maandag 16 mei 2022

Over kat en boeddha

Dát is zo leuk aan de boerderij: je maakt als eerste activiteit een gangetje door de moestuin en je haalt wat onkruid weg bij de opkomende dille tussen de bonenstruiken die in bloei zijn. Daarna komt pas het eerste bakkie koffie. En Joep springt voor het eerst op schoot en gaat trappelen: de tweede ochtend, eerder kwam hij alleen voor eten, waardoor ik Sam wel mistte. Die ging dood aan een acute hartstilstand en die kwam altijd bij aankomst meteen naar mij toe en was ook in de avond de hele tijd in de buurt. 

Grappig: de taal van de dieren. Want vanochtend leek Joep al aanstalten te maken tot de actie: ik wil toenadering. Hij bleef miauwen en drentelen rondom de brokjes die ik hem had voor gezet. Ik dacht: die vraagt om de ochtend-yoghurt, die ik uiteindelijk gaf. Maar nee; hij bleef mij aankijken en pas na een stevige knuffel begon hij aan de brokjes.

Joep is een veel gelukkiger kat geworden, nu Sam en niet meer is. Héél  relaxt, zichzelf steeds wassend, rollend over de warme grond, je tevreden aankijkend. Dat was niet zo, met Sam erbij. Dan reageerden de katten ook op elkaar, alerter, met meer stress in het lijf als ze samen in je buurt waren. Het doet mij denken aan alleen-leven versus in-een-relatie. In de laatste ben je, (ik wel!) ook altijd gericht op een ander. Alleen-zijn heeft een eigen kwaliteit: meer in rust, bij jezelf; alle anderen en je omgeving komen daardoor intenser binnen. 

Ik kan ondertussen wel de ‘winst’ voelen van een celibatair leven. Dat concept komt toch ergens vandaan, niet alleen uit een aversie tegen het lichaam. Of het verketteren van seksualiteit, zoals dat in de westerse Joods-christelijke traditie gebeurd is. Zo heel anders dan in het hindoeïsme, waar de Kama Sutra, dat geschrift vol erotische handelingen, aan het begin van het rijk van de goden staat. Tempels vol gebeeldhouwde wulpse en speelse goden en godinnen.

En aan de andere kant van dat spectrum, is tegelijkertijd de ascese uitgevonden. Gecentreerd zijn in je eigen lichaam en uit die sublieme aandacht kon Boeddha opstaan, die onder de Bodhiboom de verlichting bereikt. Hoe talrijke scheuten uit die bodhiboom in het Oosten, van Indonesië tot Thailand, Sri Lanka en India, natuurlijk, het thuisland van Boeddha,  (dit zijn de landen die ik bezocht heb, maar ze staan waarschijnlijk overal), nu heilige plekken zijn geworden: oeroude grote bomen waar het verhaal omheen gaat dat ze ontspringen bij het aura van Boeddha. 

Hoé anders als dat wat in de christelijkheid tot heilig verklaard wordt: een mens moet een ‘bewijsbaar’ wonder verricht hebben, alle goede daden ten spijt, zo bleek weer bij de heilig verklaring van Titus Brandsma, gisteren door de paus. En op één plek, zoals Lourdes, moeten ook heel veel wonderen geschied zijn. En in deze wonderen zit besloten dat het lichaam, met ziekte, overwonnen wordt en geneest: Opnieuw dat lichaam in een verdomhoekje en tja: dat is tenslotte ook de kern van het christelijk geloof: Jezus is verrezen, zijn dode lichaam was niet meer in zijn graf.

