maandag 24 augustus 2026

iPad (en ik) zwervend


 Zó was de lucht aan de East River bij zonsondergang. Het Vrijheidsbeeld leek in een gigantische ruime wereld te staan: de wolken achter haar werden als een bergketen en het verkleurend licht daaronder werd als een zee die van heel licht oranje kleurde naar intens oranje-rood; het beeld leek te zweven en naar alle kanten vrijheid uit te stralen, terwijl alles eromheen in toverbal kleuren in beweging was, roze, paars, oranje…enzovoort. Het zicht op Manhattan, al die wolkenkrabbers, leek dichtgeklapt en in elkaar gevouwen; dat achter dit front zoveel leven is, groots en intiem tegelijk, dat ik weet hoe het is om daar te zijn… Tevoren waren de wolkenkrabbers aan één zijkant ook belicht door die ondergaande zon en kleurden ook de gebouwen in schakeringen van blauw en spiegelgroen en The Empire State Building in de verte op rechts was kort felroze.
Ondertussen zat ik daar met letterlijk lege handen. Ik had mijn iPad in de wc achtergelaten, kwam erachter toen ik een foto wilde maken van het Vrijheidsbeeld in dat nieuwe licht, liep snel terug, het lag er niet meer…Géén eerlijke vinder dus, maar op het einde van de avond toen het geheel donker was en er een koude wind opstak dacht ik: misschien is de iPad er toch terug gelegd, want wat moet je met zo’n vergrendeld ding? Beetje onzinnige gedachte, dacht ik tegelijkertijd, maar ik ging toch kijken. En daar lag het in een hoekje bij de wastafel, misschien lag het daar eerder ook al, heb ik de IPad zelf getransporteerd van wc naar wastafel.


Hé, gelukkig, terug!, uit puur plezier maakte ik foto’s van de feestelijke tuin met lichtjes naast de Brooklyn Bridge.


Ik weet ook wel hoe ik IPad bijna verloren heb; ik was op de Brooklyn Flea Market en had er aankopen gedaan, dus ik had een extra tas in mijn handen, waar anders alleen de iPad is, dus het geheugen van mijn lichaam is dan verstoord; het heeft iets vast, maar niét iPad.


Een jaar later, kocht ik nu wél magneetjes die op casino-fiches zijn geplakt, in elkaar geknutseld in Manhattan, want ergens in de winter in mijn boshuisje kwamen ze ineens weer binnen; dié had ik wel moeten kopen. Maar de grotere tas werd veroorzaakt door een pagina uit de Rolling Stones uit 1996.
Zo’n pure foto van Patti Smith met Robert Mapplethorpe, ‘Just Kids’, terwijl zij in het interview praat over haar overleden man Fred en dat zij New York ook miste terwijl zij met hem een toptijd beleefde en ze in goedkope motels aan zee woonden, al reizend door Amerika; I’ve always found New York City extremely warm and loving.
Leuk souveniertje.

Op de terugweg in de metro, weer zo’n typisch NewYorkaans tafereeltje; de ene met een tas die Palestina steunt, de andere leest intens en ontroerd, gezien zijn gelaatsuitdrukkingen, in Maurice, ik weet dat het gaat over een homoseksuele vriendschap. Boven hen het motto waar MTA haar reizigers mee aanspreekt.

zondag 23 augustus 2026

Forest Hills. Open Streets


 De loopbrug vanuit mijn raam, blijkt een vredelievende boodschap te hebben, de zomerbloemen doen het goed in de diverse bloembakken, een jonge Elton John in de metro.


Ik ging naar Forest Hills, een groene wijk in Queens, op zoek naar een specifieke buurt, die Forest Hills Gardens, bleek te heten en kwam tevoren per ongeluk -expres in een andere buurt vol villa’s, waar er de trent was om een sjieke luifel boven je voordeur te hebben.


Het grenst met de snelweg die je overbrugt, ook aan Corona Park en Flushing Meadows, de groengebieden van Queens, ook in deze buurt de bouwstijl van die specifieke buurt.


Die bleek aan de overkant van de grote weg te liggen, ik was vanuit de metro precies de andere kant opgegaan, nu zag ik een oude bioscoop en weer wat gebouwen in Tudor-stijl.


En toen belandde ik dus in Forest Green Gardens, de eerste tuinwijk in de wereld, ontworpen in het begin van de 19e eeuw, voor de rust en de ruimte, een oase in de stad.

Je zult er maar wonen, dat is boffen, ik waande me ook even in Europa. Voor de bewoners is het zoals voor degenen in de Begijnhofjes in Amsterdam; overal bordjes dat je voor de privacy, alsjeblieft niet te lang wil stilstaan op straat en het park-pleintje midden in de wijk was er ook exclusief voor de bewoners.


