donderdag 15 november 2018

Bloot onder Montana Roja

Gistermiddag miezerde het hier, eventjes. Ik besloot te gaan wandelen en ik bleef me verbazen over al die vulkanische uitspattingen, de kleuren van inktzwarte grond, dan weer donkerrood, dan weer zacht zand, dan weer beige harde steen, de kleuren nog intenser door dat beetje vocht dat de boel bewasemde.De luchten kleuren elke avond als een magische toverbal. Magisch, dat blijft het woord, een soort van wonderland is het hier, ik raak niet uit gekeken. De combinatie ook van de zee aan de ene kant en die machtige bergtoppen aan de andere kant, zo bijzonder. 

Ik wil deze sfeer niet doorbreken door het verkeer, de bus, de snelweg op te zoeken. Ik blijf dus zitten waar ik zit. De branding en de stilte. Zelfs tussen de mensen: vandaag ontdekte ik dat onder de voet van Montana Roja onder de rijen parasols een kolonie nudisten huist. Er liepen al eerder bloteriken te wandelen langs de branding, ik dacht verdwaalde hippies: intens bruine mannen met lang wit haar in een staartje. Maar hier lagen er velen allemaal bloot, de helft ervan pensionado’s, schat ik in , en de anderen zijn mensen die geen schoolgaande kinderen hebben , boven de zes. Middelbaar en ook studentenleeftijd. 

Het zijn dan vooral mannen alleen, die het zand verlaten en toch verder de zwarte rotsen opklauteren... ik deed dat ook een stukje, om een windstil plekje te zoeken en ging lezen tegen het zwarte puimsteen. Ik keek op en meende even in een cruising-tafereel beland te zijn: voor mij in ene keer vier mannen, liggend op een steen bij een waterpoel, uitkijkend op het water, op verschillende uitstulpingen... Ik zette snel mijn petje af, straks zou ik ook nog voor een man kunnen worden gehouden. Maar dit was een denkfout, natuurlijk, want ik had een ontbloot bovenlijf.

Eerder, een dezer dagen, lag ik ook van de mensen af, een beetje in het duinzand. Ik heb het al in Venetië meegemaakt, dat er dan enkele meters van mij af een man gaat liggen. Terwijl er zoveel ruimte is. Die man doet dan liggend zijn zwembroek uit en gunt jouw een blik op zijn blote billen. Ditmaal waren het mooie jonge billen aan een strak lijf, zag ik in een oogopslag. Want meer moet je niet gaan kijken en het juist duidelijk negeren. Dan verdwijnt zo’n man na een heel kort tijdje. Enfin, ik beschouw het maar als een compliment, dat zo’n jong type, die moeite doet voor iemand van mijn leeftijd.

De sfeer is overal zo stil. Raar, je hoort nauwelijks stemmen, ook al zat ik aanvankelijk op het zand pal voor de nudistenkolonie.Het is hier echt genieten. De laatste twee dagen is het ook bijna windstil en dat is dan meteen minder zorg rondom mijn tent. 

dinsdag 13 november 2018

Tenerife-sensaties

O, dit kan ik niet uitstaan. In plaats van op de knop publiceren, heb ik per ongeluk op delete gedrukt. Weg blogje. Dus nu in telegramstijl uit de tombola van wat nu opborrelt:

*Er zijn hier grote, groene reuzenpaprika’s , geurbommen, en ook de basilicum komt in dikke sappige stengels en blaadjes. Tezamen met een blikje tomaten is een heerlijke saus met deze ingrediënten zó gemaakt en pasta, volgens de hooikistmethode: even koken en in slaapzak wikkelen. Smullen!
Mijn drankje is hier Cobana, bananenlikeur, op het eiland gemaakt en eergisteren rookte ik er een sigaar bij van Las Palmas, per stuk te koop.

* De grote grijze-bruine vlakken die ik al op Google Eerth had gezien, baarde me, met mijn stadse oog, wat zorgen. Wat zit daarachter verscholen? Toch niet allerlei vormen van industrie? Ze staan ook tot aan de rand van de kust en zo kon ik naar binnengluren: het blijken kassen te zijn, met daarin meer dan menshoge planten. Zo kom je dus aan die reuzepaprika’s. Tegen deze muur van gaas waren kleine grijze strandhuisjes gebouwd. Ook zag ik een tentje, ingeklemd tussen de grillige zwarte lavarotsen, vlakbij zee. Muurtjes gemaakt van opgestapelde lavastenen, ik zag 10 liter-waterflessen, een rode racefiets: is dit de wijze waarop een Tenerifaan haar eigen kluis heeft gebouwd?

