donderdag 4 juli 2013

Vakantietijd

Het is helemaal vakantiesfeer in mijn stad. Zo stil, zo leeg. Geen fietsende scholieren meer, geen moeders met kinderwagens, weinig spelende kindertjes. Alleen als de zon schijnt, dan kruipen ze uit hun holletjes en zo ontwaarde ik er een paar bij de waterplas achter mijn huis. Maar om die kindjes kleeft iets sneus, want het zijn de kindertjes, van wie de ouders of verzorgers niet op vakantie kunnen. Er fietste een vader met zo'n kindje en die spoorde aan: Kom dan, kom maar, en kindje trapte traag en vermoeid, nog maar een wielslag, ze wilde eigenlijk niet. 

Er kwam gisteren een meneer binnen die vroeg of er ruimte was. Voor De Antiloop. Aha! zei, ik dat klinkt naar iets sportiefs: bent u van een wandelclub of doet u iets met springen? Nee, ze waren van de scootmobielclub. O, oo... Wel goed verzonnen schoot er door me heen: anti-loop, maar ik vond het toch niet zo gepast om dat erbij te zeggen. Scootmobielers zitten over het algemeen niet uit eigen vrije wil op zo'n ding.

Nou, ze organiseerden wel scootmobieltochtjes in de omgeving en daar wilde hij met ze over vergaderen. Dan kon, geen probleem, dan moest ie wel zelf met een sleutel aan de gang en zelf koffie en thee enzo uit de automaat halen. Dat vond ie best, hij was blij terecht te kunnen, want alles was al gesloten. Vakantietijd, ja, alles al gesloten,  iedereen was weg.

Vandaag kwam hij terug. Nee, het ging toch niet door. Hij durfde het niet aan. Hij moest én de vergadering leiden en dan ook nog denken aan de sleutel en een alarm en koffie en thee..Ik ben vergeetachtig, zei hij. Zo sneu... Is er niet iemand anders, die kon assisteren, vroeg ik. Nee, die was er niet. Toen zei ik maar dat ik het wel goed vond dat hij zijn grenzen kende.

Maar ja, wat moeten al die achterblijvers nu toch in de vakantietijd, wanneer hun stadgenoten aan de Grote Uittocht zijn begonnen? De vaste groep bezoekers van het wijkcentrum, die bedachten wel wat: bij de HEMA ontbijten om 9.00u, voor bijna niks koffie, eitje, jus, broodje, croissant. Want er staat altijd een rij, maar misschien nu, in de vakantietijd zou het minder druk kunnen zijn. Ze bakkeleiden, wie degene zou zijn om er voor 9.00u te staan, om de plaatsen te reserveren, voor de zekerheid.

Ja, ze hebben er ontbeten, met meer dan twee tafels aan elkaar geschoven. Maar het was wel druk geweest. Natuurlijk, wie staat er altijd bij de HEMA? De ouderen van dagen en enkele werklozen. Die hebben de tijd voor zo'n ontbijtje, altijd, ook in vakantietijd, want ze hebben altijd vakantie.

woensdag 3 juli 2013

Doesburg, oasedag

Gisteren hebben vriend E. en ik het absolute dieptepunt bereikt wat wandelgenoegen betreft. We wandelden namelijk NIET. Nou ja, hoe komt dat zo? Ik kwam binnen, na een enerverende trein- en busreis: de trein is heerlijk als ie het doet, maar als er dan een stroomstoring is en je wordt van perron naar perron gestuurd, om uiteindelijk in een touringcar over Nederlands snelwegen het kapotte stuk rail te moeten overbruggen, als je dan eindelijk binnen ploft en aan de koffie en koek zit, zoals gebruikelijk, dan zit je. 

Dan wil je al bijna niet meer aan verplaatsing doen. Alhoewel dat de verplaatsing is van je lichaam, waar je niet afhankelijk bent van een vervoersmiddel, dat zou toch ook juist heerlijk kunnen zijn. 'Vrienden op de Fiets', een goedkopere overnachtingsmogelijkheid, aangeboden door particulieren langs Nederlands landwegen schijnt dat als criterium te hebben: je moet aankomen zonder gemotoriseerende middelen. De fiets, een step, rollerskates, je eigen benenwagen dat mag en anders ben je niet welkom.

Maar die benenwagen die wilde gisteren niet zoveel meer. Misschien hadden we beide wel eventjes genoeg beleefd met de benenwagen. Ik in Terschelling, vriend E. in NY.  E.deed twee opties: wandelen, ja toch maar, vanuit zijn huis naar Almen, een bekende weg heen en terug. Of zullen we naar Doesburg gaan?, vroeg hij, dat wilde je toch altijd nog zien?

