maandag 18 november 2024

Hattem


 Ik fietste 56 km naar Hattem, voornamelijk door weilanden en herfstbos. Wat een mooi, klein vestingstadje aan de IJssel, met stadsrechten uit de 13e eeuw.


Ik ontmoette daar mijn ‘projectgroep’, die ik ken vanaf mijn eerste jaar theologie, da’s toch bijzonder, om elkaar te kennen van piepjong, zoekend, vragend, studerend, werkend, naar nu allemaal grijs en op ééntje na, met pensioen en vorige week heb ik mijn AOW aangevraagd.


We gingen naar het museum van Jan Voerman, senior en junior, die hier gewoond hebben. De oude vooral bekend om zijn gezichten op de IJssel en de koeien in de weilanden en mosterdpotjes met bloemen. De jonge heeft heel veel Verkadeplaatjes gemaakt voor de verzamelalbums van Jac Thijsse: Senior was gehuwd met de dochter van de Verkadefabricant.


De jonge Voerman schildert fris en prachtig, hij zegt erover zélf even bloem en plant te worden tijdens het maakproces. Dan wordt hij wellicht ook even een sneeuwlandschap met verse sporen daarin.


Daarna ging iedereen even haar eigen weg: de ene was al linea recta naar de  B&B gegaan om te relaxen, een andere ging haar achterna om te kijken of de thee al was gezet, eentje ging alle boodschappen doen, eentje ging wandelen naar de B&B en ik ging nog even flaneren in Hattem, waar ik Sinterklaas zag, die met een Volkswagen busje zijn intocht had gemaakt.


Er was ook nog het Anton Pieck Museum. De aquarel die hij op 10 jarige leeftijd maakte, verraadt voor mij zijn grote talent. Achter al die karakteristieke prenten die hij maakte, vergeet je bijna dat onder elk een proces schuilt van schetsen, aquarelleren, bedenken hoe en wat; ook als je de wolf met de zeven geitjes voor de Elfteling tot leven brengt.
Er hing ook nog een andere illustrator; Marius van Dokkum, die acht prentenboeken met Opa Jan maakte, allen met een humoristische ondertoon. Die Opa Jan met zijn balanceervermogen in allerlei situaties…Wellicht het streven van een ieder in deze groep. Theoloog zijn is ook geïnvolveerd zijn in een onzichtbare wereld, die je op de één of andere wijze tijdens je leven ten gelde hebt gemaakt. Er zit een soort van missie-element in minstens je professionele handelen…


Uiteindelijk blijkt het vaak te gaan om de kwetsbaarheid en machteloosheid van elk mens en niemand verwacht meer iets van een almachtige God.