* Op het strand ronde zwarte cirkels van opgestapelde lava-stenen: beschutte plekken om windstil in te verpozen. Ik lag op mijn buik en voelde iets over mijn rug kruipen. Het was een zwarte hagedis van 15 centimeter met schubjes en een ruggengraat. Met een prehistorische blik bleef hij bewegingloos voor zich uitkijken. Er zijn ook kleine hagedissen, salamanderachtig, in de aarde kleuren van hier, bruinig met wat groen en geel. Zijn die kleiner,om zich snel te kunnen verstoppen, achter de weinige planten? Het blijk hier een natuurreservaat te zijn, het enige duinengebied van Tenerife, waar honderden soorten vogels uitrusten op hun trek naar Europa uit Afrika en weerom.

* Ook het lange strand van vulkaanzand van El Modano tot en met hier, Playa de la Tejita, is uniek op Tenerife, onderbroken door Montana Roja. Gisteren maakte ik een voor mij spectaculaire wandeling en kwam uit aan de achterkant van de berg. Grillige rotsen, lavaplateau’s, vreemde formaties in de kleuren zwart, rood, oranje beige. Alsof het lukraak is uitgestrooid en aan elkaar is geplakt, de heftigheid en woestheid van vulkaanuitbarstingen, zó voor je ogen verteld.

* Ik en mijn tent leverden de eerste avond een gevecht met de harde wind. Ondertussen heb ik wel het vertrouwen dat deze het houdt. Zo niet, dan kan ik altijd een houten huisje gaan huren, die er op deze eco-camping in rijen staan, als schildpadschilden, tussen de struiken in. Mijn tent staat helemaal alleen in een windhoek. Daar wist ik toen nog niks van... ik kijk alleen naar de uitzichten. Vlak boven mijn tent staat het sterrenbeeld Orion heel laag te schitteren.

zaterdag 10 november 2018

Vulkaan eiland

Ik vind het erg, erg bijzonder hier. In het vliegtuig verlaat je het continent ongeveer op de hoogte van Porto in Portugal, dan heb je dik twee uur gevlogen. Onder je wordt het dan blauw, blauw, blauw, de Atlantische Oceaan, voor weer meer dan twee uur. Dan doemt er plots een berg op, het is de Teide, de hoogste berg van Spanje. Dan komen de contouren van het eiland.

Ik voelde me net een ontdekkingsreiziger. Dat er midden in de oceaan een aantal eilanden blijken te liggen! Van bovenaf zie je de zeer steile kliffen van de punt, de vakantieoorden in het Westen, men schijnt daar geel zand uit de Sahara neer te hebben gelegd. Het blijft eruit zien als een paar streepjes nederzetting, terwijl die kale vulkaan in het midden alles domineert. Je ziet de zon aan de west en zuidkant en dikke wolkenpartijen waar groen doorheen schemert aan de noordkant. 

Overal die donkere grond en overal uitstulpingen, kleine vulkaankratertjes, bobbels. Alle bebouwing volgt het landschap, in de glooiingen, de ‘scheuren’ vermijdend. De sfeer hier is stil, het lijkt alsof geluid opgenomen wordt in de aardkorsten, of door de ruimte van al die oceaan eromheen. Zelfs de vliegtuigen die hier vlakbij aankomen en opstijgen, lijken tegen de donkere vulkaanachtergrond onbeduidend. Zo kwam je zelf aan en zo vertrek je weer. Voor 17 dagen aard ik hier en het voelt een beetje magisch en goed.

woensdag 7 november 2018

Kamperen op Tenerife

Zo. Alles is ongeveer ingepakt. De koffer die tot de laatste vierkante centimeter gevuld is, voornamelijk met kampeerspullen, de afdeling ‘kleren’ is miniem, kan dicht, dat heb ik al uitgeprobeerd. Pas zonet besloten om de slaapzak toch apart te vervoeren, in die ruimte kunnen dan twee zakken krentenbollen en twee pakjes noedels. Ook de boekjes, weliswaar 'dwarsliggers' en de chassidische verhalen verteld door Martin Buber, er toch uitgedaan, wegens de zwaarte. Er mag tezamen 25 kilo mee. Dus wat zwaar is, in mijn heel kleine rugzakje, die dan niet de handbagage is, want dat is tent.