Nou, nou, wat een gedachten, zo op de vroege ochtend. En dat naar aanleiding van een katje die toenadering zoekt. Een dynamiek die wel aansluit bij heilige bomen die zich verspreiden en het verhaal dat een mens bij een boom, in de natuur, zichzelf; het kleine ego, kan overstijgen. 

vrijdag 13 mei 2022

Graphic Cosmogony

Het is maar één ‘paneel’/plaatje dat me plots een schok gaf: Wat is het toch absurd dat wij in het Westen steeds maar weer dat scheppingsverhaal, waarmee de Bijbel begint, herhalen: in het begin schiep God de hemel, enzovoort, om vervolgens die man en vrouw in een paradijs te situeren, waarna de vrouw het voor iedereen verknald door van die appel te eten. Het plaatje komt uit één van de 24 verhalen, waar tekenaars/schrijvers in 7 pagina’s gevraagd is om nieuwe scheppingsverhalen te verbeelden: A Graphic Cosmogony: 24 artists take on 7 pages to tell their tales OF THE CREATION Of EVERYTHING.

In dit verhaaltje zijn twee mensachtige wezentjes aan het kibbelen: Wát hou jij je nooit bezig met de vraag waar alles vandaan komt, wat stom, oké laten we om beurten dan maar iets gaan verzinnen. De eerste zegt dan: In het begin schiep God… De andere breekt in en zegt: ‘Whoa there! You’re not having that one! It’s been done to death. You have to make it up.’ De volgende poging behelst dat een vogel die eten zoekt voor haar jongeren, niks kan vinden, dan wat aarde eet, vervolgens een nieuw ei legt en uit dat ei komt het universum. Ook deze versie wordt weggehoond. Na nog enige pogingen komt eruit dat het universum begonnen is omdat iemand eraan dacht, nee noem degene geen God, maar bijvoorbeeld Derek. Eerst zweefde die een beetje door de ruimte heen in het niks, kreeg daar genoeg van, vond een ligstoel en een milkshake en hij eet een hotdog en toen ontstonden er allemaal dingen in zijn hoofd: kleur, planeten, bergen, bomen enzovoort. En dat werd werkelijk. Ineens kwam heel erg bij me binnen wat scheppingskracht is. Gewoon in je eigen leven: je stelt je iets voor en daardoor kan het ontstaan. Zoals ik ineens bedacht dat een huisje ergens rustig in de natuur wel mooi zou zijn en nog geen anderhalve maand later vond ik het en nu woon ik er alweer één en drie kwart jaar.

Het boek komt uit 2010 en heeft waarschijnlijk vier vrouwelijke kunstenaars; door de ook buitenlandse namen, Chinees en wellicht Maori, weet ik het niet zeker. Dat is voor de huidige maatstaven weinig ‘vrouw’. Het zegt mij ook dat in pakweg twaalf jaar een focus veranderd is. Maar er zitten wél definitief heel vrouwvriendelijke verhalen in, waar de man de schuld heeft aan alle ellende en niet Eva. Eentje van Brecht Vandenbroucke (ook Brecht kan een mannen of vrouwen naam zijn, maar het is een man ontdek ik al googelend, beeldend kunstenaar met pop-art motieven) vertelt in ‘Genesis’, zonder woorden: In het begin ontstond er uit een donkere leegte met flarden kleur een onsterfelijke grote vrouw. Uit haar kwam een onsterfelijke man. Nog vast aan haar navelstreng zet hij het licht dat ook uit haar ontstaat aan het firmament. Alles ontstaat uit haar: de eerste kiem, aarde, lucht , het water, de olifant, tijgers, de flamingo en alles is mooi. Dan kijkt de man om zich heen, er is niemand en dan verkracht hij haar. Dan komen er allemaal sterfelijke mensen uit haar en de harmonie is weg. Hij voelt dat hij zelf ook sterfelijk wordt. Hij kan dit niet aan en kruipt weer terug in de baarmoeder. En zo bleef de aarde achter, met mannen daarin, die elkaar vermoorden, een vrouw met een knuppel slaan, bomen omver werpen; chaos alom.

