maandag 31 mei 2021

Opsomming

1) Wat een leuk bericht in de New York Times vanochtend dat een team van zes wetenschappers, historici en kunstkenners de marmeren beelden in Florence van Michelangelo gereinigd hebben door er bacteriën op los te laten, die al het vuil van eeuwen en eeuwen opaten, zodat het marmer weer glanst als toen het net uitgehouwen was. O, ja: het team is geheel vrouw, daar staan ze, keurig op meer dan anderhalve meter voor hun prestatie op de foto.

2) Wat gek om te ontdekken hoe slecht je eigen geheugen kan zijn. Schoonzus had het over een album dat de familie gemaakt had voor hun huwelijk en ik wist totaal niet waarover het ging. Ze haalde het tevoorschijn: helemaal vol leuke foto’s, anekdotes en tekeningen die vertelden over de jeugd van Broer en ik zag zelfs dat er fotootjes inzaten die zelf wél in mij geheugen gegrift stonden (hoe goed je eigen geheugen tegelijk ook kan zijn) en die ik gemist had toen ik zelf in mijn eigen albums had gekeken. Nu bleek dat ik die er dus uitgehaald had, voor dit trouwalbum, maar dat album was weg uit mijn herinnering...

3) Wat heerlijk om in de opmaat van het zicht op de Waal weer mensen te zien op terrassen in de zon, al die terrassen herschikt met stukjes erbij uit de straat of het plantsoen ertegenover. Het geeft een soort van slordige, nieuwe lappendeken met plukjes mensen die niet meer bij elkaar gepropt zijn. Zo was het ook aan de rivier. Als vanouds zaten daar die bonte gemêleerde mensen in allerlei samenstellingen: vriendinnenclubjes, stelletjes, een familie met Arabische muziek, mensen alleen, feestmuziek met dreun verderop, de geur van meegebrachte pizza’s als je mensen passeert op de loopbrug, kratjes bier, baby's in een slaapmandje... Zo fijn om ‘gewoon leven’ mee te maken aan de oevers van mijn stad.

(En toen bleek de rest van dit blog niet bewaard te zijn omdat iPad niet verbonden bleek met het internet toen ik het blog wilde publiceren. De opsomming was verder gegaan. Ook met  droeve dingen, zoals het bericht van het geheel onverwacht overlijden van iemand die ik ken uit verhalen, een leeftijdgenoot. Zo ben je er, zo niet meer... En de gewaarwording dat het soms niet mogelijk blijkt om contact te continueren: als je zelf een uitgestoken hand hebt gegeven en de andere die niet beantwoordt, dan blijven die woorden uit dat oude Nederlandse liedje over: 'Er waren eens twee koningskinderen, ze hadden elkander zo lief, zo konden niet bij elkaar komen, het water was veel te diep...)

4) Ondertussen ben ik van het water dat stroomt bij mijn thuisstad, beland in het bos voor mijn tweede thuis. Het is half elf in de avond geweest en nog steeds tjilpen er vogels en het ruikt hier naar blad en groen. Ik fietste door de Hoge Veluwe langs de wildbaan, maar het had voor mij geen zin om af te stappen, ik had geen verrekijker bij me. Hierdoor zag ik drie verschillende kuddes in de verte, bij elk stonden plukjes mensen langs de kant van de weg te turen. Misschien iets voor een komende lange zomeravond, het is 14 km fietsen van hier. Op de eeuwige jachtvelden tjirpten er krekels. 


zaterdag 29 mei 2021

Vaccinatie

Ik zit onder het tuimelraam op de bovenverdieping van mijn huis in de nieuwbouwwijk en zie de avond in het plantsoen voor mij vallen. De mussen zijn al naar bed, ik hoor een laatste merel fluiten. Vandaag heb ik mijn eerste vaccinatie AstraZeneca gehad en nu, 10 uur later, voel ik een vage misselijkheid en lijken mijn armen en benen wat zwaarder te worden. 

