donderdag 28 november 2013

Ulay en Marina; de spanningsboog

Ik kwam het plaatje weer tegen: van Ulay en kunstenares Marina Abramovic: een pijl en boog tussen hen ingespannen: Ulay richt de pijl naar haar hart en zij leunt naar achteren met de boog. De performance duurde 4 minuten per keer. Alleen met volkomen vertrouwen in elkaar, is zoiets mogelijk. En ook met een weet hebben van je eigen kracht en de grond waarop je staat. Als dit uit evenwicht raakt, zal zij levensgevaarlijk verwond worden.

Wat is het toch een krachtig beeld van het spanningsveld waarin elke liefde staat. Je kunt niet anders dan de andere vertrouwen, met altijd het risico van pijn en verwonding. Maar het hoort erbij: die spanningsboog en daarin blijven staan. Ulay en Marina hebben samen nog meer van die beelden voortgebracht: met de haren aan elkaar verknoopt, ieder een eigen kant opkijkend. Schreeuwend naar elkaar. De lippen aan elkaar in een open kus. Naakt in een nauwe gang tegenover elkaar gaan staan, zodat de museumbezoeker hen ongeveer moet aanraken om te kunnen passeren.

Ze hadden heel lang ook een intense liefdesrelatie en ze hebben die met een gigantisch ritueel beëindigd: ze zijn naar elkaar toegewandeld, ieder van de andere kant van de Chinese Muur en de ontmoeting, eindelijk, luidde het einde van hun relatie in. Het was tegelijk hun laatste publiekelijke performance: Kunst en leven in elkaar verstrengeld.

Marina Abramovic is daarna in haar eentje doorgegaan met haar performances, haar kunst die louter bestaat uit haar eigen lichaam en haar aanwezigheid. Daar zat ze in het MOMA, onder de titel The artist is present in een lange rode jurk aan een tafel, de hele dag, en telkens kwam er een andere bezoeker tegenover haar zitten. Ze schenken elkaar hun blik, de ogen, elkaars aanwezigheid voor enkele minuten.

En dan komt Ulay na al die jaren zonder contact met elkaar te hebben gehad, tegenover haar zitten. Zij weet van niks, het publiek eromheen wel al, en een camera heeft het vastgelegd. Prachtig hoe je die twee in elkaar op ziet gaan, hele levens komen voorbij, zoveel emoties. Dan, op het einde, reikt Marina met haar handen naar Ulay, en hij reikt terug. Het echte leven heeft de performance overgenomen: dit hoort niet bij het oorspronkelijke concept.

Geweldig, als je daar, na een lang leven, deels intens net elkaar gedeeld, deels weer alleen geleefd, toe in staat bent: elkaar werkelijke ontmoeten, zonder strijd, met mildheid ook en mededogen: weten dat wat ooit verbonden is met elkaar, verbonden blijft. Misschien alleen maar mogelijk als je met elkaar hebt gestaan in die spanningsboog.

woensdag 27 november 2013

Not yet titled

Keulen: een stad van de zomer, dat was het voor mij. Ik heb er vele malen gekampeerd aan de oever van de Rijn, de stad in gekuierd, langs mensen die er zonnen, samenkomen, een feestje vieren, een BBQ. Ik heb de stad gezien vanaf een feestwagen, dwars door de winkelstraten, langs de Dom, overal vijf rijen dik van de mensen:lachen, wuiven, zwaaien op Christophersstreet-day. Ik heb er op het terras bij de Altmarkt grote ijscoupes gegeten, en bier en Bratwurst op de straten. En in een trendywijk in een café met een groep Nederlanders en Duitsers een voetbalwedstrijd gezien met beide landen. Nederland verloor.

Maar nu: de Rijn was over de brug niet te zien door de dichte mist en evenzo de Dom. Het was koud, winters, maar wel warm en geurig op de kerstmarkt bij de Dom. Ik kocht er nog wat beestjes voor mijn kerststal, twee hertjes; samen is leuker dan alleen, een groot en kleiner schaap aan elkaar vastgeklonken:zo samenhorig, een bruin konijntje met grote witte oren; om goed te kunnen horen. Ik at er warme hele champignons in knoflooksaus en keek naar de grote donkere torens van de Dom.