Let wel: zonder woorden in zeven pagina’s, zó sterk gedaan. Nog eentje dan, die ‘All that dreams matters’ heet. Je ziet dat allerlei goden naar de ‘Diety School’ gaan, waar ze dus leren om te scheppen. Atlas, Gaia, Hermes , Ganesh, Venus, Thor, Horus, Isis enzovoort. Alleen ‘God’, een slungelige jongen met een ongeschoren baard, wit overhemd, slordig dasje, verslaapt zich en komt te laat en zit er onverschillig bij. Ze krijgen de opdracht om een goddelijk plan te maken en iedereen gaat enthousiast aan het werk, behalve God die komt op geen idee en probeert bij Ganesh te spieken, die al een kleurrijk boek vol bruisende en dynamische plannen heeft. Uiteindelijk komt hij met een oude kartonnen doos en daarin heeft hij met stokjes en pleisterplakwerk wat bolletjes gestopt. Dit is mijn plan…zegt hij bedremmeld…en het eindigt in een prullenbak. Maar dan wordt dat toch het universum, een wereldbol verschijnt, ingezoomd, op Groot Brittannië .Daar knielt een bisschop in een lege donkere kathedraal. ‘God, hoor je mij?’ vraagt hij. En dan nogmaals : ‘God?’. Einde van het verhaaltje. En kijk dan weer naar de titel: alleen degene die dromen kan, schept iets wat ertoe doet.

Er is ook een verhaaltje waar een lichtgeel maan-achtig wezen (de maan is van oudsher vrouwelijk) uit de vele vormen die om haar een dwarrelen, bomen plakt , zoals die kleurige plastic figuurtjes van vroeger die  je op het glas  kan plakken en zo een wereld kan scheppen, in mijn huis in de stad heb ik zo een raam bij mijn leestoel, vol. Dan maakt ze in de relatieve donkerte om haar heen,  een rond gat en plaatst daarin, in het licht, alles wat ze gemaakt heeft, een paard, een vogel, een walvis… en er ontstaat een man om haar heen en ook die plaatst zij in de wereld. En dan gaat het dus mis: de man geniet aanvankelijk en dan gaat hij vernielen, de maanfiguur wurmt zich ook door het gat in een poging om hem het goede te leren. Dan realiseert ze zich dat ze dat niet kan, hij moet het zelf uitzoeken. Ze keert terug door het gat en kijkt sindsdien met volle maan  met mededogen naar de wereld.

Kortom: dit is een boek vol zoveel mogelijke werelden. En bestaande werelden, want wat er in het begin is heeft een vervolg, schepping en bestaan zijn met elkaar verbonden. Ik zou willen dat dit boek meerdere vervolgen zou krijgen in de wereld van de graphic novel. Nog eens 24 kunstenaars uitdagen, zoveel als dat er uren in een dag zijn en ze zeven pagina’s geven, zoveel dagen als een week, waarin God in de bijbel de wereld schiep. Er kunnen nog zoveel nieuwe verhalen en dus werelden, ontstaan.

PS Bij de kringloopwinkel vond ik onderstaand kuikentje. Een tuimelaar; blijft altijd in evenwicht en herneemt haar plaats, hoe hard je er ook aan duwt. Ik vind haar ook nog eens van een perfecte vormgeving, alles klopt. Misschien zou mijn verhaaltje over het begin van een wereld, bij haar een oorsprong vinden.



donderdag 12 mei 2022

Op strooptocht

En nu zit ik twee maatjesharingen te snacken en 100 gram cocktailgarnalen, nog net gered van de afvalbak. Het liep tegen17.00 u. en ik kreeg wel lekkere trek in iets… en keek op de app TooGoodToGo. Ik had nog 38 minuten de tijd om iets op te halen. Nou ja, waarom niet?, door het bos en langs de hei, 3 km. op de fiets naar de Miggelenbergweg. Het is een soort van struinen, want je weet niet wat je in de schoot geworpen wordt. De Landall-‘Parkshop’, zoals die heet, heeft een meer dan Albert Heijn allure; sfeervol met sjiekerige spullen, heel anders dan de campingsfeer van de Spar hier vlakbij in de bossen. Ik hoop dat de vegan-salade en de falafel-schotel het invriezen doorstaan, zo niet: anders was dit eten sowieso weggegooid.