Maar hé, misschien is het ook verbeelding, je gaat in een  keer heel erg op je lichaam letten. Misschien is het gewoon spierpijn omdat ik als een dolle met de zeis door mijn wildernis-tuin weer een weg en openingen heb gekapt. En ik had er wat haast mee, ik wilde het grootste werk gedaan hebben voor de vaccinatie, zodat ik nu rustig kan instorten. Ik sloeg een uitnodiging om te blijven eten af, ik wilde op safe spelen, Chinees halen, thuis opeten en dat is het. Na het eten kan loomheid sowieso toeslaan en mij met eventuele bijwerkingen niet goed op een fiets kunnen hijsen, vond ik een onrustig perspectief.

Het vaccineren zelf was wel erg goed geregeld. Op loopafstand van huis in de sporthal, werkelijk heel ruim opgezet met vier statafels voor de ontvangst, dan doorlopen naar het midden van de grote sporthal  voor de prik, en weer heel erg verderop was een groot ovaal ingericht met stoelen met daarboven de sportklok waar je een kwartier kon aflezen. Je kon koffie en thee en koekjes pakken, mensen die daarvoor zorgden en een oogje in het zeil hielden, waren relaxed, relaxed, relaxed.

Naast mij ging een meneer zitten die meteen zei dat hij dat nog nooit gedaan had, een kwartier stilzitten en niks mogen doen. Hij vond het ook fijn geregeld, voor hem was het een minuutje van huis lopen en nu de tweede vaccinatie verschoven was van 7 september naar 9 juli hoopte hij nog naar Spanje te kunnen. Met de auto, dat wel, dan ben je vrij om te stoppen. Hiervoor ging hij altijd met het vliegtuig. 

Het is al bijna donker, maar de merel geeft nog steeds geluid. Het is rustig in het plantsoen en het was rustig daar waar ik fietste in de stad. Heeft die ongemerkt een ander tempo aangenomen door de lange lockdown? De lantaarns in het plantsoen zijn kleine lichtpuntjes aan het worden, alles wat groen was wordt zwart en verder geeft alleen mijn iPad licht.

Merkwaardig om een beetje te wachten op je eigen lichaam. Of deze respons geeft op deze vaccinatie. Dat heb ik nog nooit gedaan bij vaccinaties naar het verre oosten. Maar dit is het onderwerp van het grootste gemeenschappelijke gesprek dat wereldwijd gevoerd wordt: wel of niet je laten vaccineren, van welke bijwerkingen je gehoord hebt  en waarom niet en waarom wel. 

vrijdag 28 mei 2021

Het Contraleven

Het contrast met gisteren kan niet groter zijn. Toen liep ik kleumend met regencape aan in het natuurgebied de Bruuk bij Horst-Groesbeek en opperden T. en ik dat je ook alle zeldzame paarse orchideeën die daar nu bloeiden zou kunnen plukken omdat je van weet niks weet, voor een leuk bosje bloemen. Stél... Je kunt zonder het te willen iets bijzonders uitroeien.

Nu, vandaag is er eindelijk weer buitenleven bij de boerderie, in je blote bast ergens in een verborgen hoek het boek: Het Contraleven uitlezen van Philip Roth. Het alter ego van Roth, de joodse schrijver Nathan Zuckerman experimenteert in het boek met allerlei alter ego's van hemzelf, zijn jongere broer Henry, een christelijke minnares die Maria heet, waarmee hij al dan niet trouwt en een kind mee krijgt, of die zomaar weer verdwijnt in zijn fantasie, kwaad over hoe zij verbeeld is door hem. Zijn broer Henry gaat in het begin dood aan een operatie om zijn libido weer op te vijzelen, maar later is hij zijn leven als tandarts in Amerika ontvlucht en wordt hij iets van een bekende orthodoxe Jood in Judea, Israël, om weer later kwaad te worden op zijn broer, de schrijver Nathan die met hem aan de haal is gegaan en zelf gestorven is. Enzovoort. Een onvoorspelbaar boek met meerdere mogelijkheden. 

