donderdag 10 februari 2022

Zo is het leven

‘Ja meid, zo is het leven nou eenmaal’, zegt ze. S. op de hoek komt langs: ‘Ik weet niet of je het al gehoord heb, maar ik vertrek vanaf 14 maart. Heb je zin om een kopje thee bij me te komen drinken?’ Ze is hier al 38 jaar en twee jaar geleden is haar man overleden en toen was ze de hele winter die eraan kwam ongeveer de hele tijd hier en dat was haar heel goed bevallen. Ze had al eerder tegen me gezegd dat ze niet wist of ze het nog kon betalen, met het kleine weduwenpensioentje en de AOW.

En nu was dus onverwacht het dak van haar huis gaan lekken. En het bleek niet niks te zijn, er moesten platen verschoven worden en een deel ergens opgehoogd en nu kon ze het echt niet meer betalen. En ze heeft een hekel aan schulden en leningen, dat kán ze niet. Ze heeft alle opties overwogen, gevraagd of ze nog een hypotheek op haar huis kon nemen, of kleiner gaan wonen, bij een van haar zonen in de buurt. Maar haar ene zoon heeft een hersentumor en… als die er niet meer is (het gaat nu goed, maar je moet er toch rekening mee houden), dan heeft ze daar ook niks meer te zoeken. En bovendien kost dat ook veel geld, verhuizen en iets anders vinden, zó dat ze geld zou overhouden van de verkoop van het huis en dan hier zou kunnen blijven… Die kans was klein en bovendien was haar spaargeld nu bijna op. En de geiser was 22 jaar oud, de auto 17 jaar en de benzine werd ook steeds duurder.

Ik vond het zó sneu. Ze is hier gekomen toen haar zoontje acht was, die is nu 46 jaar, ze heeft hier hele generaties geboren zien worden. Grote Jan is ook al weg, maar zijn zoon kleine Jan, die is hier nog. En gelukkig hoorde ik dat de kinderen van andere vrienden van haar van een plek hierachter toch het kunststoffen huisje hebben kunnen kopen, ter vervanging van die van aluminium, waar ze afgelopen zomer al zaten, ook al verhuisd van een andere plek. Hun derde kind is op komst: dus dat wordt de derde generatie wier jeugdherinneringen voor een groot deel hier zullen worden gevormd.

En nu moest alles dus weg. Veel was al door achterblijvers overgenomen of aan hun geschonken, maar uiteindelijk liep ik heen en weer en heb ik nu een opklapbaar bankje voor in de tuin en twee bijzettafeltjes, loeizware grote stenen die bij haar ingang lagen, die had ze ooit gekregen, plastic ladenkastjes voor binnen, een spiegel voor op de deur, een droogrek, buitenbezem, schoffel, een zwabber op een lange steel om mijn huisje aan de buitenkant mee schoon te maken, twee lantaarntjes voor een waxinelichtje aan hoge haken, een campingtafel met opklapbare zijstukken voor in de schuur… haar man zette daar vroeger altijd een gasfornuisje op en dan ging hij er vissen aan schoonmaken. Ze vroeg voor alles € 25, ook toen er nog een mixer die al thuis was en misschien een kruimeldief bijkwam, ze ging eerst kijken of deze het nog deed, en kussens voor op het bankje… ik gaf haar €30. 'Super!' zei ze. 

Zij ging misschien wel weer een dagje vrijwilligerswerk doen in het verpleegtehuis, waar ze eerder al vier dagdelen was, toen de Corona begon was ze ermee gestopt en iedereen zei dat ze altijd meer dan welkom was en dat bleek ook wel toen ze vorige week weer even naar binnen liep. En ze kende twee oppasgezinnen heel goed, pas had ze de baby op schoot en had de jongen, de vader, gezegd: hoe bestaat het hé, en zo zat ik vroeger ook bij jou op schoot! Dat vond ze ook wel leuk: dat ze die banden nu meer kon aanhalen. ‘Ik ben ook al 73, het was ook maar de vraag hoe lang ik het nog had kunnen doen, elke keer hierheen en ik woon in de buurt van de zee, dus daar kan ik nu ook vaker naar toe… Er komen altijd weer andere dingen voor in de plaats, zo gaat dat.’

