Sinds India heb ik dus een telefoon met internet en dus de mogelijkheid tot een groeps-app. Zelf zou ik niet weten, hoe deze aan te maken, maar het werd ongeveer de eerste activiteit van de projectgroep: dit moest en zou lukken.
En zo zijn er dan ineens foto’s waarop ik zelf sta, gemakkelijker bereikbaar. Koffie, lunchen, wandelen langs de IJzeren man, op weg en weer terug uit de kathedraal.
De foto’s die ik maak zijn op mijn iPad en die kunnen toch niet zomaar naar die groepsapp, dus dat gaat over de mail.
Het was de 47ste huwelijksdag van P. Indertijd heeft het studiejaar, het eerste jaar theologie, een wandkleed voor hen gemaakt, iedereen heeft eraan meegewerkt, het kleed ging van adres naar adres, maar W en ik hebben er het meeste aan gewerkt en we hebben het ook samen ontworpen.
Zó snel kunnen plaatjes rondgaan: P vroeg aan haar man het op te zoeken in het fotoalbum en daar was het dan ineens! De vriendschap met W is hier ontstaan, tot diep in meerdere nachten naaiend en bordurend om het op tijd af te krijgen.
Eerlijk gezegd vind ik het resultaat bést goed gelukt. Op het kleed speurend, zag ik ineens het heel kleine watervalletje uit de bergen, dat aangaf dat al het vruchtbare land en de lotusbloem onder, door een verborgen bron bewaterd werd. Ik hechtte eraan, en weet dat ik deze erin heb geborduurd.
Allemaal diep symbolisch natuurlijk, zo’n huwelijksbootje, dat alle golven dus heeft doorstaan; glansrijk.




