donderdag 11 januari 2018

Luikjes open

Ik kijk naar mijn eigen leven en naar de levens van anderen, zie de voortdurende stromen van verandering, herinneringen als krachtige onderstromen, die de huidige stroom dragen. Soms gaan er luikjes uit je verleden open waarvan je niet eens wist dat het er was... Gisteravond opende nichtje L. een luik omdat ze appte dat ze oude blogjes had overgelezen, waar zij in voorkomt. Dus ik deed hetzelfde. Ach... toen ze jong was, zandkastelen bouwen, liedjes zingen, in haar tuin kamperen.

Ze appte ook dat ze wel wat traantjes had weggepinkt bij blogjes waar Moeder, haar oma dus, in voorkwam. Zelf was er de avond ervoor een gigantisch luik bij mij open gegaan, waar ik heel dicht bij een onderstromende gevoelslaag kwam van moeder, die ik lang vergeten ben, maar mij wel meebepaald heeft in een soort van bescherminggevoel voor haar.

Hoe gaat zo’n luik ineens open? Ik zag een interview met Steef de Jong en stukjes uit zijn show Groots en meeslepend wil ik leven. Zijn passie is de operette en met een mengeling van grappig, heel speels en inventief , zingt hij een hele operette en vertolkt alle personages met zelfgemaakte bordkartonnen plakkaten waar hij zijn hoofd insteekt en die kunnen bewegen zoals in van die uitvouwbare boeken. Zo geestig, terwijl ook de emoties van de operetteliederen bewaard blijven. Het programma eindigde met gekozen fragmenten van Franz Lehar, uniek binnen de operrettemakers, vertelde Steef, omdat er bij hem ook altijd sporen van tragiek aanwezig zijn. Het is niet zomaar vrolijk en luchthartig.

En toen ging het open. Ik ging met Moeder naar operettes in de schouwburg! Het land des lächelen, het kwam zomaar in me op. Ze had een lievelingslied waar ze als kind in Indonesië al gek van was. Ik hoorde en zag het haar neuriën en haar iets zeggen over de melodie, zo mooi, zo verlangend. En ondertussen zocht ik op YouTube en daar vond ik het: het Viljalied. Het gaat over een jager in het bos die betoverd raakt van een jong meisje, bovenaards en zij ontglipt hem weer. Er kwam een zanger voorbij: Rudolf Schock en ik zag Moeder zwijmelen: ze was fan van hem. Het Wolgalied en anderen liederen bekeek ik nu. En ik kon me met gemak verplaatsen in Moeder als puber, zestien ofzo en gek van deze warme, viriele, vriendelijke man uit een stuk.Ik wist er niks meer van en daar was het, ineens.

Ik appte nichtje L. terug, dat ik het wel heel leuk vind dat er zoveel blogjes van ons zijn. Ja!, reageerde ze, ik vond het einde typen, in regenboogkleurtjes zo leuk. Dat blogje kan ik niet terugvinden. Het zal wel altijd zo blijven dat nichtje L slimmer in computers blijft, dan mij. Ik wilde nu Einde typen in regenboogkleuren, maar het lukt me niet, ik weet niet hoe! (E I N D E)

dinsdag 9 januari 2018

Water-en-Vuur-winkeltje

Voor mij is het een pareltje om daarover te horen: dat er vroeger ‘Water-en-Vuur-winkeltjes’ bestonden. Wat is dat dan? onderbrak ik G. die terloops meldde dat haar opoe er eentje runde. Het is een winkeltje waar je gloeiende houtskooltjes vroeg in de ochtend kon halen, waarmee men vervolgens het eigen hout thuis mee kon laten ontvlammen. Je kocht dan meteen heet water, dan was je in een keer klaar.

Wat mooi toch en wat een concrete tastbare wijze om je dag mee te beginnen. Naar het Water-en-Vuur-winkeltje en dat zo het vuur en de warmte zich in een buurt verspreidde. Als iedereen geweest was, dan ging haar opoe naar de kroeg. Ze was een echte feministe, zei G. Ze ging dan kijken hoe het met haar man stond. Die wachtte daar in de kroeg, of er nog werk voor hem was, op die dag, maar ja, natuurlijk, legde hij daar een kaartje bij en dan dronk hij ook.