Ja!!! Doesburg. Een plaatsje waar ik alleen ooit langs geschampt ben, op de fiets en toen geen tijd om het te bekijken, want de weg moest toen worden vervolgd. Doesburg moest een mooi plaatsje zijn. En Doesburg ís een heel mooi plaatsje. Een van de zeven Hanzesteden, maaar klein, met een grote kerk in het midden, veel binnentuinen, middeleeuwse gevels, straten die organisch van de ene bocht in de andere elkaar omarmden.

In Doesburg waren twee heel goed gesorteerde tweedehandsboekhandeltjes, waar tegelijk ook andere spulletjes verkocht werden, zoals boerenbontservies, etsjes, grappige dingetjes. Waar er onder het genot van een drankje midden in de winkel gepraat werd over engelen, spiritueel ontwaken enzo. En bij de andere zat de eigenaar buiten in het zonnetje en vertelde dat het in Doesburg goed leven was, ook onder elkaar. Dat er veel georganiseerd werd op cultureel gebied, binnenkort vier dagen vol theater, kunst, spectakel en dat dit 100.000 mensen trekt.

Ach, Doesburg: al flanerend, in de zon op een terrasje, bloemetjes en bijtjes en boekjes: het komt me nu het deze ochtend alweer regende en het bewolkt is, voor als een kleine zonnige oase; het hele dagje was een oasedag.

maandag 1 juli 2013

Verrijzeniskracht

In Trouw van vanochtend stond een artikel met de kop: Christelijk boek is uit. Die kop geeft precies, luid en duidelijk aan, wat het geval is. Aanleiding is de sluiting van de christelijke boekhandel De Wegwijzer in Amersfoort, die na 35 jaar de deuren sluit. Eerlijk gezegd, krijg ik al de kriebels van de naam De Wegwijzer. Zó eng-christelijk. Jezus die zegt: Ik ben de weg, de waarheid en het leven: een zin die door de orthodoxen veelvuldig wordt geciteerd.

In mijn stad is de christelijke boekhandel ook  al meer dan een jaar ofzo weg. Ik voelde me er nooit op mijn gemak. Achter de toonbank van die mensen met zo'n hongerige en toch met-de-poging-om-zich-niet-op-te-dringen-Zendingsblik. Eigenlijk hoe ik me vroeger ook altijd voelde in de vrouwenboekhandel. Al werd daar meer gekeken met de blik van: wat-voor-vlees-zit-er-in-de-kuip?

Mij valt in het artikel op dat de redenen van een dalende verkoop steeds aan nevenfactoren wordt gekoppeld zoals  de opkomst van iPad en internet, en niet aan de inhoud van de verkochte artikelen: het Christelijk boek is UIT, dát is de kern, mensen willen geen boeken lezen waar alleen maar een christelijk label aan geplakt kan worden of waarvan de boekhandelaar beslist dat deze 'christelijk' zouden zijn.

Het menselijk bewustzijn is aan het veranderen, denk ik, en ik vind dat verheugend: dingen passen niet meer in eén hokje of vakje, maar zijn altijd meerdere dingen tegelijk. Ik zag dit ook terug in de theatervoorstellingen die ik op Oerol gezien heb. Een mengeling van genres door elkaar: dans én theater, komisch en tragisch, elkaar razend snel opvolgend, zoals in Crash.  Of: docementaire, film, zeer kunstig gemaakte installaties, echte acteurs in één voorstelling, zoals bij  Lands End van Berlin, gebaseerd op de waargebeurde 'Pannekoekenmoord'.

In de poppentheatervoorstelling van de Zwolse theatergroep Gnaffel werd het verhaal verteld, ook ooit echt gebeurd, waar een arme hindoejongen uit de laagste kaste die werkt in een wasserij en de dochter van de eigenaar uit de hogere kaste verliefd worden op elkaar. Dit kan niet: de gemeenschap, inclusief de ouders,besluiten om het paar in het openbaar op te hangen. Daar, waar de twee om elkaar heen cirkelen en elkaar uiteindelijk vinden werd de muziek gebruikt van Arvo Part: Alina.

Na de dood gebeurd er op de muziek van Wim Mertens, piano met zang over 'de liefde', iets van een verrijzenis: de twee komen weer tot leven. Heel ontroerend. Mijn inziens is dit de wijze waarop het grote verhaal uit dat wat het 'christendom' is gaan heten zal voortleven: er is verrijzeniskracht, altijd en oerol: overal.

donderdag 27 juni 2013

Tangarine

Ik ben geen muziekfestivaltype. Dus Oerol is voor mij de plek om nieuwe muziek te leren kennen. Ik geloof dat ik daarbij erg kan vallen voor de intensiteit van het optreden ter plekke. Soms hangt er al wat, voordat je de eerste noten gehoord hebt. In de blikken van de muzikanten, de wijze waarop ze hun instrumenten stemmen of het publiek inkijken.