Nadat ik alles hier een plaats had gegeven las en bekeek ik Mooie Zomers 1. Zuidwaarts van Zidrou & Jordi Lafebre. Er zit vast een autobiografisch element in, want de vader van het jonge gezin dat richting de zon en het zuiden vertrekt voor hun kampeer-zomervakantie is een arme striptekenaar. Het begint dat een oud echtpaar terugkeert naar een favoriete picknickplaats, onderweg. Dan volgt hun terugblik: het blijkt dat ze eigenlijk van plan waren om te scheiden na die zomer, en dat na de vakantie aan hun kinderen zouden vertellen. Maar gaandeweg die zomer komen ze erachter dat er weliswaar veel bewolkte dagen waren, maar dat die toch te dragen waren voor alle dagen met zon.

Alles draait om het liedje  van dat jaar 1973, ‘La Maladie d’amour’ van Sardou, gedurende de strip vaker gezongen. En ik zocht het liedje op en luisterde:  ‘De zucht naar liefde verspreidt zich over de harten van kinderen van zeven tot zevenenzeventig jaar…de onstuimige rivier zingt en verenigt in zijn bed blonde en grijze haren’, de vertaling werd in de strip erbij geleverd. En ik dacht: ja, zo gaat het leven, zo is het leven nu eenmaal… 

dinsdag 8 februari 2022

Kampvuurtje spelen

Nu heb ik even binnen kampvuurtje gespeeld. Van ‘buren’ heel erg verderop kreeg ik de tip rondom ‘gel.’ Die koop je in literflessen voor €2 bij de Jumbo of de Coop (ook bij Action, ontdekte ik onlangs), je vult er een leeg smal blikje mee, voor nog geen  drie  kwart, doe het wel met zo’n automatische aansteker en dan heb je ongeveer voor anderhalf uur een vuurtje. Als je dan drie blikjes bij elkaar zet, komt er ook nog aardig wat warmte vanaf. ‘Ruikt dat dan niet érg, binnen?' vroeg ik. Zij vinden van niet, wel een vage geur, ‘weet je wat, we halen wel een fles voor je, kun je het uitproberen.’.

Dus een aantal weken geleden hoorde ik, terwijl ik in mijn tuintje aan het rommelen was: ‘Ha, buurvrouw, daar ben ik dan.’ Het had langer geduurd, want in de tussentijd was hun grote langharige St Bernardhond, voor mijn leken-oog, maar ze zal wel anders van ras heten, heel erg ziek geweest, én zijn schoonmoeder overleden. Gelukkig had iedereen afscheid kunnen nemen, al was het onverwacht, want hij had het niet nog eens mee kunnen maken. Zoals het bij zijn eigen moeder was gegaan. Die had zware hartproblemen, ze kon zich letterlijk nauwelijks meer verroeren, er was nog één operatie die wellicht soelaas zou bieden. Tevoren had ze gezegd: als die niet lukt, dan hoeft het niet meer voor mij.

Ze had alles daarvoor al geregeld, ze was een heel sterke vrouw. Maar haar man, zijn vader, wilde daar niet aan. Dus had die al zijn hobby's al afgebouwd, zoals vissen en zijn tuin, om voor zijn vrouw te kunnen zorgen. En toen had ze gezegd: weet je wat, ga jij even bami-ballen halen en toen kwam hij terug en had ze de dokter al gebeld. Dat was het, ze was er niet vanaf te brengen. En ze had tegen hem gezegd: 'Poets mijn tanden nog maar even, anders moeten anderen dat doen op een lijk en ruik ik naar vette bami.’ Ze voelde zich gevangen in haar lichaam, dus zijn vader legde zich er zogenaamd bij neer, en hij zelf was te laat. Tijdens de autorit op de snelweg was ze overleden. ‘Het was een harde hoor, mijn vader heeft er nog steeds verdriet van, dat ze er nog had kunnen zijn en hij voor haar had kunnen zorgen. En ik heb geen afscheid kunnen nemen. Nou kom, ik ga maar weer eens, ik hoor het nog wel, wat je ervan vindt’.

Hij wilde er niks voor hebben, écht niet, maar ik kon hem nog gauw 2 euro geven, voor een pilsje, zei ik, en toen was het oké. En liet hij mij achter met zo’n levensverhaal, dat nu ineens weer present is,  nu ik de gel geprobeerd heb. Het leukste vind ik, dat er ineens een vlammend klein vuurtje is. Maar voor de warmte heb ik nu mijn elektrische kacheltje. In de zomer buiten, zal het ook leuk zijn, wat van die vlammende blikjes en het is goedkoper en brandt langer dan een tuinfakkel.

