donderdag 18 juni 2026

Theatraal leven

 

Ik had meteen affiniteit met deze kunstenaar, ik kon invoelen hoe zij tot haar beslissingen kwam en kon mij makkelijk voorstellen hoe haar praktijk er nu uitziet. Een half jaar, gedurende de hele Biënnale hier in de buurt wonen met je familie en dagelijks gaan schilderen. Tussendoor en erna voor je kind zorgen. Dat de performance, het gebaar, ook een deel is van het ‘kunstwerk’, dat uiteindelijk helemaal af zal zijn, in die oude kerk, die nu dient als wijkcentrum.

Toch wel knap, om je concentratie te behouden, terwijl het publiek je zo vlakbij volgt.

Het laatste stille half uur ging ik nogmaals naar het Britse Paviljoen. Zó sterk, hoe die handen en die voeten op theatrale wijze ook uitdrukking geven aan zowel de wens én het ongemak om er wat van te maken. Een soort van dans in het onbekende.

Buiten gekomen, kijk je dan links tegen het Duitse Paviljoen aan. Die heeft de fascistische sfeer van het gebouw nu doorbroken door er DDR-mozaïek op te plakken. Lubaina Hamid heeft het Brits Paviljoen juist in eigen ‘glorie’ gelaten voor wat het is, om het contrast aan te geven met wat er binnen gebeurd. De koloniale sfeer van de ‘gearriveerden’ en starre well-to-do kolonialen is iets, wat uiteindelijk van binnenuit uitgehold is; het leven is toch onvoorspelbaar gebleken, en is dus deels ook een theater. Ik zie mezelf aan in de zonnebril van een baby-pop

Ik zie altijd voornamelijk Venetianen voor mijn oog en geen toeristen. Dat is zo op de vaporetto en in de supermarkt en ook in dit park, de kortste weg van Guardini naar de Arsenale. Ik zal ook wel halsstarrig maar één kant opkijken…(Ja, rond San Marco en Rialto, daar stikt het wel van de toeristen). Ik vind het sympathiek dat ze de graffiti van Free Gaza en daaronder stond er ook iets over ICE, op het wegwijzerbord laten zitten.

 

woensdag 17 juni 2026

San Nicolò


 Ik moet tot ‘mijn schande’ bekennen dat ik me in de meer dan 15 jaar dat ik hier kom, nooit geïnteresseerd heb voor de antecedenten van de San Nicolò -kerk en klooster, hier vlakbij. Ik nam deze ongeveer letterlijk voor lief; op een positieve wijze dan. Het was genoeg om er naar binnen te lopen en even te gaan zitten bij de afbeelding van Clara van Assisi.
Nu weet ik dus, dat dit geen toeval is, dat ze er is, want  het klooster wordt bewoond door Franciscanen! Dat verklaard dus ook de reuring in het gebouwtje dat de kerk met het klooster verbindt: ik zag wel al dat daar vaak sociale activiteiten waren. Oorspronkelijk woonden er Benedictijnen en die zijn meer van de contemplatie.
Het blijkt ook dat achter het altaar, er de echte botjes van San Nicolò liggen. Er is strijd over geweest met Bari, die meenden dat zij de échte hadden, maar nu blijkt door een DNA test dat beide gelijk hebben.


De kerk stamt al uit de elfde eeuw en het klooster is er in de 16e eeuw bijgebouwd. Ik wist natuurlijk wél dat het een belangrijke kerk voor Venetië is. Twee jaar geleden maakte ik de ceremonie mee, dat elk jaar gehouden wordt, waar Venetië haar huwelijk met de zee aangaat. De burgemeester en de bisschop zijn erbij, met veel boten eromheen wordt er een ring in het water gegooid. De kerk ligt exact op de scheiding tussen de lagune en de zee. Bij de viering in de kerk was de kerk tjokvol; de mensen hingen tot in de zijkapellen.


Eigenlijk is de kerk ook fijn, omdat deze verder zo eenvoudig is. De vier evangelisten kijken naar je vanaf het altaargedeelte, Maria op een halve maan…en ik zag een nieuw beeld van San Nicolò, hier de patroonheilige voor alle mensen met een boot, in Nederland dus Sinterklaas, die met zijn boot uit Spanje komt.


