maandag 10 februari 2020

Naar Bali!

Gisteren heb ik dus op de knop gedrukt. Met een droge keel, voor het eerst, want het is toch anders om een reis te boeken in je vakantietijd die je al langer van te voren gepland en aangevraagd hebt bij je werkgever dan nu, waar je van het ene op het andere moment ingrijpt in je eigen leven en nabije toekomst. Volgende week om deze tijd ben ik net op Bali geland. Ik ga voor een maand een kamer bewonen in Gusti Koko Homestay, een hoekkamer met veel ramen en uitzicht op de tuin, zes kilometer ten noorden van Ubud en twee minuten wandelen van de rijstvelden.
Op Google Earth lijkt het erop dat de familie vier gastenkamers gebouwd heeft aan de straatkant, meteen links van de poort waardoor je op hun compound komt en ik heb al contact gehad met Gusti en kon kiezen welke kamer ik wilde, ik ben er vooralsnog dus de enige gast. Ook meldde hij dat er op 19 februari een groot hindoeïstisch Balinees feest is en daarvoor heb ik mijn aankomsttijd aangepast zodat ik dit mee kan maken.

Het is het feest van Shiva elke maand bij Nieuwe Maan. De vrouw met de doeken op het strand van Mahabalipuram ging er elke maand heen, naar een van de zeven heilige steden van India, ik was er ook een dag, It gives me peace, zei ze daarover. Maar in februari wordt het nog grootser gevierd en is het een nationale feestdag in India omdat het dan het donkerst is op de aarde. Je viert dat in het donker de geest rust en zich vernieuwt en met Shiva weer op aarde komt. Dit lijkt dus op het christelijke kerstfeest, het is dezelfde beweging van het donker midden in de winter, naar het licht. Bij de Hindoes volgt dan een paar weken later het Holi-feest, dat gelijk loopt met de opwarming van India naar, voor de westerling, welhaast ondraaglijke hitte. In Europa moet je langer wachten van december tot in maart-april, eer de lente definitief aanwezig is en dus is er dan pas weer een feest, het christelijke Pasen.
Ik ben benieuwd of Holi ook uitbundig gevierd word op Bali, want Bali kent geen grote temperatuurschommelingen, het is er altijd tussen de 25-35 graden met wel een moessontijd van November tot Maart. In India is Holi op 10 maart, ik ben dan ook nog op Bali, dus ik zal het vanzelf ontdekken.

Ik was eerder op Bali in 1976 met mijn familie en maakte er een aardbeving mee. De grond golfde onder het eettafeltje waar we zaten, Moeder zei al tegen de broertjes dat ze moesten stoppen met klieren, en toen rende iedereen als een massa naar de hoofdstraat waar meteen een verkeersstroom van uittocht op gang kwam. Dat was in Den Pasar wat toen maar één hoofdstraat had, maar nu een grote toeristische stad is geworden. In de nacht leek het in de tent aan zee alsof ik lag op een levend lichaam dat bewoog en ademde, dat waren de natrillingen. Ik was meteen geraakt door de magische sfeer op Bali, ook wel het godeneiland genoemd, door de aardbeving in het begin ook wat dreigend, naar gaandeweg betoverend.

Door dit bezoek aan Bali ben ik weer op het spoor van religie gezet omdat ik mensen om mij heen zag die zo vanzelfsprekend samenleefden met het goddelijke. Tevoren had ik mij geheel afgekeerd van religie en godsdienst, en had ik een poging ondernomen om mij uit te schrijven uit de katholieke kerk omdat ik de boel een hypocriet zooitje vond. Dat kon niet zomaar zei de priester van de parochie want eenmaal gedoopt; dat was blijvend... voor mij een extra reden om ervan te gruwelen: dat je buiten je eigen bewustzijn en verstand zomaar ingelijfd was. Maar op Bali werd er weer iets aangeraakt, hier klopte het gedrag van mensen met mijn eigen besef dat het leven meer is dan alleen maar zorgen voor je eigen natje en droogje.

