vrijdag 18 oktober 2024

Oortjeshekken, Bisonbaai


 Ik fietste er nu, door de landerijen vanaf Kranenburg heen; het oerterras al uit mijn studententijd: Oortjeshekken aan de Bisonbaai. De lange tocht over de dijk was mijn gebruikelijke route, lange dagen zonnen en zwemmen, mooie zonsondergangen met meegebracht eten. Ik was er met zusje en peuterend nichtje, met geliefden, meekijkend hoe er door mannen op de strandjes gecruised werd. Ik ben er ooit alleen in de avond struinend rondom het meer, achterna gezeten door een nakende man, het vooroordeel bevestigd dat mannen alleen op het naakstrand niet te vertrouwen zijn. Mijn fiets is er gestolen. Oortjeshekken in de winter bezocht met een auto was een stil toevluchtsoord in de natuur, in de zomer feestelijk in de laatste zon bij lekker eten en bier.
En nu dan beaamde vriendin P bij het opbreken met wat pijn in de schouder, zoals haar moeder ook heeft, dat we ons op een kantelpunt bevinden. Lichamelijk klachten kunnen nog voorbij gaan maar het kan ook overgeërfd familiair zijn, en dan moet je er verder maar mee leren leven… En dan ook nog de toestand in de grote wereld, dat je misschien binnenkort terugkijkt met: weet je nog, toen zaten we toch tamelijk onbezorgd bij Oortjeshekken…

Ik maakte daarna nog een wandeling langs het water en dacht almaar, mijn mantra sinds New York: wat is het hier klein! Als ik de grote picknickkleden die New Yorkers overal uitspreiden hier neerleg, dan kun je bijna tellen hoeveel groepjes er kunnen zitten. Misschien, door het hoge water,  zou er anders nog een tweede rij kunnen. Is het zo, dat ik daar altijd hutje-mutje naast- onder- en boven anderen lag? En nu was er helemaal niemand.


De Waal ligt achter de Bisonbaai, vroeger kon je er door het struikgewas naartoe. Nu leek alles verwilderd en onbegaanbaar. 
En het water werd een glanzende spiegel die niks terugzegt, nooit, niet.




donderdag 17 oktober 2024

Áls….dán…


Het is wel heerlijk om een dikke warme kat, die alles met zich laat doen wat je wilt, tegen je aan te voelen en te knuffelen. Terwijl het met heel lichte motregen buiten warmer is dan binnen en de OostIndische kers als onkruid over de klimop woekert. Ik was blij dat ik bij thuiskomst in mijn boshuisje ook nog steeds bloemetjes zag van stekjes van deze. Áls ik niet allergisch was voor poezen, dán zou  ik er graag één als huisgenoot willen. Maar nu ben ik alweer aan het bijkomen van een niesbui: een dikke kattenknuffel blijft niet zonder consequenties.


Áls ik in New York zou leven, dán was ik graag naar Wallstreet gekomen, om deze groep te bevestigen: Jews For Palestinian Freedom. Dat is zo geweldig in NY: je bent er nooit alleen in je opinie, nationaliteit, hobby, cultuur en de stad faciliteert dat je dit kan delen met al die anderen. Het centrale opvangcentrum voor immigranten is middenin Manhattan en dan zitten er buiten op de stoep, een straat lang, mensen buiten te wachten. Maar de nieuwkomer is wél in het hart van de stad gearriveerd. Hoe anders is dat dan hier in Nederland: ergens in het uiterste noordelijke puntje van Nederland, s’nacht met bussen verplaatst moeten worden naar een ander dorp omdat het quotum niet overschreden mag worden en overdag weer terug, met een minister die een bord wil plaatsen: Hier wordt gewerkt aan uw terugkeer. Deprimerend.

Ook deze constatering is zó waar: de westerse nieuwsgaring, doet het steeds meer voorkomen dat de situatie in Gaza een natuurramp is, in plaats van door Israël zo veroorzaakt. Ook de 555 geldinzameling in Nederland, wil er zijn voor alle oorlogsslachtoffers, maar hoe neutraal kun je daarin zijn? Oorlog is geen natuurramp, maar een ramp door mensen veroorzaakt. Hoe kan de wereld dit toestaan? 