Na maandag genoot ik nog de hele week van mijn oogst in Otterlo, te beginnen meteen met twee sandwiches met kaas en uienchutney en een zalmslaatje, fijn met mijn blote voeten in het zand van een zandverstuiving op de Hoge Veluwe en thuis nog een bapao en  als toetje een deel van de liter bananenvla. En daarna at ik twee kippenbouten, een zak wokgroenten, een zakje bloemkool in plaats van aardappelen, 4 gehaktballen door oma klaargemaakt; tot en met vanavond met het eten dus, onder de pannen. Dus mocht  het nu tegenvallen voor die €4,99; dat is een deel van de sport. Maar ook deze Magic Box is weer helemaal oké. Alles heeft vandaag als uiterste houdbaarheidsdatum, maar alles kan verder in de vriezer. Het voelt als een fijne buit na een korte strooptocht.

woensdag 11 mei 2022

Watersysteem o.a.

Ik heb het even in dit blog opgezocht: het was vorig jaar op 7 juni dat ik hier moestuinbakken neerzette en met één daarvan maakte ik mijn ‘waterinstallatie’. Die staat bij het schuurtje en al het regenwater uit de pijpen stroomt daarin, zoals een regenton dus, maar het is een lage bak, dus sindsdien was ik er ’s ochtends mijn gezicht, ook in de winter. Door een overloop aan water vulde ik ook veel lege flessen en twee tweeliter tanks. Het geheel ontstond vanzelf, omdat het vorig jaar zoveel regende.

Want zó erg was het wel: ik heb vorig jaar geen ene keer meegemaakt dat ik vroeg in de ochtend, net als de zon boven de bomen komt, geniet van de eerste warmte en langzaam het bos elke dag wat groener, met een dichter bladerdak zie worden. Het is een heerlijk begin van de dag. Maar vanochtend kon ik voor het eerst mijn gezicht niet meer wassen in de waterbak. Al het water is op. Voor het eerst dus, sinds bijna een jaar, geen druppel meer. Vorig jaar heb ik enige dagen in de zomer wel wat kraanwater gebruikt om de moestuinbakken te begieten, maar wel om ook een laagje water over te houden in de bak voor het wassen van mijn gezicht.

Dit is dus mijn directe ervaring van de droogte, dat nu al een landelijk  thema is. Maar zolang er helder drinkbaar water uit de kraan komt, blijft het in een moderne geciviliseerde samenleving een probleem op afstand, tot nu toe alleen voelbaar als je de tuin niet meer mag besproeien. Maar nu las ik al de optie dat men de bevolking moet aanleren, dat elke dag douchen niet nodig is. Mijn  watersysteem gebruik  ik voor de afwas, de handwassen en ik kook met regenwater mijn eten. Dus ik had een ‘extreem laag watergebruik’, zei H. toen ze het kwam opmeten. Eigenlijk is het streven om het water uit de kraan alleen maar te gebruiken voor een douche, en dat lukte dus.

Vorig jaar maakte het mij niet uit dat het koud en nat was, want ik genoot van alles wat er voor de eerste keer was, rondom mijn boshuisje. Donker lenteweer was toch ook beschut binnen, omringd door bomen. Maar buiten was het nog niet fijn, zozeer zelfs dat kamperen niet te doen was, waardoor het uiteindelijk huizenruil werd met I. en J. van de boerderij in Kranenburg. I. heeft trouwens pas haar website de lucht in gegooid, als je googelt op ‘Ingrid M Geerdink’, dan kom je er. Het is mooi om al dat werk nu bij elkaar te kunnen zien, en dan komt er één werkelijkheid nabij, waar natuur, verborgen leven, verwondering om al het kleine dat groots wordt, licht en donker, en nog veel meer, met elkaar gaan communiceren. Deel van de inspiratie komt van het leven op de boerderij en heel binnenkort ga ik er weer op kat en moestuin passen. Dan loop ik weer in een bedauwde moestuin met beginnend groen; ook daarvoor spring ik als de ochtendzon naar binnen kiert, meteen uit bed.

