Ik las als één van de eerste dingen, dit gedicht. Ja! Maar de keerzijde was, dat in deze ene wereld ook de rook van de bosbranden in Canada over New York hingen. The Met leek mij een prima plaats om te schuilen. Ik kwam in een geweldig goed gecureerde tentoonstelling, waar mode en kostuums werden gekoppeld aan kunst; Costume Art.
Allereerst viel mijn oog op dit beeldje uit Iran van 1500-1100 voor chr. Lichaamsbewust-zijn met een zweem van erotiek, Eros als bewegend principe van het mens-zijn volgens Plato: dat dit er waarschijnlijk altijd al geweest is!
Hier het moment dat Maria en Elizabeth elkaar ontmoeten, beide zwanger, te zien door een grote kristallen steen, het beeldje komt uit de 13 eeuw en is gekoppeld aan een moderne jurk.
Naast zwangerschap, was er ook aandacht voor o.a gehandicapten: aan Levi-Strauss is gevraagd om spijkerbroeken voor hen te ontwerpen. Dat de rits, dat lekkere gevoel als je een spijkerbroek aantrekt zo ook voor hen, in zittende positie aantrekkelijk is gemaakt, dit gekoppeld aan een fotoproject die zichtbaar maakt, hoe gehandicapten zich in NYC voortbewegen.
Voor het ❤️ was ruimte; de tekst erbij is evocerend.
Heel anders weer; het spel rondom de ouderdom, zo grappig, die foto gecombineerd met mode, die ook tegen kunst aanhangt.
En deze was ook herkenbaar; ik loop in mijn boshuisje ook uitsluitend in de meest sjofele kleding, heel inventief gekoppeld aan een ouder nudistenechtpaar in hun zomerhuisje.
Ook een tekening van Louise Bourgois en een jumpsuite (of heet dat anders?), een ‘uitdossing’ is wellicht een beter woord.
Ook de oorlog kwam voorbij
De nadrukkelijk aanwezige soundtrack over de gehele tentoonstelling droeg ook bij, dat je geheel werd opgeslokt, hier niet goed te horen, maar goed genoeg voor mijn herinnering.
En dan was Paul Klee er ook nog, een favoriet van mij, met een associatie naar groei en vruchtbaarheid (Ja, Frida Kahlo was ook aanwezig, haar pijnlijke lichamelijkheid gekoppeld aan een korset-jurk, maar die zette ik niet op de foto)
Het is een rijke, rijke tentoonstelling, waarschijnlijk loop ik er nog eens naar binnen.
Even bijkomen in Central Park, waar ik meende onder de bomen net wat minder last te hebben van de rokerigheid en brandende ogen, de eekhoorntjes en alle vogels leken onverstoorbaar.
Ik had mij verheugd op Summerstage met Mavis Staples, ik liep net naar binnen en toen werd omgeroepen dat iedereen haar boeltje moest inpakken, het ging niet door wegens verslechterende luchtomstandigheden; voor jullie niet goed en ook niet voor de artiesten: we are so very, very sorry…go hometo your loved ones…Ik las mijn pageturner bijna uit met een restje wijn uit een blikje en pepsi-cola, die gratis bij de uitgang als troost werden verstrekt. De cola is in New York geproduceerd; o, ja zo is het: Coca-cola is va de Republikeinen, Pepsi van de Democraten.
Toch nog wat muziek, die ik al de hele tijd op de achtergrond gehoord had.
Naar het metrostation bij Hunter College, waar ik vorig jaar onder de indruk was van het mozaïek erbij.
In de ochtend opstappen bij Morris Park; er stond een rij bij de voedselbank, wel een groene binnentuin en verzorgde voortuintjes, dit beperkt zich dan tot één blok, vlak daarnaast kan het ook verwaarloosd zijn, in de buurt staan regelmatig losstaande stepjes.
Dit is New York; zoveel werelden in één wereld en zelfs als het er rokerig en mistig is, onverslaanbaar in variatie.
Er hangt een dichte mist over New York, rook van bosbranden uit Canada. Nog net niet oranje, zoals ik vier jaar geleden hier voor het eerst Midtown Manhattan zag, er was toen het advies om binnen te blijven, maar daar had ik geen zin in. Resultaat is, dat mijn eerste beelden van Manhattan zijn als van een film uit de oude doos, bruinig en lege straten, toch wel apart.
Ik zie nu, dat het op deze foto ook al zo is, maar ik wist nog van niks en genoot van de waterval.
S’ochtends de wandeling naar de dierentuin.
Deze wijk voelt aan als zowat de laatste in de bebouwde kom, er stroomt de Bronx River, langs de dierentuin en in de Botanische Tuin die erboven ligt.