In 1992 was ik opnieuw op Bali, op doorreis naar W. in Nieuw Zeeland en van mijn verblijf in Ubud herinner ik mij de veranda naast een klein stromend beekje, waar tijdens het ontbijt er een vrouw bij een altaartje bij het water elke dag de bloemen kwam verversen. En de prachtige fietstocht door de omgeving en door de sawah-velden... Ubud was in mijn herinnering van 1976 niks meer dan verspreide huizen waar veel kunstenaars woonden, wij bezochten er een masker-maker en twee houten maskers, de goede en rechtvaardige en wijze koning, donkergroen met een heldere en onderzoekende blik, naast de donkergrijze ‘clown’, de nar, de stuntel, gevoelig voor de donkere kanten van het leven,  hingen sindsdien in de woonkamer aan de muur. De Balinese maskers hangen nu bij Broer. In 1992 was er al een klein netwerkje van meerdere straten, aaneensluitende winkeltjes en restaurantjes...

Nu schijnt het er druk en vol te zijn met een groot internationaal publiek, op Airbnb loopt het overnachtingsaanbod over de 300, op Booking.com 1417, van simpel tot héėl sjiek en duur, villa’s met zwembaden en wellness en yoga-studio’s. Dat schijnt een nog grotere vaart genomen te hebben door de bestseller van Elizabeth Gilbert, Eat, Pray, Love die hier in Ubud haar Braziliaanse man leert kennen, het happy end van haar zoektocht.
Ik ga het allemaal meemaken en zien, maar zie mij vooral ook wandelen over kleine paadjes door de rijstvelden.

zondag 9 februari 2020

Amanda Palmer. The Mushroom Hunters. Neil Gaiman

Dit is de tweede keer dat TED mij op de zondag op een nieuw spoor zet. Als aanbeveling kreeg ik de Tedtalk The Art of Asking door Amanda Palmer. Zij blijkt een extraverte musicus die haar werkend leven is begonnen als wit levend standbeeld. Daar leerde zij te vragen, om niet: een hoge hoed voor haar, waar het geld in kon, de aandacht trekken van voorbijgangers, ze doordringend aankijken, een bloemetje aanbieden. Dat leverde korte intense onverwachte ontmoetingen en interactie op, waar ze kon voorspellen wat ze elke dag verdiende: door de week meestal 60 dollar, op de vrijdag 90 dollar.

Als musicus en performer laat ze vervolgens zien dat ze deze praktijk heeft voortgezet: het publiek, de mensen vertrouwen, zich aan hen overgeven, niet bang zijn. Zij laat zich tijdens optredens vallen in het publiek, wordt letterlijk op handen gedragen en een keer vertoont ze zich naakt en mag iedereen hun handtekening op haar huid zitten. Zij doet aan couchsurfing en maakt mooie dingen mee; dankjewel zeggen en vertrouwen is een kunst die iedereen goed doet, zegt ze. Ze krijgt een hekel aan de muziekindustrie en besluit haar muziek gratis aan te bieden, geef maar wat je wilt of niet: zij hoopt op 25.000 dollar maar krijgt 1,2 miljoen.

Ik ga naar Spotify. Wat een originele muziek met punk en circusachtige sferen, maar daar waar ze alleen haar gedachten deelt met een ukelele of een piano die klik ik aan als favouriet: In my mind, The Ride. Ik kijk op YouTube want nu wil ik haar ook zien optreden: energiek, vitaal, extravagant, ze doet soms aan Bette Midler en aan Ellen ten Damme denken.

En dan zie ik het animatiefilmpje waar zij een gedicht van Neil Gaiman voorleest. Hij is degene door wie ik definitief belangstelling heb gekregen voor de graphic novel door zijn Sandman-project. Hij is geïnspireerd door de Noorse mythologie, heeft een gigantisch oeuvre en wordt in sommige kringen een van de belangrijkste moderne verhalenvertellers van deze tijd genoemd.