In de Dom had ik vernomen dat de oudste glas in lood ramen al uit de twaafde eeuw kwamen en dat je die alleroudste ramen kunt herkennen aan de heldere, heel kleine stukjes glas waar het raam uit bestaat. Men kon nog geen grote stukken glas kleuren en beschilderen, alleen maar kleine stukjes kleuren middels een chemisch proces. Stelt U eens voor uit hoeveel deeltjes, dit raam wel niet gemaakt is!, hoorde ik de gids zeggen: honderden en honderden!

Ja, zo is het leven ook, dacht ik. Het bestaat uit honderden en honderden deeltjes en gevoelens, ze vormen tesamen een beeld en hopenlijk straalt dat beeld een beetje, kan er licht doorheen komen, zelfs als het mistig is, buiten.

Ik bezocht het Ludwigmuseum. Helemaal omgebouwd na de prachtige tentoonstelling van David Hockney, de laatste keer dat ik Keulen bezocht, nog half in de afgelopen zomer, maar dat was alleen maar Museum in en uit, hup de trein uit-en-in. Nu becommentarieert de kunstenares Louise Lawler met 'Adjusted', sommig werk: ze maakt foto's van gerenommeerde kunst: hoe het hangt in privéhuizen of dwars op zijn zijde ligt,bij een trap van het museum, wachtend om opgehangen te worden.

De verpakkingsdozen van Andy Warhol van Brillo, die kunst zijn geworden, blaast ze fotografisch op, zodat het blauw-rood nu als het ware het behang is in het museum, andere kunstwerken die er nu zijn tekent ze na, alles adjusted, aangepast aan wat het Ludwig Museum nu tentoonstelt. 'Neu und für immer im Museum Ludwig' is de ondertitel van de tentoonstelling. Ik liep, soms een beetje gedesoriënteerd langs al die, soms onbegrijpelijke werken, van deels voor mij bekende, maar vooral veel onbekende kunstenaars.

Dat is wat een museum van moderne kunst wellicht op zijn best kan bereiken: dat het je ook verward en op een ander been zet. De bestaande werkelijkheid steeds weer ondervraagt en anders belicht. Het paste wel bij mijn stemming. De nieuwe tentoonstelling in Ludwig, heet, heel toepasselijk: Not Yet Titled.

maandag 25 november 2013

Geluk schrijven

Wat is het toch een geweldig fijne en ook lieve film, die ik weer terugzag: 84 Charing Cross Road, met een jonge Anthony Hopkins als employee in een antiquarische boekhandel in London op het bovenstaande adres, en Anne Bankcroft als Helen Hanff, een aanvankelijk arme onbekende schrijfster die in New York woont, en die steeds succesvoller wordt. De film komt uit 1986, en speelt zich af vanaf ongeveer 1949, tot meer dan 20 jaar later. Zij schrijft een brief met een boekenverzoek: oude Engelse boeken, die ze niet in New York kan krijgen en Frank reageert en correspondeert en vindt de door haar zo verlangde boeken. Aanvankelijk.

Want de correspondentie en het versturen van boeken duurt meer dan 20 jaar en er groeien gevoelens van diepe vriendschap, ook met de rest van het personeel van de boekhandel. Helen stuurt voedselpakketen uit Denemarken, we zitten na de Tweede Wereldoorlog en Engeland leeft van voedselbonnen, vlees, eieren, haricots verts uit blik: het is niet verkrijgbaar. En nylons voor de dames. Zij krijgt met de kerst een mooie poeziebundel, met goud besneden bladen van hen: O! de liefde voor boeken spat van de film af.

De film is een terugblik, op het moment dat Helen de lege en uitgeruimde en opgedoekte boekhandel bezoekt, eindelijk en de laatste zin in de film richt ze tegen Frank, die al dood is, en naar de kijker: Hello Frankie, here I am, finally. Zo bemoedigend. Dat het mogelijk is om in alle ups and downs van het leven zo'n band met elkaar te smeden middels woorden en kleine gebaren. Dat de wereld die boeken je kunnen geven, het opschrijven van gedachen en gevoelens je op de been houden, ja zelfs de kern ven je wereld kunnen uitmaken.