Tegen sluitingstijd van de dierentuin, begon het te regenen, de broeierigheid loste op en het rook naar aarde. Ik was eerst nog gaan schuilen en verliet zodoende als een van de laatsten de dierentuin. Bijna alle dieren alweer binnen, op en groep gazelles (ofzo) na, bij het Afrikaanse gedeelte. Nu zag ik alles leeg, ook bij het Aziatische gedeelte, ik was op weg naar Asian Gate, de uitgang die vorige week mijn ingang was.
Na het bezoek aan de dierentuin, ging ik lekker lezen op een bankje naast de waterval. Twee meisjes deden iets van een ritueel met kaarsen, daarna roken en kletsen op het bankje, ze liepen weg en lieten de kaarsen achter, maar ze kwamen een half uur later ofzo terug, namen de brandende kaarsen mee en toen ik uit het park vertrok zaten ze aan een picknicktafel. Naast mij kwam een man zitten met een gebedketting, ik zag er geen kruisje aan hangen, de kralen gleden langs zijn vingers, ik hoorde hem zacht prevelen. Het liefste zou ik aan hem willen vragen wat voor een ketting het is, maar zoiets doe je niet. Later ging hij bij het water zitten.
Het was heerlijk toeven met een detective, een pageturner, bij het geklater van de waterval. Eerst rook het naar BBQ van een familie verderop, later kwamen de geuren van groen en water.
Ik liep naar de metro, twee haltes maar en hier wel wat grote oude huizen, in de verte hoorde ik de metro ratelen en zag de verlichte raampjes, uit de speeltuin verlieten de laatste mensen en kinderen River Park.
Ik ging weer naar de dierentuin, nu via de hoofdingang. Als je aan komt lopen zie je, dat het in de natuur gesitueerd is en groots opgezet is met eerbiedwaardige gebouwen in een verzorgde tuin.
Het geeft een kick om beesten in het echt te zien, zoals een reuzenschildpad, een leguaan, de kleinste pinguïnsoort, hoe een vogelsoort in de rotsen leeft, ik maak meteen een foto, alleen verliest de foto meteen de kick van het echte, en wordt een plaatje.
Bewegend beeld heeft dan meer effect.
De neushoorn is het vignet van Bronx Zoo, twee exemplaren zijn in brons gegoten en flankeren het centrale paviljoen in het midden én zijn ook binnen te zien, tenzij ze naar buiten zijn. Heel raar om zó dichtbij ze te staan.
De kooien met de grote roofvogels staan onder mooie oude dennenbomen en daarmee vergeet je bijna dat deze vogels in feite geen enkel natuurlijk leven hebben. De spanwijdte van de vleugels van de condor beslaan al een vierde van de kooi, als ze deze uitspreidt. De arend, symbool van Amerika, geeft wellicht nu wel de exacte plaats aan van the land of the free; totaal gekooid en in de ban van een gekke dictator-president.
Leuk om een echte bizon te zien en daarbij te lezen hoe Bronx Zoo hun voortbestaan mee realiseert.
Zo dichtbij een dier dat maar op één plek op de aarde leeft.
Vanuit een beetje vaag chauvinisme, omdat ik immers Chinees bloed heb, deze Chinese schildpad.
De glibberige lenigheid van een reptiel.
De ‘kans’ om schildpadden te zien zwemmen.
Het hoofd en voorkomen van ET is denk ik wel geïnspireerd door dit diersoort.
Tot wat voor een samenleving is Nederland verworden, als het in de trein verplicht wordt om je bagage altijd op je schoot te houden? Op het journaal, dat ik bijna dagelijks bekijk, zegt iemand dat dit oké is, want nu weet je nooit wat voor een reactie je kan krijgen, want er zijn er zoveel met een kort lontje, dus durf je het niet te vragen en dan blijf je nu maar staan.
Hier in NY is het volkomen vanzelfsprekend dat je plaats maakt en de ander zegt altijd Thank You; de ene heeft standaard de bagage op schoot, al is er reeks van lege plekken, maar iedereen schikt meteen zoveel mogelijk in bij krapte en iedereen gunt het ook elkaar als je met een fiets of andere grote spullen veel ruimte inneemt.
Welwillendheid is een schaars goed geworden in Nederland, met zoveel rechtse partijen, die het heel gewoon vinden om ‘eigen volk eerst’ te zeggen. Dat kan in NY niet; iedereen is het eigen volk. Enfin.
Ik was weer op het strand, het was 35 graden, de metrorit in de gekoelde airco is heel aangenaam, ik blijf mijn ogen uitkijken, het werkt meditatief om zoveel verschillende soorten van mensen in en uit te zien stappen, aan lezen kom ik niet toe.
Vanuit de ruigere Bronx voel je de vriendelijkheid in de huizenbouw en het dichtbij de zee zijn in Brighton Beach.