(Mijn iPad deed het ineens niet meer:Het gaf aan: ‘Noodgeval’: , zij moest afkoelen en was oververhit, hetgeen illustreert hoe ik nog niet ingesteld was op werkelijk warm weer: deze is nog nooit oververhit geweest in India of Bali)

Stél... ik dacht tijdens lezing van het boek er steeds aan hoe ik nooit een echte band met Israël en het Jodendom heb kunnen ontwikkelen, maar stél dat ik geen Indonesisch paspoort had gehad, dat in alle landen geldig was, behalve Israël, dan was ik in mijn eerste jaar van de theologiestudie zeker meegegaan met de groepsreis die er vanuit de faculteit werd georganiseerd en waar al mijn studiegenoten begeesterd en enthousiast van terug kwamen. Misschien heeft mij dat een gevoel gegeven toch een buitenbeentje te zijn en hebben mijn eerdere reiservaringen  naar Indonesië en Sri Lanka mijn gedachten en gevoelens daardoor doorslaggevend beïnvloed, waardoor ik het christendom en jodendom nooit met huid en haar eigen heb gemaakt.

In de boeken van Philip Roth is er altijd ook een geworstel met het Jood-zijn en het lijkt erop dat iedereen met een Joodse afkomst een weg heeft af te leggen om zich daartoe te verhouden. Van oudsher is het Joodse volk, het uitverkoren volk van God, maar wat moet je daarmee als je een seculiere Jood bent?  En kan je hardop zeggen dat je alles rondom de Holocaust wil vergeten, omdat je  gewoonweg opnieuw wilt kunnen beginnen? Een van de hoofdpersonages zegt dit en wordt daarom weggehoond. En ondertussen is er dat conflict tussen Israël en de Palestijnen, waar de hele wereld geen raad mee weet...

En ik zit even in de schaduw. iPad wordt heel snel weer warm in de zon. Overwerkt? iPad moet bijkomen. Dit is een gek blogje, waar iPad mij dicteert wat ik kan doen. Dat wil ik niet. Ik ga terug naar de zon. 

woensdag 26 mei 2021

Boerderie, bos, beestjes

Onstuimig en steeds veranderend weer, is heel anders hier, bij weiland, een populierenrij en losstaande bomen, dan in het bos. Ik zag net een zwaluw hoog in de lucht bijna verloren geraakt aan een rukwind en alles zwabbert zo. In het bos is alles één levend groen organisme in allerlei tinten groen, het bos loeit als geheel mee met de winden en kan zich heel stil en beschut opstellen, als je er dan doorheen wandelt, juist bij regen en wind.

Ik miste het bos, de eerste dag. Het daarin geborgen zijn, enigszins erin opgenomen en de wolken in de luchten die aan drie kanten van mijn huisje te volgen zijn. Hier, op de boerderie zie je de onrust van de lammeren in de wei, de witte koeien die even losgelaten worden, rondspringen en dan in een drafje weer richting de stal gaan. De ooievaar houdt stand op het grote nest (er zitten jonkies in, ik zie door de verrekijker af en toe een klein vleugeltje omhoog fladderen)  en eentje vliegt soms heel laag over. In het bos houden de vogels zich stil tijdens regen en wind, maar als de zon dan even fel gaat schijnen, beginnen ze meteen te fluiten. Er was alleen wat hardnekkig territorium-spel van twee Vlaamse gaaien en de grote houtduiven laten zich nog het meeste zien in wisselende weersomstandigheden.

Hier zijn het de katten die voor mij een bron van verwondering blijven. Zo eigenzinnig, met ieder hun vaste plekjes in het huis, zo innig tevreden een zonplekje vindend, half beschut tussen bank en grote bloempotten met stekken. Besluiten om naar je toe te komen, vragend of juist dromerig je aankijkend, besluiten om zich te laten strelen, op je schoot te gaan zitten en ook zó weer vertrekken, naar eigen goeddunken.