Dus ik zat hier, bij een vlammetje, in het donker bij het licht van de halve maan, waardoor ik nog net mijn glaasje ouzo en het schaaltje met cashewnootjes zag. En ik luisterde naar  Mary Chapin Carpenter, met alleen een gitaar. Waarbij ik haar onopgesmukt in haar keuken of de kamer zie spelen met haar hond aan haar voeten. Elke week in de lange eerste lockdown, één liedje: ‘Songs from Home’. En daar was een van mijn favoriete liedjes: ‘I have a need for solitude’. Dat vond de moeder van de buurman ook zo erg: dat ze nooit meer alleen kon zijn. 

maandag 7 februari 2022

Graafwerk naar het menselijke

Afgelopen boekenclub ontvlamde even heftig opnieuw de discussie over het boek van Rutger Bregman: De meeste mensen deugen. Reden was dat ik mij liet ontvallen de laatste tijd wel wat pessimistischer te zijn over de staat van het mensdom, dat het 'animale’ de overhand aan het krijgen is, waarmee ik bedoel, het handelen op instinct en eigen gewin. Dat het toch ongelofelijk is dat Republikeinen die de bestorming op het Capitool veroordelen en dit ook aan Trump wijten, gewoonweg weggesaneerd worden en dat de WHO, de Wereld Gezondsheids Organisatie al vanaf het begin geadviseerd heeft om de vaccinatie  wereldwijd te delen, maar de rijke landen het voor zichzelf houden, plus de farmaceutische bedrijven en Omicron en wie weet wat er nog volgt, er niet hoeven te zijn.

Ik was het dus eens met Bregmans stelling en een ander lid ook, maar anderen vonden dat er in het boek niks nieuws onder de zon is en dat mensen zowel goed en slecht zijn, altijd al geweest. In zekere zin ben ik het daar óók mee eens, het is het oerthema in alle religie: de mens is ‘zondig’ volgens het christendom en in het boeddhisme is er een lange weg te gaan naar de verlichting: Boeddha als rijke jongeman ging eerst ook alleen voor eigen genot, opgesloten in zijn eigen wereldje en dat geldt ook voor Franciscus van Assisi. Beide verwijzen uiteindelijk naar een andere weg. Zo ook Clara van Assisi.

Ik denk hier nu aan door de berichtgeving rondom het  Marokkaanse vijfjarig jongetje Rayan, dat  gevallen was in een diepe put 35 meter onder de grond, en waar reddingswerkers vier dagen gepoogd hebben hem te bevrijden. Bij de New York Times zie ik een foto die wel iconisch mag worden van mij: je ziet een kleine gele cat-graafmachine in een diepe, diepe donkere sleuf. Die was gegraven naast het jongetje en op een geven moment, naast hem nog geen meter van hem verwijderd. Mens en macht is in gang gezet, er waren stalen platen gemaakt zodat de de tunnel niet zou instorten.

Er werd gebeden voor zijn behoud, er waren 100.000 livestreams, er werd met bulldozers en met de hand gegraven, de toegestroomde mensen bleven bemoedigingen schreeuwen. Ook het Nederlandse acht-uur journaal liet live-beelden zien en mocht het jongetje bevrijd worden, dan zouden ze meteen doorschakelen. Zo’n grootschalige actie om één jongetje te redden kan de stelling ondersteunen dat ‘de meeste mensen deugen.’ Kosten noch moeite worden bespaard. Dat er stelselmatig en zeer langdurig zoveel kinderen figuurlijk in de knel komen en zijn in het eigen rijke Nederland en dit steeds maar niet veranderd, kan de stelling ondersteunen dat het kwaad uiteindelijk toch overwint. Rayan heeft het niet overleefd … En dan kun je ook nog eens erbij zeggen dat bidden dus geen enkele zin heeft.

Maar precies daarom blijft het boek van Bregman, dat ook wereldwijd resoneerde, wel van betekenis, want de stelling is: De meeste mensen deugen. Dus dat er nu veel aandacht is om een veilige cultuur te creëren om seksueel grensoverschrijdend gedrag en misbruik tegen gaan, zegt dat je een nieuwe geschiedenis kan schrijven, gebaseerd op inlevingsvermogen. Er is empathie nodig voor de gevoelswereld van kandidaten, zó dat de rotte appels geïsoleerd worden en dan kun je zelfs begrip opbrengen voor Linda de Mol, die het heeft over ‘een verslaving’ van haar ex-man. Ook elke verkrachter en moordenaar heeft waarschijnlijk trauma’s opgelopen in de eigen jeugd. dus ja, de meeste mensen deugen.

