De loopbrug vanuit mijn raam, blijkt een vredelievende boodschap te hebben, de zomerbloemen doen het goed in de diverse bloembakken, een jonge Elton John in de metro.
Ik ging naar Forest Hills, een groene wijk in Queens, op zoek naar een specifieke buurt, die Forest Hills Gardens, bleek te heten en kwam tevoren per ongeluk -expres in een andere buurt vol villa’s, waar er de trent was om een sjieke luifel boven je voordeur te hebben.
Het grenst met de snelweg die je overbrugt, ook aan Corona Park en Flushing Meadows, de groengebieden van Queens, ook in deze buurt de bouwstijl van die specifieke buurt.
Die bleek aan de overkant van de grote weg te liggen, ik was vanuit de metro precies de andere kant opgegaan, nu zag ik een oude bioscoop en weer wat gebouwen in Tudor-stijl.
En toen belandde ik dus in Forest Green Gardens, de eerste tuinwijk in de wereld, ontworpen in het begin van de 19e eeuw, voor de rust en de ruimte, een oase in de stad.
Je zult er maar wonen, dat is boffen, ik waande me ook even in Europa. Voor de bewoners is het zoals voor degenen in de Begijnhofjes in Amsterdam; overal bordjes dat je voor de privacy, alsjeblieft niet te lang wil stilstaan op straat en het park-pleintje midden in de wijk was er ook exclusief voor de bewoners.
Ik bleek via de ‘achterkant’ hier beland te zijn, want voor bleek er een stationnetje en poorten waar je onderdoor liep; de entree.
Er was een popconcert in het oude stadium, hiervoor verbouwd, alternatieve types stroomden binnen, maar bogen direct af, dus die kwamen niet in de woongebieden.
Daarna ging ik naar een blockparty in Astoria, een andere wijk in Queens, dit bleek een onderdeel te zijn van een gemeentelijk iniatief, dat ik zonder dat ik het toen wist, al eerder heb meegemaakt in een andere buurt; elk weekend is de straat afgesloten.
Er was gratis eten; de rij was eerst onafzienbaar, dus ik besloot dat niet mee te gaan maken, maar later was de rij korter en deed ik toch mee; eerst haalde ik er een halve gebarbecuede hotdog en daarna een half broodje belegd met iets vegetarisch met kaas. (Ja, ik betrap mezelf erop dat het niet mijn eerste keuze was)
Er was ook een Tent rondom Ghostbusters, een serieuze hobby zo leek het, en er was muziek van een rockbandje en de avond werd afgesloten met een melige film, Mac and Me, een soort van tegelijkertijd ode en spot naar E.T.
Op het einde krijgt de familie E.T , het Amerikaans staatsburgerschap en rijden aangekleed en wel met een auto uit het beeld.
Dit is de laatste volle week dat ik in NY zal zijn en zo is het voor mij; wanneer ik hier ben wordt ik meteen opgenomen in een stroom van energie, terwijl ik weet dat wanneer ik weer thuis ben, de stilte en de leegte mij even lief is…
NY heeft op een fundamenteel niveau iets voor mij gedaan: de ervaring dat je werkelijk welkom bent, hoe je er ook uitziet of waar je vandaan komt. Wanneer ik hier ben, ben ik gewoon ook een deel van diezelfde energie en dynamiek.
In Nederland ben ik ook altijd op mijn hoede. Dat klinkt zwaar, maar door NY weet ik dat het géén onzin is; al die subtiele verschillen, inschattingen die gemaakt worden, hiërarchieën die er in elke klein contact ook aanwezig is.
‘Hoor jij hier wel, wat is jouw opleidingsniveau, snap je dat dit toch echt wel Nederlands is?, ach je bént gewoon een Nederlandse hoor, ik kijk nooit naar huidskleur, ik ben ruimdenkend iedereen mag er voor mij zijn, waarom kleed je je niet wat netter en fatsoenlijker; je lijkt wel een arbeider, ik kan bijna je bilspleet zien’ Zomaar wat dingen die mij te binnen vallen.
Hier is er nergens die onzichtbare ruis.
Iemand naast je in de metro vraagt gewoon of jij een tissue voor haar hebt, ze heeft wat geknoeid, mensen checken bij je of je ook nog zicht hebt, als ze hun stoelen verschuiven, op Insta zijn er zoveel events, zodat je vaak moet kiezen waar je heen wilt gaan en de toon is altijd: ‘Kom! Jij bent welkom, dit is bijzonder; doe mee met salsa, yoga, Silent disco, kayakken, zwemmen, diertjes bekijken onder een loep, film, een feestje, een muziekoptreden, picknicken, zingen, kijken naar vuurwerk, zandkastelen bouwen, in stilte samen met elkaar een boek lezen, enzovoort … Kom!, geniet samen, ontmoet er anderen, neem deel!’ En nu is de boodschap: geniet van deze laatste zomerdagen.