vrijdag 15 november 2024

Smoke


 Erg leuk om weer oude films te kunnen bekijken. In mijn stadshuis heb ik een aardig grote dvd-verzameling en daar heb ik dus meer dan drie jaar lang niet naar omgekeken. Maar in mijn boshuisje kan ik onder de tafel nog heel veel dvd’s kwijt, dus ik nam deze week een grote tas mee. Wél een gesjouw, 2,5 km door het bos, maar nu voelt het als een privé-bioscoopje, ik kan weer vooruit. En ik bekeek Smoke, een film waaraan ik in New York spontaan dacht, omdat ik in een zelfde soort buurt als in de film sliep.
Het speelt zich af in 1990 en het was grappig om te zien dat sommige dingen nu nog exact hetzelfde zijn. De sfeer in de straten, er rijden nog dezelfde oude schoolbussen, de metro ratelt over hetzelfde spoor. Maar de Twin Towers waren er nog, de skyline is nu véél voller, de gele taxi’s en andere auto’s zijn vervangen door modernere varianten. Én roken was geheel vanzelfsprekend; de titel van de film verwijst naar de rook van sigaren en sigaretten en veel speelt zich af in zo’n winkeltje, waar je ze kunt kopen,  Auggie is er de eigenaar.
Het is een mooie, gelaagde en ook poëtische film, waar ook een kerstverhaal van Paul Auster in is verwerkt, en een van de hoofdpersonen is ook een schrijver, die Paul heet. Het gaat over vriendschappen en relaties die de stormen van het leven doorstaan en het openstellen dát het mogelijk is: écht contact en uitwisseling van wat je ten diepste bezig houdt. Heel anders dan de instrumentele wijze waarop tegenwoordig aan veel ‘vriendschappen’ vorm wordt gegeven: rondom een gezamenlijke interesse, dat samen ondernemen en als de hobby verdwijnt, verdwijnt ook de vriendschap. Dan heb je je dus nooit laten raken door die ander, zó dat je trouw wilt blijven aan elkaar…
Maar dit terzijde: hiér gebeurt het wel. Op het einde van de film heeft Paul, de schrijver, gespeeld door William Hurt, heel snel een kerstverhaal nodig voor de New York Times en Auggie, gespeeld door Harvey Keitel, heeft er wel eentje, zegt hij, écht gebeurd. Het is de wijze waarop hij zijn camera heeft verkregen, waarmee hij al jarenlang elke dag, op hetzelfde tijdstip en op dezelfde plek, een foto maakt van zijn winkel op de hoek. Hij vertelt het als hij een lunch getrakteerd krijgt en de schrijver luistert en is geraakt, maar laat ook merken dat hij denkt dat Auggie het misschien verzonnen heeft en hij dus ‘alleen’ een heel goede verhalenverteller is. Auggie geeft hierover geen uitsluitsel.
Maar dan komt de eindscene, in zwart-wit, en dan weet je als kijker dat het echt gebeurd is: dat hij de Kerst vierde met een blinde oude vrouw en ze samen net deden of hij de teruggekeerde kleinzoon was;  de jongen die in zijn winkel een blad met blote dames stal. Het wordt begeleid met het rauwe lied van Tom Waits: Innocent When You Dream


Ook dat oude liedje hoor je dan: Smoke gets in your eyes. In het begin van de film een anekdote, hoe je het gewicht van rook kunt wegen en er wordt de vergelijking gemaakt, dat dit zo licht is, als dat de ziel zou kunnen zijn.Ik vraag mij af het idee voor de film 21 Grams (het gewicht van de ziel), hier is begonnen.



Altijd meerdere identiteiten in één mens

Dit is de sfeer van de politie en de openbare ambtsdrager in New York, zoals ik ze in die 7 weken al dan niet met opzet heb vastgelegd. Joviaal en ontspannend tegen het publiek, toevallig voorbij lopend, zelf in een rustig moment op hun mobieltjes kijkend of een koffiepauze nemend met de thermoskan op straat. De gesluierde vrouw die ik vaak in het loket van de metro zag zitten, in mijn buurt, hier waarschijnlijk net uit haar werk, of ernaar onderweg. De politie die je gewoon kunt zien, zoals zij in het dagelijks niet werkende leven ook zijn: met tatoeages, eigen kapsels en sieraden, ik heb er ook eentje met een hanekam gezien.
De boodschap en hun gedrag is: wij zijn hier de orde handhavers, we regelen wat we moeten doen, voor jullie veiligheid, maar we zijn net zo goed één van wie we allemaal hier zijn: divers en iedereen uniek.
 Maar in Nederland wordt het een wet dat deze niks meer mogen laten zien van hun identiteit. Kan nu een gemeente dat zelf beslissen, zoals Den Haag, waar hoofddoeken, keppeltjes, kruisjes, Davidsterren etc. wel mogelijk zijn, volgend jaar mag het landelijk niet meer. Nederland sluit zich met de onervaren, eendimensionale, eenogige -cycloopachtige rechtse regering steeds meer op in zichzelf. De boodschap moet van hen zijn: wij zijn autoritaire handhavers, we zijn anoniem, we hebben geen gezicht.
Terwijl het de Joodse denker Levinas was, die zei, dat je pas in het gelaat van de andere, toekomt aan menselijkheid.