Wij, de mensheid als geheel, lijkt gevangen te zitten in systemen, die veranderingen ten goede belemmeren. De verdienste van het boek van Bregman is, dat hij erop wijst, dat deze systemen gesanctioneerd worden van binnenuit: dat de mens ‘nu eenmaal zo is’: geneigd tot het kwade en geweld. Mensen in een gevangenis-experiment, waar sommigen tot bewakers werden aangewezen, worden vanzelf wreed, leek het, maar hij toont aan dat er gesjoemeld is met de gegevens en de wetenschappers de bewakers aanspoorden om wreed te worden, terwijl ze eerst geneigd waren om met zijn allen het gezellig te houden. Kinderen op een onbewoond eiland blijken in werkelijkheid een vreedzame beschaving te hebben gebouwd, en niet zoals in The Lord of the Flies elkaar gingen vermoorden. Fransen en Duitsers aan het front bleken Kerst met elkaar te vieren in de korte periode van wapenstilstand. Enzovoort.

Wij leven liever in een behapbaar hier-en-nu en verdringen dus alles wat zich in de toekomst kan afspelen. De satirische film Don’t Look Up, met in een van de hoofdrollen Leonardo di Caprio, ‘klimaatactivist’, zoals het ingekapselde woord in het huidige systeem daarvoor is, en Meryl Streep in de vermakelijke rol van de Amerikaanse president toont dat van jewelste. Er komt een reusachtige meteoriet naar de aarde razen die deze totaal zal vernietigen,  maar de wereldwijd strategie is tot op het laatst: Kijk niet naar boven en als er dan uiteindelijk wel wereldwijd gehandeld wordt en de krachten verenigd, dan is het te laat…

Dus, ja, de mééste mensen deugen en we moeten diep in onszelf graven en kijken naar de systemen waardoor we net niet bij het menselijke komen en waar het kan, vertrekken uit systemen die stelselmatig ‘kwaad-doen’. Dat kan ook het familie-systeem zijn, waar je je in bevindt of de beklemming in een vriendschap of relatie of in een kerk of klooster of elke sociale gemeenschap. 

En zo kun je dus tegelijk wat somberder zijn over de staat van de mensheid nu en tegelijk het boek van Bregman beamen: De meeste mensen deugen. Maar ingespannen graafwerk blijft noodzakelijk. En soms is dat vergeefs. Maar dat het vruchten kan afwerpen, dat blijft de hoop.

zondag 6 februari 2022

Elektrisch kacheltje. Huisraad Foenix.

Wat een contrasten in het weer. Gisteren was het lente-achtig en vandaag stroomt de regen langs de ramen, waait en tikt het rond en op het huisje. Ik zit droog en warm binnen, warmer dan eerder, want ik heb nu een nieuw elektrisch keramisch kacheltje van Steba, leuke vormgeving en rood en die staat nu op een klein opklap-bijzet tafeltje midden in de kamer te suizen. Met een kussen op de grond zit ik zo vlakbij de haard.  Nog een heel karwei, eer ik het in handen had, want het pakketje was eerst onvindbaar. Door de chauffeur afgeleverd bij de buren, maar er zijn geen buren op een recreatiepark. ‘Bij Cd’, stond er bij en wat mag dat dan wel betekenen?

Door de zogenaamde service van de bezorgdienst werd ik het bos ingestuurd, figuurlijk, dan: ze verwezen mij door naar de webshop, want hun chauffeur had verzekerd het pakketje geleverd te hebben. Maar de service bij bol.com was wél heel goed: die had erachter aan gebeld en kreeg uit de chauffeur los, dat deze het misschien op de verkeerde camping had geleverd, omdat er een aantal op een rij waren. Zodoende, toch gevonden. Ik berichte dat aan bol.com en kreeg een uitgebreide mail terug; dat ze hoopte dat ik geniet van het kacheltje in deze koude dagen, met een smiley erbij.

