dinsdag 18 augustus 2026

Met The Cloisters. City of God


Na de regen wandelde ik door Fort Tyron Park naar The Met Cloisters.


Een soort van speelgoedklooster, waar met allerlei elementen uit oude kloosters vanaf de 12 e eeuw uit Europa: pilaren, de stenen, ornamenten etc een ‘kloostertje’ is gebouwd en het ging in 1938 open voor het publiek. Qua plattegrond en sfeer doet het mij aan franciscaanse kloosters denken. Tuinen met oude middeleeuwse planten en kruiden, gemengd met Amerikaanse vegetatie, door een deskundig team zorgvuldig gecureerd, vormen nu de binnentuinen van de zuilengalerijen-rondgang. In de folder geven ze toe, dat géén bewijs is gevonden dát er in die binnenplaatsen ook werkelijk tuinen waren. Mondeling heb ik van de broeders Kapucijnen vernomen dat dit nooit het geval is, want de rondgang is er voor de stilte en de meditatie, er kunnen wel de doden begraven worden en verder is er hoogstens wat gras. Desondanks fotografeerde ik de dahlia’s als eerbetoon aan broeder Janus


Echte bedrijvigheid, die ook nodig is om een tuin te verzorgen en te laten groeien en bloeien, past dus niet ín het klooster, wel erbuiten, daar is de kloostertuin voor: ter meerdere ere en glorie van God, om je als mens een deel van de schepping te kunnen voelen, zoals dat zo door broeder Janus beleefd werd.


Dingen zijn ook verkleind gebouwd, bijvoorbeeld een vierde van de oorspronkelijke grote. Mij is in het klooster ook uitgelegd hoe het kan dat het zonlicht van die perfecte bogen maakt in de rondgang; daarvoor staan alle pilaren niét in een rechte lijn, maar zijn er mini verschuivingen, om de schaduwen wél recht te krijgen, met perfecte bogen. Hier dus in het geheel niet aanwezig.


Desondanks is het er heel prettig toeven, als ik in NY zou wonen zou dit één van mijn toevluchtsoorden zijn uit de drukte en dynamiek van de stad.


Veel middeleeuwse kunst ook, nooit eerder gezien zo’n peuter Jezus met een appel van wilgenhout, dat houtsnijwerk uit eikenhout, hoe een hand uitgesneden is die in een boek bladert, een vrolijke blozende Maria met kind, een afbeelding van Clara die een palmtak ontvangt van de bisschop met Franciscus naast zich.


Dat nu hier pas de legende van St Hubertus bij mij binnenkomt, middels een beeldhouwwerk uit het begin van de 16e eeuw, het gewei zit in het beeldvignet van park De Hoge Veluwe en er is daar het St Hubertus jachtslot.
Hubertus ging op goede vrijdag niet naar de kerk, maar ging jagen in de bossen en daar ontmoette hij een hert dat een kruis in haar gewei had, Hubertus meteen bekeerd.

  
Het pronkstuk van het museum is de zaal vol tapijten van de grond tot plafond met scènes met een eenhoorn. De Dame met de Eenhoorn in Parijs overrompelde me al op jonge leeftijd; ook door de thematiek, een vrouw en haar band met die eenhoorn. Hier wordt de eenhoorn ook belaagd, maar de tapijten overtreffen die van Parijs door de levensechte menselijke interacties die je ziet, de wijze waarop de dieren daarop reageren, de bloemen en planten, alles met zo’n detaillering; echt práchtig.


Daarna wandelde ik dezelfde weg weer terug.



Na mijn favoriete maaltje


weer naar de film.


Alle acteurs komen werkelijk uit de slums van Rio de Janeiro, er is maar één professionele acteur. Over de vriendschap van twee jongens waar de ene drugskoning wordt en de andere fotograaf.