En er zit geen ruis in de boodschap, want niemand verdient eraan. Alles is gratis en wordt dus georganiseerd door tal van organisaties en personen, bedrijven sponseren en vrijwilligers zetten zich in; overal is er ook de oproep om vrijwilliger te worden en zo mee te werken aan community-building.
Ik voel mijn benen van het vele lopen, de vele trappen op en af in de metro; deze week écht rustiger aan, vandaag naar een (of twee?) fleamarkets, een favoriete weekendactiviteit in NY, misschien liggen in Central Park.
Dat ben ik dus, in de gele omcirkeling vanaf de webcam in Bryant Park. Het heeft iets prikkelends om jezelf op de rug te kunnen bekijken, alsof je toch bijna die geest bent die uit je eigen lichaam treedt en zichzelf van boven ziet.
Vanaf de grond zag het er aanvankelijk zó uit, milde regen en ik las rustig in mijn boekje door, ik complimenteerde mezelf met deze topplaats, centraal en onder een parasol, maar het werd al ras wat heftiger.
Er was vandaag regen voorspeld, maar hoeveel?…Eerder waren er al wat druppels gevallen en was het park al leeg gelopen.
Het klaarde weer op en ik besloot te kijken of de Teryaki-streetfoodcar er nog was; alle keren dat ik daarlangs liep vlak voor half één om naar musicalliedjes te gaan luisteren stonden daar drommen mensen, dat is de beste reclame.
Mmmm….lekker ja, én het was droog terwijl ik het verorberde.
Ik liep naar de Reading Room, maar die was niet opnieuw geopend, alles was nog overdekt door waterdichte hoezen en ja, het zag er ook al uit, dat er nog meer regen zou komen.
Het park was alweer aardig bevolkt.
Er kwam dus weer regen; aanvankelijk mild en ik zat in mijn droge cirkel, nog hopend dat het stoelendans-event toch doorgang zou kunnen vinden, als de regen zou stoppen. Alle voorbereidingen waren al getroffen, ik zag de opgestapelde stoeltjes aan de kant en eerder kreeg een team mensen die het geheel begeleiden, instructies.
Daarentegen werd het heftiger, er kwam donder bij en harde windvlagen en het werd koud. De topplaats werd minder top, ik besloot te vertrekken.
s’middags was het nog zo aangenaam…
Het was een kippeneindje naar de warme metro, dus ik bleef aardig droog, maar hier, de hoek om, langs de rivier, stormde het en werd ik op die laatste zestig meter ofzo, toch nog heel nat. Nu uit mijn raam lijkt het wat op te klaren. Het was me het dagje wel.
Het eerste jaar dat ik hier was liep ik door een sjieke wijk met goed aangelegde tuinen en een synagoge van orthodoxe Joden om bij de metrohalte te komen, het jaar daarop door Little India, vorig jaar door de Cariben, vorige maand door winkelstraten in de Bronx. Nu door een straat met ook terrassen en café’s waar een bewoner van dit appartementencomplex overlegd met de doorman over ‘de tuin’ buiten, dat zijn een heel aantal plantenbakken, en bij de lift hangt een bericht waar zij mensen vraagt om een donatie, wanneer ze haar initiatief kunnen waarderen.Meteen om de hoek ook de sfeer van mensen die net een koffie hebben gehaald en met elkaar kletsen.
Het nadeel van deze wijk is, dat ik onderweg niet langs uitgestalde groenten en fruit kom, met één dollarzakjes, waar ik het fruit van de dag mee scoor (het eerste jaar was dat er ook niet, maar toen kende ik het fenomeen nog niet). Dus nu ging ik in Brighton Beach uitgebreid langs verschillende winkeltjes en haalde er bosbessen, tomaatjes, appels en frambozen. Het volledige bakje frambozen at ik als lunch, tezamen met een deel van de Russische ‘frikandel’, waar ook cranberry’s in waren verwerkt. Erge lekkere combinatie, die zoetigheid met het hartige. Wat later nam ik vast een voorproefje op twee gerechtjes die ik in een ander buffet dan waar ik altijd kom, vond. Kleine paddenstoeltjes en babaganoush met ook andere ingrediënten daarin. Vlak voor mij had een jongetje een eigen spel bedacht; vol overgave rende hij in een cirkel almaar om zijn vader en zijn zusje heen, die lagen te slapen.
Na de overdag-strandgangers, was het even leeg en toen kwamen de avondmensen, die bleven totdat het donker was. Een man tuurde en en ijsbeerde langs de kustlijn, twee Japanse (?) mannen waren uitgebreid aan de klets en later gingen ze ook nog zwemmen, een Mongools (?) stel spreidde één handdoekje uit als tafellaken, de man at knielend, na het eten ruimden ze op en gingen ze zittend roken en lachen, twee Russische (?) vriendinnen aten een reuzenpizza.
Ik had ook alles uitgestald voor mijn avondmaaltje, de appel is als toast of brood en had ondertussen mijn bikini verruild voor broek en omslagdoek, die overdag dus een deel van het strandlaken is.