Ik doe nu onderzoek: er zitten twee standen op en gisterenavond gaat deze op 900 wat van 14 graden naar 18 graden in 3 en een half uur en nu vanochtend op de stand van 1500 wat in twee en een half uur van 14 naar 21graden. Tot nu toe was het hier ongeveer 18 graden: met een dekentje erbij goed te doen. Elektrisch schijnt véél goedkoper te zijn dan gas en milieuvriendelijker en ik kan het kacheltje makkelijk verplaatsen naar het kamertje waar ik tv kijk en dan blaast de warmte mij zo ongeveer in het gezicht. Dus de gaskachel staat nu op de een na laagste stand en ik ga verder op elektrisch.

Gisteren zei de vrouwengroep met anarchistische trekjes op het allerlaatste moment af, terwijl het uitstekend wandelweer was. Het proces van besluitvorming weet ik niet, het begon ermee dat eentje vage klachten had, maar nog wel negatief getest was, maar wel voorzichtig wilde zijn,  wat dan verder wordt geappt, dat weet ik niet en ik krijg dus alleen het eindresultaat, laat op de middag. Dus er zat in mij al geprogrammeerd, dat ik om half twaalf naar Otterlo zou fietsen voor de start, zo’n 15 kilometer door de Hoge Veluwe, wandelen en dan weer terug. Een actief dagje, dus toen het niet doorging moést er iets anders enigszins actiefs voor in de plaats komen.

Dus om half twaalf vertrok ik naar Apeldoorn-Noord waar er een ander filiaal is van kringloopwinkel Foenix, in een oude Zwitsalfabriek, en daar hebben ze ook hun wasserij, fietsenmakerij, een elektronica-afdeling, hout-  en reparatie-werkplaatsen, enzovoort. Er blijken meer dan 750 mensen te werken bij Foenix en het bestaat al 37 jaar, ze zijn hun tijd dus ver vooruit, want Kringloop is pas de laatste jaren echt ‘woke.’ En in de middag wilde ik ook nog naar een ander filiaal van hen, dan zou ik een compleet plaatje hebben. 

Ongeveer al mijn inrichting en huisraad in mijn boshuisje komt van Foenix en ook nu sloeg ik in beide winkels mijn slag: zoals een vrolijk gebloemd gordijn voor het kleine kamertje voor 4 €, compleet met gordijnhaakjes, om zo op te hangen en een tijkmatras dat precies op de stretcher past voor 9,50  €, vier oranje-rode ronde blikken die in elkaar passen en nu in een rijtje boven op de keukenkast respectievelijk koffie-cupjes, Bounty en Marsjes, Chinese deegwaar en Italiaanse vlinderpasta herbergen. Het kostte maar €1,95 en de mevrouw aan de kassa liet ontvallen, dat dit wel érg goedkoop was. Mee eens.

En toen maakte ik in de schemering en het ongeveer bijna donker nog iets van een avontuur mee. Want ik fietste op de bonnefooi, mijn neus achterna, weer naar huis en kwam uit langs het kanaal, door Lieren, via lege landerijen, door bossen en bij een héél drukke A50. Daar klopte niks van, waar was het fietspad de goede kant op? Ik dacht het gevonden te hebben en toen eindigde deze in een wandelpad met hek ervoor en was het al bijna donker. Enfin: een omweg van wel 10 kilometer, schat ik zo in.

Vandaag wordt het een leesdag, lekker in mijn hangmat, en kijk: ik kan het kacheltje zó draaien en dan blaast het de warmte in mijn rug. Waarschijnlijk laat ik mij meenemen door het eerste deel Vader van de autobiografie van Karl Ove Knausgårds autobiografie Mijn Strijd, die ik als enige van de vijf delen nog niet gelezen heb. Ja, voor maar € 2  gevonden en het is leuk om nu een boek van hem te  bezitten omdat elke pagina overloopt van nauwkeurig beschreven details en fysieke sensaties. 

zaterdag 5 februari 2022

Vietnamese tempel

‘Mag ik je wat vragen?’ zegt de Vietnamese vrouw terwijl ik weer in een stukje knapperige warme loempia hap en zoek waar op het bakje nu de zoete saus zit en waar de heel scherpe. Ik vraag altijd meer zoet, met een heel klein beetje scherp, maar op het bakje weet je niet waar het ene en het andere zit, het is allemaal rood-oranje. Die saus maken ze zelf en als ze er flesjes van verkochten zou ik er meteen een van mee naar huis nemen.

