Ik keek naar de knuffel die ik gescoord had bij de laatste Sinterklaasdobbel. ‘Waarom doe je die eigenlijk weg?’, vroeg iemand aan degene die het ingebracht had. ‘We hebben er veel te veel, al die knuffels, deze moest maar meteen dóór’, was het antwoord.
Meteen wég dus, voordat ze een plaatsje in het huis zou kunnen veroveren. En je kunt er dus ook teveel van hebben. Fenomeen ‘knuffel’ is eigenlijk best apart. Het doet beroep op…? Je zachtheid, je verbeeldingskracht, het zien en aanraken ervan verzacht, kan vrolijk maken, of troost geven. Knuffels worden al bij baby’s in de wieg gelegd, en baby gaat er dan vaak tegenaan liggen.
Zij viel me nu zelf op, omdat ik net dit liedje van Douwe Bob had beluisterd. Hij heeft het in 15 minuten geschreven bij een haardvuur, een soort van download’, zegt hij erover. Het is voor Gabriël, één van zijn vier kinderen, die maar 15 minuten geleefd heeft. Na de geboorte gestorven in de armen van hem en zijn vrouw.
Evenveel tijd dat het liedje ‘gemaakt’ is, of tot hem is gekomen, als dat Gabriël geademd heeft op aarde. En nu leeft hij voort, als prinsje, ergens anders, en waakt wellicht over de anderen, en wie weet ontmoeten ze elkaar weer, ooit…
Ik denk aan De Kleine Prins, dat boek dat een klassieker is geworden. Zoals bij knuffels en een liedje: mensen creëeren uit zichzelf nieuwe en andersoortige werkelijkheden.
In de verbinding; de connectie van verbeelding en het hier-en-nu, komen we dichterbij een kant in onszelf die zacht is, het eigen harde ego kan opgeven en kan openstaan naar anderen; voor elkaar.

