zaterdag 13 juni 2026

Het Origami-Hert van Oekraïne


Ook Oekraïne zet kunst in, om iets te doen wat hartversterkend is. Een origami-hert werd dwars door Europa naar Venetië gebracht.

Langs plekken, waar ook Oekraïners leven en hiermee ook duidelijk maken, waar Oekraïne bij wil horen. Kunst is er om verbinding te scheppen, empathie te laten groeien.


Ik mag toch hopen, dat na  de Biënnale het hert niet meer hoeft rond te zwerven en ergens in Venetië weer de hoefjes op de grond voelt.


Nederland tegenover China


 Nederland zendt als inzending een bunker in, waarin gegromd wordt. China articuleert dat we in een tijd van onzekerheid leven en geeft je een zaal met tien projecten waar kunst, technologie en wetenschap samen worden gebracht.


Een lichtkolom die hemel en aarde met elkaar verbindt:

Free and Easy Wandering’: zij leent ook haar handen aan een robot uit, die voor jou kalligrafeert.

Ik weet wel waar ik het liefste zit.


Gemengde gevoelens

 


Het paviljoen van Japan zit vol babiepoppen en je kan er zelf ook eentje meedragen en ervoor zorgen. Er zijn uitklapbare tafels om deze te verschonen, flesjes melk om te voeden. Ik weet het niet hoor…wél weer relevant is, dat de kunstenaar zelf vader is met zijn man, van een tweeling geboren met KI. Op video’s zie je ze in het echt. Dan breekt de presentatie ook een lans voor homoseksueel ouderschap in een samenleving met traditionele waarden.

En dan is er, de in elke recensie genoemde naakte vrouw die elk uur de tijd en de noodklok luidt in het paviljoen in Oostenrijk. Binnen nog veel meer performance: een vrouw draait rondjes in een golvend bad op een jetski, twee vrouwen beklimmen moeizaam een windvaan die de macht van het patriarchaat voorstelt, een eindbeeld is dat eentje als Christus aan het kruis hangt, een lenige vrouw wringt zich letterlijk in allerlei bochten en schiet uiteindelijk met een boog een pijl in een zwart bord, op omgekeerde wijze door haar lichaam dubbel te klappen, er is een tank waar een vrouw met snorkel woont, ze gaat ook op een bed liggen, en het water is gezuiverde pis, die je zelf mag bijdragen. In weer een ander afgesloten zaaltje moet een vrouw worstelen om de kapotte luchtdruk te herstellen, waardoor het water met kracht ongericht uit de slangen komt…Het gaat dus over alles wat er mis is op de wereld: het watertekort, het patriarchaat, het bedorven milieu, ook in de Venetiaanse lagune. 
En ik denk alleen maar: wat moet het veel geld hebben gekost om dit allemaal te laten zien, en waarom zijn al die vrouwen naakt en kijk je daardoor rechtstreeks in hun kut? Er is zoveel mannelijke publiek, goed gekleed en jofel, behaag je die hier niet alleen maar mee? …


Ook het paviljoen van Nederland is een aanklacht en een schuldbewuste boodschap ineen. Het prachtige lichte Rietveldpaviljoen is nu een bunker met stalen rolluiken, want we zitten niet meer in het optimisme van eerder, toen elke Biënnale toch vooral de westerse kunst een veer in de kont stak. Een vrouw loopt ‘grunting’ rond, valt neer, trekt haar broek naar beneden, ik kijk op haar blote kont, tussen oude catalogi van de Biënnale, ik versta in het heel lage gegrom de woorden: Love Yourself, Do Not Hate/Cage… Hate…/ eindigend met Enjoy, terwijl ze met ontbloot bovenlijf op twee zittafeltjes staat. Langzaam gaan alle luiken dicht en op het einde is het stikdonker. 
In de kritische toon, is het tegelijk zo weinig hoopvol, niks van de vanzelfsprekende praktijk in de hoofdtentoonstelling van willen helen, zoeken naar gemeenschap, verbetering en kracht vinden.