‘Is er in Indonesië nu ook Chinees Nieuwjaar? ‘ is de vraag. Dus ik begin te vertellen van niet, en dat Chinezen een minderheid zijn en eigenlijk enigszins gediscrimineerd werden; tenminste Moeder mocht als kind niet in het openbare zwembad: geen toegang voor gelen, ofzo, was het bordje bij de ingang… Ik vraag me nu af, of  ‘inlanders’ in de koloniale tijd dan wel naar binnen mochten.

Voor haar is het wel Nieuwjaar! Vietnam volgt China hierin, dus het is het jaar van de tijger en ze vierden het nu met de familie alleen maar door 's avonds lekker met elkaar te eten. Ze hebben drie kinderen en die werken allemaal, dus ze hadden overdag geen vrij. 

‘Maar een keer per jaar in augustus dan hebben we wel allemaal feest.’ Dan gaan ze met zijn allen naar de Vietnamese tempel in Almere. ‘Boeddhistisch’, zegt haar man achter haar, terwijl hij de loempia’s in het vet nog eens omdraait. Ik ben helemaal verrast, ik wist helemaal niet dat er een Vietnamese boeddhistische tempel in Almere is.

‘Ja hoor, heel groot, we vieren dan Moederdag in de tempel, met veel eten’. 'Hoeveel mensen komen dan?' vraag ik, 'enkele honderden? ‘Véél’, zegt ze, ‘heel veel, uit het hele land. Wel duizenden.’ Het is in augustus en het is de grootste Vietnamese feestdag en ook de enige, dat er zoveel mensen komen. Ze kent de Chinese tempel in Amsterdam ook, maar deze in Almere is toch anders, ‘Ik ga kijken op internet’, zeg ik. ‘Ja, doe maar!’ zegt ze, maar je kunt ook in het echt kijken, in augustus, dan kan iedereen naar binnen.’

Ik vind zoiets zo leuk! Dat je in zo’n eenvoudig kort praatje ineens iets heel nieuws leert.

http://www.vanhanhpagode.nl/

donderdag 3 februari 2022

Een kaars die brandt

En nu heb ik de kaars uitgeblazen. Het is bijna 20u in de avond en ik ontstak het ongeveer 9u in de ochtend. De hele dag geen muziek aan en stil geweest. Op zoek naar die ruimte die overal tussenin is, tussen leven en dood, verbeelding en werkelijkheid, verlangen en gemis, troost en perspectief…

Vorig jaar was het de laatste levensdag van Broer, hij zal in de nacht van de vroege ochtend van morgen sterven. Zo’n levensdag: de mijne, in een poging de dag en het leven van broer te markeren, te herinneren, te gedenken. Een leven voorbij, maar in zoveel sporen altijd aanwezig.

Waarom is het zo gewoon om zoveel dagen van je leven voorbij te laten gaan, zonder je bewust te zijn dat het die ene unieke dag is, die nooit meer exact zo voorbij komt, de levensadem die door je heen gaat, die je in stand houdt, tot die ene dag dat er een laatste levensadem zal zijn? Waarom zijn er geen plekken, overal in de samenleving om daar bij stil te staan? 

Vroeger waren er overal open kerken en kapelletjes waar je zo’n kaarsje kan aansteken. In India is er wel op ongeveer elke straathoek iets waar een lichtje brand en zelfs op een drukke markt brandt er tussen alle koopwaar ergens wel iets van vuur. Op Bali worden twee keer per jaar de voorouders verwelkomd met uitbundige feestelijkheden. Die verwijzing dat er door de gewone wereld heen, haar drukke reilen en zeilen, gericht op nut en prestatie, geld en gewin, ook een ruimte is die dit allemaal doorbreekt…

We leven ook altijd, ergens in die andere ruimte: waar de overledenen de levenden ontmoeten, waar zachtheid en zuiverheid bewaard is gebleven, waar elke traan samenvalt met een heldere waterdruppel die alles wat groen is, groener maakt. Er groent altijd ergens wel iets;  in het grauwe as is er de vonk die weer veranderen kan in warmte en licht.

