zaterdag 13 december 2014

Peace please

Het is vandaag zo'n mijmerdag: vlak voor het dansen in het klooster en vanavond de vigilie-viering, waar de derde adventskaars zal worden aangestoken. Over het leven waarin alles komt en gaat. Mijn oog viel op een oud fotoboek en daarin zag ik foto's en stukjes uit kranten van de grote anti-kernwapendemonstratie in Amsterdam in november 1981. Meer dan 400.000 mensen op de been. Zie mij lopen en er is een foto waarin ik in een boom ben geklommen en Vader, die - geloof ik - voor alle kinderen zo'n fotoboek gemaakt heeft, schreef daarbij: 'Lieve mensen, peace, please.'

Je Vader en je Moeder, je hebt ze niet gekozen, maar je komt wel uit die twee mensen voort. In Matheus 12 komt die raadselachtige verhouding met je familie in relatie tot andere mensen al tot uitdrukking, waar Jezus met mensen in gesprek is en zijn moeder en broers hem dringend willen spreken. En Jezus antwoordt: 'Wie zijn mijn moeder en wie zijn mijn broers?' Hij maakt een gebaar naar zijn leerlingen en zegt: 'Zij zijn mijn moeder en mijn broers. Want ieder die de wil van mijn Vader in de hemel doet, is mijn broer en zuster en moeder.' 

Het is dus de kunst om te vertrekken uit je familie, zij die je bloedverwanten zijn. Je echte familie zijn zij met wie je in gesprek kunt komen, zij die kunnen luisteren en met wie je een gezamenlijke weg deelt: niet zij die je dringend wensen te spreken omdat ze daar recht op menen te hebben.

Dat is ook wel een hard gelag. Veel mensen blijven met onzichtbare draden aan hun familie vastgekleefd. In een web van een spin, zoals ik  onlangs hobbit Frodo in The Return of the King nog helemaal door zo'n spin ingepakt zag  worden en verlamd raken. Die verlamming en dat ingepakt blijven weerhoudt je ervan om met andere mensen vrij en blij om te gaan. Je kunt ze bijvoorbeeld allemaal als zo'n bedreigende spin ervaren, als ze te dichtbij komen.

Dat is de ultieme horror: als je jezelf vlinderachtig lief, blij en onschuldig kleurig in het gezelschap van een ander waant, maar die ander ziet in jou een enge spin die het slecht met je voorheeft. Een gevecht dat je verliest, zoals Frodo. En je kunt alleen maar gered worden door een ander met wie je dezelfde weg bewandelt: Sam komt Frodo redden, en dan pas ziet Frodo hoe erg hij ernaast zat: want ook hij zag in Sam tijdelijk een spin, in plaats van een vlinder.

Blijven uitzien naar, blijven verwachten, dat is het mooie van de Adventstijd. Een houding die toch heel aardig door mijn bloedeigen vader werd verwoordt, op die grootste vredesdemonstratie allertijden: Peace, please.

donderdag 11 december 2014

Ontmoetingen

Je kunt gedachten hebben over onze vluchtige en snelle tijd, waarin er niks beklijft, maar het omgekeerde is net zo waar: omdat er zo'n gigantisch snelle en goede informatievoorziening is, kan er veel meer binnen komen, kun je je zó, even in andere werelden verplaatsen en al stroomt er heel veel weg, de grote zee in, er zullen ook vele aanslibsels zijn.

Zo zie ik steeds prachtige  beelden voor me van onder het ijs op de Zuidpool en hoor ik vreemde elektronisch-achtige geluiden van de zeehonden die daar in die immense ruimte onder het ijs leven. De mensen erboven hebben iets van authenticiteit bewaard (wat dat dan ook is), ongeveer duizend verblijven er: wetenschappers van alle windstreken van de aarde, dromers, filosofen, oude 'hippies', een bankier die bij het peacecorps ging, een vrouw die in allerlei culturen onder de bevolking heeft geleefd.
Meerderen vinden dat de gemeenschap die er nu leeft zichzelf uitgeselecteerd heeft: je moet een bepaald soort mens zijn om aan de uiterste rand van de wereld te gaan leven: zuidelijker kun je niet komen. Ondertussen drijft er een ijsberg ten grootte van Groot Brittannië naar óns toe: richting het Noorden: en die berg is bewegend en dynamisch en smelt gedeeltelijk, wat gaat dat voor de aarde betekenen? Werner Herzog heeft deze wereld ontsloten in Encounters at the end of the world, een documentaire uit 2007. De muziek erbij vertelt een eigen emotioneel verhaal en zijn stem neemt me mee, een hallucinerend Engels met een Duits accent

Ondertussen ontmoet ik in het wijkcentrum voor het eerst N. die hier al drie jaar elke week komt. Ik dacht altijd dat ze Marokkaanse was, omdat ze bevriend is met de Marokkaanse R. en ze beide de Internationale Vrouwengroep begeleiden. Zo loop je rond met gesloten ogen. Want ze blijkt Oekraïense te zijn en ze is getrouwd met een Afghaanse man die ze op de universiteit ontmoet heeft en twintig jaar geleden zijn ze samen gevlucht naar Nederland. Een levensgeschiedenis ontvouwt zich.

Ze liet me mooie borduurwerkjes zien in allerlei kleuren en soorten afbeeldingen. Ze haalt een plaatje van internet en vertaald dat in kruissteken en fantaseert er dingen bij. En nu moet haar oma uit het ziekenhuis gehaald worden want het geld van haar vader is op,  in Oekraïne, waar het nu 15 graden onder nul is. Haar oma heeft medicijnen nodig en pampers en haar vader blijft maar vragen of zij geld kan sturen. Maar N. zelf heeft ook bijna niks. Ze krijgt het haar vader niet aan het verstand: die blijft denken dat in Europa het geld aan de bomen groeit.

Nu gaat ze proberen om die borduurwerkjes in het Wijkcentrum te verkopen; voor het goede doel, haar oma. Velen vinden wat ze maakt mooi, maar daarmee koop je het nog niet. Sommigen zijn op zwart gaas geborduurd, uit de Oekraïne. Ik denk erover om er een aantal aan te schaffen en die op kussens te naaien.Volgens mij is dat een nieuwe trend, ik zag het, heel duur,  in zo'n alternatief,  trendy winkeltje.

woensdag 10 december 2014

The Way

Ik heb een film gezien die me onverwacht meer deed, dan ik tevoren gedacht had. Het heet The Way, en gaat over de weg naar Santiago de Compostella, de aloude pelgrimsroute. Het gaat over een oogarts in Californië die te horen krijgt dat zijn zoon, met wie hij niet een erg goede band heeft, dood is, verongelukt in een storm in de Pyreneeën, op zijn  eerste dag van zijn tocht naar Santiago. Die zoon voldeed niet aan zijn vaders verwachtingen; hij maakte zijn studie niet af en wilde  de wereld ontdekken. Vader zegt: 'Je moet kiezen, ik heb voor dit leven gekozen.' En de zoon die zegt: 'Er valt niks te kiezen in het leven, je lééft je leven.'

Deze herinnering springt op bij Martin Sheen, die de vader speelt. Hij reist af naar Frankrijk om zijn zoon op te halen en besluit dan, instant, zijn zoon te laten cremeren en de tocht naar Santiago te maken met de spullen van zijn zoon. Op allerlei plekken strooit hij wat as van zijn zoon uit. Die zoon komt in flashbacks, of wellicht als een soort van verschijning, telkens naast hem lopen, kijkt naar hem, zwaait. En die zoon lijkt in de film heel erg op hem. Zó erg dat ik even dacht dat Martin Sheen een dubbelrol speelt.

Maar het is zijn echte zoon,  Emilio Estevez, die de film ook geschreven en geregisseerd heeft. Tijdens het kijken had ik zelf al aan associatie met Apocalyps Now, waar Martin Sheen, nog jong toen, ook een reis onderneemt, maar dan de tropische jungle in, naar het Hart van de Duisternis, naar een boek van Joseph Conrad, een soort van hel. Op zoek naar een hoogste commandant in de Vietnamoorlog die gek is geworden en daar zijn privé koninkrijk gemaakt heeft. Het blijkt dat Emilio als kind bij die opnamen in de Philipijnen aanwezig is geweest en toen erg geleden heeft: Zijn vader was toen alcoholist en liet hem aan zijn lot over.

In The Way zie je een soort van omgekeerde reis: op weg naar.... loutering? .... een andere wijze van in het leven staan... Of ook wel het verhaal over de weg naar huis te vinden, zoals Dorothy in The Wizard of Oz. Van nuchtere, gesloten, no-nonsense man ontdooit Sheen langzamerhand, en vindt drie andere tochtgenoten, die gemodelleerd zijn naar de metgezellen van Dorothy: Joost, een Nederlander, dikbuikig, grootmoedig, is de laffe leeuw, een Canadese vrouw, de Thin Man, zonder hart, en een Ierse schrijver met een writers block, de vogelverschrikker zonder hersens.

Martin Sheen is op latere leeftijd katholiek geworden en heeft de camino gelopen en de film is dus heel dicht op de persoonlijke huid verteld en geregisseerd. Hij liep werkelijk met veel pelgrims op, maakte met iedereen een praatje en de zoon die de film gemaakt heeft, is ook werkelijk begaan met zijn vader en de gezamenlijke wegen die ze bewandeld hebben, op weg naar huis.

Ik herken dat wel: dat onderweg-zijn, als een pelgrim. Hoe dan een heel ander soort contact tussen mensen ontstaat. De film is wat geromantiseerd: mooie shots van het landschap: dat ze langs hete, stoffige asfaltwegen lopen, zie je niet. Iedereen blijft er fris en monter uitzien.  Blaren, vuiligheid, zweetlucht je ruikt het niet en je ziet het nauwelijks. Maar van harte wens je op het einde van de film iedereen en jezelf in het bijzonder toe:  Buono Camino!

maandag 8 december 2014

Tintelingen

Pfff... ik moet even bloggen om weer mens te worden. Want vandaag was het in het Wijkcentrum 'teldag', emballage dus, en dan heb je alle volle en lege flesjes en kratjes te tellen. En het kasgeld tot op de laatste stuiver en  elk theezakje, enzovoort. Ik hou niet van onzinnige karweitjes. Zo word ik ook al weken achtervolgt, over de mail en zelfs in de echte post, en nu ook al door de leidinggevenden over een enquête die gaat over je werklust, motivatie etc. Het is anoniem en toch weten ze je te vinden als je niks hebt ingeleverd, hoe kan dat?

Ondertussen werd het wijkcentrum in kerstsfeer opgetuigd en dan kneuter ik lekker mee. Nog maar een kerstmannetje op een laddertje onder de plastic plant en eentje op de snoeppot en van die ouderwetse kerstklokken van papier die je uit kunt vouwen aan de lampen. De eerste kerstcd op: I'm dreaming of a white Christmas... Er staat een sneeuweekhoorntje tussen de kleine dennenappeltjes op de bar, versiert met hartjes en roosjes erom heen. En er is een lampjessnoer gehaald met paddenstoeltjes;  rood-met-witte-stipjes, omdat ik dat zo leuk vind. Met al die kneuterigheid hier, hoef ik thuis dan geen kerstboom en versieringen meer. Dat zou een overdosis zijn.

Vanochtend weer de ochtendmeditatie, voor mij een heel prettige manier om een nieuwe week in te gaan, en ja, ook dat houdt me menselijk:

Er is een tikkend en tintelend
stil geluid in de nacht
van water dat nog geen sneeuw is
Zo stroomt het in mij;
tintelingen in de tikkende tijd
Mijn ziel wacht en laat zich omvormen
totdat het rust in Licht
-heel even-  een  openheid
zacht en mild
in een ongerepte
stilte.

donderdag 4 december 2014

Wakker liggen

Het was weer zo'n boekje dat ik in één ruk uitlas: Wakker liggen ofwel Lying Awake van de Amerikaanse auteur Mark Salzmann. Het was een tip van M die  jarenlang in een klooster geleefd heeft. Ze vond het allemaal heel herkenbaar, zei ze. Dat is prettig zo'n voorbericht, en ook ik vond het allemaal héél herkenbaar, al heb ik nooit permanent in een klooster gewoond.

Het gaat over Helen, die zuster wordt in een Carmelitaans klooster en het begint in 1997, waar ze wegens zware migraine aanvallen zich toch maar zich nader laat onderzoeken, in opdracht van haar priorin.  Het springt op en neer in de tijd: naar haar Roeping in 1969. Naar de Woestijn (1982) , de Regen vanuit de hemel (1994) en dan de Duisternis, de Overgave en tot slot,  Geloof in 1997.

Dit zijn de titels van de hoofdstukken en een ingewijde kan daaraan al lezen welke tocht ze mee maakt, hoe je je kan voelen in je zoeken en je gang naar God: de belangrijkste hoofdrolspeler, tenslotte, zeker als je besluit om kloosterling te zijn.

De roeping tot een kloosterleven zet alles op scherp. Natuurlijk, elk mens kent haar tijden van droogte en woestijn, dat het weer mild wordt als regen uit de hemel, dat je in duisternis loopt en je soms toch weer kunt overgeven aan het leven, en dat er dan soms iets van 'geloof' overblijft. Of je dat nou geloof in God noemt, of in het leven of in...nog iets anders. In simpeler woorden: het leven zit vol ups and downs.

Maar hoe anders en intenser en heftiger beleef je dat binnen een kloosterlijk leven en dat beschrijft dit boek.  Want er is geen afleiding, je kunt je niet verstrooien, en zomaar wat aan rommelen: elke keer weer is daar het koorgebed, de dagorde, je medezusters die je nooit kunt ontlopen.

Sinds ik een kamer heb gehad in het Capucijnenklooster, is ook mijn leven veranderd. Ik ben me veel bewuster dat er zoveel afleiding is, zoveel dat je wegleidt van de kern, van dat wat het meest levenwekkend is. Mijn verlangen naar stilte, rust, meditatie is ergens in me geconsolideerd.

Anyway: het boek beschrijft ook heel goed de confrontatie met de denkkaders van de 'gewone' wereld: Ze blijkt epilepsie te hebben en  het deeltje  in haar hersens dat er verantwoordelijk voor is, is weg te halen. Na de operatie is het leven ineens kaal, zonder intense ervaringen meer. Wat nu, als alles wat je religieus en spiritueel hebt geduid, waar je in het klooster ook 'carrière' mee hebt gemaakt, in feite een deel van een ziekte is?Wat is je geloof dan waard, wat blijft er over? Epilepsie hebben is tenslotte ook een reden om in een klooster te worden afgewezen.

Het boekje bevat veel subtiele, levensechte waarnemingen. De auteur is man, heeft nooit in een klooster gewoond, wel heel lang in China, hij huwde een Chinese vrouw die filmmaakster is, hij heeft zich bekwaamd in Martial Arts, is ook cellist en heeft met Yo Yo Ma opgetreden. Zo zie je maar hoe oneindig vitaal verbeeldingskracht is, en empathie.

woensdag 3 december 2014

Winterdingen

Gisterenavond stond ik buiten in mijn tuin, als pauze tussen twee afleveringen door van The Legacy, een Deense tv-serie die ik net zo verslavend vind als The Killing en The Bridge. Het is minder bloederig en misdadig: een vermaarde kunstenares laat haar heel grote landhuis en gronden na aan haar jongste dochter, aan wie zij vlak voor haar dood vertelt dat ze de moeder is. Die dochter, heel consciëntieus en goudeerlijk,   woont vlakbij in het dorp en werkt in een bloemenzaak. Oudste zoon dacht het huis te erven, de andere dochter dacht er een groot museumterrein van te maken, jongste zoon zit in geldzorgen en bouwt vakantiehuisjes in Thailand en ziet zich onterft. Wat nu? Vanavond ga ik lekker verder met aflevering 5 en dan zit ik op de helft.

Maar gisteren stond ik dus even onder het afdak in mijn tuin, en toen hoorde ik het tintelen. Het regende niet, het vroor niet dat het kraakte, nee, het was een zacht, knisperend, tintelend, tikkend geluid. Vanochtend bleek de eerste sneeuw in het land te zijn gevallen: het was dus een echt wintergeluid, van water, dat nog net geen sneeuw is.Het geluid maakte me droomachtig, mild, alert: een stil geluid, een gerucht van het weer, van een winters seizoen.

Ondertussen is het ook weer de tijd van het wachten en waken, de Adventstijd en de eerste grote witte kaars tussen het dennengroen en het huls mag nu tijdens de warme maaltijd aan. En elke week gaat er een kaars méér aan: het wordt lichter, terwijl het in de dagen naar de Kerst toe juist donkerder wordt: mooi, die tegenbeweging op deze helft van de wereld.

Ik was ooit in deze tijd in Nieuw Zeeland en daar wordt het juist warmer en zonniger. Rondom Lake Tekapo was de lucht zwaar van de geuren van de lupinen,die er in alle tinten van wit, naar roze en paars en oranje in het wild groeien. Als een zware, weeige wierrooklucht: dat was mijn  kerstsfeer daar. In het kleine kerkje speelden de kinderen uit het dorp het kerstverhaal na, en daar stonden ze dan buiten klaar voor de foto's. De herders, de drie koningen enzovoort en het klopte ineens.

Zó was dat in het verhaal: bij de kerststal was het geen winter, al gaat een liedje van Midden in de winternacht, werd een kind geboren. Nee, het was eerder een zwoele zomernacht, want de herdertjes lagen bij nacht op het veld, alwaar ze een engel hoorden. In mijn permanente kersstal is het ook zomer: er liggen er twee te picknicken, een andere vist bij het water, velen lopen in hun zomerse kleding richting de stal en  brengen zomerse groenten;  artisjokken en aubergines.

Op de Weihnachtsmarkt in Düsseldorf heb ik een knielende Romein gevonden en een houten ezel met een zadel, gesneden uit olijfhout uit Bethlehem. Zo zijn  er weer twee verhaallijnen bij gekomen: ook onder de toenmalige macht van de Romeinen werden sommige geraakt door deze nieuwe 'koning'. En op het einde van zijn leven werd hij op een ezel met palmtakken juichend Jeruzalem  binnengehaald: een kijkje, alvast in de toekomst...want de tijden veranderen, altijd weer.

dinsdag 2 december 2014

Katherine Grosse

Wat biedt het leven toch voortdurend steeds veranderende werelden en impulsen. Onlangs stond ik in het Kunstpalast in Düsseldorf in een museumzaal die geheel was omgebouwd tot een rotsachtig landschap vol spetterende kleuren en tentdoeken. Als je inzoomde waren er zoveel deelwerkelijkheden: als in een canyon, te midden van graffiti,  meteorieten uit de ruimte, vreemde versmolten artefacten. Het was een installatie van Katharina Grosse, woonachtig in Düsseldorf en aldaar lesgevend en kunstenares van wereldfaam.

Wat een groots gebaar maakt ze. Wat een lef om een ruimte zo te vullen, te versmelten met kleuren, ruimtes te maken die zowel tweedimensionaal als driedimensionaal zijn. In een andere zaal hingen zes heel grote doeken: en daar verdween je van het platte vlak de diepte in, terwijl je in die andere zaal het idee kreeg dat je  zelf een schilder was, omdat alles waarop je je focuste een eigen beeld afleverde.

Ergens bespeur ik de wil om zelf op te willen lossen: al doende, je zelf uit elkaar te willen schieten als vuurwerk, geen product of afbeelding achter te willen laten, maar een ruimte creëren waarin niks meer van belang is: alleen  het besef dat de hele wereld uit kleuren bestaat. Louter kleur, die oer is,  wild en beheerst, kunstmatig en natuurlijk, iets spat in jezelf uit een: alles uit één.