vrijdag 9 januari 2026

Niét de mens bepaalt: Dooi en de wolf


 Aaah…Ik ging gisterennacht heel tevreden slapen omdat ik zag dat mijn tuintje weer ongerept maagdelijk wit was; het sneeuwde. Ik was overdag proviand gaan halen in Hoenderloo, uiteindelijk met de fiets, de hoofdweg was sneeuwvrij. Ik had aanvankelijk mij ingesteld om dat wandelend te doen, met een rugzak op, maar keerde op mijn schreden terug om mijn fiets te halen. Zodoende was het dikke pak witte, witte sneeuw door mijn voetstappen en bandsporen ietwat bedorven.
En nu weer: aan alles wat mooi is komt een einde; het dooit. Ik kan mijn gezicht weer wassen met water in plaats van sneeuw.


Het bericht dat een gezenderde wolf vanuit de Hoge Veluwe grote afstanden aflegt, 30 km per dag, twee keer de IJssel is overgezwommen, de snelweg over, langs negen roedels van Drenthe tot in de Utrechtse Heuvelrug, maakt mij vrolijk.
Met name omdat het oorspronkelijke onderzoeksplan, om te kijken hoe de wolf en mensen met elkaar acteren geheel mislukt is. Er waren 400 mensen die ook een zender droegen en het idee was om te kijken of de wolf in de nabijheid van mensen toenadering zoekt of juist zo ongezien mogelijk zich het liefst uit de voeten maakt. Maar de wolf was op dag twee al verdwenen uit de Hoge Veluwe!
Het onderzoek blíj́ft de visie aangeven, dat de mens centraal zou zijn in het gehele plaatje van de natuur. Maar de wolf gaat volstrekt haar eigen gang, overeenkomstig haar aard. 
Dat zou de mens ook moeten doen. Eigen territorium dus óók beschermen tegen de wolf. 
Te laat dus voor de Hoge Veluwe, waar het gehele ecosysteem verwoest is. Alle moeflons zijn door de wolf gedood omdat we vanuit Brussel de wolf moesten beschermen. Dat ecosysteem was ook door mensen gemaakt, ja, want de moeflons zijn door het echtpaar Kroller Moller indertijd naar het park gebracht. Maar alle Nederlandse natuur is door mensen gemaakt.
Weg dus met valse romantiek, dat het aan de mens is om de wolf te beschermen. De natuur gaat ook haar eigen gang, mits de mens niet de grote orde verstoorder is, de actieve vernietiger. Als het vriest, vriest het, als het dooit, dan is er dooi.



woensdag 7 januari 2026

Ingesneeuwd; Salmonberries & The Ice Storm


Ik vind het wel gezellig om ingesneeuwd te zijn. Het is knus en behaaglijk in mijn lage boshol door mijn warmtekussens en klein elektrisch kacheltje. Uit Japan zag ik een verwarmingsmethode, waar je een deken over het kacheltje legt tot op je schoot en tot op de grond. Zo vang je alle warmte op en als je dan wappert met de deken is het even sauna-achtig warm. Op de achtergrond dan ook nog de gaskachel op een lage stand.
Ik keek naar twee oude winterfilms; Salmonberries (1991)  en The Ice Storm (1997). Hoe weinig ik mij werkelijk herinnerde van beide, die ik steengoed vond, en nu ook weer.
Van de eerste herinner ik mij vooral die kamer met rode potten vol gewekte frambozen, de eindeloze sneeuwvlakte, het liedje van verlangen van K.D Lang, het sprookjesachtige.

Maar er is een substantieel verhaal, waar haar tegenspeler op zoek gaat naar haar verleden in Berlijn en de grenzen tussen vriendschap en liefde verkent worden.


De tweede film blijkt een vroege van Ang  Lee te zijn, die o.a ook Brokeback Mountain regisseerde, hij is een meesterlijke verteller omtrent menselijke relaties, die samensmelten met hun dagelijkse omgeving. Het kan ook in New York zijn, of in Taiwan.

Alles in de film is de opmaat naar de Ijsstorm, waar de hele wereld letterlijk in een paar uur tijd even bevriest. Al die toen jonge acteurs, die later hun sporen nog gaan verdienen. En op de achtergrond muziek uit de zeventiger jaren, de Nixontijd, waarin het zich afspeelt. De aftiteling begeleidt met David Bowie; ook in deze film  gaat het uiteindelijk om de gelaagdheid en het ingewikkelde van menselijke relaties, die niet zomaar te lezen zijn als een open boek.

Héél prikkelend dus, dat winterse filmbeelden vol sneeuw en ijs gelijk lopen met wat zich nog geen meter verder van je bevindt.