zondag 8 mei 2022

Intelligente Natuur

Het is zó geweldig om in een lichtgroen lentebos te ontwaken, buiten te  gaan zitten in de ochtendzon met alleen de wind door de bomen en overal gefluit van vogels om me heen… Zucht. Het voelt net zo aan als in India, in Mahabalipuram, wanneer ik de zon zag kieren door de donkere gordijnen, naar buiten stormde en dan meteen op het goudgele strand was bij de zee en meestal de laatste vissers op hun kleine bootjes weer binnen zag komen.

Een totaal andere entourage, maar dezelfde ervaring: nauw aangesloten te zijn met levende natuur om je heen. Misschien voedt dit het perspectief dat ‘bewustzijn’ niet iets is wat alleen in mensen zit, maar dat het overal is. Het is een nieuwe wijze van denken, ontdek ik steeds meer: ook de natuur is intelligent, zó zouden we daar dan een deel van zijn en erover kunnen denken en spreken. We zijn gefocust op de groei van A.I., ‘Artificial Intelligence’, maar wat wanneer blijkt dat de levende natuur om ons heen ook bewustzijn heeft, alles op een eigen wijze, en ons ‘uitnodigt’ om samen het feest te vieren?

Dit klinkt misschien vaag en new agerig, maar met dit oordeel verwerp je ook dat wat wellicht ook gewoon voor handen is. Een paar voorbeelden: een bioloog, gespecialiseerd in communicatie van en met dieren, komt er pas na jaren achter: haar hond nieste op gezette tijden en ze zocht naar een allergie. Tot ze per toeval las dat wilde honden in Zuid-Afrika gaan niezen als ze willen gaan jagen en rennen. Haar hond gaf dus met een nies aan: ik wil naar buiten. Nu ze het signaal heeft opgevangen en honoreert, ziet ze dat haar hond de betekenis van het niezen probeert uit te breiden met: geef me eens een extra lekker hapje. 

Een ander voorbeeld over de intelligentie bij octopussen, al eerder bij mij binnen gekomen door de boeiende documentaire op Netflix My octopus teacher en het boek Other Minds: the octopus and the evolution of intelligent Life van Peter Godfrey Smith. In deze anekdote ging de elektriciteit in een aquarium in een dierentuin elke nacht stuk, men snapte niet waar de kortsluiting vandaan kwam. Toen bleek een octopus in een bak last te hebben van het felle licht en stak elke nacht een lange tentakel uit naar de lichtinstallatie om die uit te doen.

Ik keek op YouTube naar een conferentie Future Affairs Live by  Leiden Europian City of Science 2022 waar bovenstaande voorbeelden vandaan komen. Allereerst kwam er een Britse filosoof aan het woord , Phillip Goff, die het concept ‘panpsychisme’ introduceert: het idee dat bewustzijn niet een product is van de menselijke hersens, maar een fundamenteel onderdeel van de natuur. Ik vind het razend interessant. Ook Frans de Waal laat immers in zijn jarenlange onderzoek zien dat chimpansees kunnen rouwen, zorg dragen voor elkaar, en altruïsme kennen.

