woensdag 2 september 2026

Laatste dag




 Morgenvroeg koffer in pakken voor het vertrek dus nú maar wat over mijn laatste dag hier; wat momentopnames. Ik ging eerst even het kerkje in, ja óók om mij even bewust heel dankbaar te voelen voor deze twee maanden in New York. Een zwart popje kijkt naar al die vrouwelijke heiligen.

Ik nam de bus; de chauffeur hielp een invalide in een wagentje zich installeren, het motto op zijn werkjas is helemaal waar: zonder metro en bus staat een groot deel van NewYork stil.

Toevallig, want op de woensdag gratis, was dit een geschikte activiteit voor een laatste dag; een bezoek aan The Museum of the City of New York. 

A

Dit was het begin van Times Square in 1904.


En zo maakte ik veel foto’s … misschien in mijn boshuisje nog een keertje een blogje eraan wijden, voor nu hou ik me bij de kern van NY, die het museum zelf benoemt: 


De laatste keer mijn favoriete maaltje


Nog even langs Elizabeth Street Garden na een flinke regenbui.


Ik wilde nog langs mijn geadopteerde boom in Central Park, maar er woei een koude wind, dus ik zag ervan af.


Daarvoor in de plaats het grote overdekte winkelcentrum van Columbus Circle in, er werd gegymd.


Het plein van Lincoln Center ligt beschut tussen de gebouwen, de dansvloer en het podium, de discolichten, alles weg, er was weer opera-film.


Op de terugweg naar de metro; nog één keer kijken naar het straatbeeld.


De vrouw tegenover mij kwam ook uit Lincoln Center, ze deed haar muziekoortjes in en ik zag haar glimlachen. En kijk, in de ruit achter haar een weerspiegeling van mezelf, mijn laatste spoor.



Mozaïek


Mozaïek van alle foto’s van de dag; het begon met Keith Haring en eindigde in de regen in Battery Park, dus geen film in de avond.
Ik at authentieke Indiase samoza, compleet met de sensatie dat je gaat zweten van het scherpe groene sausje. Onderwijl had ik uitzicht op een ceremonie van Indonesië, bij de vlaggenmast, waar Manhattan begint. Een vrouw zong het Amerikaanse volkslied en daarna werd het Indonesische volkslied gezongen met mechanische begeleiding uit een muziekband en dan raakt me dat tóch; ik kom ook daar vandaan. Bij navraag bleek het voor het derde jaar georganiseerd te zijn door het Indonesische Consulaat, waar inderdaad zoals ik al vermoedde, de onafhankelijkheid van Indonesië gevierd wordt. Mooi dat dit kan op deze plek, waar dus de onafhankelijkheid van Amerika herkenbaar is gemaakt; nu wapperden beide vlaggen naast elkaar.

Dit mozaïek komt deels voort uit luiheid, geen zin om collages en uitgebreid verslag te doen op mijn laatste dag alhier, en het is een herinnering aan al die vierkante stukjes tegels van alle mozaïeken in de Subway.

dinsdag 1 september 2026

De Eenhoorn Tapijten


Ik had er de vorige keer nauwelijks foto’s van gemaakt té overdonderd en meteen dat besef dat een foto toch niks toont van de intensiteit aan kleuren en details. Maar geen enkele herinnering eraan is ook zo wat, dus nu alle zeven wandkleden op de foto gezet.


De mannen het bos in, op zoek naar de eenhoorn.


Ze vinden de eenhoorn, die met zijn hoorn het water zuivert; het tafereel ademt vredigheid uit.


Ze belagen de eenhoorn, maar duidelijk is dat deze zich niet veel aantrekt van de speldenprikken.


Ze vallen hem werkelijk aan, maar eenhoorn is oppermachtig.


Totdat hij een vrouw ontmoet en hij zich laat omheinen door rozen en…?…lelies?…Ik kon de vrouw die de rondleiding gaf, niet goed verstaan. Ik begreep dat hij hierdoor kwetsbaar werd, en zijn onoverwinnelijkheid verloor. Of: dat men meende dat alleen een vrouw die maagd was, de eenhoorn kan vangen.


Dan zie je op één kleed, ‘zoals in een comic-book’, dat deze gedood wordt en op een paard wordt meegenomen.


Ja, duidelijk dood. Uit de doodsteek in de zijflank spuit bloed, dat iemand gaat drinken en nu is er een vergelijking met Christus.


En net zoals Christus, is er een verrijzenis; de eenhoorn verschijnt weer, duidelijk verjongt en vitaal. Het hekje om hem heen, is duidelijk symbolisch, als hij weg wil, dan kan dit meteen.