Jarenlang is het paviljoen van Amerika zo veel mogelijk weggewerkt: het werd een rieten Afrikaans dorp bij Simone Leigh, een zachte plek om te relaxen in hangmatten, zitzakken en gecreëerde schaduw in regenboogkleuren…Alles om het koloniale gebouw te verstikken. En nu is alles gestript en spreekt de curator over de iconische rotunda in het midden waar Maria de Guadalope te samen met referentie aan de die torenhoge cactus, de saguoro, te zien zou zijn, het vereert de materiaalkeuze van hout en steen uit Amerika zelf. 
Ik las over de integriteit van de kunstenaar, terwijl ik vooral een bruine drol zie en gouden frutsels om Trump te behagen, alles krom en in elkaar gedraaid en niets zeggend. Misschien is de kunstenaar de curator te slim afgeweest. Is het in werkelijkheid een aanklacht tegen Amerika, in plaats van de verheerlijking ervan.

En dan het paviljoen van Rusland. Zóveel protest en consternatie, dat deze weer mee mocht doen. Dan denk je optimistisch: als er dan integere Russische kunst te zien is, dan is dit op zich nog wel van waarde.
Maar Rusland steekt zijn middelvinger uit naar Europa en de rest van de wereld. Het paviljoen is leeg, drie zijdeuren staan open en daar staat geschreven: No Entry.


Vier paviljoens In Minor Keys


 In Guardini heb ik tot nu toe vier landenpaviljoens gezien, die aansloten bij het thema In Minor Keys. Er was een stakingsdag voor personeel uit de culturele sector, dus sommigen waren dicht. Of er was een rij. Spanje had mozaïekmuren van oude ansichtkaarten, elk keurig met een spijker in het midden. De vlooienmarkt, waar oude dingen een nieuw leven krijgen, en verleden en toekomst samenkomen, daarom wandel ik zelf ook zo graag op rommelmarkten, als bron.

Nu wist ik ook ineens weer waarom ik zelf ook twee ladebakken  en een schoenendoos vol oude ansichtkaarten heb, sommigen dateren nog uit mijn lagere schooltijd, ik heb oude kaarten ook nooit weg kunnen gooien en alles bewaard. Een keer in de zoveel tijd blader ik erin en kom dan weer in mijn verleden, ook nog door die oude tekstberichten van mensen die ik nooit meer zie of allang dood en begraven zijn. Sommige kaarten zijn ook te grappig of te betekenisvol om weg te gooien.


In deze zalen gebeurde het ook en weer anders. O, kijk, dat soort ansichtkaarten verstuurde ik als kind vanuit Spanje. Ik herinner me dat ik er een paar mocht uitkiezen om naar vriendinnetjes te sturen. Zo deed je dat vroeger; je plakte een postzegel en verzon een tekst. Als je ze te laat vanaf het vakantieadres verstuurde, dan kon het zijn dat je zelf alweer thuis was, maar de kaart nog niet was aangekomen. Die zoete technicolor kleuren, die gemanipuleerde foto’s van dieren, het kwam allemaal terug. En zoveel is van alle tijden.

Ook België heeft een ‘evenement’ dat slow; handarbeid, het maken van tegels met woorden erop, koppelt aan muziek en oog voor het collectief.

Polen zoekt naar communicatie met walvissen, middels experimenten met een koor, dat ook uit dove mensen bestaat. Dus ook op zoek naar gebarentaal en presentie van het lichaam, als uitdrukkingsmiddel.



Egypte heeft een Stiltepaviljoen ingericht, waar je sommige kunstwerken ook uitdrukkelijk wél mag aanraken.


Ik dacht aanvankelijk dat het wel een grote foto ofzo was, maar het blijkt dat de kunstenaar in de repetitieve herhaling van al die zwarte verfpuntjes, met enkele lichte erin, aan het mediteren was.
In de zaal ook de geur van de lotusbloem en rustige zachte geluiden van getik en geklop, dat ook soms aan een hartslag deed denken.


vrijdag 12 juni 2026

Bijna lege zalen


 Het laatste uur voor sluitingstijd nog even de hoofdtentoonstelling binnenlopen; dan zijn er weinig mensen. Zó is het gezicht van de curator, uit haar hoofd komen alle ideeën en zij is niet meer op de aarde…

Er hangt een bijna gewijde sfeer in de zaal, nu deze leeg is. De dieren fluisteren in hun samenkomst, de bloemen geven hun eerbetoon.


In Guardini ook een geborduurd schilderij over de Soefi.