Een tweede lijn waarlangs dit onderzoek loopt, gebeurt aan de ‘harde’ natuurkundige kant: het onderzoek naar ‘Fractals’, wiskundige patronen die overal in de natuur voorkomen: van slakkenhuizen tot hoe planten groeien, wortelstelsels ondergronds van bomen, (en hoe die met elkaar communiceren en kennis delen, las ik in de roman The Overstory van Richard Powers),  sterrenstelsels, de golven in de zee, de menselijke vingerafdrukken… Een theorie die Cristiane Morais Smith, hoogleraar theoretische natuurkunde in Utrecht uitlegde was, als ik het goed begreep, de volgende. 

De werkelijkheid is niet statisch, maar altijd in beweging (een notie die bij mij al binnen is gekomen door het lezen van Plato), en alles wat tot nu toe beschreven en ontdekt is, zoals elektronen, neuronen, nanodeeltjes etc, dat is zoals je een munt de lucht in gooit: die beweegt, er zijn tweezijden die elkaar steeds afwisselen en het moment dat het de grond raakt, dát is het moment dat wij ‘bewustzijn’ noemen, wat we herkennen en ons gewaar worden. Zij wees op hetzelfde groeiend bewustzijn hieromtrent in de schilderkunst: eerst werd er maar één werkelijkheid tegelijk afgebeeld, maar toen kwam Picasso met het portret van Dora Maar en daar zie je twee gezichten tegelijkertijd: hoe ze je aankijkt en hoe ze wegkijkt. Ik zie dat het al stamt uit 1937: Het is als het ware een bewijs dat het menselijke bewustzijn aan verandering onderhevig is, groeit, naar het kunnen bevatten van meerdere perspectieven tegelijkertijd. 

‘Fluïde’ is ook het woord wat past in dit kader en ook het praten over ‘narratieven’ : je bewust zijn dat wat jij denkt, voelt en gelooft in het ene narratief past en volkomen vanzelfsprekend is, maar in het andere een onding is en totaal overbodig. Pas zei ik tegen buurvrouw A. die nogal kampt met pijn en gezondheidsproblemen, dat ik er geen enkele moeite mee zou hebben om met een rollator te gaan lopen, als ik hiermee een bospad zou kunnen bereiken, dat dit voor mij vergelijkbaar is met al die bionische benen van sporters op de Invictus Games, dat ik zelf ook ooit maandenlang op twee krukken ronddobberde: alles wat helpt om vooruit te komen en in beweging te blijven is oké. Ze ging erover nadenken: inderdaad niet kijken naar wat geweest is en naar verlies, maar naar wat mogelijk is, hoe dan ook.

Goh… en zo kwam er deze gedachtestroom, naar aanleiding van de ervaring dat het bos dichtbij, hetzelfde voelt als de zee dichtbij. En ondertussen wordt het al warmer in de groeiende ochtendzon.

vrijdag 6 mei 2022

M. op bezoek

Het was erg leuk om M. hier op bezoek te hebben. Nu een jonge vrouw die twee koppen boven mij uitsteekt, maar waarvan ik me nog levendig herinner dat ik kusjes op haar baby-buik gaf, ze me daar intens bij aankeek en ging lachen. Met zo’n blik van nóg een keertje en dan deed je dat en kraaide ze opnieuw van plezier, terwijl haar armpjes met babyvet de lucht in vlogen, als een soort van een juichende gebaar.

En dan praat je nu ineens over ‘gender en religie’, een werkstuk dat zij gemaakt had en waar zij een 8,5 voor scoorde, ‘dat moét je nog vertellen’, had vriendin P. als opmaat daarvoor tegen  haar gezegd. En dan gaat het ineens over hindoeïsme en de ‘Heira’ …  of hoe heet deze ook alweer, we wisten het beide niet meer precies, de vrouw/man die er een speciale positie heeft. Transseksuelen of travestieten, zoals wij ze noemen, hebben een enigszins bevoorrechte positie bij gelovigen, omdat zij de incarnatie zijn van die godheid die fluïde is en kan veranderen van geslacht. Ik vertelde hoe in een bijna vertrekkende bus bij een tempelcomplex een ‘Heira’ binnenkwam, ze met egards behandelt werd en van iedereen iets toegestopt kreeg.