Tja, áls ik in NY was, dán…had ik nu heel andere dingen gedaan, dan dat ik nu doe. Ik zou mij mee laten nemen, zoals ik dat zeven weken deed. Maar…ik zou ook gaandeweg de stilte missen en die kleine observaties die alleen de natuur je kan geven. 


 

woensdag 16 oktober 2024

Oogst van de dag


Het zijn al die verschillende kleuren en vormen waar ik hier zo van geniet. Oók in een tuin die allang het beste van zichzelf heeft gegeven, op ‘instorten’ staat: binnenkort is alles weer kaal winterland.


De oogst van de dag: Joep de kat die eerder dan ik op het bankje zich al koestert in de onverwachte zon, ik zat aanvankelijk binnen. Een heldere volle maan die aan het stijgen was, terwijl ik buiten aan de andere kant van het huis, het donker had laten worden. Die ene oranje oostindisch-kers-bloem die stug is gaan bloeien uit de afvalopslag, waar zij al in weggeschoffeld was. Een onverwachte kom vol tamme kastanjes, nooit geweten dat deze hier was. Tomaatjes vanonder een andere afvalhoop.Gehavende appels onder de oude  appelboom, maar goed genoeg om er appelmoes van te maken, als je de rottende plekken eruit snijdt.
En een boek uit de boekenkast, echt een vondst. Ik hou nooit zo van korte verhalen; je moet je dan inleven in een korte situatie en een plot en dan moet je alweer vertrekken.
Maar deze verhalen zijn anders. Je komt in het zeer complexe gevoels- en gedachtengoed van de personages, vol tegenstrijdigheden, innerlijke strijd, de kloof die er kan zijn tussen de schijnbaar vanzelf goed lopende buitenwereld en alle hobbels en pijn die de ‘acteurs’ daarbinnen onzichtbaar ervaren.
Eén verhaal Op de Golven speelt zich af op een gondel door de Canal Grande van Venetië, waar een  gescheiden vader met zijn dochtertje in zit, die hij een paar dagen voor zich alleen heeft, en beide voelen alleen maar ongemak, in deze idyllische setting.
Een ander verhaal gaat over een professor Engelse literatuur in New York en zijn beste vriend waarmee hij fietst door Central Park en de veel jongere vrouw, een student, die ze beide begeerden, maar met wie hij uiteindelijk getrouwd is.
Hier ook de beleving van de gelaagdheid van New York , zoals ik dat zelf ook dagelijks zag, in één oogopslag en dan vooral die  ‘gespannen, behoedzame feeststemming’. 




dinsdag 15 oktober 2024

Maak mij mooi


Het is wel fijn om bij het openen van de gordijnen een vertrouwd landschap te zien waar in de juiste proporties de witte koeien wandelen, omlijst met de laatste gele zomerbloemen  en de lila asters van een herfst die nu toch echt begonnen is. Sinds New York, moet ik steeds de proportie van alles herinterpreteren: oké, er lopen of fietsen ergens wat mensen, maar waar zijn die anderen? Boven hen op terrassen, rijdend op de wegen, zittend op bankjes, joggend, winkelend, dansend, keuvelend? Al die mensen in al hun diversiteit. Hier klopt het beeld: wat vee in een wei, de hoge populieren als toneelgordijnen; klaar.

In de St Stevenskerk bij de Roze Viering afgelopen Zondag, in het kader van de Coming-out dag, viel voor velen ook wel wat te herinterpreteren. ‘Ik Zie Je’, was het thema: Hoeveel mensen konden dóór de travestie van deze mannen kijken en het niet als provocerend ervaren, zoals toch de algemene toon was van de reactie van publiek dat de kerk door de week bezocht had.

Wat willen deze mannen anders, dan tóch gezien worden? Thijs Rutten heeft ze op het internet gevonden en geschilderd. Daar zijn ze, in hun eigen huiselijke omgeving, bij een klerenkast, in de badkamer, in de keuken, in de hoek van een kamer…


Nee, hij wist niet dat hij uiteindelijk in een kerk gezien kon worden. Gedurende  ‘de heilige chaos’ tijdens de viering, waar iedereen uitgenodigd werd om langs de schilderijen te lopen en met elkaar in gesprek te gaan, zag ik sommigen, paarsgewijs, zwijgend erlangs lopen, maar een mevrouw zei tegen anderen: ik snap niet dat dit als provocerend kan worden opgevat. 