Ze kwam hem dan uit de kroeg halen, en alle mannen hoonden dan en riepen: Laat je dat zomaar toe, dat jouw vrouw naar de kroeg komt en je koeioneert? Ja, dus en als het te gek werd, sleepte ze hem er ook weg. Een sterke vrouw. Zoals G. dat ook is, maar haar eigen moeder niet. Die liet zich door iedereen beïnvloeden. Ze heeft de wens van haar familie gevolgd en de relatie verbroken met G.’s vader, een weesjongen en een straatzanger. Die verdiende zijn kost met liedjes zingen met een gitaar op straat. Toen is ze hertrouwd met een slapjanus en daar durfde ze niet meer van te scheiden, want een vrouw die twee keer gescheiden was, dat kon toen niet, dan was er met jou een steekje los en dan was je een slet.

G. heeft dat nog tegen haar moeder kunnen zeggen: Ik neem je niks kwalijk, dat het zo gegaan is, je had nou eenmaal niet zo’n sterk karakter en zo ging dat in die tijd.  Ze raadt het iedereen aan, om zo’n gesprek te voeren, als de ander nog goed bij is. Want dan kan je het ook goed achter je laten. 
G. gaat lang mee met iemand, maar als de maat vol is, dan is het ook gebeurd. Ik herken dat wel...

Haar tweede man dronk, hij wist niet dat zij wel wist hoeveel, want ze zette streepjes op de jeneverflessen. Toen ze haar kinderen en schoonzoon en kleinkinderen steunde in een tijd dat het moeilijk ging, vond haar man dat het teveel was: 'Ga maar bij hen wonen, ik heb niks aan je',  waarop ze reageerde: ‘Ga jij maar weg, jij wilt niet meer’ en gelukkig kon dat want het huurhuis stond op haar naam. Hij kreeg spijt en wilde terug, hij wilde de sleutels van het huis ook niet afgeven, maar  voor G. was het klaar en haar schoonzoon heeft er twee nieuwe cilindersloten ingezet. ‘Ik kan niet meer naar binnen!’, had haar man geroepen. 'Nee! En vind je dat gek?' had ze geantwoord. Zes jaar later stierf hij aan leververgiftiging.

Thuisgekomen, na het ontbijtje, keek ik naar de toespraak van Oprah Winfrey bij de uitreiking van de Golden Globes. Alle actrices hadden zich feestelijk en elegant is het zwart gestoken, als momentum en steunbetuiging aan de #Me Too beweging, die in Hollywood begonnen is met de onthulling van de zeer machtige Harvey Weinstein. Ik zag zijn naam voorbij rollen bij ‘The Lord of the Rings’. Oprah ontving een Lifetime Achievement Award  als eerste zwarte vrouw en herinnerde zich hoe zij als kind zag dat Sidney Poitiers dezelfde prijs won als eerste zwarte acteur en hoe dit in haar iets aanstak, wat nooit meer gedoofd is.

Sterke vrouwen: de opoe van G., en G. zelf en Oprah Winfrey en al die vrouwen die nu in het zonnetje gezet zijn en definitief in het licht zijn gaan staan, zó dat er een generatie zal komen, die nooit meer Me Too hoeft te zeggen, zo sprak Ophray Winfrey, heel gloedvol. Je eigen Water-en Vuur-winkeltje runnen, zélf een Water-en Vuur-winkeltje zijn, brandende kooltjes elke dag afgeven en warm water: dat is wel een mooi streven.

maandag 8 januari 2018

Herdenkingsdag

Gisteren was het de sterfdag van Vader. Toen Moeder nog leefde, kondigde ze die altijd al meer dan een week van te voren uitgebreid aan en dat ze een Mis liet opdragen met een misintentie met daarin iets van: ´Voor F. dat hij thuis is in het huis van God´ of iets dergelijks. Het eerste jaar ben ik nog wel mee gegaan, naar die Mis, gewoon op een werkdag en omdat ik toevallig kon, maar daarna niet meer. Er wringt dan toch iets: de wijze waarop Moeder ermee omging en hoe je zelf gedenkt en rouwt is niet hetzelfde.

Vorig jaar was Moeder er ook niet meer en ik weet nog dat ik de dag 7 januari herdacht heb, door een blog met daarin  hun beide antecedenten: Ter kennisgeving. Gisteren was een zondag, tegenwoordig omdat ik naar de kerk ga, toch meer een dag van bepeinzing en bezinning dan ervoor. Dus ik was me ten zeerste bewust dat het nu aan mij, een nabestaande, een kind van beide, is om hun nagedachtenis en het herdenken zelf vorm te geven.