Ik weet nog, toen ik helemaal niks van katten wist, dat ik eerst echt dacht dat het een grapje was: dat als je een kattenbak neerzet met grint, ze meteen weten dat dit hun wc is. Hoezo?! Dat kán toch niet? Welk dier doet dat nou? Een hond moet uitgelaten worden, zet je voor een hamster, marmot of konijn ergens in de kamer een bak neer, bedoeld om daar te gaan poepen en plassen, dat doen  ze toch niet? Waarom een kat wel, dat kón niet. Mijn verbazing was eindeloos groot, toen het wel zo bleek te zijn..Alleen al om de katjes vind ik het leuk op de boerderie. 

dinsdag 25 mei 2021

Pinaree Sanpitak en Sheila Hicks

In het Nederlandse kunsttijdschrift See All This - Art Magazine dat hier ligt is #20-2020/2021 met een gouden ster geheel gewijd aan 379 kunstenaars wier geslacht vrouw is, ter gelegenheid van het vijfjarig jubileum Gepresenteerd in zeven kamers en verzameld rond zeven citaten uit gedichten van Emily Dickinson. Eerst denk ik: mooi concept en elke zin van Emily staat al garant voor een compact balletje beleving ofwel inzicht ofwel pure emotie. Maar vervolgens denk ik toch: ja, maar... zo’n speciale uitgave zou niet bedacht worden voor kunstenaars met een piemel. Het lijkt nu ook net of alle kunstenaars die er nu toe zouden doen, nu allen genoemd zijn.

Dat neemt niet weg dat ik hier toch twee kunstenaars heb leren kennen van wie ik hoop ooit werk in het echt te kunnen meemaken. Alleen al deze uitspraak van haar komt bij het hart van mijn eigen verlangen: I combine the breast and the stupa, the sacred and the sensual zegt Pinaree Sanpitak, een leeftijdgenoot uit Thailand. Ja, de borst hoort bij het lichaam van een vrouw, dus dit zou de vrouwelijke blik van deze kunstenaar kunnen uitmaken. En dan zijn er ook aspecten aanwezig uit het huiselijk leven, van oudsher ook al domein van de vrouw. 

Afgebeeld zijn objecten uit de serie House Calls en dat pakte meteen mijn aandacht en toen had ik haar uitspraak nog niet gelezen. Er hangt een Morandi-achtige sfeer van leegheid en stilte om de objecten en zonder boven in het bewuste te komen ervaar je de sensatie van een volle borst met een harde tepel, dat deze omhoog reikt: De wereld van het vlees en hoe een aanraking je kan verheffen. En dat de ervaring vergelijkbaar is met het wandelen om de immens grote ronde stupa’s  in Azië zoals ik veel gedaan heb en je in die rondgang je greep op het overzichtelijke verliest. De ronding naast je, die alleen steeds afbuigt, zonder begin en einde, haalt je weg uit een egocentrisme. En dan is er  tegelijk het huiselijke van een wok, eierdoppen, ronde schaaltjes. Iets in je gevoel gaat van klein naar groot, het doet denken aan offeren en koken. Die combinatie in één beweging, dat raakt. Ze wordt een van de belangrijkste kunstenaars uit Zuidoost Azië genoemd. 

Het andere dat mij langer doet kijken, zijn kleurige rondjes van stof en daar overheen is er geborduurd en zijn er draadjes gespannen. (Alweer kun je denken: dat gefriemel hoorde bij het vrouwelijk domein...). De titel van de installatie is ook intrigerend: Varmayana (The Place of Shining Light). De kunstenaar heet Sheila Hicks. Ik vind een filmpje van haar op YouTube van het MoMA: Pilar of Inquirity. De onbegrensde  wereld van een kunstenaar: Het wordt tijd dat het weer mogelijk wordt om kunst oog in oog te beleven. Wat krijg ik zin in een Biënnale...

maandag 24 mei 2021

Veranderend zicht

En nu kijk ik uit op al wat  oudere lammetjes, wittige koeien grazend in de wei en in de verte de Hollandse rood-bont-gevlekte, en met de verrekijker erbij, een ‘oude’ ooievaar op het  nest. Onderweg zag ik een jongere ooievaar rondstappen tussen het riet, vlak voordat Nederland overging in Duitsland. Ik ben weer op de 'boerderie’ in Kranenburg, vanaf mijn boshuisje een fietstocht van bijna 62 kilometer en dan wel door het Nationaal Park De Hoge Veluwe.