Het filmpje heet The Mushroom Hunters. Hij blijkt het speciaal geschreven te hebben voor een congres  in Brooklyn over wetenschap, poëzie, kunst en verbeeldingskracht en het gedicht begint als volgt: Science as you know, my little one, is the study of the nature and behouvior of the universe. It’s based on observation, on experiment and measurement, and the formulation of laws to describe the facts revealed. 

Het gedicht vertelt dan verder, dat de mannen omdat zij jagers waren andere kennis en observaties vergaarden dan vrouwen. De mannen maken wapens vanuit hun prehistorie,  de vrouwen vlechten manden, zoeken paden van verbinding om de mannen weer te vinden. Het is een prachtig animatiefilmpje omdat het observatie en de daarbij horende ontwikkeling van de wetenschap nu ook in de handen van vrouwen legt. De beelden spreken voor zich en houden het geheel uit de sfeer van het betweterige of aanklagerige, het is vanzelfsprekend feministisch. Voor mij weer de ervaring hoe de toevoeging van beelden en tekeningen, de woorden; een verhaal, zoveel rijker kunnen maken.

En dan blijkt ook nog eens dat Amanda Palmer en Neil Gaiman elkaars echtgenoten zijn en dat Neil dit heeft geschreven terwijl hun kind dat onlangs haar eerste twee woorden sprak, op de buik van Amanda lag omdat het niet kon slapen. Het gedicht is, wanneer zij het voor het eerst voordraagt op dat congres, pas enkele uren oud... Voor mij is dit een zegening van het internet: zoveel nieuwe info in enkele uren tijd. En een persoonlijke cirkel is met deze ontdekkingen van Amanda Parker die een open huwelijk heeft met Neil Gaiman, rond.




zaterdag 8 februari 2020

Hannah Gadsby. Loreak. Sophia Kruithof

Gisteren een avond zitten Netflixen. Ik begrijp nu waarom dat een werkwoord is geworden omdat Netflix werkt als lopen in een bibliotheek en bij je eigen tafeltje terugkeren waar je wat boeken heb verzameld: je ziet waar je ooit in begonnen bent en kunt zo weer doorgaan en je scrolt door het grote aanbod. Zo heb ik half afgekeken in het rijtje, o.a. natuurfilms van David Attenborough, Star Trek waar nu een gekleurde vrouw de hoofdrol speelt, een Indiase film, series die gebaseerd zijn op graphic novels, Japanse animatiefilms, The Crown en Grace & Frankie;  bijna op, waarvan ik de gewoonte heb ontwikkeld om daar tijdens het koken naar te kijken.

Ik begon met een ontvangen tip: de stand-up Australische comédienne Hannah Gadsby, een show van haar is verfilmd: Nanette. Zij is én lesbisch, én heeft ADHD én is autist. Je moet lachen, je raakt ontroerd, ze snijdt alles aan wat ongemakkelijk is in een doorsnee burgerlijke maatschappij als je anders bent, het gaat over gender, kunst, de rare gewoontes van mensen die zij haarscherp observeert en onderuithaalt.