Hier hangt ook dat werk met die intensief bewerkte ‘huid’, met draden als haren erin geweven en verf met stiksels en stoppels.


In deze zaal kom ik vast nog graag terug op dit uur.

donderdag 11 juni 2026

Zóveel verbonden wereld

 

Net toen ik mij bedacht dat in de Arsenale het oog meer  gericht is op de konkrete wereld van mensen, terwijl in Guardini voor mij de natuur sterk aanwezig is, hing daar dit gedicht van Etel Adnan, die zelf ook in pure eenvoudige vormen de bergen in de seizoenen in haar omgeving schildert.


Er is een wereld van boeken onder het speelse textieloppervlakte, het gaat óók over het omgaan met ziekte  in de kleurige tronen, veelal gemaakt van gevonden materiaal.

Een hele vitrinekast vol met deze poppetjes. Dan blijken het de poppetjes te zijn, waar broer en zus vroeger werkelijk mee speelden en hele werelden schiepen rondom twee zelfverzonnen families. Het ging zó ver, dat toen er twee verdronken, Kai het broertje, erachter aan zwom en zelf bijna dood ging. Hij is later een wedstrijd windsurfer geworden, dalend tussen de hoge golven. Zijn zus, Nina, werd kunstenaar.
Om de twee familieleden weer tot leven te brengen, verzonnen ze een ritueel. De ouders van Kai en Nina hebben veel van hun spel gedocumenteerd en zo was er ook een geluidsband met de stemmen van beide hiervan en Nina heeft het in het nu nagespeeld en gefilmd. Daartoe alle oude poppetjes weer gerestaureerd en samen met Kai ze weer de namen gegeven van vroeger.

En dan dit: in 1993 is er in het echt in een loods een partij gevonden, waar onder de geleverde wapens, iemand op pallets bestaande kunstwerken heeft geschilderd:

In een installatie zie je de hele leefomgeving; haar favoriete oude perenboom, nu in brons gegoten, in het echt nu een groot insectenhotel, haar bijenhuis, ze speelt de geesten die er volgens legendes leven.

Geheel in repressie moeten leven, uiteindelijk, en dan door gebrek aan materiaal, oude Playboys gebruiken om daar zijn modecreaties op te maken. Ik zag het eerst zonder de uitleg, pas daarna zie je de naaktheid door de poses en door de kleren heen.

Er is een kathedraal, met planten uit de tuin van de kunstenaar zelf

Ergens las ik, dat je de 110 kunstenaars als het ware kunt bezoeken, als ieder op een eigen eiland. Jij  bent het die kan rondzwerven van de ene naar de andere en uiteindelijk allemaal met elkaar verbonden, zoals het water dat je draagt. (Deze laatste zin komt uit mijn eigen koker.)
Sommigen zijn maar met één werk vertegenwoordigd, zoals met dit geheel geborduurde heel grote wandkleed, dat gaat over de reis van de muziek van de Soefi, overal te zien in hun rondtollende beweging.

Best wel confronterend is dit: je loopt een lange rode ruimte in, met op het einde een heel kleine kubus in een vitrine. Daarin zijn alle grondstoffen in laagjes gestold, die iedereen nodig heeft. Onomkeerbaar en alom aanwezig, kan niemand zich hieraan ontrukken, hoe erg je ook je best zou willen doen om milieubewust en met rechtvaardigheidsgevoel enzo te leven. 


Al met al is In Minor Keys een  heel, heel rijke tentoonstelling, met zoveel verhalen en beleving in poëtische en filosofische lagen, allen ook nog eens zinnenprikkelend met elkaar in contact. ( Er zijn meerdere (film)installaties waar ook geur een rol speelt.) Je voelt kracht en vitaliteit. 
Gelukkig kan ik onbeperkt naar binnen, want er is nog zoveel niet gezien en tot mij doorgedrongen en er zijn werken waar ik gewoon wel bij wil verwijlen. Daartoe nodigt de ruimte in bezonken blauw met bruin ribkarton als afscheidingen en versiering en de vele zitgelegenheid je ook toe uit.
En dan heb ik dus nog geen enkel landenpaviljoen gezien, daar ga ik mij vandaag op richten.

Heppiedepeppie in Venetië