De grond waarop de samenleving in New York wortelt is het bewustzijn dat bijna iedereen er oorspronkelijk een gast is. Dus je verleent gastvrijheid aan elkaar. De autochtone Indianen werken nu veelal aan de bouw van de wolkenkrabbers. Je bent niet één identiteit, maar altijd meerdere. 
Burgemeester Marcouch gebruikte in een les op een school in Arnhem, in het kader van de week van respect het beeld van een boom




Supermaan. Sacha Bronwasser


 Wat een contrast met vorige week: toen zag je geen hand voor de ogen in de compacte mistige duisternis, nu kon ik tot in de bosrand kijken, door de verlichting van de bijna volle maan. Vanavond is het Supermaan, het fenomeen dat ongeveer 2-3 keer per jaar voorkomt, doordat de maan dan het dichtst bij de aarde is. Je kunt nu als het ware ín de maan zelf kijken: naar al die kraters enzovoort: het is nu niet egaal vlak van kleur.


Wat je kunt zien, door de wisselende omstandigheden: dat is ook een thema in de roman van Sacha Bronwassser, die Luister, heet. Pas op het einde van het boek, als alles verteld is, besef je wat een krachtige titel het is. Het speelt zich af in het aupair-milieu te Parijs, in de jaren negentig, toen er zoveel aanslagen van geweld waren. Philipe, de vader heeft helderziende vooruitblikken omtrent de aupairs die elke jaar verwisseld worden. M de laatste aupair, is degene die het gereconstrueerde verhaal verteld aan Flo, die een gerenommeerde fotograaf is, en M was haar vroegere student. Zij is halsoverkop na alles wat er gebeurd is, vanuit een middelgrote stad A, in Nederland, het lijkt mij Arhem omdat daar ook een kunstacademie is, naar Parijs gegaan, om daar als aupair de boel te verwerken.
Het is de eerste roman van Sacha Bronwasser, na een boek met korte verhalen, zij is ook journalist en kunsthistoricus en ze schrijft kunstrecensies bij de Volkskrant, dus er komt in het boek ook veel kunst voor.
Daardoor vond ik deze foto, met de eerste mens ooit erop. Het ontgaat de meesten, als je het niet weet, zegt Flo in een van haar lessen. Het is de man die zijn schoenen laat poetsen, linksonder in beeld, aan het begin van de boulevard. Waarschijnlijk waren er in het echt veel meer mensen op straat, maar dat pakte de camera niet, want alles moest enkele minuten stilstaan.
Het is een heel ingenieus boek, dat zowel een coming of age verhaal is, maar ook over machtsmisbruik gaat en geweld en hoe je mee moet en gevoelens moet onderdrukken in die spiegel-schijnwereld om succesvol te zijn. En de stad Parijs speelt ook een hoofdrol, Bronwassser heeft er zelf ook gewoond.
Ik las het in een dagdeel in één ruk uit en kwam erop omdat het een van de genomineerden is voor de NS Publieksprijs.
Wegens spoilers kun je verder niet veel meer over dit boek vertellen, maar de sfeer en thematiek zit wel vervat in deze foto, een fotograaf die ook in dit boek genoemd wordt.


woensdag 13 november 2024

Klimop op de berging

Dit bericht heb ik zojuist verstuurd. Het laatste hoofdstuk, hopelijk, in het jarenlange epos omtrent mijn tuin in de stad, de begroeiing en de mussenkolonie. Die jarenlange strijd met de Woningbouwvereniging ; helemaal voor mij te volgen als ik ‘mussenkolonie’ of ‘woningbouwvereniging’  intyp in dit blog…Die mussenkolonie heeft het uiteindelijk overleeft. Ze hebben naast mijn geheel afgeslankt domein, ook plekjes gevonden in dakranden in de buurt. Ze hebben een tactiek ontwikkeld om zich toch veilig te voelen in die ene flard klimop en bruidssluier die er nog over is: ze verzamelen zich s’avonds allemaal in de lijsterbes boom ervoor en vliegen dan tegelijk hun nesten in, die nu als een flatgebouw, geconcentreerd boven en naast elkaar liggen.
En toen ontstond er een nieuw hoofdstuk: de woningbouwvereniging wil de klimop en laurierkers achter bij de berging als geheel verwijderen. Daar, waar ik in de zomer in een hangmat kon schommelen. Er is een lekkage ontstaan bij de buurvrouw, die na het overlijden van J. geheel in paniek is, hoe zij het allemaal moet doen, alleen. J. deed alles. Huilend zei ze tegen mij in het voorjaar dat ze nu voor het eerst onkruid uit de tuin getrokken had. Ze wil op termijn een onderhoudsvrije tuin: dat betekent dus steen en beton en mijn wilde ‘oerwoudtuin’ staat nu in de weg… Terwijl J. er ook wel lol in had. Maar J. heeft ook verborgen voor mij gehouden dat hij al reparaties had verricht bij de berging, om lekkage te voorkomen…
Enfin. 