Daarna had ik nog wel zin in een film en scrolde door het aanbod en dat werkte als kijken naar de kaft van een boek: ziet het er aantrekkelijk uit, dan openen maar, de inhoudsopgave bekijken en dan ervoor kiezen. Het werd de Spaanse film Loreak ofwel Flowers. Er gebeurt heel weinig en tegelijk heel veel: Ane een vrouw krijgt te horen dat ze vroeg in de menopauze is geraakt, ze woont met een niet zo sprankelende man en ze krijgt een hele mooie bos bloemen, ze denkt van hem maar dat is niet zo. Dan krijgt ze elke donderdag zo’n boeket. Ze werkt op de bouw. Er is een oude vrouw Lourdes, die elke week een bos bloemen legt bij de snelweg waar haar zoon is overleden, haar schoondochter en dochter snappen niet waarom zij dit blijft doen en ondertussen legt een onbekende ook elke week daar een bosje bloemen... Dat is Ane, die vermoedt dat de verongelukte een collega was van haar, die haar die boeketten stuurde. De twee vrouwen leren elkaar kennen.
Het is sober en poëtisch gefilmd, met beelden die stillevens op zich zijn en dat is wat je meemaakt: het stille leven, onuitgesproken, waar gemis en verlangen onderhuids de toon van het dagelijkse leven  is. 

Toen nog even gekeken wie er in The Voice of Holland hebben opgetreden. Ik volg er de 17-jarige Sophia Kruithof omdat ik denk dat zij gaat winnen. En ja, ze trad op met het liedje Keep Your Head Up. Zij heeft zo’n mooie stem en pure uitstraling, ze doet me aan een jonge Eva Cassidy denken. Je ziet haar zingend met een gitaar vaak met haar ogen knipperen, ze zal dus best ook wel zenuwachtig zijn, maar dat hoor je niet. Ik heb het liedje nu al meerdere malen op You Tube teruggeluisterd, er zit een kleur van héėl levenskrachtige melancholie in haar optreden. Anouk, haar coach, maar er valt niks te coachen zegt zij zelf, verklaart dat ze na het luisteren de neiging heeft om snel de studio uit te rennen, naar haar kinderen en haar man te rijden, om ze te gaan knuffelen. 

vrijdag 7 februari 2020

Afdakje

Het is een prikkelend en aangenaam gevoel: met prepensioen zijn. Langzaam sijpelt door: dit is voor het eerst in mijn leven dat er werkelijk niks moet. Je leven lang moet je dingen: dat begint al met zindelijk leren worden, naar de kleuterschool gaan, enzovoort. Mensen suggereren dat ik binnenkort wel vrijwilligerswerk zal gaan zoeken en dan roep ik uit de grond van mijn hart: Nee! Ik weet heel zeker dat ik dit niet meer zal gaan doen. (Kijk als iemand heel dringend een beroep op mij zou doen... dan misschien wel voor een korte periode, zeg ik nu als voorbehoud)

Ik heb al vanaf mijn beginnende studententijd ook vrijwilligerswerk gedaan en de basis van mijn werkend leven was ook : parttime werken, om daarnaast nog andere dingen te kunnen doen, in concreto: vrijwilligerswerk, omdat ik mij niet wilde opsluiten in de ivoren toren van de theologiestudie of in één werkelijkheidje van beheerder zijn in een wijkcentrum. Altijd switchen van het een in het ander, dat vind ik aangenaam en houdt je geest flexibel

Bij werken hoort ook dat er andere mensen zijn die jou zeggen wat ze van je verwachten, wat je moet doen en laten. Ook bij vrijwilligerswerk, zelfs al kun je daar enigszins je eigen baas zijn, zoals in de Stichting Ouderen-Jongeren waar ik wel 15 jaar lid van ben geweest en we zelf bepaalden wat we met elkaar deden. Maar verder... elke vrijwilligersorganisatie verwacht iets van je.

Gisteren ben ik zowat de hele dag bezig geweest met mijn afdakje achter het huis. De basis ervan was ooit drie palen, kippengaas van de dakgoot naar die palen en een rieten mat daarover heen. In de loop van de jaren is dat uitgegroeid met een grote doek die ik op Koninginnedag gevonden had, klimop en bruidssluier die daarop groeide, oud grondzeil van tenten en uiteindelijk zijn er ook twee oude tenten met tentstokken in verwerkt en heel veel lange stengels bamboe uit de tuin. Het is me dus dierbaar, want er zit zoveel geschiedenis en leven in verwerkt, hoe onooglijk en krakkemikkig het ook is.