Bij dit schilderij had ik een gesprekje met een vrouw uit het koor, die begon te zeggen dat ze ook iets verlegens in de blik zag. Maar…ook iets gedecideerds. Ik reageerde door iets te zeggen dat onderschat wordt hoeveel het van iemand vraagt om tevoorschijn te komen. Dat iedereen toch eigenlijk niét wil opvallen, dat je net als alle anderen wilt zijn, en je je niet hoeft af te vragen of je wel geaccepteerd wordt. ‘Ik ben zelf hetero’ zei ze, ‘ maar het maakt voor mij écht helemaal niks uit hoe een ander is…maar waarom moet het dan vaak zó opvallend?’ Ze doelde eerst op die parades, waarop ik zei: ‘tja, áls je dan eenmaal naar buiten bent gekomen, dan kan dat ook feestelijk aanvoelen: Zie míj́!’
Ja, dan snapte ze ook wel. ‘Maar toch… ik wil je nog iets vragen: wat vindt jij er dan van, dat ik nou zou moeten praten over ‘mensen met een baarmoeder? Ik vind dat wél provocerend.’ ‘Ja, dat begrijp ik’, zei ik: ‘dat je niet meer gewoon zou kunnen zeggen dat je een vróuw bent! Ik vind dat ook doorgeschoten.’ Net nadat ze mij vroeg of ik hier zelf ook ervaring in had, kon ik niet meer antwoorden, want de muziek was gestopt, de ‘Heilige Chaos’ was voorbij.


‘Ik Zie je’: alles is in the eye of the beholder. 
Op de fiets van mijn stadshuis naar Kranenburg, door de bossen, 20 km,  neuriëde ik een lied dat in de viering gezongen werd: Delf mijn gezicht op, maak mij mooi. Ik vind op YouTube de uitvoering van Trijntje Oosterhuis, die het lied van haar vader Huub, hier vertolkt. Die niet meer in de katholieke kerk gezongen mag worden, omdat hij niet orthodox genoeg is… Ze zingt het mij té hard, het zou meer indruk maken bij mij als de toon wat kwetsbaarder en zachter was. 
Die éne regel herhaalde ik op de fiets: Aan niets of niemand meer ten prooi.
Dát voor iedereen: door mensen zélf te bewerkstelligen en toch zó weinig aanwezig.



zondag 13 oktober 2024

Adembenemend Randschap


Het komt niet vaak voor dat locatie en kunstwerk een perfecte samenspraak met elkaar aangaan. Alsof het werk eruit is voortgekomen, terwijl dat helemaal niet kan: de industriële onverwoestbare ruwe muren van cement en de organische vormen die er nu te zien zijn. Ze komen uit een andersoortige wereld, maar hier komen ze samen. Een nieuw soort van Randschap, zoals de expositie in de Wiebenga silo heet, van Ingrid Geerdink op de Noordkade in Veghel, nog te zien t/m 15 December.


Er is zowel oud en heel nieuw werk te zien, maar ik zag plots de bewegende ruimtes van dat Randschap. Het speelt zich af waar het ontkiemt, maar ook waar het fossielachtig met aarde verweven is.


Het gaat plantaardig de hoogte in, maar vibreert ook in de nacht.


Het is er gedetailleerd, maar ook op de grens, waar het nog tastbare en het luchtledige samenkomen:


Het is daar, waar je het landschap nog herkent, maar waar het ook in de horizon overgaat naar Randschap.


Of daar waar alle vormen lijken te verdwijnen in aarde en vocht.


Je ervaart het, als je langzaam en intens kijkt, terwijl je ook de bewegingen van het lichaam van de maker kunt voelen. Ze kijkt, zuigt zich in het Randschap en geeft er vorm aan. Je vermoedt soms het grootse gebaar van royale vegen en dan weer het minutieuze krassen.
Randschap laat zich vinden. Het is de tussenruimte waar je op ademt komt; herademt. Het is nergens controleerbaar of doelbewust aanwezig. Het is daar waar natuur en cultuur elkaar treffen. Niet omdat iemand daar om vraagt, maar omdat het er ineens is, in dit werk.
Je zou willen dat het daar voor altijd zou kunnen hangen. Ik vond het adembenemend.