Mensensoorten verzamelen op het strand…Achter mij hoorde ik het onvervalste mafia-accent zoals in de Godfather, een man zei door de telefoon iets in de trant van: I know you’re still crazy about your wife…you can’t control her, it hurts man, it hurts, I know. Hij had een grote schorpioen op zijn linkerborst getatoeëerd en een roos op zijn bovenste arm.
Er was een groepje van drie vriendinnen met hun kinderen, waarvan één in boerka, ze waren duidelijk heel vertrouwd met elkaar. Dan kan het niet anders dan dat cultuurverschillen niks meer zijn dan: zó doe jij dat, dat is jouw gewoonte. Zonder oordeel, zonder elkaar te willen veranderen: Zo is het goed. Zoals in dat gedicht in de metro: Let us love one another and let go.
Ik was mijn iPad vergeten, dus geen enkele foto van deze dag. Het had ook wel wat om met mijn handen achter de rug te slenteren, die IPad in mijn handen is een soort van derde oog geworden en een verlengde van mezelf. Gedachteloos maak ik foto’s, pas later als ik er collages van maak, weet ik waarom en wordt het een verwerking van de dag.
Nu zit alles in mijn hoofd, op deze tjokvolle dag, qua beleving. Ik vertrok hier en er kwam een andere appartement bewoner, uit de andere ingang, naar buiten, 46 per voordeur, en ze zei: It looks like you are gonna have a cool day! Zij moest werken en we wensten elkaar een fijne dag.
De dag eindigde weer in de chaos van metro en bus, nog steeds die herstelwerkzaamheden door de week, en ik reisde samen met een vrouw die twee haltes na mij thuis zou zijn. Ze had een rolwagentje vol boodschappen bij zich, het zijn speciale vierkante karretjes, die je nét ook alleen de trappen op en af kan trekken en duwen. Ze had de hele dag besteed aan het vinden van zo goedkoop mogelijke boodschappen her en der. Ze was van mijn leeftijd en bij aanvang van de busrit weigerde ze de door meerderen aangeboden zitplek. Op het laatste eindje in de metro zei ze nu tóch wel blij te zijn dat ze zat. Ik was als eerste gauw de wagon in gegaan, om de plek naast mij voor haar te reserveren. Aanvankelijk wilde ze ook geen hulp voor het meetillen van haar wagentje, maar later hielp ik haar, de trappen op en af, met name nadat een jongeman kennelijk het wagentje van haar had afgepakt en het zó weer boven op het perron zette, zag ik omdat ik voorop liep. In dat laatste stukje train liet ze zien dat ze een diepe snee in twee vingers had, gemaakt door het snijden van een kip, die ze op 2 July klaar aan het maken was voor de feestdag van 4 July. Achteraf had het eigenlijk gehecht moeten worden, het mes was zó diep gegaan, ze liet mij een foto zien en het bloedde en bloedde en ze was alleen thuis geweest. Ik rilde en gruwelde met haar mee, nee ze was niet flauwgevallen.
Ik had zelf ook eens zoiets meegemaakt; the only thing you can say to yourself is: Calm down! ‘Right you are’, antwoordde ze. Ook had ze vorig jaar oktober een zwelling in haar bovenarm gehad, eerst was er een enorme snee gemaakt en toen werd het er operatief uitgezogen, ze liet me de littekens zien. Ik was bijna bij mijn halte, waarschuwde ze me. I will see you again, zei ze stellig, have a good summer, take care! Take care!, beaamde ik.
Ik was naar twee tentoonstellingen geweest in The Met, de ene ging over het onstaan van de gothische architectuur, net ná de verschrikkelijke 14 e eeuw, waarover ik aan het lezen ben, Frankrijk was oppermachtig geworden met een eigen paus die in Avignon zetelde en uit hun koker kwamen dus die kathedralen. West Europa had dus een donkere tijd, o.a. door de pest en op een tentoonstelling die ging over de schilderkunst zag ik dat in die 14 e eeuw er alleen werk hing van Italiaanse meesters, zoals Giotto. De Nederlandse schilderkunst kwam pas in de eeuwen erna op gang.
De andere, net geopende tentoonstelling, ging over de schilderkunst van Nanjing in de 17e eeuw. Wauw! , die stilte die wordt weergegeven! Opnieuw werd ik mijn eigen verleden ingeslingerd: ik was 15 jaar, voor het eerst in het buitenland met een vriendin, logerend bij haar tante, die net buiten Londen woonde. In het British Museum zag ik soortgelijke kunst, ik werd meegevoerd, totaal lyrisch van de kaart,ik kon mijn ogen er niet vanaf trekken, ik moest nogmaals terug er riskeerde daarmee een ruzie met die vriendin, die de resterende dagen wilde besteden aan winkelen op Oxford Street. Ik bén er terug geweest, alleen.
Na mijn al ontstane liefde voor de Japanse cultuur op de lagere school, begon hier mijn liefde voor de Chinese schilderkunst.