Kamperen, ja ik ga kamperen! Zolang als ik het nog kan, doet het me goed, Het brengt me down to earth, letterlijk ook: op de grond slapen, maar ook: met zo weinig mogelijk het doen: leven op een paar vierkante meter, geen elektriciteit, weinig spullen. Ik hou van het kluis-gevoel, het richt mijn aandacht naar mijn binnenwereld, ik wordt er zeer contemplatief en meditatief van, voel mijn ademhaling dicht op mijn huid en de buitenlucht om mij heen.

Ditmaal staat mijn tent ook in een mij totaal onbekende en nieuwe omgeving. Het zal 30 meter van de oceaan zijn, met donker vulkaanzand op een vulkaaneiland. En er zal wat warmte zijn en ook weer langere dagen. Geen idee hoe ik exact de tijd zal doorbrengen: misschien neem ik een bus-abonnement en ga ik het hele eiland verkennen, misschien ga ik een aantal langere wandelingen maken. Maar misschien blijf ik ook alleen maar dicht bij de tent en de zee.

Een beetje toch ook, in navolging van Franciscus van Assisi, even zo eenvoudig mogelijk leven, de laatste twee dagen komt die ene zin steeds terug: ‘hij ging liggen op de aarde en gebruikte een steen als zijn kussen.’ Dat is kamperen voor mij, het maakt me alerter en brengt me helemaal terug naar de kern: water, vuur, wat voedsel, het is de lichamelijke brand-driehoek: als je een van de elementen weghaalt, dan wordt het moeilijk om te overleven. En dan een plek waar je jouw lichaam kan laten slapen, natuurlijk.

De bestemming: Tenerife is pas ná het verlangen om graag te willen kamperen, gekomen, omdat de Canarische eilanden op dit moment de enige plekken binnen Europa zijn, waar dat nog kan. Maar nu raak ik ook benieuwd wat dat eiland met me gaat doen. Er is het vruchtbare, nattere Noorden en het droge Zuiden, waar ik kampeer. Wat doet zo’n kaal landschap me, en wat is de sfeer van donker zand? De rode aarde in Afrika en de geaardheid van donkere mensen daarop, ervaarde ik als zeer vibrerend, een wiegende intensivering.  Alle bleke snoeten van het Westen lijken sindsdien hun ziel aan de wolken te hebben gegeven, lichamen bestuurd door het hoofd, en niet vanuit de buik.

Ook denk ik aan de uitspraak van Moeder, die zichzelf op het einde van haar leven een vulkaan noemde die tot rust was gekomen, met een cirkel van as om zich heen. Ergens komt het me voor dat ik in de as zal gaan kamperen, en dat dit de grond is waaruit ik ben voortgekomen.

zondag 4 november 2018

Instagram

Ik was een beetje klaar met woorden, de afgelopen dagen. Er gebeurde best wel van alles wat de moeite van een blogje waard was, Nichtje L. werd 17 jaar en er kwamen tóch kaarsjes op het kleine taartje, dat moest vond ik voor het ritueel en nichtje miste het ook meteen. Ze kreeg van vriendje E. een reisje naar Parijs cadeau, verdient met werken bij Appie, wat nichtje ook doet. Parijs was ook het eerste reisje in een hotel dat ik ooit maakte met mijn vriendje vertelde ik haar, heel Parijs, de metro, de musea, alles staakte, maar wij waren voor het eerst samen in een hotel! 

De volgende dag was ik bij de Evensong die zo bleek, elke eerste zaterdag van de maand plaatsvindt. Het bleek een echte dienst te zijn met een dominee, ik dacht te gaan luisteren naar het koor waar de man van P. in zingt. De introitus, was prachtig, het koor kwam vanuit verschillende hoeken in de Stevenskerk binnen, de gewelven vulden zich en er waren best mooie liederen... maar voor het eerst sinds lang stak mijn oude allergie tegen kerk en geloof de kop op. Zó zwaar en God als zo veraf. De vertalingen uit de Bijbel nog in de oude kerkse taal, wat maakt begrijpelijke mensentaal dan toch uit. P. en ik  evalueerden na, met een glas wijn in een café: bij de katholieken is het glas half vol, bij de protestanten altijd half leeg.Hoe dat wellicht ook doorwerkt in jouw zelfbeeld.

Wat ben ik dan opgelucht om de volgende ochtend in ‘mijn' kerk te kunnen zingen: Zomaar een dak boven wat hoofden, deur die naar stilte openstaat. Muren van huid, ramen als ogen, speurend naar hoop en dageraad. Huis dat een levend lichaam wordt...ook hier maakt de uitvoering uit. Zoals een dominee dreigend kan articuleren: ‘De Heer God’, zo zetten twee gitaren als begeleiding zoals die er waren, een geheel andere toon, dan een heftig en bulderend orgel, zoals ik net op YouTube zag; het lied werd onherkenbaar...