De luchten kleurden prachtig, de halve maan kwam op.
Er kwamen nog drie nieuwe stoeltjes bij, aan de zee, die ongeveer in het pikdonker zaten toen ik vertrok. Op de boulevard zong een man.
Bij terugkomst hier, was de straat om 22.15 pm zo rustig dat ik afdalend naar beneden al het gepraat en gelach hoorde van die vier mensen aan het tafeltje op straat op de hoek, bij Cabrini, deze uitspanning was nog open.
Zó veel leven in het kleine parkje vlak achter mij met een oud appartementencomplex ernaast.
Die appartementencomplexen hebben aan de andere kant bij de rivier eigen privétuinen, er is gespeeld met gekleurde bakstenen in patronen en boven op is er de suggestie van kantelen, zoals bij een kasteel. De nieuwere complexen hebben een echo daarvan overgenomen op het dak.
Ik wilde naar het Fort Washington Park, aan de oever van de rivier, maar kon de ingang niet vinden. Daarvoor in de plaats wandelende ik over de George Washington brug heen en terug, vanaf daar ook uitzicht op de skyline van het dichtbepakte Manhattan: zo lijkt het wel ineens een concrete jungle.
Fietsers en wandelaars delen dezelfde weg, maar erg druk was het niet. Ik zag dat er aardig wat oude bomen stonden aan de oever.
De kleuren op het water en de patronen veranderden voortdurend door het wolkenspel met de zon.
Aan de andere kant, in New Jersey info over het ontstaan van de brug, men was en is lyrisch erover, er werken dagelijks 300 mensen aan het onderhoud en dergelijke, de langste brug van de wereld, de enige met een snelweg erop.
Ik zat op de treden van de trap te lunchen, een man beklom de trap en groette mij.
Bij de gele streepjes, daar is mijn kamer. Ik zie daarvanuit alleen de kruinen van de bomen, en de snelweg de stad uit, maar nu was goed te zien, hoe de snelweg om in de stad te komen daar nog onder ligt.
Het eerste gele streepje is Met The Cloisters, het andere waar ik verblijf.
Weer in New York, kwam ik de man van eerder tegen: How funny to see you again,on this side, zei hij. Ik nam de bus Down Town, ‘Haat heeft hier geen plek, we ride together’ En : If you see something suspicous, say something, een motto dat ook almaar in de metro wordt herhaald; het is een deel van de dagelijkse soundscape. Alcohol en roken is verboden in de Subway, en ook op alle evenementen, zoals de gratis filmvertoningen en muziekoptredens, in de parken en de vele zit en ligplekken en op straat. Soms is er wel alcohol te koop: wijn of bier, maar daarbij wordt uitdrukkelijk vermeld deze niét mee te nemen het grasveld of het terras op, waar er anderen zijn.
Zo worden New Yorkers dus voortdurend ‘opgevoed’ ; aangesproken ten bate van hun eigen veiligheid en die van anderen. Zeven jaar gevangenisstraf als je personeel van het openbaar vervoer beledigd, of de politie…waarschijnlijk wordt het nooit actueel; New Yorkers weten van kinds af aan wat not done is.
Kom daar in Nederland mee, waar de discussie erover gaat of de overheid wel of niet mag normeren en alle grote evenementen gesponsord worden door grote bedrijven van drank en je zelfs wordt aangemoedigd om te gaan consumeren, om het festival betaalbaar te houden.
Hier is er een common sense dat je door alcohol je heldere zicht verliest en dat roken slecht is voor de gezondheid en bovendien ergerniswekkend is voor anderen. Dus: niet doen en als je het wel wil, ben je niet welkom. Hetzelfde dat je gefilmd en gefotografeerd kan worden op al deze events, niks erover dat dit ‘de schending van privacy’ is; als je dat wél vindt, tja dan is er niet bij zijn, de enige uitweg.
Ik at ‘avontuurlijk’ iets anders, dacht garnalen te krijgen, ook om weer een beetje aan ‘vegetarisch’ te denken, maar deze waren omwikkeld met vlees.
Tevoren nog lang gesnuffeld bij boeken van Strand, die op de zuidelijkste punt van Central Park een kraam heeft. Meerdere boeken had ik in Nederland meteen meegenomen, maar hier niet, want ze moeten allemaal nog het vliegtuig in. Het blijft leuk; snuffelen, omdat meerdere interessevelden van jezelf dan kort geprikkeld worden.
Na het eten wandelde ik naar Seaport voor de film.
Het was Crazy Rich Asians, ( er was herkenbaarheid omtrent het dilemma om ofwel trouw te zijn aan de mores van je familie óf uiteindelijk je eigen weg te gaan) ; érg vermakelijk; ook weer door het publiek die afkeurende geluiden maakt of even applaudisseert. En de entourage: een verlichte Brooklyn Bridge.