Het was eindelijk weer eens zonnig en ik heb een rondwandeling gemaakt over alle bruggen bij mijn stad. Het is hoog water: een ware attractie, er waren heel wat mensen op de been. Het ziet er groots en machtig uit: al dat water dat tot aan de kade reikt en al het land waar in de zomer festivals en strandjes zijn, was verdwenen. Al wandelend dacht ik voor het eerst aan die dag terug, alweer negen jaar geleden: dat ik ´s middags bij de Kapucijnen in het klooster van Velp in de refter aan tafel zat, na in de ochtend gewerkt te hebben in de tuin en er het bericht kwam dat Vader niet goed was geworden en nog enkele uren te leven had en ik hals over kop naar het ziekenhuis ging.

Van de Kapucijnen had ik niks meer vernomen en er kwam ook geen medelevingskaart. Terwijl die wel kwam van al het personeel en de vrijwilligers van het klooster, met hun namen daar handgeschreven op. Ik had daar tenslotte een kamer. Ik verwachtte ze toen eigenlijk op de begrafenis. Nada, geen Kapucijn was aanwezig, wel twee nieuwe misschien-in-de-toekomst-medebewoners, die ook zéér verbaasd waren dat er geen enkele broeder was... Dit heeft zeker meegespeeld in mijn geheel afstand nemen van het klooster. Hoe is dat mogelijk, terwijl ik bezig was om mij te oriënteren om een deel van een leefgroep te worden van Kapucijnen en leken? Niet komen op een begrafenis van een ouder, van mensen van wie je het wel vanzelfsprekend verwacht,  trekt een emotionele zware wissel in mij. Een dierbare dode begraven  en de laatste eer geven, is één van de dingen die mensen tot mensen maakt en je in je ziel raakt.

De dag eindigde gisteren ook nog eens in de kerk van waaruit ze beide begraven werden. Daar was een concert van Cappella Vacalis, vier mannenstemmen die misdelen zongen van Josquin des Prez, afgewisseld met orgelspel. Mooi en passend bij de dag.

Gespletenheid

Het blijft me zeer verbazen: de gespletenheid waarin mensen  het gewoon vinden om in te leven. Zonet dus hét gesprek gehad of men mij disciplinair zal  straf-ontslaan. Mijn aangetekende brief zal wel een invloed hebben gehad, want de toon en houding was vanaf het begin allervriendelijkst en voorkomend. Terwijl de aankondiging nog zinnen betrof dat het vertrouwen in mij zeer ernstig was geschaad, enzovoort. Nu zegt het afdelingshoofd, de baas dus,  uiteindelijk: ´Als Hugo zou ik ook het gevoel hebben dat het mes mij op de keel werd gezet.´

Waartoe ik genoodzaakt ben om te besluiten is, dat ik gebruik ga maken van wat ´Het generatiepact en prepensioen´ heet. Vanaf mijn verjaardag, eind maart, 9 uur per week werken, 'klussen doen, zonder kunstlicht, zoals bladeren harken in de speeltuinen, tegen 75% van mijn loon en op mijn 63ste  met prepensioen.´ Dat worden aaneensluitend dan de dagen dinsdag en woensdag. Als ik hiervoor teken, zit ik eraan vast: ook als er in de komende jaren nog een gunstige regeling komt om vervroegd met pensioen te gaan: daar kan ik dan geen gebruik van maken...

Nu krijg ik morgen het definitieve voorstel per mail en mag ik er nog een week over nadenken. Men is nu nog in overleg of mijn maand salaris van december alsnog word uitbetaald. Zo niet: dan ga ik daar wel middels een brief bezwaar tegen maken... Waar ik willens en wetens voor kies, is dus ook om er niet nog meer werk van te maken. Wellicht had ik er via de rechter wel meer uit kunnen slepen... daar lijkt het een beetje op, gezien de toon van het gesprek. Raar. Hugo zei ook nog dat hij respect had voor de mail en aangetekende brief. Wat moet een mens daar nou van denken?...

zaterdag 6 januari 2018

Mens en dier

Gisteren door een toeval intens, het voelt aan als met huid en haar, gedrukt op de vraag of en wat het verschil is tussen mensen en dieren. Apart toch: enerzijds zijn er wereldwijde gedachtegangen gaande dat de mens straks door robots en A.I. kan worden overgenomen en anderzijds is er onderzoek naar dieren waarin ontdekt wordt dat dieren, net als mensen empathie kennen, aan politieke besluitvorming kunnen doen. Frans de Waal doet dat laatste en de nieuwe roman van M. Februari,  Klont heeft het eerste als thema. Hij heeft er ook een TEDtalk over gegeven in Amsterdam.