dinsdag 1 februari 2022

Vrouwelijk en mannelijk. Startrek, the next generation

Het thema ‘vrouwelijk’ en ‘mannelijk’ gaat eigenlijk al mijn hele leven met mij mee. In mij was al op de middelbare school, een dandy, die graag in mooie blouse en wit colbertjasje flaneerde, die wellicht verliefd zou kunnen worden op ook zo’n soort jongeman, later in mijn studententijd liep ik altijd in een colbertjasje en een stropdas en rookte een pijpje, was géén lid van een van de vrouwengroepen want dan zou ik me een soort van buitenstaander en spion voelen, en ik had een relatie met een wat ‘vrouwelijke’ man, die ook wel met Tadzio, uit ‘Der Tod in Venedig’ werd geassocieerd. Er is een man in mij die een soort van zwerver en avonturier was in de woestijn, gevangen heeft gezeten en valt op vrouwelijke vrouwen. En dan is er ook een vrouw in mij die het even leuk vond om een kokerrok te dragen met zwarte ragfijne panty’s  en destijds het mannelijke in een man heel aantrekkelijk en onweerstaanbaar vond…

Ik denk hieraan door de Deense film A Perfect Normal Family die ik bij de NPO zag, waar een vader van een gezin met twee dochters besluit om vrouw te worden. Zoals hij als man is, daar kan ik mij in herkennen, maar ik zou nooit het soort vrouw kunnen worden, die ze wordt:  jurken en rokjes en sjalen en sieraden, niet overdreven, het past haar heel natuurlijk, maar het zou mij nooit passen.

Ik vind het wonderlijk, al die verschillende personen die in je huizen…en wat ‘mannelijk’ en ‘vrouwelijk’ dan behelst. De afgelopen weken kijk ik in het schemeruurtje op de iPad een aflevering van Startrek, The Next Generation. Star Trek was mijn favoriet in mijn jeugd, ik denk door de ook wel filosofische thema’s die in elke aflevering worden aangesneden, in totaal bordkartonnen decors, zie je nu, en des  te meer kun je de acteerprestaties waarderen van toen. ‘Spock’ was toen favoriet bij me, de man die geen mens is, en leeft vanuit zijn ratio. Ook zo’n thema: ratio contra gevoel of emotie, maar dit terzijde.

In The Next Generation is er een nieuwe bemanning, waar ik de dosering tussen mannelijkheid en vrouwelijkheid in alle personages heel goed vind en subtiel geacteerd en een nieuw thema is toegevoegd : menselijkheid en machine, in het personage van Data, een android. Het ziet er heel bij de tijds uit: er zijn geen drukknoppen meer, alles gebeurd via aanraking, zoals ik op de iPad ‘typ’ en er is een ‘holodeck’, waar elke werkelijkheid in kan worden gesimuleerd, zoals the virtual reality van nu. Er zijn zeven seizoenen van, dus ik kan vooruit. Ik heb deze reeks totaal gemist toen deze actueel op de tv was. Nu dus op Netflix in te halen.

Een aflevering, vorig week Angel One was verrassend actueel door de combinatie van twee thema’s die speelden: Er was een onbekend virus aan boord van de Enterprise, die zorgwekkend was omdat al een derde van de bemanning niet meer kon werken, het virus muteerde elke 20 minuten en de dokter, vrouw, is op zoek naar een vaccinatie. Ondertussen zijn er bemanningsleden op een planeet waar vrouwen de baas zijn en vanzelfsprekend macht hebben over de mannen, die in pastelkleurige glitterende kleding met half ontblote bovenborst en oorsieraden lopen en het zijn de vrouwen die ook de uitnodigingen doen voor erotische contact. Eerste officier Riker, vindt het helemaal niet erg om zich in deze kleding te hullen, al wordt hij uitgelachen door de andere bemanningsleden, en hij gaat graag in op de seksuele avances van het hoofd van het matriarchaat. Zij kunnen echter niet terug naar het ruimteschip, zolang het virus niet onder controle is.

Misschien versnelt deze Coronatijd, waar mensen meer op zichzelf zijn teruggeworpen, met minder afleiding, wel dat die aflevering van BOOS over The Voice, zo breed in de samenleving resoneert. Misschien is het de tijd voor werkelijke veranderingen rondom vrouwelijk en mannelijk en gelijke machtsverdeling, ‘arm en rijk’; getuige de tv-programma’s Sander en de kloof en Jeroen Pauw met Scheefgroei en de wereldwijde Black Lives Matter-  en Me Too-beweging. Dat zou een reden zijn in deze onzekere tijden voor optimisme.