Sprokkelaars


 Een móói boek gelezen, dat je niet zomaar kan vergeten, omdat het verhaal zo eenvoudig is. Een afgestudeerde student in de economie gaat werken in de loods bij zijn oom. Die loods zit vol met alle overschot en afgeschreven artikelen uit winkels, die daar voor bijna niks worden verkocht. Het gaat over zijn contact met zijn oom, een vrouw die de langslopende geliefde is van de oom, een andere werknemer. En dus ook over ‘familie’: die oom is het buitenbeentje en de eigenwijze zonderling; want wie slijt nu zijn bestaan in een loods temidden van een rommel aan spullen en is daar nog trots op ook?
De ik-figuur; ‘Jong’ genoemd door zijn oom, zweeft tussen schaamte dat hij daar is gaan werken en een noodzakelijk deel ervan wordt , én geïntrigeerd zijn. Wie is hij zelf, wie wil hij zijn, bij wie wil hij horen…?
Een trigger om dit boek te gaan lezen was de geciteerde zin: 
Bloed is een te dunne lijn voor familie; om te hechten moet het binden met liefde, zorg en trots.
Heel uitgebreid en filmisch worden de spullen in de loods beschreven. Als lezer heb je de keuze: waarom toch, waarom is dit interessant? Voor mij riep het meteen herkenning op: ik loop zelf graag over rommelige markten, kringloopwinkels en door goedkope winkels, en kijk graag naar al die gekke spullen op elkaar gestapeld: tandpasta naast kattenkorrels, naast kerstspullen, naast opblaasbare zwembadjes, de onderbroeken naast de chocola in een gangpad verder. Ik voel mij thuis op zulke plekken. 
En ik weet dat dit iets te maken heeft, dat ik meer ‘leven’ ervaar tussen de scherven, de brokstukken, het bijna kapotte, dan tussen het perfecte en glanzende en gladgestreken dure. 
Het eerste is overal aanwezig: zó is de wereld en het leven: niét af, niét perfect, niét harmonieus… Zo is het ook in vele families. De uitzonderingen zijn voor mij altijd een bron van troost.
De hoofdpersoon vindt zijn weg, en weet dat het half jaar dat zijn leven bestond uit het universum van die loods vol ongerijmde spullen bij elkaar, hem voorgoed hebben veranderd. Hij zegt daarover op een van de laatste bladzijden: 
Stakkers vond ik het, maar het waren sprokkelaars; mensen die met al hun kracht en tekortkomingen hun bestaansrecht bijeen sprokkelen.
De roman nodigt uit om meditatief te lezen. 
Elke beschrijving van een voorwerp of interactie verwijst tegelijk naar dat ondoordringbare woud én de gekleurde bewegelijke kaleidoscoop, die het leven zelf is.


dinsdag 6 januari 2026

Driekoningen


Ik werd  vanochtend wakker en ik dacht : Er waren eens drie koningen. Zij zagen een ster. Ze gingen op reis. Ze brachten geschenken mee. 
En daarna werden Jozef en Maria en Kindje vluchtelingen.


Dit zijn de vrolijkste drie koningen die ik ken, op een mozaïek in Ravenna. Ze dansen een beetje. Alhoewel er geen eentje zwart is, dat staat wel in het oorspronkelijke verhaal.


Sporen van een vos; die loopt dus nog altijd langs mijn huisje in de nacht; een beetje oorsprong gebleven. 
Er zijn te weinig rijken, die hun eigen huis verlaten om spontaan geschenken te brengen naar de armen. Wanneer er genoeg waren, dan was de hele wereld van honger en armoede verlost.
Vluchten voor de macht is van alle tijden gebleken. 
Dan kun je, stichtelijk verwoord, alleen maar zelf proberen om een koningskind te zijn.
Een ster volgen…

maandag 5 januari 2026

Hallo sneeuwpop (2)


 Gisteren, vlak voordat het helemaal donker was, hoorde ik buiten een zachte plof. Sneeuwpop was omgevallen. Achterovergeklapt, zag ik nu. Ik overwoog haar meteen weer te laten herrijzen, maar daarvoor werd het toch écht te snel niet te overzien. Dus vanochtend, met de ochtendkoffie op de drempel van mijn voordeurtje, er is verder nergens plek wegens de dikke sneeuw, is ze weer aanwezig. Wat een genoegen, als pensionado in een boshuisje, dat dit je eerste activiteit kan zijn, in plaats van bijvoorbeeld in een ochtendspits vastzitten.


Ze is wel een maatje kleiner nu, én ‘kubistisch’. De verse sneeuw is poederig, maar die van de sneeuwpop op sommige stukken, hard als ijs.


Ik dacht aan het verhaal van Raymond Briggs; De Sneeuwman uit 1978, volgens mensen in de graphicnovel-wereld, de eerste echte. Graphic Novel, dus. Geheel zonder woorden vertelt het over een jongetje die een sneeuwman maakt, niet kan slapen van opwinding, s’nachts weer naar beneden gaat om de sneeuwman te bekijken. Die komt tot leven, en hij laat hem zijn huis zien. En dan gaan ze vliegen over een besneeuwde wereld.
Het verhaal is een klassieker geworden en wordt standaard met de kerst voorgelezen, of het nu sneeuwt of niet. Er is ook een film van gemaakt.


Het jongetje komt weer thuis en kan nu rustig gaan slapen. Tja, ach, het einde… is een beetje anders dan hoe ik vanochtend wakker werd. Van sneeuwman lag er nog een zielig hoopje sneeuw, met een das en hoedje erbovenop. Zo is het binnenkort hier, ook. Vooralsnog ben ik ingesneeuwd; dus voorraden aanspreken.



zondag 4 januari 2026

Hallo sneeuwpop


 Het meest rare is, dat ik in mijn herinnering hier vroeger úrenlang mee bezig was, en er nu maar een half uurtje verstreken is. Ik kan het bijna niet geloven. Alsof ik ergens letterlijk in kindertijd was.




zaterdag 3 januari 2026

Uitzicht!


 Wauw! Het uitzicht van mijn slaapkamerraampje.


Terwijl ik met mijn hoofd onder de deken de wetenswaardigheden ontdekte over de jurk van Rama  tijdens de inauguratie van Zohran, vol Palestijnse symboliek.


En dat Zohran negen jaar geleden rapper was, o.a.in de soundtrack van een film van zijn moeder, die regisseur is.
En nu opstaan, een winterwandeling roept!


Mijn gezicht gewassen met sneeuw.

PS

Het lijken wel zwart-wit foto’s, maar niet allemaal, dus.