Vanochtend kwam ik een ooit overgeschreven gedicht van Toon Tellegen tegen en daarbij dacht ik: Ja, hierin gebeurt hetzelfde: je kunt jezelf in kaart brengen door woorden en daarbij besluiten dat 'gelukkig zijn' de kern en het middelpunt van die wereld is, ook als het niet meezit en de ervaring ver weg lijkt: ergens blijft wat ooit in alle eerlijkheid is opgetekend, toch, gewoon het meest werkelijk.

Waarom schrijf ik

Ik schrijf omdat ik wil schrijven
dat ik gelukkig ben.

Op een dag zal het zover zijn
en zal ik schrijven -
met mijn tong tussen het puntje van mijn tanden,
en met rode oren en rode wangen
Ik ben gelukkig.

Als ik daarna ooit nog twijfel
en meen dat ik verdrietig ben of de wanhoop nabij
of zelfs reddeloos verloren,
kan ik altijd opzoeken wat ik werkelijk ben:
gelukkig.

donderdag 21 november 2013

Psalm 51

Ja, soms kan dat zo uitpakken, en waar het kip en het ei is, weet je niet: Het bericht dat ik gewoon door kan gaan met mijn activiteit in klooster de Bron loopt gelijk met het schrijven van de meditatie bij Psalm 51. Het is raar, als je tevoren je ook instelt dat iets waarschijnlijk voorbij en verleden tijd aan het worden is, en dat het dan zomaar er weer is: als het ware opnieuw begint.

Voor mij is dat ook de kern van Psalm 51. Daarin zitten, zoals altijd meerdere lagen en je kunt in de interpretatiegeschiedenis van deze psalm zien, dat héél lang de nadruk heeft gelegen op de zwaarte en het schuld-hebben en alles wat dus 'zonde' is. Terwijl het middenstuk van de psalm zo heel anders is. Dus ik heb een korte mediatie gemaakt, ook omdat ik steeds meer zou willen dat alle woorden weg konden:

'Psalm 51 drukt een heel krachtige hoop en verlangen uit naar vernieuwing. Naar de mogelijkheid in je om alles nieuw te maken. Elke keer weer te herscheppen. Na alles wat pijn doet, troebel is en onzuiver: het kan weer helder worden: het stof en het gruis kan naar de bodem dalen en kijk: het zicht wordt weer helder.

Wat een prachtig en ontroerend besef is dat eigenlijk. Dat ondanks jezelf, ondanks de fouten die gemaakt zijn, er elke keer weer een kans is: sneeuwwit, maagdelijk wit, als pasgevallen sneeuw, zo kan het zijn; telkens weer.

Laten we luisteren naar deze woorden van de psalmist en diep in ons het besef post laten vatten: Ja - elke dag, elk uur is een nieuwe kans: Alles is elk moment nieuw: alles kan opnieuw ontkiemen en gaan groeien: Laten we het nooit opgeven maar stand houden in geloof, hoop en liefde en levenskracht en vitaliteit en levensvreugde koesteren'.

En dan komen de woorden uit de psalm, zoals ze ook regelmatig in het klooster worden gezongen, in de vertaling van Ida Gerhardt en haar levenspartner:

- Zie! tot op de bodem
geef mij inzicht waar ik mij verberg.
Raak mij met hysop aan: ik zal rein zijn,
maak mij smetteloos: witter dan sneeuw
Spreek mij weer van de volheid der vreugde-
en mijn kracht die gij brak springt omhoog.
Wend uw gezicht af van mijn zonden
al wat ik beging, delg het uit;
God, herschep mijn hart, maak het zuiver
geef mijn geest, diep in mij nieuw bestand
verban mij niet ver van uw aanschijn
noch ontrek mij uw heilige geest.
Hergeef mij het geluk om uw heil,
Laat bereide gezindheid mijn kracht zijn.

Ach ja, woorden... ze kunnen werkelijk waar worden, dat is de kracht van woorden en van een religie van woorden, zoals het christendom is. Als je durft te wonen in de woorden.

woensdag 20 november 2013

De Clarissen en geld

O, wat een opluchting! De kogel is door de kerk, ofwel om in dezelfde soort beeldspraak te blijven, het water stroomt door het klooster. Daar kreeg ik enkele maanden geleden het bericht dat er een besluit was gevallen in het bestuur, bestaande uit drie zusters, dat men vanaf januari aan alle deelnemers van de groepen per keer 5 euro wil gaan vragen. Ik kon daar niet mee eens zijn, vrij fundamenteel, en zei dat ik dan met alle begeleiding van de groepen moest stoppen. Met pijn in het hart.