Bij de grote sanering van de klimop en de bruidssluier achter het huis, kondigde de woningbouwvereniging aan dat dit afdakje zo goed als zeker zou gaan sneuvelen omdat het geheel vergroeid was met al dat levend groen wat weg moest. Na een ‘onderhandeling’ zouden ze wel een nieuw afdakje komen timmeren van hout en dan kon ik zelfs nog bepalen of ik er een stuk boven van glas ofzo erin wilde. Maar ik bewaarde liever het oude en op de dag zelf bleken ze alle klimop en bruidssluier toch vlak onder de dakgoot weg te kunnen snijden.

Maar nu zijn we weken verder, en het afdakje heeft dus geen houvast meer met daarboven en enige dagen geleden zei een dragende stok, een oude bezemsteel, ‘krak’ en zakte het afdakje in. Dus gisteren was het de keuzedag: kon ik het nog herstellen of zou ik uiteindelijk contact met de woningbouwvereniging opnemen met het verzoek alsnog een nieuw afdakje te komen maken? In winkels kocht ik zonder nog precies te weten hoe of wat, een soort van ophanghaak met klittenband dat 135 kilo kan dragen, tieribs en ijzerdraad en ging ik zonder een echt plan aan de gang, al uitproberend en kijken of het werkte om het ingezakte afdakje weer naar boven te krijgen.

Halverwege dacht ik: nee, dit gaat niet lukken... ik moet toch maar gaan mailen.... maar ineens ontstond er wel een opeenstapeling van handelingen die iets opleverden: bamboe buigen onder het witte zeil, verbinden met bamboestokken van het huis naar voren, de ophanghaak kon via een gat in het zeil verbonden worden met het kippengaas erachter en van de oude bezemsteel die in tweeën was gebroken kon ik toch weer tot twee separate draagkrachten maken en ineens het idee om nog een oude paal schuin toe te voegen aan de zijkant, om het kippengaas-gedeelte weer wat omhoog te krijgen. En zo ontstond er een nieuwe constructie.

Nou ja, constructie?... Alles ziet er schots en scheef uit, ik kan er net doorheen lopen met mijn lengte, maar dat was al zo: als je het associeert aan het onderkomen van een tent dan is het oké, al weet ik nog niet hoe waterdicht het is. Maar als je het associeert aan een veranda, dan ziet het er nu niet uit, dan kan ik beter een echt getimmerd afdakje van de woningbouwvereniging krijgen. Dan staat er iets kaal, gladgestreken en dat is voor de mussenkolonie waarschijnlijk ook niet prettig, stel dat dat alsnog de doodsteek zou kunnen worden, dat zou wel heel sneu zijn, omwille van mijn bewoning.

Dat bezig zijn met dat afdakje, zonder vooraf gemaakt plan, al doende het laten ontstaan en daarna weer verder kijken of het echt iets is en misschien toch weer een andere koers gaan varen, en al doende ook leren en op nieuwe ideeën komen... zo wil ik nu graag leven, van afdakje naar afdakje.

woensdag 5 februari 2020

Opera Melancholica

Ik ben naar een heel bijzondere voorstelling geweest: Opera Melancholica een samenwerking van het Scapino Ballet, Opera2Day en New European Ensemble. De zaal was al vanaf 19.00 open en achteraf  hoorde ik dat er mensen in lichtgroene kleding in het publiek interviews aan het afnemen waren. Ik kwam na 19.30 de zaal in, die verlicht was, mensen konden gewoon binnendruppelen. Op het toneel muzikanten in het wit, strijkinstrumenten in een beetje arena-achtige setting en twee mensen in het groen lazen vanaf een blocnote teksten voor die over melancholie gingen.