Gisteren ben ik in een geheel in feestelijke herfst, windstil,geel beukenblad, vlammende bomen, door Sonsbeek gewandeld, de zondagse sfeer van flanerende mensen met honden en kinderen die bootjes wilden maken van de blaadjes. Ik moést weer eens naar de dierentuin, kijken naar de beesten die zo onveranderlijk bewegen en leven in de aard die ze zijn: de giraffe, de zeekoe, de gorilla’s, de olifanten blijven mijn favorieten.

Maar ik was best een beetje moe, had veel te weinig geslapen want tot diep in de nacht, de tijd vergetend op de bank gelegen met iPad. Ik ontdekte Instagram, als zijnde een leuke plek om al scrollend door mijn foto’s, er enige daarop te plaatsen. Met het criterium dat elke foto een heel specifiek gevoel op moet roepen, van toen ik deze maakte. Ik denk dat ik daar gevoelens ga verzamelen die in een beeld zijn vervat, zoals ik in dit blog ‘passiebloempjes’ verzamel in woorden. Het is nog steeds leuk om in mijn fotobestand te scrollen, ik maak altijd ‘live’ foto’s en op nichtjes verjaardag ontdekte ik door haar dat als je op een foto drukt, je dan ook geluid mee krijgt en nog meer beweging. Dus nu hoor ik weer de geluiden uit Londen, getjilp van vogels, flarden zinnen.

Ik ben er nog niet mee klaar, blijf in mijn foto’s kijken. Allemaal dankzij nichtje L., die ook het Instagram-account al twee jaar geleden ofzo aanmaakte. Daar dateren de eerste drie foto’s van. De rest is nu een mix, want er zitten ook zomaar vier foto’s van gisteren tussen. Wie bij Instagram zoekt op ‘mirjamreizi’ kan meekijken.

donderdag 1 november 2018

Blog zes jaar geleden

Ik weet niet hoe het gebeurde, maar ik kreeg plotsklaps mijn blog voor me van de maand november 2O12. Dat is dus zes jaar geleden... Het gaat ook over aqua alta in Venetië, zoals mijn vorig blogje hier en veel blogjes spelen zich af in het klooster. En ook het wijkcentrum dat toen groeiend aan activiteiten was. Ik zie twee zusters op een plaatje en de ene die vertrekt binnenkort naar het stadsklooster in Den Bosch en de andere werd abdis, maar is nu met een andere vrouw een eigen ‘kloostertje’ begonnen in het Westen van het land. Het zijn ook de twee zusters waardoor ik mij niet meer op een vanzelfsprekende wijze, op mijn gemak voelde in het klooster. Nu zijn ze er zelf weg. 

Ik lees hoe ik er me thuis voelde, in dat klooster... het was de tijd dat ik mij ook steeds maar afvroeg hoe ik er misschien nog meer zou kunnen zijn. En nu is alles veranderd en verdampt, het is een deel van mijn verleden geworden, waarbij ik weet daar niet naar terug te kunnen, maar wat ik wel altijd bij me draag...En rondom het wijkcentrum las ik pas in het wijkblad dat de door mij opgerichte gymclub nog bestaat, al vond een toenmalig SP gemeenteraadslid het maar niks, lees ik in een blogje. De fitnessruimte die ik er heb georganiseerd is nu overgenomen door de Sportservice van de gemeente, als zijnde een aanbod van hen...

Ook dat wijkcentrum is verdwenen uit mijn dagelijkse werkelijkheid en daar ben ik blij om, in die zin dat de soort beheerder die ik was niet meer mocht bestaan. Beheerders zijn een soort van vliegende keepers geworden, die gebouwen moeten openen, erop moeten toezien dat de regels worden opgevolgd, die de staat van het gebouw en de voorraad in de peiling moeten houden in een geüniformeerde gezamenlijk dezelfde wijze van handelen, zodat het niet meer uit hoeft te maken wie de cijfertjes invult of het telefoontje pleegt. Alles wat voor mij de kern van het beheerder-zijn vormde, is een taak van het welzijnswerk, zo werd de nieuwe mission-statement.

Geen klooster meer en geen wijkcentrum, maar ik herken de innerlijke bewegingen nog geheel, die zijn niet veranderd. En nog steeds zie ik die gebeuren in boeken en film, liedjes  en kunst... in de grond ben ik exact dezelfde gebleven, al ben ik verder afgedreven van het Bijbelse taalspel.