Voor mij is het klooster, ook vanuit maatschappelijk oogpunt, een plek van stilte, van 'God', en dus van iedereen, behoedzaam in stand gehouden door de zusters. In dat klooster, komen mensen bijeen: Sommigen in leesgroepen, voor mij een ontmoeting in het licht van het Eeuwige, om er maar eens wat grote woorden aan te geven, anderen in meditatie in de kapel. Daar beleef je ook meteen dat je de stilte intreedt, in een ruimte komt die groter en dieper is dan de stenen van het gebouw. Hoe kun je daar nu 5 euro per keer voor gaan vragen? Die economische sfeer, die is ongepast. Ik zag me dat niet vanuit mijn plek, dat dan begeleiden.

Gaandeweg, bleek dat meerdere zusters er moeite mee hadden: met dat bedrag en met geld daarvoor gaan vragen. Maar ik hoorde ook dat de nood eigenlijk heel groot is. Men komt niet rond met de dagelijkse exploitatie, en dan gaat het dus niet om zaken als groot onderhoud van het gebouw en dergelijke. 

'Ja' zei ik tegen zuster R., 'dat dacht ik ook al wel: Jullie missen in twee jaar tijd ineens drie AOW's!' Drie zusters zijn vertrokken naar een klooster-verzorgingshuis, en uit mijn tijd in het klooster van Velp, wist ik, dat de kloosterlingen in feite leven van de AOW's van de ouderen. Plus wat inkomsten van gasten. 'Ja, maar Mirjam, wie weet dat nou!' zei ze meteen terug. 'Toch harder daarover roepen!' zei ik.

Daarom besteed ik hier maar even een blog aan. De Clarissen hebben besloten om wel kenbaar te maken middels een brief dat bij de activiteiten een vrijwillige bijdrage welkom is, zoals ook al gebeurde bij de meditatie, middels een houten schaaltje bij de uitgang, maar ze gaan geen richtprijs vragen. Met de secretaris van Stichting Vrienden van de Bron, heb ik al gebrainstormd, of het niet mogelijk zou zijn dat er van hen uit een maandelijks bedrag naar de Clarissen gaat voor de dagelijkse exploitatie. En of en hoe er dan zoveel geld maandelijks kan binnenstromen, vergelijkbaar met 3 AOW's.

Hoe dat kan, weet ik ook allemaal niet zo meteen. Maar hier een oproepje doen, lijkt me vanuit mij bekeken wel een beginnetje. Wie dit leest en dit project wil steunen: zeg het voort, aljeblieft. Zo'n plek van stilte en bezinning is zoveel waard, vind ik. Word vriend(in) van Stichting Vrienden van Clarissenklooster 'De Bron'. Stort maandelijks een bedrag op hun rekening onder vermelding van  'dagelijkse exploitatie' op rek. nr. 47 44 554.

zaterdag 16 november 2013

Puzzels van Venetië (2)



Ik beken: ik ben verslaafd. Aan het puzzelen. Aan het al puzzelend, me in Venetië bevinden. Elke avond ben ik daar nu eventjes. En, o, wat ben ik een slappeling daarin: nu zit ik met twee puzzels van Venetië en aan allebei moeten nu nog de blauwe lucht. En aan de ene, ook nog het water. Dacht ik alvast aan een nieuwe te beginnen en mezelf daarbij eerst op te leggen om bij de oude aan het water en de lucht te werken: zo werkt het niet. Want bezig zijn met een nieuwe is natuurlijk veel leuker.

Nu sta ik op het punt, om weer dezelfde fout te begaan: ik wil bij bol.com een nieuwe puzzel bestellen, zodat ik daar fijn volgende week aan kan beginnen. Maar ik kan dat toch niet maken: met twee onaffe puzzels? Of toch wel? ... Blauw; er is nog zoveel blauw op die andere puzzels: het blauw van Venetie overdag, als de zon schijnt en het mooi weer is. De puzzel die ik wil gaan aanschaffen is niet blauw: het St Marcoplein met avondgloren.