Langzaam doofden de lichten van de zaal, de muzikanten gingen weg, de orkestbak vulde zich met musici. Er kwam een doktersfiguur op, een gemoedelijk type en de lichten gingen weer aan en hij houdt een college over de soorten van melancholie en hij begon een praatje met het publiek. Of er meerdere dokters in de zaal waren en of ze weleens patiënten met melancholie in de praktijk hadden? Een vrouw uit Oosterhout deed haar verhaal en je denkt nog: zit zij in het complot, hoort zij bij de cast? En of er mensen waren die zelf weleens melancholisch waren? Op het toneel in het midden een heel grote witte schedel, even een voorproefje om in de juiste stemming te komen.

De lichten doofden weer en er kwam een danseres op, die rondom de schedel danste. Zo expressief, bewegingen die innerlijke strijd heel voelbaar maakten, van robotachtig naar onzichtbare wanden aftasten, in jezelf imploderen en heel klein zijn en dan weer schreeuwende en wilde gebaren,  een explosie naar buiten... Ja, ik werd er wel een beetje melancholiek van, ik moest denken aan een dierbare... De gemoedelijk keuvelende dokter kwam weer op en betrapte me door te zeggen dat we nu vast al een beetje melancholie hadden ervaren en voerde gesprekjes met mensen in de zaal en pas toen een meisje schuin achter me hakkelend iets vertelde, wist ik dat het écht was. Het bleek ook dat er in het begin teksten waren voorgelezen van jongeren die ook in de zaal waren. Dat was mij inderdaad al opgevallen, dat er ook andersoortig publiek zat.

Even denk je: als dit de hele voorstelling zo doorgaat, is dit ‘het anatomisch theater van de psyche’ wat de belofte van de dokter is, dat je daarin wordt meegenomen... Maar waar is de opera? Er moest ook muziek komen van Phillip Glass. Dokter vertelt dat we zometeen in de schedel gaan kijken van Roderick Usher uit een verhaal van Edgar Allan Poe, The fall of The House of Usher. Hij heeft twee imaginaire metgezellen: het gevoel en het bewustzijn die strijden om zijn aandacht, en de geneeskunde hoopt dat hij uiteindelijk mee zal gaan met het bewustzijn en niet zijn gevoel. Maar bij melancholie zijn beide als een Siamese tweeling en het gevoel, zijn tweelingzus Madeline , blijkt verbeeld door de vrouw die eerder al heftig en gepassioneerd danste.

En dan begint de opera, een bellenblazende jongen komt op... Roderick verschijnt, de schedel wordt gelicht en dan word je ondergedompeld in prachtige beelden, ze zingen en dansen in water en al eerder waren er woorden dat bij melancholie het hart lekt, het is er duister met sneeuwbuien, rode explosies, de zang van de twee mannen Roderick en zijn ingebeelde jeugdvriend William, zijn bewustzijn, is meeslepend, de muziek zuigt je mee in een soort van stroperige herhaling dat wat je ziet onontkoombaar is en niet zomaar is te veranderen. 

Pas achteraf waardeer je dan dat alles begon met een alledaagse setting van wat mensen en jongeren in de zaal die weten wat melancholie is omdat je na de voorstelling dichterbij de ervaring komt dat melancholie geschakeerd is in een kleurenpalet van een beetje somber, wat iedereen herkent naar waanzin... Heel apart, deze voorstelling begon saai en lacherig educatief en eindigde meeslepend. Na de strijd van Roderick onder zijn schedeldak, kwam ook het jongetje weer op, bellenblazend en de kleurige bellen proberend te vangen. Zo ga je weg met een beeld dat zacht en poëtisch is. Dat gun je elk persoon die lijdt aan melancholie. 


dinsdag 4 februari 2020

Tolk van Java. Choice

Ik ben vorige week naar de toneelvoorstelling De Tolk van Java geweest. Het boek van Alfred Birney had ik vaker in de bieb bekeken, maar telkens toch niet meegenomen omdat ik dan toch niet zo’n zin in zoiets heftigs had. Het gaat over een zoon die achter de oorlogsgeschiedenis van zijn Indische vader komt in Indonesië, het voormalig Nederlands-Indië. Die vader heeft altijd doen voorkomen alsof hij in Indië vooral een tolk op Java was, maar in werkelijkheid is hij geheel ondergedompeld geweest in de wreedheden aldaar en heeft hij talloze mensen gedood tijdens de Japanse bezetting en de politionele acties, waarmee Nederland zijn kolonie probeerden te behouden.