De drie vondsten voor mij deze keer waren Herrek, Broeder Dieleman en Tangarine. Dat laatste betekent 'foutgespelde mandarijn' heb ik van één van de eeneiige tweeling vernomen. Ze zochten naar een artiestennaam, bladerden wat in het woordenboek, kwamen bij het woord 'tangerine', dat dus mandarijn betekent, ze zetten dat op hun eerste demo die ze de wereld instuurden en de wereld maakte er per ongeluk tangarine van en dat hebben ze zo gehouden.

Ik had al wat liedjes van hen gedownload met Sammie, waarvan mijn lievelingsnummer veruit Beyond The Sake of Sound is. Perfect in harmonie zingen ze met kristalheldere en toch net niet zoetgevooisde stemmen, er zit een rafelrandje aan: When you wake up, I will hear you, beyond the sake of sound. In the cage you can't get out, all the choices turn into doubt, I will hear you beyond the sake of sound. Elke keer weer zijn het woorden die leiden naar de stilte, die me aanspreken.

Hun nieuwste cd, die een debuutcd lijkt, heet Seek & Sigh, mooi uitgegeven in een soort van boekje. Ik heb ze een paar keer zien optreden en ken nu dus al bijna alle liedjes. Ze liggen makkelijk in het gehoor, en toch... er is een onderstroompje van scherpte en donkerte en die balans tussen 'zoeken' en 'zuchten' bevalt me wel.

Ze zijn zo dun als een luciferhoutje, lijken soms een jong gereïncarneerde Bob Dylan, zeker toen ze als couplet in een van hun liedjes Blowing in the Wind zongen. Ze zijn zo mooi op elkaar betrokken en ingespeeld. Soms door één microfoon en dan verwacht je dat hun hoofden en gitaren een keertje tegen elkaar aan zullen botsen, maar dat gebeurt niet.

Bij hun eerste optreden zag ik de ene onrustig op het podium op en neer drentelen, hij pakte zijn gitaar, legde die weer neer, zette zijn hoed op en af en toen zag ik zijn evenbeeld de straat inkomen. De andere beende met grote stappen naar hem toe. Ze omhelsden elkaar niet, maar keken elkaar even diep in de ogen, met gestrekte armen, de handen op elkaars schouders. Het optreden kon beginnen, het was goed zo.

Oerol's expeditie

Terug uit Oerol en Terschelling. Ik zou er woorden aan kunnen geven, maar heb daar helemaal geen zin in. Nauwelijks gepraat daar, alleen maar met wat kunstenaars. Zo was daar Maurice Meeuwisse, de man met de kruiwagen op het strand die vanaf januari daar een ramp aan het maken is. Een andere toeschouwer dacht aan het Nederlandse 'ramp', en ja, dat lijkt het ook  wel... Maar hij  bouwde  in  weer en wind een ramp, dat is het Engelse woord voor een soort van voetstuk, waar een beeld of monument op kan verrijzen.

Zijn thema is:  geintrigeerd zijn door de Noeste Arbeid. Dus hakte hij ooit met een botte bijl in een stuk hout in een galerie, de hakslagen denderden door het gebouw in de oren van de bezoekers. Maar hier: bijna niemand op het strand en enkele dagen later zat ik op een duin en zag in de verte een stipje: daar kuierde hij nog steeds... tot zondagmiddag 17.00, had ie verteld. Maar daar dacht hij verder niet aan, want anders was het niet te doen.

'Wat een moed', zei ik tegen hem. Ik heb er bijna een soort van ontzag voor. Het doorzettingsvermogen, dat doen. DOEN. Kruiwagens vol zand naar boven torsen en weten dat bij een storm zo weer alles verwaaid is, en bij een springtij alles weg zal zijn. Je moet niet kuieren omdat je hoopt dat er  volgend jaar een nieuw duin op het strand zal zijn.

 In de bossen zweefden de windviolen van Ronald van der Meijs totdat ze beroerd werden door de wind en een toon zouden gaan geven en mensen wachten in volkomen stilte met hen mee. Negen stuks had hij er gemaakt, van hout, elk met een andere toon, maar geen enkele garantie dat ze zouden gaan spelen. Hoe in de stilte van de bossen elk ander geluid helder klinkt: een vogeltje, het kraken van takjes, dennenaalden op de grond, de voetstappen van de mensen. Hoe zo'n project de mensen stil laat zijn.

Men wilde mensen op expeditie sturen, was de intro van de progammamaakster van deze projecten in het landschap. Niet zomaar iets geinigs of lolligs, of groots: less is more, leek een onderliggende boodschap en zelf denken en onderzoeken, dat is het grootste avontuur. Kies je om mee te wandelen met de bioloog of de filosoof? En als je daarna de verhalen vergelijkt, wat levert dat op aan veelzijdig perspectief?