Klont gaat de boekenclub waarschijnlijk lezen en daarbij misschien iets van Eva Meijer, we zijn nog in beraad. Zij blijkt een heel veelzijdige jonge vrouw. Haar naam kwam me al bekend voor: ze zingt ook liedjes met een Joni Mitchel-achtige stem, ik vermoed dat ik haar op Oerol ooit heb zien optreden. Verder maakt ze theater en is docent filosofie en schrijfster. Ik had alvast een boek gereserveerd Dierentalen  en ik stond op het punt het te gaan halen.

Toen appte Zusje foto’s uit Beelden aan Zee. Daar is een tentoonstelling van Les deux garçons. Ik zag een soort van Siamese tijger hangen, twee koppen aan weerszijden en een ingesnoerde giraffe. ‘luguber’ , was mijn eerste gevoel erbij. Je kunt doorklikken naar een film over hen. Ze hebben ook een aap, lijdend aan een kruis gehangen, een piëta met aapjes, aangeklede poezen, een hert dat zich uitstrekt over glazen potjes hertenragout... Ze doden voor hun kunst nooit dieren, betrekken alles uit dierentuinen, circussen, laboratoria. Ze struinen de rommelmarkt in Luik af en alles wat ze daar aanschaffen aan sfeervolle dingen met leven erin, die onthoofden ze meteen in hun atelier en doorgaans komt daar dan iets van een dier op. Ze wijzen op klimaatverandering, het menselijke in dieren, en het geloof speelt een grotere rol dan ze zelf aanvankelijk dachten. ‘Luguber’ werd ‘intrigerend’, ik wist tegelijk niet wat ik ervan moest denken en stapte op mijn fiets.

In deze gemoedstoestand begon ik te lezen in Dierentalen.  Het boek is een vooronderzoek van een boek waarop ze eind vorig jaar gepromoveerd is Political Animal Voices en zit vol voorbeelden hoe dieren eigen talen hebben, elkaar namen geven, olifanten hebben een woord voor ‘mens’, en ze spoort aan om te gaan luisteren naar de dieren, want ze willen ook met ons in gesprek. Ik dacht aan mijn witte buurtpoes, die feilloos wist dat mijn aanvankelijke hekel aan haar veranderde in iets anders en sindsdien altijd als ze in mijn tuin is, mij even lijkt aan te kijken om te zien hoe mijn muts hangt.

Ik herinnerde me dat varken van heel vroeger, die als jong biggetje al in het huis scharrelde en toen ik het zag al aardig groot was en de familie nog niet wist hoe lang ze die nog in huis konden houden en tijdens dat gesprek dat varken naar me toe kwam, me met vriendelijke ogen recht in de ogen keek,wat knorde, alsof zij wilde zeggen: kom, doe eens een goed woordje voor me. Dit is alweer meer dan 35 jaar geleden, maar is me wel bijgebleven, waardoor ik toen Voskuil begon met zijn varkenslobby hem niet zomaar ongelijk kon geven. Maar ik heb altijd vlees gegeten, al was Ex vegetariër en vond de Dierenpartij toch een beetje raar. De vorige keer heb ik voor het eerst op ze gestemd.

Dieren kennen ook een soort van spiritualiteit, betoogt Eva Meijer, olifanten rouwen, ze komen jaren later terug op plekken waar iemand gestorven is en begraven dan de botten. Een film van David Attenborough kwam me voor de geest, waar je het verdriet van een groep olifanten mee kon voelen. De walvis Tilikum komt langs, die depressief was in gevangenschap en mensen heeft gedood. Daarvan heb ik een documentaire gezien, waar ze laten zien hoe Tilikum als jonge walvis gevangen is, haar groep uitgebreid om haar gaat huilen en rouwen en Tilikum jaren later iemand dood die actief bij haar gevangen neming betrokken was.

Dus hoe zit het toch tussen mens en dier? Ook mensen heb ik van  heel dichtbij uiteindelijk zien handelen op hun instinct, alle mooie woorden en beloftes ten spijt. Wat blijft haperen in me rondom die kunst van Les deux  garçons? Een van hen zegt liever dat hij wil dat iemand het allemaal lelijk vind en daar over blijft doorsudderen, dan de reactie: Wat mooi. Dat vindt hij te gemakkelijk. Ze zijn heel serieus bezig, dat zie je ervan af.