 

zaterdag 12 oktober 2024

Familie Feud - Finneas & Billie


 Doordat ik een interview bekeek met Finneas, de broer van Billie Eilish en mede producent van al haar liedjes, verscheen deze vanochtend als eerste op YouTube. Hij heeft een eigen album uitgebracht, For Cryin’ Out Loud!,  die ik nu langzaam aan het ontdekken ben. Ook al zo’n aparte titel; Hit Me Hard and Soft heet het album van Billie, dat ik zo’n beetje ken, zoals ik mij in mijn tienertijd LP’s eigen maakte; herhaaldelijk luisteren. Dit komt ook omdat zij haar album als geheel heeft uitgebracht, niet eerst liedje voor liedje zoals nu om commerciële redenen te doen gebruikelijk, en de liedjes bij elkaar horen. 
Dit liedje…zo vol warmte, zorg, nostalgie aan zijn zus, die pas 22 jaar is en al vanaf haar veertiende een leven in The Spotlight heeft.
Ik hoor ook het oudere broertjes perspectief, dat ik herken als oudste in het gezin waar ik uit kom. Ik heb heel tedere herinneringen aan mijn broertjes en zusjes toen ze jong waren en het liefste zou ik teruggaan naar die tijd. Toen alles nog ongecompliceerd was, liefde en zorg vanzelfsprekend. Maar in mijn familie is er een groot monster opgestaan van wantrouwen, competitie, elkaar beoordelen en veroordelen, eigen hersenspinsels uitleven en ik zwem daarin als een onnozele vis vol gevoel, die ondertussen geen ruimte meer ziet, tussen alle brokstukken en wrakstukken en het puin…
Zo, dit staat er dan ineens. Ga ik dit blogje dan het internet opslingeren? … Ja, dus, gedachtig de titel van het album van Finneas: For Crying Out Loud.


Zijn liedje is voor mij duidelijk familie van een liedje van Billie. Daarin de verstrengeling van geven om iemand én afstand willen, waardoor je niet zomaar de waarheid kunt vertellen, zelfs een leugen hebt verteld. Zij wéét tenminste wat zij deed. Want het enige dat relevant is, of een ieder over zichzelf kan reflecteren en met empathie kan kijken naar de ander;  pas dan ontstaat nabijheid. En dat maakt een relatie gelijkwaardig: Wederkerig.



vrijdag 11 oktober 2024

Hangen. Clara Peeters

Zomaar wat favoriete plaatjes vanuit mijn bostuintje in onverwacht helder ochtendlicht. De lucht lijkt blauw, maar sinds New York zie ik beter dat er toch een bijna doorzichtige melkachtige waas doorheen zit. De maan en het hart, als eerste op het terrras gelegd van witte steentjes uit het bos, na vier jaar vergroeid met gras en mos. Enzovoort.


Wanneer ik hele dagen hier ben, besteed ik een groot deel van de dag aan geconcentreerd lezen. Vandaag niet…ik ben aan het ‘hangen’, constateer ik nu. Gewoon de dag laten gaan, surfend op internet. De Ellende, New York, over de Amerikaanse presidentsverkiezingen, terug naar de Biënnale van Venetië, oude en nieuwe liedjes, een afwas daartussendoor, een podcast met Erik Jan Hermans, die Het grote autismeboek schreef, over zijn (o.a.) autisme dus. 
Dit is wat ik in New York niét deed: op één plek blijven, de hele dag; hangen, dus.


O, ja: ik eet ook de laatste kaasstengels op en wafel-rolletjes,  want volgende week ben ik hier niet en als ik dan terugkom, dan smaken ze veel minder want dan zijn ze oudbakken. Ik kom op het werk van Clara Peeters, degene die in de 17e eeuw geweldige stillevens schilderde en het mooie is, dat bij een aantal, ze dan ook zichzelf daarin betrok.


Het is natuurlijk juist keihard werken, op de toppen van je kunnen; zó prachtig kunnen schilderen.
Maar ergens is het ook het ultieme hangen: op één plek verblijven, de tijd uitschakelen, alle sensaties die er op je afkomen toelaten.


Bloemen en wijn, het zoute en het zoete, de bewerkte en glanzende materie. En daarin jezelf een plek geven.


Want je weet: hoe heerlijk de vruchten en de wijn ook zijn: Alles zal verrotten en vergaan. Eet en drink, zolang het kan, pluk de dag en geniet. De beeltenis in de kan, zal er ook alleen zijn, zolang jij er bent. Doe dat dus maar, als die mogelijkheid je gegeven is: Hangen.