zondag 12 april 2026

Vernieuwd aanzien in Zutphen


 Zutphen…dat stadje aan de IJsel dat al met mij meegaat sinds 1989; indertijd wellicht de eerste stad die besloot om alle moderne winkelpuien af te breken en de straten weer het oude aanzien terug te geven. Er waren tijden dat ik er héél regelmatig kwam.  Maar zo gaat dat: Mensen gaan voorbij, al had ik dat toen nooit kunnen bedenken, liefde en vriendschap kunnen zomaar worden opgezegd. In mijn overmoed dacht ik dat het façades zou kunnen doorstaan: Alles was immers maar vorm, wat blijft en echt is, is het vuur van binnen, dat wat je deelt,  herhaalde ik ooit in wandelingen…Het bleek niet zo te zijn. De verleiding of wellicht noodzaak om het narratief aan te passen een het eigen ego, is doorslaggevender. Voor het eerst dacht ik op de fiets naar Zutphen dat het exact zo is als bij al die misbruik zaken. Er zijn maar twee mensen aanwezig, de ene voelt misbruik en de andere snapt niet waarover het gaat.

Ondertussen is het zó fijn lente hier; een lege plek om in te blijven. En Zutphen is gelukkig steeds met mij meegegroeid en vernieuwt haar aanzien voor mij. In lentetocht fietste ik heen, ik zag dezelfde witte bosanemonen waar ik vroeger langs liep, het water, de weilanden, het bankje waar ik warme chocolademelk dronk. 
Aangekomen zag ik iets nieuws, dat er toch al eeuwen zo was: De Librije: alleen in Siena is er ook zo’n oude openbare bibliotheek. Zestig sleutels waren er in omloop die toegang gaven.


Er was een mooie tentoonstelling van etsen van Rembrandt.


Een landloper, een bedelares, hoe hij de kwetsbaarheid van het sterfelijke leven zichtbaar maakt…


En Adam en Eva, in al hun onhandige, beetje groezelige menselijkheid. Eet van die appel, veel fijner dan het paradijs!; ze kunnen niet anders, lijkt het. 


Op kunnen staan, zoals Lazarus; een nieuw leven beginnen. Wederzijds reiken naar elkaar. Het aanzien vernieuwen.

Of gezellig eten met elkaar; ook niet onbelangrijk.