De rhododendron die bloeit in de beeldentuin van Kröller Müller; dat is wel toptijd.
Rhododendron hoort bij mijn jeugdherinneringen. In en rondom Nijmegen zijn ze veel te vinden. Het verhaal ging, dat de rijke baron die er toen woonde, drie dochters had, en eentje ervan hield van rhododendron. Zij stierf en als nagedachtenis aan haar plante hij ze overal. Een van mijn herinneringen is, dat ze vlakbij mijn lagere school bloeiden. Dat was het bos bij het kasteeltje waar zij woonden. Met de klas gingen we dan ergens onder de omheining door en zochten er ook naar kikkers en insecten. Dat hele gebied is ontgonnen en is het grote ziekenhuisterrein van het Radboud geworden.
Het was spannend en sprookjesachtig: de juf liet blijken dat we iets deden was eigenlijk niet mocht, er zou zomaar een boswachter kunnen komen. Maar ik had nog nooit zulke grote bloemen gezien en ze torenden ver boven mijn hoofd. Wellicht vormt dit de basis dat pastelachtige kleuren van lichtroze tot paars, mijn lievelingskleuren zijn geworden.
Én de lathyrus met dat flodderige licht transparante bloemblad, dat zich vlechtte in het grote gatengaas langs de zandbak in de tuin.
Vijf stukken van zuilen, speciaal ontworpen voor de Kröller Müller tuin, om er ook een soort van heilige ruimte van te maken. Alleen kunst is daartoe in staat; een ander en nieuw perspectief geven in de tredmolen van alledag. Het wordt nooit feestelijker als nu de rhododendron bloeit!
En dan de langzame bewegingen volgen, als stalen riet in de wind, half liggend in een stoeltje.
S’avonds laat, terwijl het al donker was en het licht regende, plukte ik een takje, hier vlakbij.



