zondag 26 april 2026

Snoepende mannen, fietspomp-hulp, staande vrouwenbeelden


 Collage’s maken  is voor mij een manier om ervaringen te verwerken. De meesten ervan belanden vervolgens in dit blog. Sommigen niet, omdat er ter plekke iets anders eerder woorden vindt. Zoals deze; ik zag het vorige week Zondag in het Brabants Museum in s’Hertogenbosch. Binnen een tentoonstelling die onderzoekt wat Mannelijkheid is. Twee mannen eten snoepjes van elkaars lijf, honderd als geheel, een teller geeft tijdens het filmpje aan hoever ze gevorderd zijn. Een mooie mix van worsteling, erotiek, kracht en kwetsbaarheid. Ik ga weliswaar Zondags nooit meer naar de kerk, maar vind dit óók een viering en articulatie van het leven: Alert worden en aankomen bij een laag die in het dagelijkse leven meestal niet te zien en te ervaren is, maar die ons desondanks leidt en voedt. Het werk is van Bart Hess (1984) en heet: Sweet Meat.


Zo, dat was dan weer mijn Zondagse mijmering…Ook bovenstaande maakte ik afgelopen week mee. Ik fietste zwaar bepakt van stadhuis naar boshuisje, een man komt naast mij fietsen: ‘Meid, je rijdt met helemaal een zachte achterband, zometeen sta je lek!’ Hij bleek een fietspompje bij zich te hebben, maar toen bleek dat ik een Frans ventiel heb en dat past niet op Hollands ventiel. Hij ging googelen voor een fietsenmaker in Bemmel en kwam toen op het idee om bij de Hornbach te kijken of ze de ‘aanpassing’ (ik ben nu de technische term kwijt) hebben. Zodoende kwam ik voor het eerst van mijn leven in de Hornbach, wat een immens grote winkel, maar ze verkochten geen fietsonderdelen. De man kwam met een nieuw idee; terug naar het fietspad, Het RijnWaalpad, daar reden ook altijd wielrenners en die racefietsen hebben ook een Frans ventiel en de meesten hebben ook een pompje bij zich. 
Ik volgde gedwee en kon het érg waarderen dan hij zo vanzelfsprekend hulp bood. Alles rondom fietsen bleek zijn hobby te zijn, als vrijwilliger hielp hij vaker bij evenementen, vandaar. Zijn voorspelling kwam uit: er reed een wielrenner voorbij en de man pompte verwoed wat lucht in de band; het moest voor even wel genoeg zijn. Ik kwam zelf op het idee om bij Declathon te stoppen en dat stelde hem gerust: Ja, die hebben links naast de ingang een fietswerkplaats. Ik bleek er mijn fiets de winkel in te mogen rijden en een meisje pompte met een professionele pomp beide banden weer hard, voor mij.
Zó leuk en hartverwarmend, zo’n interactie tussen vreemdelingen!
Zo’n voorbeeld wat natuurlijk ook goed verwerkt kan worden in een Zondagse preek.


Het was een stralend heldere dag, maar er woei wel een koude wind. In het centrum van Arnhem was het even wat beschut door de huizenrijen aan twee kanten, en ik besloot daar, in de middagzon op een bankje te lunchen. 


Ik keek naar het witte beeld tegenover mij. Zo’n onduidelijk vrouwenpersoon in het groen. Ik bedacht ineens hoe beeldrijk het in India is, tegenover de enkele beelden in plantsoenen en parken, een plein, in Nederland. Je kunt daar geen drie straten omlopen of er is ergens wel een beeld in en op een altaartje of een tempeltje, of ‘zomaar’ op een kruising of langs de kant van de weg.
En dan alle overdaad in oude tempelcomplexen en ruïnes. Zoveel en van zo’n goede kwaliteit, dat ik maar stopte om er foto’s van te maken. 
Af en toe dacht ik, nou déze dan maar. De reden was, dat er tegelijk op de achtergrond nóg een dier te zien was; een vis.

PS
Zondags lentegevoel