen glimlach, die ik - wie weet - straks voor het slapen gaan, uitlees.

Je kunt zó goed de onmacht meevoelen van de hoofdpersoon, die ervan overtuigd is dat de mooie Brendan waarmee ze een paar keer gevrejen heeft, die zich in haar huis wil nestelen, die ze de deur wijst en die vervolgens haar oudste zus versiert en  in haar familie en vriendenkring dringt, waar er twee doden vallen, dat die Brendan een pervers, zeer eng en gevaarlijk persoon is, terwijl niemand in haar omgeving haar gelooft.

Hoe die onmacht haar eigen leven afbrokkelt, haar positieve zelfverstaan bijna  ten gronde richt, en ze moet worstelen om niet gek te worden.  Hoe die Brendan haar elke keer te slim af is en iedereen weet te manipuleren. Hoe ze soms, bijna opgeeft en dan toch weer getriggerd wordt om door te zetten. Een literaire thriller werkt bij mij altijd beter om dichtbij sommige gevoelens te komen dan een psychologische roman.  Dat voelt vaak als dat er beroep wordt gedaan op mijn goede wil, om me in te willen leven in anderen. Dat doe ik al genoeg in het dagelijkse leven. Ahum.

Ik vind het ook intrigerend en best wel jaloersmakend, dat Nicci French dus een schrijvend Brits echtpaar is. Het schijnt dat de ene in een schuurtje in de tuin werkt en de andere in huis in de studeerkamer. Dat ze dan elk een hoofdstuk schrijven, het naar de andere mailen,  die het dan weer bewerkt en terug mailt, net zolang tot hun twee stemmen, een derde stem wordt: de stem van Nicci French. Eén plus één is drie: dat is altijd mijn leidraad  geweest van een goede liefdesrelatie.