Ik zag in de krant deze monnik-robot, die ook echt een wijding had gekregen. Dat is toch interessant, wat voegt het toe aan ‘menselijkheid’ in het algemeen? Zelf ben ik altijd wel een voorstander geweest van zorg-robots: in hen is al het menselijk vermogen van goede zorg geprogrammeerd, dus waarom dat niet inzetten als er te weinig echte mensen zijn? Warmte en meeleven en twee handen aan je bed komen dan via een omweg naar je toe.
Zo’n robot-monnik kán wellicht mensen op een pad krijgen, waar ze zelf naar op zoek zijn. Wanneer je je wil laat gezeggen door een robot, dan is dat helemaal oké, lijkt mij.
Toen dacht ik aan master Yoda, uit Star Wars. Een pop, indertijd nog met de hand aangestuurd, die in de Saga van Star Wars, het goede vertegenwoordigt en Luke Skywalker, de held, leert dat hij moet vertrouwen op de Force. Star Wars is als een soort van bijbel voor velen, even inspirerend en echt. Ook de bijbel is het resultaat van menselijke creativiteit en getuigt dat de strijd rondom goed en kwaad universeel is.
Vervolgens dacht ik aan Maria; zij is in het Bijbelse universum degene die de held Jezus, verpersoonlijking van God en het goede, baarde. In de kunstgeschiedenis is zij altijd prominent aanwezig geweest, de enige vrouw; te zien in alle levensmomenten van de geboorte tot de dood.
Een kaarsje aansteken bij haar kan hetzelfde met je doen als Master Yoda bewonderen of wellicht aan een robot-monnik een prangende vraag stellen en daar een zinnig antwoord op krijgen.
Dit gaat dan razendsnel in mijn brein om, ja, daar kan ik wel een blogje aan wijden, wacht eens: Laat ik aan ChatGPT vragen wat die daarvan brouwt.
Aha. Ik moet er wel een beetje om lachen. Omdat ik ook iets van een karikatuur van mezelf terugvindt. Tegelijk is het ook wel griezelig?… nee, dat is het woord niet. Ik constateer dat AI alziend en alomtegenwoordig is, het lijkt het oude beeld van God wel, en het kan in een fractie van een paar seconden toch ook wél in je eigen brein kijken. Want helemaal vreemd is het geproduceerde ook niet.
Maar ik zal een robot NOOIT eigen intenties toedichten, zoals AI dat doet: een robot verlangt niet naar stilte en zwijgt alleen als we deze zelf het zwijgen opleggen.
Ik dacht aan de robot die ik vorig jaar in Venetië zag. Moeiteloos pratend van het Nederlands naar het Indonesisch. Over ‘gevoel’ zei ze, in het Indonesisch, dat het als de wind is, niet grijpbaar, zó weer weg en vergeten.
Juist ja. Dat wat nét niet herleidbaar is, waar woorden wegvallen, daar gebeurt het. Gestreeld worden door een vermoeden. Als een vleugje wind dat langs je wang strijkt: Adem.