Er groeit een granaatappelboom(?), symbool van vruchtbaarheid.

Dit is één versie van het verhaal, de rondleidster benadrukt dat we het eigenlijk niet weten en dat het moeilijk is om te kruipen in het brein van de middeleeuwse mens. De tapijten zijn waarschijnlijk gemaakt in opdracht van één familie, die ze misschien in hun dinerzaal hadden hangen.
De eenhoorn was een half mythisch wezen, waarvan sommigen geloofden dat deze echt bestond, de Bijbelse verhalen waren bekend. Maar waarom dan laten afbeelden dat je jácht maakt en tenslotte dus wellicht ook Christus hebt gedood? Niet iets om trots op te zijn, kun je wellicht denken.
Juist ja. Je kunt altijd zoveel en van alles denken, doen en laten…Dat denk ik dan, en zal het niet nalaten om deze tapijten nooit meer te willen vergeten.

Ja, ik was erbij.



Wandeling


 Nog een keertje de wandeling naar The Cloisters; de privétuin in renovatie van dit appartementencomplex bij de rivier.


Iemand bedankte, de vorige keer al gezien, middels een geplakte brief voor dit bankje, zo fijn voor de senioren; nu was er een stoel bijgeplaatst.


Een stilleven met alweer verlepte witte bloemen.


Een vrouw richtte haar reuzen telelens fotocamera in de kruin van deze boom.

En nu zag ik het ook: een héél klein vogeltje dat lustig aan het fluiten was.


Iemand anders heeft hier stilgestaan.

Ik dacht aan een oud gedichtje, mijn  motto toen ik opgroeide: 
This way, That way
I donot know
Which way to go
I am of Two minds.
Ondertussen weet ik dat ik er zó veel meer dan twee, in mij heb.

Man met vogel 
Alles altijd in beweging; zo is het aanwezig en dan niet meer zichtbaar.
Dat geldt binnenkort ook voor ‘de werkelijkheid New York’.

maandag 31 augustus 2026

Vergankelijk tuinen, bomen die blijven?



Eindelijk zag ik de tuin met het kleine leeshuisje erin.


Een mooie en rijke tuin.


Ik zag er het soort stenen met groeven erin, zoals in India, maar ze vandaaruit smokkelen naar Amerika lijkt me nogal een onderneming.


Een Joodse familie lunchte er.


De andere tuin vlakbij,  die vorig jaar mijn hart gestolen had, was van sfeer veranderd. Veel wilder met veel overwoekering, moestuinachtig, weinig liefelijke bloemen en niet meer open en zó publieksgericht met knusse zitplekken. Deze was nu ook alleen in het weekend geopend, zo zie je maar hoe snél iets kan veranderen… Waarschijnlijk is er nu een ander tuin-team, vorig jaar was er een uitgebreide plek waar één van de initiatiefnemers van de tuin werd geëerd die gestorven was. 
Maak je na je dood vooral geen enkele illusie dat iets van wat je deed blijvend is, integendeel jouw dood kan juist paden banen naar nieuwe dingen. Raar hoor, dat je voor anderen dan eigenlijk een obstakel was.


Ik mistte vooral al die kleine sfeervolle plekjes met kleurige stenen, beeldjes, rangschikkingen met grapjes en dromerijen; deze waren de enige die nog over waren. Gezien mijn eigen neiging zulk soort dingen te verzamelen, zou ik het niet over mijn hart kunnen verkrijgen om ze allemaal weg te saneren. Als ik vrijwilliger was geweest in deze tuin, zou ik bij dit nieuwe tuinbeleid dus vertrekken. Wie weet wat voor een persoonlijk drama er afgelopen jaar was; dat je afscheid moet gaan nemen van een tuin waar je ziel en zaligheid in stopte?


Een andere tuin in de Lower East End, die geheel verwaarloosd was, met beelden erin en een BBQ. Of misschien is deze laatste erin gezet, ná dat de tuin verlaten is.


Maar deze tuin is ‘voor de eeuwigheid’ bewaard.


Dat geldt ook voor alle parken in New York, waar ik me vaker gewaar word als ik er lig, dat de bomen erin veel en veel ouder zijn, dan zoals ik ze in Nederland ken. Veel dikkere stammen, hoger, een dik en duurzaam takkenstelsel.


Ik was weer in Tompkins Square Park, met het Charlie Parker Festival.


De laatste saxofonist Ravi Coltrane, zoon van John,  speelde met een mild melancholie-timbre, ik pluk zomaar wat van YouTube, om het bewaren van zijn klank.