Wanneer ik wakker word uit een droom met nog heel levende beelden, dan wil zo’n droom mij meestal iets zeggen. Nu droomde ik op een feestje te zijn van mijn naamgenoot en daar was ook haar jongere broer. (Die zij in het echt helemaal niet heeft). Er hing meteen chemie tussen ons, spontane aantrekkingskracht. Maar ik kon niet goed naar hem lopen, ik was immers véél ouder en hij durfde niet goed op mij af te stappen. Uiteindelijk spoorde naamgenoot hem aan en toen hadden we een heel leuke avond. Heel ‘onschuldig’ ook : er werden geen kussen of omhelzingen uitgewisseld, alleen wat speels gestoei. Naamgenoot vroeg aan mij hoe de avond met hem was geweest en ik zei: héél leuk, we waren als twee pubers!
We maakten een afspraak voor een vervolg. Ik trok daarvoor mijn ongeveer enige jurk aan, die ik had, omdat het dezelfde jurk was, als die hij aanhad op het feestje. Het leek mij een leuke tegemoetkoming; laten zien dat wij iets volkomen overeenkomstigs hadden. Maar bij het zien ervan betrok hij, hij voelde zich belachelijk gemaakt door mij en hij liep weg. Daar zat ik dan met mijn mooie bedoelingen…Ik wist dat het géén zin had om hem achterna te lopen, zijn gevoel was velen malen sterker dan dat ik dit met woorden zou kunnen herstellen.
Het deed mij denken aan wat ik onlangs had meegemaakt. Ik fietste zwaarbepakt in Nijmegen, een beetje helling af, naar het RijnWaalpad, dat is een heel scherpe bocht naar rechts, de blauwe lijn op het plaatje. Naast mij, maar ik zag ze niet in detail, waren twee voetgangers, de rode lijn. Ze liepen veel sneller dan ik dacht en dus kruisten we elkaar per ongeluk en ik kon zelf niet meer remmen. Ze bleken beide slecht ziende, met ‘blinde geleide’ stokken. ‘Kon je niet even wachten?!!’, riep de vrouw woedend naar mij. ‘Nee, dat lukte niet’ zei ik en fietste door, want ook op het pad zelf kon ik niet echt abrupt remmen. Ik had ze het graag uitgelegd, hoe de verkeerssituatie en ik zelf eraan toe waren. Zij zien met grote moeite waarschijnlijk alleen maar de weg voor zich die ze bewandelden, en dan zijn ze dus erg geschrokken van iemand die rakelings voor hen kwam. Als ík geweten had, dat beide slecht ziende waren, dan had ik van te voren mijn vaart geminderd en was gestopt voor hen.
Opnieuw een situatie waar beide van goede wil zijn, en dan gaat er toch iets mis.
In mijn droom voelde de jonge broer van mijn naamgenoot zich belachelijk gemaakt door mij…terwijl ik juist een tegengesteld doel had: zichtbaar maken van iets wat hem zeer ter harte gaat.
Het is bijna als spreken over God: zó vaak een bron van conflict en miscommunicatie.
Toen ik puber was, had ik een affiche van William Blake in mijn kamer. God; een man met een witte baard, terwijl ik vol van ‘God’ was en nooit heb gedacht dat deze een man met een witte baard zou zijn. Waarom hing deze er dan?
Zichtbaar maken, wat je ter harte gaat…