En nu realiseerde ik mij, dat de stilte waarin ik adem in mijn boshuisje allereerst dit is: die ene mens die vaak wordt afgebeeld, temidden van bossen en bergen, bij een riviertje, een bloem of bij bamboe… pas later kwamen daar de gedachten over ‘een kluis’ bij, zoals die in de christelijke traditie vorm werd gegeven.
Daarna lag ik eerst in een kom van gras en oude bomen in Central Park, veel vogeltjes, het geluidsniveau van het verkeer was ongeveer nul, en daarna bezocht ik mijn geadopteerde boom, die zuidelijker, dichterbij de stad ligt. Voor mijn neus lag een steen met glitters, alsof die er als een
geschenkje van welkom was neergelegd.
En toen naar Bryant Park, voor de eerste filmavond van deze zomer. Omdat ik net twee stukken pizza en een blikje cola had gescoord voor $ 4,99 en al veel gelegen had, zocht ik een tafeltje met stoeltje aan de zijkant van het gras en vond een plekje naast een Chinese vrouw van mijn leeftijd, die mij tipte dat je gratis een zak popcorn kon gaan halen, later een gesprekje begon met de vraag wat mijn favoriete fruit is en meteen al haar mond vol had over ‘God’; dat wij voor hem allemaal even belangrijk zijn, dat al dat heerlijke fruit met al die smaken, door hem verzonnen was. Op haar T-shirt zag ik dat zij hield van Jeruzalem en er waren Hebreeuwse letters op een etuitje en een armband. Ik was eigenlijk wel benieuwd, maar haar Engels was nauwelijks verstaanbaar voor mij, dus ik liet het gaan.
Na de film vroeg ik wat ze ervan vond, I have to think about it…there were some good things in it.
Ik vond het ook een merkwaardige, ook grappige en originele film.
Het leek even een scène uit Jaws; er werd gefloten, iedereen moest het water uit, van alle kanten kwam de safeguard in oranje zwemkleding aanrennen en gingen in een rijtje de zee in, wat er nu precies aan de hand was, kon ik net niet zien. Het strandleven hervatte weer. Voor mij was eerst nog veel ruimte, voor wat voetbal, maar toen kwam de vloed, o, ja, die is er hier, en die pakte zeker wel vijf meter strand, ik ben een paar keer verkast, naar achteren, het ging snel.
Ik keek op uit mijn boek; een vrouw lag pal naast mij aan de ene kant en een jongetje in Spider-Man-zwempakje lag zowat op mijn badlaken aan de andere kant.
Ik waande me even op het strand in India; al gingen deze vrouwen helemaal niet het water in, ze stonden er alleen maar, hun kinderen stevig vasthoudend. Voor je ogen zie je dan hoe cultuur wordt overgedragen. Water en strand is er niet om in te zwemmen en te spelen, en de oudere dochtertjes hebben al donkere kleding aan, als ze nog geen sluier hoeven te dragen.
Fijn tot de avond gebleven met een maaltje uit het Russische buffet. Die oude vertrouwde geur in die winkel, dezelfde vrouw die de prijsjes op de bakjes doet nadat ze het gewogen heeft, iets ouder geworden sinds vorig jaar. De meeuwen zijn nog niet zo brutaal als dat ze in Venetië zijn geworden, die vliegen meteen naar je toe, als ze eten bespeuren. Deze meeuwen zijn nog niet zo op mensen gericht.
In de metro een grote familie met baby die huilde en tevreden gesteld moest worden. De man leek op Obama, hij en zijn vrouw lachten veel, zij haakte, het babietje ging van de ene naar de andere, het huilen stopte uiteindelijk met een flesje melk, de zoon had muziek en liet het zijn vader horen en die leek soms met verbazing te luisteren, waar moeder hem dan mee plaagde. Leuk zo’n warme groep die een familiedagje aan het strand hebben beleefd, gezien hun bagage met opgezette strandtenten.
Niet bewust opgezocht, maar ik kwam er langs; Strawberry Fields, de gedenkplek vlak achter het Dakotagebouw waar John Lennon leefde en doodgeschoten werd. Yoko Ono richtte in Central Park dit op.
Een vrouw zong aanstekelijk en wat zijn ze toch goed, die Beatleliedjes, en uiteindelijk kwam ook ‘Imagine’
Daarna nam een jongen het van haar over en die vertelde dat een vaste groep muziekvrienden het op zich hebben genomen om in het weekend, ieder een uur te spelen; nonviolent peacelovers. Het grootste gedeelte werk van de Beatles of één van de vier, maar ook dus ander werk. Hij zong een liedje van Cat Stevens, meteen een fijn nummer, dus nu ook het orgineel opgezocht; If you want to sing out, sing out
Ik bleek op een bankje gezeten te hebben met deze tekst: