donderdag 1 december 2016

Sateliet-beheer

The times, they are changing, zingt Bob Dylan nog steeds en voor zo'n liedje als deze, en heel veel andere die in mijn geheugen staan gegrift, mag hij wel de Nobelprijs krijgen. Ik stel me steeds voor dat hij een prachtig lied maakt, een soort epos over deze tijd, en dat hij dat dan bij wijze van dankwoord en toespraak de wereld inzendt. De zingende profeet vanaf een bergtop.

Maar dit is een zijsprongetje. Vanmiddag heb ik te horen gekregen dat ik vanaf januari 2017 niet meer in 'mijn' wijkcentrumpje, zal werken. Er komt hier 'satelliet-beheer': in alle kleine wijk/buurtcentrumpjes met wel een 'maatschappelijk belang' wordt dit nu doorgevoerd. Iemand komt hier wekelijks een keer ofzo kijken, de rest moeten de vrijwilligers doen. Omringd door een opbouwwerker ofzo. Ik moet dus die 'sleutelbeheerder' worden, die pion op de kaart van de planning.

Eerlijk gezegd ben ik er aardig laconiek onder. Ik wist al dat de 'beheerder-oude-stijl', niet meer bestond. Dan kun je ook maar beter weg gaan van de plek waar je dat wél nog was. Anders word je een soort levend lijk, die in de kast zit, daar niet in wil, maar wel moet.

En nu dan? Ik heb nog een beoordelingsgesprek dat door de leidinggevende herzien gaat worden, ik zit met die hersenkneuzing, die het mij ook niet meer mogelijk maakt om in grote wijkcentra met veel drukte en licht en geluid te gaan werken., maar die eerst door de neuroloog op papier erkend moet worden...

Ergens begin ik ook wel de lol te zien van elke keer weer verspreid in de stad vier uur per keer te werken. Steeds andere sfeertjes en werklijkheden, meer als een zwerver dan als een beheerder: Kijk ik verzin hier ter plekke een nieuw profiel van het soort 'beheerder' dat ik in een veranderde werkelijkheid ook wel kan zijn.

Gewoon in het plantsoen werken, vind ik ook niet erg. Zomaar een manusje-van-alles zijn, binnen de stadsgrenzen? Ach toe maar, waarom niet? De leidinggevende heeft het zelf over een  aardbeving en aardverschuivingen binnen de organisatie. Hem is het dit jaar niet gelukt om zijn petunia's - voor binnen - in de winter te kweken.

woensdag 30 november 2016

Hels?

Ik vind het ook een helse klus. Om werkelijk je innerlijke gemoedsrust te bewaren als 'de buitenwereld' aan je trekt. Wat is dat, die buitenwereld? Alles wat daarin speelt aan  activiteiten, wijze van leven, drukte: dat allemaal , daar kan ik stoïcijns rustig bij blijven. Ik kan daar ook van genieten: te midden van de mensen  en het gewoel, toch in balans blijven en een grote ruimte en vrede in me voelen.

Maar 'hels' is voor mij: de wijze waarop mensen naar elkaar kunnen doen en zijn. Het zijn de mensen zelf, die een hel voor elkaar kunnen maken. Ik ervaar dat in al die subtiele bewegingen van manipulatie, zelfbedrog dat op anderen geprojecteerd wordt, jezelf vrij pleiten van een handelwijze... En dan heb je nog het actieve liegen en bedriegen, stelen, elkaar een pootje lichten.

Liegen en bedriegen en dat hele scala van akelige dingen: ook daar kan ik wel makkelijk afstand van nemen. Het zij zo: het menselijk soort is in het geheel niet volmaakt en helaas, tot werkelijk kwaad in staat. Mijn helse klus begint  in al die verscholen subtiel vormen, waaronder een geciviliseerd laagje, mensen elkaar het zeer moeilijk maken en die andere willen vernietigen.

Je kunt nooit bewijzen dat mensen daarmee bezig zijn. Maar dat gevoel dat de bodem onder je weg kan zakken, dat er een dolk in je gestoken wordt waar niet je lichaam, maar wel je geest van verwond kan raken: mensen doen het elkaar overal aan. In werkverbanden, in de familie, in kloosters, in liefdesrelaties die over aan het raken zijn. Het maakt niet uit waar: daar waar mensen zijn gebeurt het.

Ik spreek mezelf dan maar toe: 'Ook dit gaat voorbij'.  Blijf maar staan temidden van alles wat je ziet dat gebeuren kan. Wees als de stilte in het oog van de storm. Doe jouw deel en probeer daar toch zo open mogelijk in te blijven. Nieuwsgierig en weten dat de hel niet meer is dan een tijdelijks staat, die nooit langer duurt dan dat jij de duivels in jouw hart laat dansen.

Dus ik haal weer eens adem. Denk  aan de merel die in de ochtend op de bovenste tak in de hoek van de tuin rondkeek, over het gras vol rijp en de bruine blaadjes op de grond. Ook al is het koud, de merel blijft fluiten en wacht weer op de warme zomer.

maandag 28 november 2016

Weg van de ziel

Vanochtend waren mijn woorden bij de ochtendmeditatie de volgende:

De ziel van een mens
kiest nooit een rechte weg naar een doel
maar kruipt langzaam tussen het blad
als een rups

wacht, slaapt, ontpopt zich
in het donker

fladdert dan langs bergen en dalen
over zand, zee, bos en groene weiden
door blauwe luchten
of een nachtelijke hemel vol sterren

zoekt keer op keer naar nectar
diep in de bloemen
vervolgt dan haar weg
en weet niet waarheen.

Deze woorden neem ik zelf maar ter harte deze week, waarin morgen een beoordelingsgesprek op mijn werk op stapel staat. Met deze beoordeling was ik het volstrekt niet mee eens. Het lijkt alsof ik 'gestraft' word voor het gegeven dat ik mijn eigen visie op het beheerderschap bekend heb gemaakt.

Aangezien een beoordeling geen tegenspraak duldt, rest mij maar één weg: een bezwaarschrift indienen bij burgemeester en wethouders, waar ik me vorige week, met hulp van zwager die jurist is, op heb gestort. Dit is een  juridische weg waarop ik in het geheel niet sta te wachten. Ik heb een hekel aan ruzie en strijd. Maar ik heb, lijkt het, geen keus. Tenzij morgen in  het gesprek iets anders blijkt.

Het rare is, dat ik het op persoonlijk niveau best met de leidinggevende kan vinden. Dan vertelt hij bijvoorbeeld dat een van zijn beste vrienden zweethutten begeleidt en dat hij lange wandelingen met hem maakt en ze dan bomen over dit soort zaken, nadat ik vertelde aan een cursus Chi Kung mee te doen. Maar ja; ik vind dat hij goed zijn best doet, maar vaak niet de pointe van wat ik te berde breng begrijpt. Dat vermoeden had ik, en dat blijkt nu uit zijn beoordeling.

Zo'n werksituatie heeft eigenlijk niet veel te maken, met de weg die de ziel gaat. Maar ook wel: dat je je bewust blijft dat de weg naar een doel een andere is, dan de weg van de ziel.

donderdag 24 november 2016

Opnieuw beginnen

'Een abt en een abdis vertelden eens hoe ze dan eindelijk, eindelijk ingetreden waren.
Jong en enthousiast: dit was hun bestemming, nu waren ze waar ze wezen wilden.
Alles opgezegd: baan, vriendin, kamer... het échte leven kon beginnen.
Totdat ze ontdekten dat ze van binnen hetzelfde waren gebleven.
Dezelfde onrust, verlangen, drukte die ze om zich heen creëerden...

Hetzelfde verhaal als degene die met pijn en moeite breekt met haar vriend, naar de andere kant van de wereld reisde, op zoek naar zichzelf en die ik anderhalf jaar later terug zag met het zelfde soort nieuw vriendje en ze had in Sydney ook dezelfde baan als die ze in Nederland achter zich had gelaten. Er was dus niks veranderd.

Moet men dan willen veranderen? Nee, natuurlijk. Wie tevreden is met het leven dat je leidt: vooral zou houden. Maar als er ook maar een spoor van depressie loert of verlangen naar een horizon waar je nog woorden voor hebt ... dan is de onrust in je, een teken dat er verandering in de lucht hangt. Maar hoe verander je?

Mijn antwoord daarop is: Stop met het regelen van de temperatuur in jouw kas met het doel van het kweken van de perfecte vrucht. Stel je bloot aan weer en wind, laat je gaan en stel je geen doel. Pas dan zal er iets groeien waar jij geen weet van hebt.'

Bovenstaande verhaaltje kwam naar mij toe. Vanmiddag had ik een gesprekje met A. die hier een keer in de week mediteert. A. heeft weinig lichamelijke energie. Ik vroeg haar of alles een beetje voor haar in balans was, of ze een evenwicht had gevonden. Nou... zei ze, ik kom er steeds meer achter dat ik me laat leiden door valse hoop. Dan denk ik :als ik nou dit doe, dan verbetert het. Maar uiteindelijk blijkt het alleen een verplaatsen van energie. Steeds weer doe ik hetzelfde: ik geef me volledig aan iets, om er dan weer achter te komen, dat het  al met al niks méér oplevert.

Dat lijkt een beetje op 'de temperatuur willen regelen in je kas', zoals in het verhaaltje. A. moest wel lachen om diezelfde beweging die ze haar leven lang al, keer op keer maakte. 'Zolang als je erom kan lachen, dan is er niks aan de hand', zei ik. 'En er soms om kan huilen', vulde A. aan. 'Als je maar niet verbitterd raakt. Of je zelf het slachtoffer gaat voelen in je eigen leven. Als dat zo is, dan wordt het misschien tijd om het roer radicaal om te gooien', zei ik. Dat beaamde ze.

Je bloot stellen aan weer en wind; het roer radikaal om. Dat betekent ontheemding, weg van wat vertrouwd en veilig is, weg van dat wat je als jouw thuis ervaarde, weg van bekende, oude patronen in jezelf. Dat is niet gegarandeerd, zoals in het verhaaltje, als je het klooster ingaat. Ook niet als je breekt met een geliefde en naar de andere kant van de wereld reist. Onrust en depressie die loert, in plaats van ogen van genade en zachtheid die naar je kijken... Hoe ontstaat dat laatste?

Het is... het onbekende pad gaan. 'Laat je gaan', zoals in het verhaaltje. Jezelf laten: de dingen dus anders doen dan waar je naar neigt. En gáán: en dat kan ook zijn: wél het klooster in, wél een vriend verlaten, wél naar de andere kant van de wereld gaan. Wanneer de verbeelde horizon je iets van opluchting geeft, alleen al bij het idee, en je tegelijk een beetje angst voelt voor wat je dan aanricht en voor het werkelijk onbekende: misschien zijn dat de wegwijzers, die je werkelijk zullen zetten op een andere weg: Opnieuw geboren met geboortepijn, jezelf terug vinden, bloot. En ogen van een nieuwe wereld die jou welkom heten.


vrijdag 18 november 2016

Dubbele gezichten

Wat een heel aparte portretten, of eerder geschilderde gezichten zijn het. De serie die Henk Hage maakte van tbs'ers van de longstay-afdeling van de Pompekliniek. Ongeveer 15 cm bij 15 cm. Heel aandachtige penseelstreken, kleuren dicht en compact gemengd met elkaar, soms kleine details, soms met vegen weer vaag gemaakt.

Veel gezichten bestaan uit twee delen, twee soorten van stemmingen en gevoelen. Soms kijkt een oog je helder aan, terwijl het andere oog troebel is, soms heeft iemand een heel groot oor, sommigen kijken je aan, anderen dwars door je heen. Of volkomen geabsorbeerd in zichzelf.

Veel gezichten zijn heel boeiend om naar te kijken, wat een interessante persoon zou dat kunnen zijn, zou ik kunnen denken als ik dezelfde in de trein of zo had waargenomen. Van anderen spat de onrust en ook wel iets donkers, iets van broeden, van het schilderijtje af.

In 10 filmpjes krijg je een indruk: er zijn maar 3 mensen die elke week bezoek krijgen. Familie komt verder sporadisch langs. Iemand heeft een ernstige hartziekte en meldt dat zijn cardioloog zegt dat hij in de hectische buitenwereld waarschijnlijk na drie maanden zou overlijden. Het is een dorp op zich, zegt een bewoner. Je moet het leefbaar met elkaar maken. Hoe meer rust, hoe prettige voor allen, dan zijn de regels losser.

Moeder heeft dus jaren in de Pompekliniek gewerkt als psychotherapeut. In een artikel voor het Lustrumboek van 20 jaar Pompekliniek, in 1986 beschrijft ze de speciale positie van de psychotherapeut. Die biedt een vrijplaats: een plek van vertrouwelijkheid en veiligheid. Maar wat als je dan signalen krijgt dat de bewoner in zo'n staat is, dat er een risico is, dat deze een delict gaat herhalen? Ga je daarover klikken naar andere professionals in de inrichting?

Nee, dus. Toch kan je voor die keuze komen te staan, want wie ga je beschermen, de bewoner of mogelijke anderen? De zin in het artikel die bij me binnen kwam was: 'De periode voorafgaand aan mijn keuze, ervaar ik als een tijd van grote benauwenis.'

Wat een dubbel soort van werelden schuilen er in mensen en in een ieder. Maar in sommige mensen toch iets meer dan in anderen. Ik hoorde vroeger veel verhalen uit die Pompekliniek. Misschien neem je het dan als alledaagse kost aan, dat een Januskop hebben, hoort bij het leven:  onoplosbaar en complex. Ik geloof dat ik het uiteindelijk toch leuker vind, als een raadsel zich wel ineens onverwacht prijsgeeft;

Tijdens het opruimen van het ouderlijk huis had ik al heel veel keer iets in de handen gehad: Het is zo'n 45 cm lang , taps toelopend en het eindigt in een dichte punt. Aan de andere kant is het hol. Het zou een vreemde stengel kunnen zijn van een plant. De lichtbruine buitenkant is bewerkt met wat getekende  zwarte krullen en geometrische versiersels. Geen idee wat het was. Maar omdat ik het al zo vaak in mijn handen had gehad, nam ik het tenslotte mee naar huis.

Vorige week was Moeder op bezoek om te komen kijken hoe alle spulletjes een plek bij mij hadden gevonden. Wat is dit toch, weet jij het misschien? vroeg ik haar. 'Dat is een peniskoker uit New Guinea', zei ze prompt. Juist ja, zó eenvoudig, En  nu zag ik het meteen!

Zelf kreeg ik na de zo zorgvuldig en langzaam geschilderde portretjes van Henk Hage zin om ook in het klein te gaan schilderen. Wat dan? Ik dacht aan die plekken van licht en  eenvoud, zonder woorden, Die sfeer treffen, de tonen en nuances daarvan... Sommigen zouden iets concreets als basis=aanleiding kunnen hebben. Anderen totaal niet: alleen wat kleurvlakken, stel ik me zo voor. Wie weet...

woensdag 16 november 2016

Plek zonder woorden

Tja. Soms gebeurt en van alles rondom je en in je, dat het stilstaan in een blog erbij inschiet. Of dit nu met mij aan de hand is? Zelfs dat weet ik niet. Mijn leven lijkt zich af te spelen in twee tijdzones: de ene is van het ene naar het andere, dit doen en dan weer dat, en de andere is een langgerekte eeuwige tijd, waarin alles ruim is , met een horizon die telkens wijkt.

De combinatie van beide vind ik wel prikkelend. In het ene universum handel ik instant, dingen gaan en komen, in het andere leef ik langzaam, zo langzaam. Beelden en sensaties uit Venetië mengen zich daar met een simpel er-zijn, in het hier-en-nu.

Waar speelt zich het echte leven af? In al die dagelijkse handelingen, van het een naar het andere  met daarbij de steeds zich herhalende reeks van opstaan-eten-naar de wc gaan-slapen, die je lichaam, daar waar jij in huist, in stand houdt?

Ergens ervaar ik van niet. Het echte leven speelt zich af in wat ik voel en ervaar, wat ik herinner, de reeks van belevenissen gedurende mijn leven dat ik wist: nu leef ik, nu ben ik gelukkig, hier val ik samen met mijn diepste kern, mijn eigenlijke zelf.

Ach, het zijn allemaal maar woorden... ik probeer in kaart te brengen dat over de wegen waarlangs een mens leeft er zoveel stoorzenders zijn: dingen die niet echt van belang zijn. En dat een simpel stil-zijn je dan zomaar naar een plek kan brengen waar alles licht en goed is. Hoe de concrete omstandigheden ook zijn. Die plek steeds weer vinden en opzoeken: dat maakt het leven betekenisvol tot de laatste snik.

Soms is een blogje schrijven voor mij een weg daarnaartoe. Hoe het concrete de stepping stones zijn in die weidse ruimte. Soms, zoals nu, gaat dat blogje over niks, behalve over dat reiken en verlangen naar...de plek waar alles stil en zonder woorden is.

zaterdag 12 november 2016

Zwarte Piet enzo

Vandaag komt Sinterklaas en zijn Pieten weer in Nederland, overal zal er een intocht gehouden worden. Hoe ziet dat eruit? 
Die hele Zwarte Pietendiscussie brengt mij aardig in verwarring. Toen die begon vond ik het zonder meer onzin. Laat Zwarte Piet lekker mooi zwart zijn! Ik heb zelfs in het Wijkcentrum een houten zwarte pietje met een bruin gezichtje extra zwart gekleurd met viltstift.

Toen zag ik de documentaire van Sunny Bergman. Vooral de mensen in een Londens park staan me bij. De oprechte verbijstering dat er in een Europees land een feest bestond met een witte man en zwarte knechten. En 'de test': hoe een  nette blanke jongen die met een fiets onder zijn arme loopt niet vreemd wordt aangekeken, maar dezelfde jongen met een donker uiterlijk wel. 

In het kinderboek Sjakie en de chocolade fabriek van Roald Dahl zijn de donkere Oempa Loempa's, die heel veel van cacao houden en daarom ook donkerbruin zijn, in een latere versie wit gemaakt. Ik sprak een keer een jongen die bij een Sinterklaasverhuurbedrijf stralend kwam vertellen dat hij gelukkig niet geschminkt hoefde te worden en hij dus de échte zwarte piet was.

Ondertussen heb ik uit de spullen van mijn ouders een kerststalletje meegenomen. Uitgesneden in een boomstam zie je daar Maria, Jozef en baby Jezus met kroeshaar, een dikke neus en dikke lippen en zwart natuurlijk. Is het ebbenhout? Aardig kostbaar in Afrika? Het hout is van buiten wit, maar van binnenzwart. En dan heb ik ook een zwart kruisbeeld van een negroïde Jezus. 

Moet dat ook dan niet meer kunnen? Uh, hoezo? Is Jezus dan vooral een enigszins blanke man, met een heel licht tintje? Zijn het dan de blanke mannen die het uiteindelijk alleen maar voor het zeggen hebben? Als de Roetveeg-piet de norm wordt, hoe moet het dan met alle zwarte meisjes en jongens, die voor Piet willen spelen? 

Kinderen maakt het ondertussen niks uit, laat een onderzoekje in TROUW zien. Kinderen van zes jaar tekenen regenboogpoeten, witte pieten, clownspieten, meisjes-pieten. Mag Zwarte Piet misschien gewoon ook meedoen tussen alle pieten? Dat de vraag al bijna gesteld moet worden , lijkt me vooral een gigantische degradatie van de kleur zwart.