En zo doe ik hier onverwacht aan een soort van evaluatie. Ik lees nooit terug in het blog en denk dat ooit te gaan doen als ik immobiel ben en in de winter van mijn leven ben geraakt. Als ik dit mee zal gaan maken... Toch leuk dat dit blog er is. En nu even onverwachts inzoomen in het November van zes jaar geleden, ook. Voor het huidige november wil ik toevoegen dat ik vandaag een experiment heb gedaan omtrent de kastanje.

Hoe het kan weet ik niet, maar buiten de hekken van de speeltuin lagen drie grote hopen van kastanjebolsters en daarin zaten heel dikke grote glanzende tamme kastanjes. Met mijn voeten duwde ik die eruit en heb een tas vol geraapt. En dan? Ze poffen op een vuurtje zou leuk zijn, maar het regende. In Parijs worden ze toch gestopt in grote tonnen met een vuur daaronder? Dus ik heb dat in het klein nagemaakt, door kastanjes op een grillplaat te leggen en er een deksel op te doen.

Mmm, het resultaat waren gloeiend hete zachte kastanjes die ik met de notenkraker opende en met een theelepeltje uitlepelde, zoals je dat ook met een eitje doet. Zo zoet en warm. En zo zijn al die herinneringen van zes jaar geleden, eigenlijk ook wel.

woensdag 31 oktober 2018

Leemkuileffect voor Venetië?

Binnen één week tijd is de immense kuil, waar speeltuin de Leemkuil haar naam aan heeft te danken, het is een kuil geworden omdat de Romeinen daar het leem delfden, dat ze via een ingenieus systeem naar de oevers van de Waal en omstreken brachten, zo heb ik me laten vertellen, die kuil dus, die in de droge zomer helemaal geërodeerd was, alles brokkelde weg, die kuil heeft nu gelaagde terrassen.

Houten rondingen, met daarin aarde die naar mest  geurt, alles aangestampt en daar dan weer een zandlaag op en weer aarde en toen ik wegging stond er een grote vrachtwagen die groene grasmatten uitlaadde. Volgende week is die kuil veranderd in een zee van groen en kun je je alvast voorstellen hoe het volgend seizoen mensen er hun picknickkleden op uitspreiden en in verdiepingen relaxen. De droge kuil, deels al afgezet met hekken op het einde van het seizoen, bang voor instortingsgevaar, is veranderd in een groot groen zit- en lig-kussen.

Ondertussen staat 75% van Venetië onder water. Ik visualiseerde dat eerst de hoogte in, dat drie kwart van Venetië nu onder water is en dus al een gezonken stad is. Maar bedoeld is de oppervlakte waar je nu nog maar voor een kwart droge voeten houdt, men waadt nu door de straten en steegjes, de kades zijn verdwenen. Ik zag nog wel enkele vaporetto’s, maar hoe moeten die aanmeren? Hoog water, aqua alto, kent men in Venetië wel: er worden hogere houten looppaden gebouwd, zodat je de stad toch kunt doorkruisen. Maar zo erg als het nu is, is het nog nooit geweest, de looppaden zijn verwijderd wegens instortingsgevaar. Ik meende op een filmpje te zien dat er wel een brug is gebouwd aan het begin van de Canal Grande, naar de, na de San Marco, meest bekende kerk, dewitte suikertaart koepelbasiliek, de Santa Maria della Salute. Waarom? Toch om de toeristen te blijven bedienen?

Ik vind het heel bevredigend om oude ijzeren onderstellen van picknickktafels van een frisgroen kleurtje te voorzien, lekker in het herfstbos wat schuren en verven, en de werklui lijken ook al wat verguld met het resultaat dat komt: handwerk is leuk, je ziet het verschijnen. Maar in mij is er een terugkerend refrein: alleen maar omdat alles voor handen is, goede aarde, groene graszoden, verf, kwasten, schepwagens...

In Venetië staat het project Moses door corruptie stil. Bedoeld is om in de lagune een soort van grote deuren te bouwen, onderwaterbarrières, zodat het zeewater gereguleerd binnen kan stromen. Als het daar nou niet lukt om alles met elkaar te regelen, kan Venetië dan werkelijk verdwijnen? Omdat ik de binnenstad van Venetië weleens met mijn eigen hersenpan vergelijk,vrees ik een soort van Alzheimer, een vervaging van wat er ooit was. Terwijl ik hoop op het Leemkuil-effect.