Het toneelbeeld begint sober, overal zijn houten rechthoeken op de vloer te zien, voor mij een associatie met geordend wrakhout of dingen in het gelid. Tijdens de voorstellingen blijken het de ruggensteunen te zijn van schimmen en schaduwen van mensen die tijdens de voorstelling éėn voor één omhoogkomen. Uiteindelijk zijn vader en zoon en moeder geheel omringd door al die gedode mensen van ooit. ‘Heftig’ is het woord dat we uitwisselden bij het verlaten van de zaal.

Hoe ga je om met een oorlogsverleden en hoe werkt het eventueel door in een volgende generatie, ook als er nooit over gesproken wordt? Zelf kwam ik wel weer dichtbij de geest van Moeder van wie ik denk dat haar oorlogservaring toch een zware wissel heeft getrokken op haar emotionele leven, alhoewel ze nooit een écht slachtoffer was of behoorde bij ‘de daders’. Als jong meisje ging ze met haar familie naar hun huis in de bergen om de onrust in Surabaya te ontvluchten, maar bij terugkomst zag ze het bloed door de straten, onthoofde en opgehangen mensen, lijken... Dat kan de kiem zijn van een bestaansangst: dat je nooit meer kunt vertrouwen dat de wereld en de mensen om je heen veilig zijn.

Ik lees nu De Keuze, Leven in Vrijheid van Edith Eva Eger. Vriendin W. zei dat dit voor haar het belangrijkste boek was van de afgelopen tijd omdat zij zo overtuigend vertelt dat je zelf een keuze hebt: wat de verschrikking ook is geweest in je leven, aan lijden kan niemand zich onttrekken, maar je kunt wel zelf een keuze maken om daarin geen slachtoffer te zijn en je leven op te pakken en vorm te geven. Je kunt de gevangenisbewaarder zijn van de gevangenis van jouw verleden of jezelf bevrijden en in vrijheid leven. Edith Eva Eggers heeft alle recht van spreken, zij heeft Auschwitz overleeft en heeft als 16-jarige moeten dansen voor Mengele.

Van arme immigrant in Baltimore na de oorlog waar zij aanvankelijk nooit wilde praten over het verleden, zich bijna kapotwerkend in een fabriek en zich overal een ontheemde voelend, wordt zij uiteindelijk psycholoog die anderen met oorlogtrauma’s en andere verschrikkingen die hen zijn overkomen, begeleidt. En nog steeds zegt ze daarbij dat in het helpen van anderen ze nog altijd ook haar eigen pijn en trauma verwerkt. Zij ontwikkelt wat zij noemt: 'Keuzetherapie’. Vrijheid draait om keuze, CHOICE  in het Engels, en dat is kiezen voor Compassion, Humor, Optimism, Intuition, Curiosity en self-Expression,

Ja, dat gun je iedereen: geen slachtoffer van je verleden worden en gevangenisbewaarder zijn, maar voor de vrijheid kiezen. En dan blijkt dat die keuze telkens ook een keuze is om met anderen je leven te willen delen op alle niveaus . In De tolk van Java zit de beklemming en de heftigheid erin omdat er niks gedeeld wordt en het gezin vastzit in een gevangenis van het verleden. Hoe anders dan de dynamiek en stroom die op gang komt als je je oefent in mededogen,humor, optimisme, intuïtie en zelf-expressie.