En zo ging ik 's avonds naar de Taizé-viering. Al die lichtjes, als ik er ben in zo’n ruimte die heilig is gemaakt, de intimiteit van in een cadans en ritme zingen, de woorden doen er bijna niet toe, maar ze wijzen naar liefde en het goede, dan denk ik: ik zou dit veel vaker willen doen. En ik dacht ook: dat zie je dieren toch niet doen. Al heeft Eva Meijer een voorbeeld van apen die gezamenlijk in stilte lang  in plassen water kijken, mediterend, zo lijkt het. 

Toen wist ik het ineens over Les deux garçons. Onze verhouding met dieren, alle dieren blijft definitief een andere dan van mensen onder elkaar. Dierenkunstenaar Tinkebell heeft van haar eigen poes een tas gemaakt en dat kan ik wel waarderen. Maar wij zouden nooit van een dode, iets anders maken. Geen tas, geen kunst, dat is werkelijk afstotelijk. Hoe dichtbij wij ons ook bij dieren kunnen voelen en een glijdende schaal kunnen ervaren tussen dier en mens, wij blijven anders. Zoals wij ook anders en onszelf kunnen blijven tegenover alle A.I.

Ik zie nu een lange lijn voor me die bestaat uit allemaal stippen, aan de ene kant de dieren, gaande naar de verschillende homo’s, dan de stip Mens, en daarna alle vormen van A.I., die uiteindelijk qua vorm, geheel op een mens kunnen lijken. Maar wij zijn die stip Mens. Onvervreemdbaar ook zichzelf. Als we daarvoor waken.

donderdag 4 januari 2018

De kleine mens

Ik mis het wel: de alledaagse input van mensen uit het Wijkcentrum. Ik vraag mij bijvoorbeeld af, wat hun commentaar is op dat nieuwe concept ‘de gewone Nederlander’. Als het al is opgevallen dat er zoveel om te doen is. Door wie? Ik vermoed middleclass  Nederland en de hoog opgeleide. Loopt Jan de Arbeider er warm voor? Ik weet het nu niet. Maar die is ook, geloof ik, niet bedoeld.

De laatste dagen herinnerde ik me dat ik in het laatste wijkcentrum waarin ik werkte en ik dan weleens zogenaamde leuke ideeën had wat er nog zou kunnen gebeuren, ik een keer terug hoorde: 'Dat is allemaal niks voor ons, wij zijn de kleine mens.’ Als ik ‘de kleine mens’ was geweest, dan was ik nu allang verslagen, denk ik, rondom mijn werk. Ik was dan niet bij machte geweest om een brief met argumenten te schrijven en ik was weggestopt onder de categorie: ‘Schreeuwlelijk en je hebt maar te gehoorzamen, want ik heb de macht.’ Misschien is mijn eindresultaat niet veel beter, maar ik ken dan wél de voldoening exact te hebben kunnen zeggen waar recht in onrecht verandert.

Ik had ook nooit meer de mussenkolonie kunnen redden. Mijn ‘welbespraaktheid’ heeft het tij doen keren. Vandaag waren ze er weer. Het was een prettig gesprek en  in ieder geval gaat niet alles weg en zij zijn ervan overtuigd, dat met hun snoeivoorschriften de mussen blijven. Ook dat is afwachten maar dat éne moment de vorige keer: 'Ik hoor het al, met u valt niet te praten, dan geef ik nu de opdracht dat ze kunnen beginnen’, dat moment kon ik keren en ik weet zeker dat dit meerderen in het wijkcentrum niet gelukt was. Levenservaring van generatie op generatie: je kunt nog zo hard schreeuwen, ze doen toch wat ze willen, je kunt daar niks aan veranderen.

Mijn dagen zijn nu op-en -af. Ik leef ofwel in de stilte en het onbegrensde rijk van de verbeelding, boeken en muziek en film. Of ik maak me heel druk over allerlei praktische zaken. Ik probeer die dagen ook echt van elkaar te scheiden en niet door elkaar te laten lopen. Dat is de erfenis van mijn kloostertijd: ik vind het heerlijk om dagen alleen, in stilte door te brengen. De kleine mens in dat grote heelal. Je bent zelf zo onbeduidend. Tegelijk kan je geest zich door tijden en eeuwen bewegen, werelden doorkruisen. Zoveel landschappen, uiterlijk en innerlijk.

dinsdag 2 januari 2018

Rondom de aardbol

Ook ik ben, zoals iemand in de omgeving van tv-recensent Bas in Trouw, tijdens de conference van Youp op de bank in slaap gedommeld. Wat was het voorspelbaar en ook zo gemakkelijk, dat gescheld op van alles en iedereen. Grof zijn, want dat is leuk, ik zie geen verschil met onderbuikgevoelens van ‘de gewone Nederlander’ op internet.  Maar misschien  heb ik nét de mooie subtiliteiten gemist?