Ook ging het over nabijheid en presentie in dat wat een ‘pastoraal’ contact heet, tegenover de afstandelijkheid en functionaliteit van de doorsnee psycholoog. Die zoekt naar een oplossing, terwijl bij het andere de nadruk ligt dat een ieder er mag zijn in haar eigenheid, dat ieder een bijdrage levert en ertoe doet, en dat jij dan degene bent die dat ziet. Haar moeder en zus zijn pedagoog en psycholoog, maar wij beide meenden dat P. toch meer aan de kant stond van ‘presentie’: aanwezig zijn, ook middels de persoon die je bent, als deel van de ‘therapie’. Juist het accent kunnen leggen op ‘niet-de-grote-mond’. We beide gruwelden uit één mond bijna, van die betweterige psychologen die enigszins neerbuigend en quasi-empathisch anderen benaderen. 

En dat ‘met mensen omgaan’ en nieuwsgierig zijn naar hun verhalen, het plezier van het werken uitmaakt en dat ‘het pastorale’ vaak niks toevoegt. Alhoewel ik denk dat zij dat héél goed zal kunnen: luisteren naar mensen en een viering of rituelen aandragen als ze dat graag willen. Omdat zij als kind al zo erg een eigen wereldje kon scheppen met bijna niks. ‘Misschien komt dat nog’, zei ze. De tweede studie, nu op universitair niveau, zal haar daar wellicht sterker in maken. Ik zag het plezier van het lezen, het onderzoek  het ontdekken van nieuwe dingen, het zoeken naar verbanden. En dat je daar tijd en ruimte voor nodig hebt. Hoe alles ook weer verschuift en anders wordt: op HBO-niveau neem je  concepten aan voor wat ze zijn, nu was het aan jou om deze opnieuw te bekijken en wel of niet op te nemen in je eigen wijze van denken.

Helemaal in het begin zei ze, dat er toch echt wel ‘nature’ en ‘nurture’ aan de hand was, dat mijn invloed op haar groot was, ‘want waar zou ik anders dat pastorale vandaan halen? niet van jullie’, zei ze tegen haar moeder. Ik vond het leuk dat ze dit uit zichzelf zei. P. zegt dat ook tegen mij, in herhaling, maar dan denk je ook dat het een vriendin is die dit ziet in een ander vriendin. Maar uit haar eigen mond, ja, dat geeft een soort van ‘voldoening’, al is dit niet het woord ervoor. Tegelijk denk ik: Hoe dan??!! Toen ik haar luiers wisselde, toen we hutten maakte van doeken met verkleedpartijen, toen ze een eigen tuintje maakte aan de zijkant van het huis? Ik kan me niet herinneren ooit iets over theologie of ‘God’ of iets daaromtrent met haar uitgewisseld te hebben. Heel wonderlijk. 

woensdag 4 mei 2022

Fietsen. Feestelijk. Natuur en kunst

Zo. Daar zit ik weer in het gefluit  tussen de vele verschillende vogels in de rust van het bos. De bomen om mij heen zijn in drie dagen tijd groener geworden, de berkenboom achter mijn huisje in een waas van teder groen, de eikenboom pal voor mij heeft nu groene warrige puntjes aan de eerst nog kale takken.