Maar het mooist en meest vervullends voor mij is, om zelf eindeloos te wandelen:  de verte in, het strand, de zee, de Boschplaat, de tijd vergeten, met je volle lichaam van een duin afglijden, worstelen met de koude wind, me koesteren in een duinpan in de brandende zon, bij nacht aan zee staan turen naar het laatste avondrood. Het was weer geweldig.

woensdag 12 juni 2013

A sense of place

Dit blog staat, traditiegetrouw, vanaf morgen bijna twee weken stil. Omdat ik stil in een tentje ga zitten op de natuurcamping op Terschelling. O! Ik verheug me alweer op het ruisen van de zee, de uitgestrektheid van het wad, de grillige parapluduinen, het vallen in het zand, het tegen de wind oplopen.

A sense of place: dat is het thema van het Oerolfestival dit jaar. Ze gaan ineens op de engelse toer en ik weet niet wat ik daarvan vind: internationalisering gaat dat wel samen met a sense of place? Voor mij is mijn gang naar Terschelling, ik geloof alweer voor het viertiende jaar,  bijna een ritueel waarin ik, in der daad a sense of place vier.

Dat landschap waar ik in kan wonen en dat ondertussen al zozeer gemengd is met vele herinneringen, het draagt al zoveel sporen van verbeelding, creativiteit, verhalen... Gevoelens, gedachten en dromen ook, die ingeweven zijn in zovele voorstellingen die ik gezien en beleefd heb.

Dit jaar ben ik al helemaal niet meer gericht op voorstellingen. Ik wil er vooral ZIJN, me onderdompelen in dat landschap, de muziek die weer zal klinken op die prachtige locatie van het Groene Strand, en dat die muziek in stilte overloopt, als je honderd meter verder bent.

A sense of place... de tijd vergeten, leven met het licht en wanneer het donker wordt, meegaan met mijn eigen ademhaling, eindeloos de verte in kunnen kijken... ik gá weer en voel het alweer bijna in mijn aderen stromen: the sense of place.

Ontvouwing

Dat vind ik de fijnste dagen: die zich van zelf ontvouwen en waar je onderweg zomaar wat dingen in de schoot vallen. Ik bewonderde vroeg in de ochtend  het Romeins Legverband (zie vorig blogje), O! wat is het mooi geworden! en liep de stad in. Inpakdag voor mijn tentje naar Terschelling: plastic zeil, een gasbommetje, boeken. Ik vond voor de helft van de prijs het tweede dagboek van Susan Sontag, de periode 1964-1980, midden in de bloei van haar schrijverschap en ik viel voor de titel: As consciousness is harnessed to flesh.

Dat is toch precies het thema waar ik me altijd mee bezig houd: hoe en dat je bewustzijn elke keer weer vlees moet worden: in woorden, kunst, gedachten, beelden. Er is niks, wanneer je er geen vorm aan geeft en dat is een voordurende arbeid die aandacht en misschien ook een soort van discipline vergt. Wil je niet verwaaien, maar gronden en een basis krijgen.

Maar het gebeurt ook heel concreet, door nieuwe en andere vormen van communicatie: ik liep naar de bushalte van plan om naar huis te gaan, maar daar kwam bus 5 aanrijden. Ach, wat, laat ik daar eens instappen, eens kijken of Zusje en Nichtje L. thuis zijn, het was lunchtijd. Ja hoor, en nichtje L. installeerde tussen de sneetjes brood, What's App op Sammie. En dus gaf Sammie nu, op mijn werk een geluidje en ik lees: '(mir) JAM(metje) hoe gaat het????' Zoete jam, het bewustzijn van Nichtje op mijn ochtendboterham.

En de dag ontvouwde zich verder: naar een goed gesprek in de Franciscaanse leesgroep over onbevangenheid, wat liefde is, hoe je soms wel wilt maar niet kan: hoe moeilijk het kan zijn dus, om voor bewustzijn vormen van vlees te vinden waarin wederkerigheid en echtheid de dynamiek is. B. kwam met een voorbeeld: dat zijn doodzieke zwager, onder de morfine van de pijnen, meestal knock-out liggende in een stoel, ineens aan hem vroeg: 'Wil je een kopje koffie?' De levenskunst om dan 'Ja' te zeggen en niet: 'Wacht maar, ik haal het wel.'

Elke bewustzijn zit vast in het vlees en wil altijd verder en zichzelf onstijgen. Zo ontvouwde het thema van de dag zich nog verder, aan tafel met kaarslichtjes en vriend T. Daar ging het ook over een heel andere leefvorm, die op de drempel van bijna een nieuw etmaal onverwacht verschijnt, de cirkel is weer rond.