Weer een nieuwe ervaring, om daar in die uitgestrektheid vroeg in de ochtend te fietsen, in de regen, geen mens tegenkomend. Er was nogal wat regen voorspeld, dus toen ik om 7u wakker werd, sprong ik uit bed, stopte alles wat nog moest in de fietstassen, ja, het was nog droog, maar toen ik eenmaal echt vertrok was dat wel met regenbroek en regencape aan. ‘Daar zal het niet aan liggen’, zei de buurvrouw die ook ineens buitenstond. Dat ze wakker was is niet verwonderlijk, want haar man en zoon gaan vroeg op pad, kijken naar wild en dat dus elk weekend wanneer ze er zijn, al 43 jaar lang.

Ik voelde me zó dankbaar, tijdens het fietsen...  dat ik dit kan en zo mag meemaken, je zicht kan ook zomaar veranderen...  Al in de buurt van Nijmegen, in de berm stapte ik af en plukte er margrieten en meerdere soorten gras, ik zou het nog kunnen aanvullen met fluitenkruid en het gele koolzaad wat nu ook welig tiert. ‘Ook een bosje margrieten?,’ zei de vrouw lachend die voorbij fietste, ‘Ja, door jou ben ik op het idee gekomen!’ reageerde ik.

Het is een mooie fietstocht, afdalend uit de bossen van de Veluwe,  het Rivierenland in en dan na Nijmegen weer opwaarts naar de bossen van Groesbeek, weer dalen en via het oude spoorlijntje zo Duitsland in. Nu is dat dus een sluiproute; want je moet je negatief laten testen om het land in te kunnen...Het voelde aan als héél vroeger toen mijn ouders ook sluipwegen zochten omdat Duitsland een periode heel erg op buitenlanders lette, bij de grens. Dat oude gevoel van iets clandestiens doen kwam terug; spiedend rond kijken.

In de winkels moet je een medisch mondmasker dragen, mijn zelfgemaakte stoffen voldoet niet en dus heeft I. voor mij de boodschappen gedaan. Tenminste die horen bij het ‘Kranenburggevoel’: een fles Ouzo, Haringsalade, negerzoenen, ‘Kuchen’ bij Derks, de bakker. Daar controleren  ze nauwelijks, was de ervaring van J. Maar dat is niet mijn ervaring: de vorige keer sprak men mij daar streng toe, omdat mijn neus, door slordigheid, niet geheel bedekt was. 

Het is niet anders: in deze uiterste uithoek van Duitsland, voor het perspectief van de meeste Duitsers, ervaar ik wat er lang geleden in Nederland ook was: géén vanzelfsprekende vriendelijkheid bij kassa’s en bediening... In Nederland  ben ik mij  nooit meer bewust dat ik een kleurtje heb, hier wel. Het zijn voelsprieten met weinig objectieve bewijsvoering: In mijn ervaring wint Nederland  het van Duitsland in het omgaan met diversiteit.

Hoe definieer je jezelf daarin? Ik zag onderweg een nijlgans zitten op een lantaarnpaal met grote donker omringde ogen, zó expressief is de kop van een nijlgans, als je het naast een huismusje plaatst.Voor de Egyptenaren is de nijlgans een heilig dier. Toen ik deze nog niet herkende, al aan komende fietsend en zelf nog niet kon zeggen: o, het is een nijlgans’ zette ik ook grote ogen op. Zo dus: voor sommigen ben ik nog een vreemde exoot, ‘een beetje vreemd, maar wel lekker’ was vroeger de slogan van Campari. Ik weet niet waarom ik nu denk aan Nina Simone, die  Wild is the Wind zingt... Maar ik voel daar ook iets uitzonderlijks, iets ongrijpbaars: Hoe lang voor Black Lives Matter en in een tijd dat men daar minder aan wilde dan nu, het evident is: ‘Black Lives Matter’.