Ik zie op oude foto’s dat er in het begin van de 19e eeuw woonhuizen stonden voor het kloostergebouw. Toen keken de kloosterlingen vanuit hun slaapkamers dus uit op de reuring van het gewone leven, bijna wijkcentrum-achtig. Zijn het al deze vibes die ik heb opgevangen, waardoor ik meteen wist dat dit ‘mijn plek’ was? Toen ik nog werkte had ik al de gedachte om hier de hele zomer door te brengen, als ik met pensioen zou zijn. De afgelopen twee jaar, kwam ik jaarlijks tot twee keer toe; Hier. 

dinsdag 16 juni 2026

Flarden


 In de kloostertuin van de Carmelieten: met een koptelefoon op met bijdragen van 24 artiesten, zo weet ik wel weer waarom ik zoveel gewerkt heb in een kloostertuin. Mest kruien, onkruid wieden, appels plukken, de dahlia’s dieven.


Bij de Mariakapel een indringende bijdrage van Patti Smith. Ze kruipt in de huid van Maria en vertolkt al die gevoelens; vanaf die rare boodschap dat zij de zoon van God zal baren, zien dat het een speciaal jongetje was, ze was vrouw en moeder en soms als een klein meisje even verliefd.


Het is de bijdrage van Vaticaanstad; De Heilige Stoel. Twee jaar geleden scoorden ze ook heel goed, toen was er een samenwerking aangegaan met de vrouwengevangenis op Guidecca. 
De vitale werking van godsdienst, wanneer het inbreekt in een dolgedraaide wereld rond macht en geld.

maandag 15 juni 2026

Gemengd


 De ‘ijscoman’ kwam met zijn kleinzoon voorbij, leuk die grote octopus. In je eerste vakantiedagen met opa op de kar; dat wordt vast een jeugdherinnering.


Er waren krabjes bij de onderste trede, nog niet eerder gezien.


Het paviljoen van Qatar, waar ik de dag ervoor was, bestaat uit een grote overdekte tent, waar allerlei optredens en evenementen op hun uitnodiging plaatsvinden. Net als twee jaar geleden profileren ze zich als uiterst gasvrij tegenover iedereen, wat ook past in hun politieke profiel van neutraliteit. In de tussentijd schonken ze een vliegtuig aan Trump, was hun aanbod van goedkope vliegtickets niet meer mogelijk door de oorlog in Iran, en verloren ze enigszins hun positie van intermediair.
Nu was er muziek door een vrouwelijke DJ, je kreeg een glas gekoelde limonade, met veel ijsklontjes en een lavasblad erin, en waren mensen aan lange tafels druk bezig.

Alles draaide om de olijfolie en het kruidenmengsel met sesamzaadjes dat de hele regio met elkaar verbindt, waarbij ieder land een eigen smaak heeft. Die landen werden volgens een kaart uit 1900 met vormpjes uit het brood gesneden. Ik zal nu nooit meer vergeten, dat Syrië indertijd enorm groot was, want dat waren de eerste stukken die mensen pakten. Ik nam een stukje ‘Palestina’ en ‘Jordanië’.


Mmmm… bést smakelijk en ik proefde ook de verschillen. Maar sindsdien heb ik wél last van buikloopachtige verschijnselen en gisteren heb ik nauwelijks wat gegeten. Ik denk toch dat al dat gefriemel aan dat brood met vette olie, waar meerdere handen de kleine stukjes brood ook nog eens schikten in open kistjes, een paradijsje was voor schadelijke bacteriën…
En zo gaat dat dus in het leven; goede en leuke intenties, daar komt ook vaak de klad in. ‘We zijn maar mensen’, constateer je dan, heel erg feilbaar.