Gisteren zag ik '100 jaar Toon Hermans', die begonnen is in een café in Sittard, zelf het decor met waterverf schilderend en vond de warmte van Toon en het contrast met het semi-café Zanzibar van Youp zo groot: Achter de ramen zat zijn muziekcombo... die verder in het donker zaten als Youp niet zong. In zijn eigen woorden: Flikker toch op man, schei toch uit! Dat hij buiten het café stond te conferenceren zegt eigenlijk al genoeg.

Hé, wat een negatieverig begin van het eerste blog in het nieuwe jaar. Even het Youp-gevoel van me afspoelen, want ik was deze dagen juist zo mild gestemd. Het vuurwerk vanuit mijn achtertuin was groots en uitbundig, met een volle maan. Ondanks berichten over regen en wind, was het misschien wel het mooiste vuurwerk met Oudjaar waarvan ik ooit meegenoten heb. Want zelf houd ik het bij een pakje sterretjes, en dat is dat.

Het Nieuwjaarsconcert in Wenen met de bekende toegift an der schöne blauwe Donau ontroerde me ietwat. Voor het eerst, het is zo’n obligaat nummer. Maar deze interpretatie had een subtiliteit in zich, van voorzichtige, tastende klanken naar het crescendo en dan weer terug. Ik zag al die talloze steden over de wereld die aan rivieren gebouwd zijn en al dat leven eromheen: vrouwen die op bootjes eten klaarmaken in Bangkok, flaneren langs de Seine, pakhuizen in Londen en Hamburg, de brug over de Arno in Florence... dit is wat mensen door de eeuwen heen doen, dacht ik; wonen, steden bouwen, leven van water en het land. Soms stagneert alles, maar het gaat ook weer dóór. 

Dat is traditioneel mijn Nieuwjaarsstemming. Dat ik het toch wel bijzonder vind dat er 95 landen kijken naar dit concert, op vijf continenten. Nu viel het me op dat het gesponsord word door Rolex, die ook de TEDtalks mogelijk maken. Een horlogemaker, de sjiekste in haar soort, die zich wijdt aan wereldwijde verheffing van de volkeren... ze blijken ook Nathional Geographic te sponseren en hebben grote operahuizen en theaters over de wereld mogelijk gemaakt.

Tegenwoordig is er een soort van besef aan het ontstaan dat Google en Facebook het van de mensen kunnen overnemen omdat zij alle data van ieder individu gaan kennen, maar zolang als een rijk concern zoals ‘Rolex’ cultuur en kunstuitingen over de hele wereld mogelijk maakt: dat lijkt me toch een aardige tegenkracht.

Het skischansspringen op de achtergrond, terwijl ik in huis wat aanrommel, is ook Nieuwjaarskost. Vroeger speelde zich dat in mijn beleving af in een sneeuwwitte, stille wereld, waar met silhouetten van dennenbomen op de achtergrond, steeds weer een mens zoef!, zich even losmaakte van de zwaartekracht en zweefde in de lucht: een mooi beeld voor elke sprong in het Nieuwe jaar. Maar nu, helaas, er ligt nauwelijks nog sneeuw, je ziet publiek en bruine vlekken landschap en beneden in de landing elke keer een auto op een platform in beeld: reclame van Audi. En de paarse Milka-chocolade had ook een flinke vinger in de pap. Voor mij een reden om beide juist te gaan ontwijken.

Het concert van het Nederlands Blazers Ensemble had een prachtig decor: het heelal met sterren en in het midden daarvan een oplichtende aardbol waar muzikanten op gingen zitten en er weer vanaf vlogen. Wat een levenwekkende, bruisende muzikaliteit en elk jaar zijn er drie composities van kinderen tot en met zeventien jaar. Een beter beeld en actie van ‘vertrouwen hebben in de toekomst van de mensheid’ is er eigenlijk niet.

En zo is dit de tweede dag in het Nieuwe jaar en een ieder heeft de eigen dingen te doen om voort te stromen in de rivier van de tijd: loslaten, opnieuw beginnen, continueren... wat is het bijzonder om een mens te zijn op deze aarde.