maandag 3 februari 2020

CRUX. Zoektocht naar bewoonbaarheid

Ik had de afgelopen week al veel musea bezocht en had niet gedacht dat ik in Museum De Fundatie de hele middag tot sluitingstijd zou blijven. Ook wel omdat op het eerste gezicht de schilderkunst van vier kunstenaars uit Leipzig mij niet meteen aansprak: ik zag donkere gebouwen of juist felgekleurde doeken met schetsmatig daarin wat vage contouren van gebouwen, onduidelijke rasters, houten bouwsels in takken en wortels. Maar het omgekeerde gebeurde uiteindelijk: ik werd lyrisch en meegezogen in de verbeelde werelden, waar geen mensen in voorkomen maar juist daardoor vertellen over de werking van het brein zelf en de zoektocht  naar bewoonbaarheid. 

Leipzig is een brandhaard van de schilderkunst, ook al in de DDR-tijd en ik heb in De Fundatie eerder overzichtstentoonstellingen gezien van schilders uit Leipzig die zich juist kenmerkten dat daar véél mensen op voorkwamen zoals bij Werner Tübke of Neo Rauch die ze neerzet in een beetje surrealistische decors. Drie van de vier kunstenaars van deze jongste generatie schilders uit Leipzig zijn bij de laatste in de leer geweest en De Fundatie kocht onlangs een groot werk van Neo Rauch aan voor 650.000 euri, het hangt ook ergens op zaal en eerlijk gezegd zag ik dit er niet vanaf...

Wat meteen imponeert zijn de grote monumentale doeken en de grote beheersing van de kunst van het schilderen zelf. Fotografisch helder, oog voor details, soms juist met opzet vervagend zodat je de werking van de kwast voelt en je ineens realiseert dat een kunstenaar, een mens, al haar krachten van technische kunde en verbeelding heeft ingezet. Dat zorgt voor een soort van eigen dramatiek zoals het grote werk van Anselm Kiefer dat ook bij mij doet, het voelt als Duitse dramatiek: groots, zwaar, gedegen zoals de romans van Thomas Mann.

Crux heet de tentoonstelling en vier kunstenaars zijn elk een poot van deze X. In een klein zaaltje tegenover de lift hangt aan elke wand een werk van ieder van hen. En ja, de associatie met het kruis is bewust aangebracht door het doek van Titus Schade: een soort van papieren of stalen kerktoren waarin een kruis over de hele lengte van het gebouw is gesneden. Het vreemde bouwsel dat tussen boomwortels groeit, rood-wit gestreept; in India weet je dat je je dan in een tempelgebied bevindt, van  Mirjam Völker associeert weer meer voor mij aan de betekenis van Crux als kernpunt en sleutelmoment. Hiertegenover hangt een werk van Martin Kobe: vanuit abstracte puntige rode vormen in de linker onderhoek evolueert het schilderij naar iets wat op een groot terras lijkt met uitzicht op blauwe lucht tot in de rechter bovenhoek. En tegenover het gespleten kerkgebouw hangt de donkere computer-en-spel-werkelijkheid dat een associatie heeft met labyrintische gangen, van Robert Seidel.

Kortom deze tentoonstelling is weer fantastisch gecureerd, zoals ik dat vaak in Museum De Fundatie denk: er is daar een aansluiting met het moderne bewustzijn en deze keer is de tentoonstelling in nauwe samenwerking met de vier kunstenaars gemaakt. Al deze vier kunstenaars staan midden in de tijd, waar gezocht wordt naar onze verhouding met de natuur, de techniek, de stad, de wereld op het internet. De werkelijkheid is onaf, meerduidig, we lopen in zoveel decors, vinden op gekke en onverwachte plaatsen bewoning die de logica en rationaliteit overstijgt... Dit zijn de woorden die Crux bij mij naar boven doet borrelen. Ik raakte op deze tentoonstelling de tijd kwijt en dat is voor mij het beste wat mij kan overkomen.