Brits paviljoen: Lubaina Himid


Belonging…Longing to be…


 Het Britse paviljoen is stralend wit van binnen en leeg gelaten, op de vijf grote taferelen in elke zaal één, met nog wat kleiner goed eromheen. Er is een soundscape en het gaat over ontheemding en wat het is om ergens een thuis te maken. Het begint met het gesprek tussen twee architecten: wat is beter een vast huis op de grond of eentje op wielen?
Er worden vragen gesteld 

De koks in de keuken koken aan een zwevende tafel, ze zijn bezig, maar welk gerecht het wordt, dat zie je niet, de tuiniers staan ook wat onhandig bij een grote cactus.


En plots hoorde ik na het zoemen van een vlieg dat aloude liedje dat bij mij, al toen ik een kind was, een groot gevoel van heimwee veroorzaakte, het eerste liedje ook, dat ik hoorde in een vreemde taal. 


De woorden deden er niet toe, het was de melodie die aan mij trok, zo’n beetje als wanneer je aan je eigen haren kunt trekken, zodat je jouw hoofdhuid voelt en je de pijngrens zelf kunt bepalen. Je trekt ze ook nét niet echt uit.
Ik volgde waar het geluid het hardste was en kwam uit in de zaal van het varen.

Twee vrouwen buigen zich over een bootje op een zee die ook stekelig is, net geen vaste grond onder de voeten. Het liedje was gestopt, ik hoorde het klotsen van de zee. En plotseling zat ik in het hoofd van moeder. Dat zij wekenlang alleen maar de zee hoorde, op de boot naar Nederland, om medicijnen te gaan studeren. Zo’n jonge vrouw nog, wat was haar hoop, was zij ook bang? Ze had geen echte keus om te gaan, haar vader kwam enkele weken ervoor met het bericht: Jij gaat naar Nederland. Aangekomen vond zij de kou het ergste en dat vieze eten van elke dag aardappelen en doorgekookte groenten; zo vertelde ze het mij.


Wekenlang alleen maar dat geklots van de zee… Later genoot ze ervan om met een luchtbed de golven op te zoeken en zich naar het strand te laten dragen.

Het verlangen en de noodzaak van het zoeken waar jij kunt ademen en leven, je veilig voelen, de onmacht het misschien alleen in momenten te kunnen ervaren…het zat als levensproject in haar verweven. En het is een proces waar een ieder in staat, bitterzoet, en er elke keer ook weer anders uitziet. Wisselend aanwezig en soms ook tegelijkertijd: onderweg en thuis.

zondag 14 juni 2026

Bedwelmd?


 Zoveel klaprozen gezien op mijn fietstochten van boshuisje naar Nijmegen en weer terug. Maar als ik fiets stap ik niet snel af voor een fotootje. Dus dan nu maar, hier in Venetië, wachtend op de bus. Ik hou van ze, ze zijn mijn paddestoel-met-witte-stippen, die de herfst inluiden, van de zomer. 


Er staat hier ook een heel grote paddestoel met witte stippen.

In de Arsenale hangen ook allerlei geuren. Sommigen komen van filminstallaties, wist ik al. Maar nu blijkt dat deze kunstenaar waarschijnlijk de grootste veroorzaker is; hij wil een hallucinerende, bedwelmende ervaring bezorgen.


Ik liep opnieuw het laatste uur door stille zalen en hoorde nu ook ‘muziek’; zoemende klanken die ik associeer met meditatieve tonen. Gek, dat ik dit eerder niet hoorde. Misschien maakt vijf dagen achter elkaar Biënnale-ervaring mij bevattelijk om te horen wat er tegelijk niet is? Tenslotte kun je in kunst op een valide wijze, ook van ALLES zien.


zaterdag 13 juni 2026

Het Origami-Hert van Oekraïne


Ook Oekraïne zet kunst in, om iets te doen wat hartversterkend is. Een origami-hert werd dwars door Europa naar Venetië gebracht.

Langs plekken, waar ook Oekraïners leven en hiermee ook duidelijk maken, waar Oekraïne bij wil horen. Kunst is er om verbinding te scheppen, empathie te laten groeien.


Ik mag toch hopen, dat na  de Biënnale het hert niet meer hoeft rond te zwerven en ergens in Venetië weer de hoefjes op de grond voelt.