zaterdag 22 mei 2021

Pinkster Thuis Voettocht

Gek, hoe ik meteen geraakt ben, met een klein brokje in mijn keel en het besef dat binnenkomt: Ja, dit zit wel in mijn DNA. De Franciscaanse Beweging heeft dit jaar een Pinkster-Thuisvoettocht georganiseerd. Daartoe kon je een boekje bestellen, dat deed ik ook meteen, een maand geleden. Prompt kreeg ik toen een mail van de vrijwilliger die het secretariaat doet met de vraag of ik verhuisd was, ik had het adres van mijn boshuisje hier gegeven, en of ze dan die gegevens verder door moest voeren. Ik mailde over mijn boshuisje, zij mailde terug: Wat héérlijk! en we wensten elkaar nog een goede dag. (En ‘goed’ heeft in Franciscaanse kringen héél veel connotaties.)

Nu zijn er vieringen, op YouTube mee te maken, die een beetje lijken op wanneer je er echt geweest was, maar dan met meer dan 150 mensen bij elkaar opgepropt in een kleine zaal, waar ik er meestal voor kies om op een van de tafels aan de zijkant te gaan zitten. Het Zonnelied in de uitvoering van Angelo Branduardi; Cantico della creature klinkt en ik krijg herinneringen aan het Italiaanse landschap in het Rietiedal waar Franciscus vier kluizenarijen heeft gesticht en aan de twee groepen om mij heen, waarvan ik er één in het tweede jaar zelf begeleid heb. Ik zie het kleurige kruis van San Damiano dat Franciscus’ leven veranderde en eeuwen later ook bij mij binnendrong, die grote reebruine ogen...: Kom en herstel mijn huis. 

Die combinatie van wandelen in de natuur, betrokken zijn op elkaar, het tempo van elke stap die je zet, de rustpauzes in een kring  op de grond, de stilte en de verbondenheid die je samen creëert...  Precies dat wat elk jaar op de Pinkstervoettocht ook aanwezig is, met dit verschil dat de avonden dan meestal eindigen in uitgelaten swingen of de laatste jaren ook weleens bij een brandend vuur...

Ik zie bekende mensen, oudgedienden in de Franciscaanse Beweging die deze ‘Wegzending’ doen en ik merk dat ik gehecht ben aan de sfeer die ze bij zich dragen omdat het ook de mijne is. Ik denk terug aan de vele gespreksgroepen in het clarissenklooster De Bron, met zulke dierbare en tedere en ontroerende momenten, waar het gesprek eindigde in een diepe glimlach naar elkaar toe...

Het lied wordt ingezet dat altijd klinkt op de voettochten en ik zing gewoon mee, vooral het tweede couplet is mij dierbaar: 

Tijd vloeit ineen; verleden wordt heden,
toekomst wordt nu, maar altijd blijft het woord
herinnerd te worden aan hoe wij bedoeld zijn,
herscheppen de wereld waarmee wij vergroeid zijn,
die opdracht aan alles wat ademt gaat voort.

En nu zou het dan de bedoeling zijn, om zelf op pad te gaan met het boekje bij je, met de bepeinzing  over momenten van ommekeer in je leven en de vraag: Hoe bepaal ik mijn koers? Het leukst is het om de verhalen van anderen te horen op zo’n dag en dat is er nu natuurlijk niet. Anders, in het echt, was ik dus uit mijn kleine tentje gekropen, weinig geslapen wellicht door de storm, ik werd er vannacht ook hier even wakker van en had ik nu in de regen gelopen. Nu kijk ik naar buiten, hoor de regen op het dak tikken, kijk naar de steeds groener wordende bomen, een enkele vogel roert zich, die houden zich nu ook wat stil. 

Vanavond zal ik naar de vigilie-viering van Pinksteren kijken, die pas na 19.30u online wordt gezet, dus dat gaat ook concurreren met het Songfestival. Misschien wordt het diep in de nacht. Maar ook dan blijft het passen in de geest van het liedje dat iedereen, lopend naar de eigen groep om op pad te gaan, dan zingt: ‘Groot is de wereld en lang duurt de tijd, maar klein zijn de voeten die gaan waar geen wegen gaan, overal heen’.