Ik bleek via de ‘achterkant’ hier beland te zijn, want voor bleek er een stationnetje en poorten waar je onderdoor liep; de entree.


Er was een popconcert in het oude stadium, hiervoor verbouwd, alternatieve types stroomden binnen, maar bogen direct af, dus die kwamen niet in de woongebieden.


Daarna ging ik naar een blockparty in Astoria, een andere wijk in Queens, dit bleek een onderdeel te zijn van een gemeentelijk iniatief, dat ik zonder dat ik het toen wist, al eerder heb meegemaakt in een andere buurt; elk weekend is de straat afgesloten.


Er was gratis eten; de rij was eerst onafzienbaar, dus ik besloot dat niet mee te gaan maken, maar later was de rij korter en deed ik toch mee; eerst haalde ik er een halve gebarbecuede hotdog en daarna een half broodje belegd met iets vegetarisch met kaas. (Ja, ik betrap mezelf erop dat het niet mijn eerste keuze was)


Er was ook een Tent rondom Ghostbusters, een serieuze hobby zo leek het, en er was muziek van een rockbandje en de avond werd afgesloten met een melige film, Mac and Me,  een soort van tegelijkertijd ode en spot naar E.T.




Op het einde krijgt de familie E.T , het Amerikaans staatsburgerschap en rijden aangekleed en wel met een auto uit het beeld.


De energie van NY


Dit is de laatste volle week dat ik in NY zal zijn en zo is het voor mij; wanneer ik hier ben wordt ik meteen opgenomen in een stroom van energie, terwijl ik weet dat wanneer ik weer thuis ben, de stilte en de leegte mij even lief is… 
NY heeft op een fundamenteel niveau iets voor mij gedaan: de ervaring dat je werkelijk welkom bent, hoe je er ook uitziet of waar je vandaan komt. Wanneer ik hier ben, ben ik gewoon ook een deel van diezelfde energie en dynamiek.
In Nederland ben ik ook altijd op mijn hoede. Dat klinkt zwaar, maar door NY weet ik dat het géén onzin is; al die subtiele verschillen, inschattingen die gemaakt worden, hiërarchieën die er in elke klein contact ook aanwezig is. 
‘Hoor jij hier wel, wat is jouw opleidingsniveau, snap je dat dit toch echt wel Nederlands is?, ach je bént gewoon een Nederlandse hoor, ik kijk nooit naar huidskleur, ik ben ruimdenkend iedereen mag er voor mij zijn, waarom kleed je je niet wat netter en fatsoenlijker; je lijkt wel een arbeider, ik kan bijna je bilspleet zien’ Zomaar wat dingen die mij te binnen vallen.
Hier is er nergens die onzichtbare ruis.
Iemand naast je in de metro vraagt gewoon of jij een tissue voor haar hebt, ze heeft wat geknoeid, mensen checken bij je of je ook nog zicht hebt, als ze hun stoelen verschuiven, op Insta zijn er zoveel events, zodat je vaak moet kiezen waar je heen wilt gaan en de toon is altijd: ‘Kom! Jij bent welkom, dit is bijzonder; doe mee met salsa, yoga, Silent disco, kayakken, zwemmen, diertjes bekijken onder een loep, film, een feestje, een muziekoptreden, picknicken, zingen, kijken naar vuurwerk, zandkastelen bouwen, in stilte samen met elkaar een boek lezen,  enzovoort … Kom!, geniet samen, ontmoet er anderen, neem deel!’ En nu is de boodschap: geniet van deze laatste zomerdagen.
En er zit geen ruis in de boodschap, want niemand verdient eraan. Alles is gratis;  een deel daarvan komt uit de belastingopbrengsten van de gemeente, de rest wordt georganiseerd door tal van organisaties en personen, bedrijven sponseren en vrijwilligers zetten zich in; overal is er ook de oproep om vrijwilliger te worden en zo mee te werken aan community-building.
Ik voel mijn benen van het vele lopen, de vele trappen op en af in de metro; deze week écht rustiger aan, vandaag naar een (of twee?) fleamarkets, een favoriete weekendactiviteit in NY, misschien liggen in Central Park.

zaterdag 22 augustus 2026

Even geen zin in woorden












 

donderdag 20 augustus 2026

Jazz, Teriyaki, Regen

Dat ben ik dus, in de gele omcirkeling vanaf de webcam in Bryant Park. Het heeft iets prikkelends om jezelf op de rug te kunnen bekijken, alsof je toch bijna die geest bent die uit je eigen lichaam treedt en zichzelf van boven ziet.