Ik ben een gewoontemens: want nu kan ik mezelf weer hetzelfde verhaaltje wijsmaken: ik koop deze nieuwe puzzel en omdat er geen blauw inzit, word ik vast gestimuleerd om onderwijl aan die twee andere puzzels te werken, terwijl ik ook weer op een ander plekje in Venetië ben. Dat is het geinige van dat puzzelen: bij de twee vorige puzzels bevond ik me aan twee zijden van hetzelfde. Dezelfde daken van de palazzo's, maar nu vanaf de andere kant. Wat om de hoek van de ene puzzel gebeurde, zag je op de andere, zoals wanneer je op de vaporetto omkijkt.

Nou, ja. Wat maakt het ook uit, eigenlijk? Het is wel geinig om tussen de onaffe grote puzzels te zitten, half te liggen. Omdat ze onaf zijn, kun je ze ook niet opbergen. Dus dan tuur je van de ene naar de andere, en soms ja, leg je dan toch weer een nieuw stukje aan. Mischien besluit ik uiteindelijk dat ik dat blauw er gewoon inverf, met wat stukjes eroverheengeplakt. Als ik ze wil plastificeren. Lijkt me ook wel geinig, om een wand of een deur in huis met puzzels van Venetie te beplakken.
En met dit soort van gedachten houdt dit mens zich bezig, gedurende haar tijd van leven.

Engelenmoment

Ik was in het Teylers Museum in Haarlem. Kijken naar 100 etsen van Rembrandt. Toen zag ik dat ik er vier als ansichtkaart al heel lang verspreid in mijn huis heb hangen. De heel jonge en heel oude Rembrandt bij mijn leesstoel. Zo geweldig, en hoeveel mensen- en zelfkennis zit er op jonge leeftijd al, in die enkele dunne lijntjes: de jonge, met bravoure en toch ook met een soort van zelfironie. Nu viel ik helemaal voor het offer van Abraham.

Je ziet het getergde, met strijd doorlopen gezicht van Abraham met het mes in zijn hand. En zijn zoon, in hulpeloze houding, geen idee wat hem aan het overkomen is. Zij beiden worden in de hand gehouden, letterlijk en figuurlijk, door de engel, met grote vleugels en sterke armen. Die houdt haar ene hand voor de ogen van de zoon, zodat die niks ziet, en met de andere hand weerhoudt zij Abraham om zijn  eigen zoon te doden.

Engelen: ze worden soms als zoete wezens afgebeeld, romantisch, of dikbuikig barokachtig. Je hebt ze in meerdere klassen, zoals blijkt in de film Der Himmel über Berlin. Dit is allemaal niet zomaar uit de lucht gegrepen. Tijdens mijn studie heb ik ooit een engelenboekje uit de middeleeuwen bestudeerd. Daar worden allerlei soorten van engelen uitentreuren beschreven, geclassificeerd, waarvoor de ene dient en de andere niet en de ene engel is veel machtiger dan een andere.

Maar deze engel van Rembrandt, die verenigt voor mij alles wat een engel vermag: in één omarming, eén beweging,  behoedt zij degenen die onschuldig zijn, door hen het zicht te benemen op wreedheid en gruwelijkheid. En met de andere hand houdt zij degenen die op het punt staan om wreedheid te begaan, tegen. Dat is tezamen een grote daad van troost.

Hoe merk je zoiets in het dagelijkse leven? Deze engel geeft aan dat dit engelenmoment eigenlijk stilstaat. In dit éne moment zit geen beweging, want alle kracht is samengebald in die omarming van die twee mogelijkheden in je: je onschuld bewaren of een gruweldaad begaan. Dus het is geen kwestie van kijken naar allerlei activiteit rondom je of in je, om dit engelenmoment te bewerkstelligen en waar te nemen.

Juist stil staan. Diep ademhalen en zuchten, als dat nodig is. Troost zoeken en vinden in de dingen om je heen. Ik liep voordat ik de engel bij  Abraham en zijn zoon zag, aan zee bij Zandvoort. De zee zelf, het strand, de golven, de meeuwen en de kleine strandlopertjes: die waren op dat moment de engel van de troost.