De afgelopen dagen heb ik het gebied tussen Hoenderloo en Utrecht op de fiets leren kennen: zoveel platteland met sloten, koolzaad, schermbloemen, weilanden, witte bloeiende meidoorn, ontluikende  knotwilgen. De volkomen zondagse rust op de Veluwe: geen mens op de weg, verborgen in hun stille boerderijen, of zouden ze ergens in een kerk zitten? zelfs geen dieren in de wei. De bossen, met de grote legerbasis rond Soesterberg, het hoofdkwartier van de KNVB, langs het verscholen koetshuis van het ooit Franciscaanse milieuproject bij Stoutenburg. Flarden hei, de uitgestrekte Ginkelse Hei in de buurt van Ede… en dan ook nog gewandeld in een prachtig gebiedje de Westbroekse Zodden, boven Utrecht met grote zwanen op een nest, galopperende reeën in de verte, blauwe luchten, stroken water met boterbloemen en waterlelies: een heerlijk terras waar je vliegtuigjes ziet landen en opstijgen bij Hilversum met verzorgd eten: L. liet me er trots mee kennismaken: één van haar lievelingswandelingen.

Één van mijn cadeautjes voor L., die haar 65ste verjaardag vierde, was het boek ‘Windflowerdat ik ongeveer een week ervoor in het Kröller Müller Museum vond, het moet een prachtige tentoonstelling geweest, waar dit boek de catalogus van is, vol kunstenaars met het thema: Perceptions of Nature. Hoe verschillend kunstenaars de natuur integreren  in hun werk: elk houdt je een spiegel voor omtrent je eigen beleven of geeft een onverwachte inkijk. 

Ik bewonder de gigantische energie die er zit in het gestalte geven van die kunst: kunst die in wezen nergens een doel dient, nooit nuttig is, maar onontkoombaar , eerst voor de kunstenaar zelf: zij kan niet anders, en vervolgens elk ander probeert te verleiden tot eenzelfde beleving: kom, zet een stap verder, weg uit je eigen enge coconnetje, open de wereld, word gevoelig… Bij een kunstenaar Liang Shaoij werd ik plots diep droevig. Hij faciliteert een ontmoeting met de tere, levende en groeiende witte draden van de zijdeworm, met afgebrande kaarsen, lagen papier, een ijzeren wereldbol. Ineens realiseerde ik me dat aan de andere zijde van het spectrum zoveel mensen en wetenschappers al die wapens hebben ontworpen voor die oorlog. En dat die nu nodig blijken en mijn eigen ooit pacifistische perspectief ook naïef was…

Gelukkig bestaan er ontelbare perspectieven en die van Yoko Ono maakte mij weer blij. Het uitspreken van alleen het woord ‘Imagine’ zet voor haar een mogelijke keten van handelen in gang, en als je kijkt hoe het lied van John Lennon wereldwijd gezongen blijft, dan is het ook zo, dat dit de menselijke geest ook gezond houdt omdat het je voedsel geeft voor een verlangen, al is de habitat daarvan vooralsnog in de wolken, zoals op de hoes van de LP ‘Imagine’ te zien is. Ook de kunstenaar Liang Shaoij mediteert op een rots in de bergen bij een door hem gemaakte ‘Cloud Mirror’. Er bestaat voor hem een connectie tussen de substantie van wolken en de witte draden van de zijdeworm.

Van Yoko Ono kwam het gedicht dat zij op een van de grote ramen in het bos van Kröller-Müller liet afdrukken wel binnen, een teken van de ook onverwoestbare verbeelding van de mens, uit de herfst van 1963

LIGHT PIECE

Carry an empty bag.
Go to the top of the hill.
Pour all the light you can in it.
Go home when it is dark.
Hang the bag in the middle of your
room in the place of a light bulb.

Ondertussen, terwijl ik hier typ, buiten , kijk ik tegen hetzelfde soort van lentebos aan als op de foto in het boek. Met  ‘windflowers’ gestoken in een bloempot op de tafel. Een soort van bescheiden, door een mens gemaakte uitdrukking;  dat je zou willen dat een kwetsbare bloem die maar zo  kort bloeit, toch de winter zal doorstaan. Ik plaatste er eerder ook een op de graven van mijn ouders en bij Broer. Nu ga ik proberen een foto van mijn uitzicht te plaatsen in dit blog. Die handeling komt dus voort uit hetzelfde verlangen naar het eeuwige nu.