Vanaf de grond zag het er aanvankelijk zó uit, milde regen en ik las rustig in mijn boekje door, ik complimenteerde mezelf met deze topplaats, centraal en onder een parasol, maar het werd al ras wat heftiger.

Er was vandaag regen voorspeld,  maar hoeveel?…Eerder waren er al wat druppels gevallen en was het park al leeg gelopen. 


Het klaarde weer op en ik besloot te kijken of de Teryaki-streetfoodcar er nog was; alle keren dat ik daarlangs liep vlak voor half één om naar musicalliedjes te gaan luisteren stonden daar drommen mensen, dat is de beste reclame.


Mmmm….lekker ja, én het was droog terwijl ik het verorberde.


Ik liep naar de Reading Room, maar die was niet opnieuw geopend, alles was nog overdekt door waterdichte hoezen en ja, het zag er ook al uit, dat er nog meer regen zou komen.
Het park was alweer aardig bevolkt.


Er kwam dus weer regen; aanvankelijk mild en ik zat in mijn droge cirkel, nog hopend dat het stoelendans-event toch doorgang zou kunnen vinden, als de regen zou stoppen. Alle voorbereidingen waren al getroffen, ik zag de opgestapelde stoeltjes aan de kant en eerder kreeg een team mensen die het geheel begeleiden, instructies. 


Daarentegen werd het heftiger, er kwam donder bij en harde windvlagen en het werd koud. De topplaats werd minder top, ik besloot te vertrekken.
s’middags was het nog zo aangenaam…


Het was een kippeneindje naar de warme metro, dus ik bleef aardig droog, maar hier, de hoek om, langs de rivier, stormde het en werd ik op die laatste zestig meter ofzo, toch nog heel nat. Nu uit mijn raam lijkt het wat op te klaren. Het was me het dagje wel.


PS
De dag begon met zon.

Wat eten we vandaag?


 Het eerste jaar dat ik hier was liep ik door een sjieke wijk met goed aangelegde tuinen en een synagoge van orthodoxe Joden om bij de metrohalte te komen, het jaar daarop door Little India, vorig jaar door de Cariben, vorige maand door winkelstraten in de Bronx. Nu door een straat met ook terrassen en café’s waar een bewoner van dit appartementencomplex overlegd met de doorman over ‘de tuin’ buiten, dat zijn een heel aantal plantenbakken, en bij de lift hangt een bericht waar zij mensen vraagt om een donatie, wanneer ze haar initiatief kunnen waarderen.Meteen om de hoek ook de sfeer van mensen die net een koffie hebben gehaald en met elkaar kletsen.


Het nadeel van deze wijk is, dat ik onderweg niet langs uitgestalde groenten en fruit kom, met één dollarzakjes, waar ik het fruit van de dag mee scoor (het eerste jaar was dat er ook niet, maar toen kende ik het fenomeen nog niet). Dus nu ging ik in Brighton Beach uitgebreid langs verschillende winkeltjes en haalde er bosbessen, tomaatjes, appels en frambozen. Het volledige bakje frambozen at ik als lunch, tezamen met een deel van de Russische ‘frikandel’, waar ook cranberry’s in waren verwerkt. Erge lekkere combinatie, die zoetigheid met het hartige. Wat later nam ik vast een voorproefje op twee gerechtjes die ik in een ander buffet dan waar ik altijd kom, vond. Kleine paddenstoeltjes en babaganoush met ook andere ingrediënten daarin. Vlak voor mij had een jongetje een eigen spel bedacht; vol overgave rende hij in een cirkel almaar om zijn vader en zijn zusje heen, die lagen te slapen.


Na de overdag-strandgangers, was het even leeg en toen kwamen de avondmensen, die bleven totdat het donker was. Een man tuurde en en ijsbeerde langs de kustlijn, twee Japanse (?) mannen waren uitgebreid aan de klets en later gingen ze ook nog zwemmen, een Mongools (?) stel spreidde één handdoekje uit als tafellaken, de man at knielend, na het eten ruimden ze op en gingen ze zittend roken en lachen, twee Russische (?) vriendinnen aten een reuzenpizza.

Ik had ook alles uitgestald voor mijn avondmaaltje, de appel is als toast of brood en had ondertussen mijn bikini verruild voor broek en omslagdoek, die overdag dus een deel van het strandlaken is.


 De luchten kleurden prachtig, de halve maan kwam op.

Er kwamen nog drie nieuwe stoeltjes bij, aan de zee, die ongeveer in het pikdonker zaten toen ik vertrok. Op de boulevard zong een man. 

Bij terugkomst hier, was de straat om 22.15 pm zo rustig dat ik afdalend naar beneden al het gepraat en gelach hoorde van die vier mensen aan het tafeltje op straat op de hoek, bij Cabrini,  deze uitspanning was nog open.