PS Weer fijn in mijn boshuisje, waar ik de maan zie opkomen.

maandag 11 november 2024

Zitten, fietsen, luisteren, kijken


 Het had ook wel wat, dat windstille, grijze, zwaarbewolkte, weer. Ineens was het ook weer echt koud, dus voor het eerst weer het elektrische kacheltje aan, met warmtekussens. Opnieuw ga ik ernaar streven om de stand van de gaskachel niét te veranderen, die blijft op 3. Het grijze weer zorgde ervoor dat je zo goed kon zien welke kleuren er wél nog waren: er hangt nog oranje-lichtbruin en geel tussen de takken. ’s’nachts voor het slapen gaan stapte ik buiten een inktzwarte duisternis in. Gisterennacht was het voor het eerst van de week anders. Ik had dit nog nooit zo gezien: alles dichtgepakt donker, maar er was één gat in het wolkendek en daaruit kwam een kartelende ronde vlek van stralende sterren.
Na de hele week in mijn hol gezeten te hebben, ging ik in het weekend op pad. Een waar genoegen: fietsen door dat goudgeel eiken- en beukenblad. Ik stapte niet af om een foto te maken, dus dat haalde ik gisteren in bij Paleis het Loo. Mooi, dat bruine bladerdek en die iele takjes en twijgen die ook alweer te zien zijn, in die lichte zweem van kleur.


De dag ervoor naar Burgers Zoo. Een bliksembezoek, ik wilde gewoonweg minstens even weer de oceaan inkijken, dus ik blééf kijken, tegen het glas aan en waande mij weer even snorkelend tussen de tropische vissen. Ik zag ook voor het eerst een schildpad lopen, bijna rennen. Een dierentuinbezoek levert altijd scènes op, die ik nog nooit eerder heb gezien.


Er was een muziekmiddag op het plein bij de stallen van het Paleis, op twee podia, alternerend, in het kader van de dag van de Mantelzorg. Het bleken allemaal groepen te zijn uit de buurt. Twee rappende jongens hadden geen eigen publiek mee, het waren ouderen die belangstellend even luisterden, en toen weer vertrokken. Daar hoorde ik zelf ook bij. Je weet het nooit zeker, maar ik meende ook aardig wat psychische wat kwetsbare mensen te zien, die een dagje uit waren. Soms kunnen mensen mij ineens ontroeren.

Een vrouw die buiten, op krukken, achter glas naar de rijtuigen keek van de koninklijke familie. Ik vroeg mij af, of zij wegens de krukken het ingewikkeld vond om naar binnen te komen, omdat er twee zware deuren waren waar je tegenaan moest duwen of trekken. Een meisje dat zo werkelijke geïnteresseerd was in de schilderswoonwagen van koningin Wilhelmina. Die liet zij dan ergens, met potkacheltje en al, neerzetten in de omgeving van Paleis het Loo, zij had de wagen zelf ontworpen. De kinderen op kussens bij  een band die Cubaanse muziek speelden, leken mij de kleinkinderen…De poging om schwung erin te brengen was niet onverdienstelijk, maar ik miste, zoals in New York ongetwijfeld wel het geval was geweest, dat er ook iemand in de band zat, die daar haar wortels had; het kwam allemaal net niet van de grond. Alle muziek die ik in N.Y. hoorde was van hoge kwaliteit, het hart musiceerde. Dat laatste gold ook wel voor deze twee jonge mensen, die in ieder geval ook twee liedjes zongen, die ook horen  bij mijn ‘pareltjes uit de schatkist’, zoals zij het noemde: The Rose en The Sound of Silence. Ze hadden ook eigen gemaakte liedjes, met een positief ‘christelijke’ sfeer: Wie gelooft, kan bergen verzetten. Ach, toch lief. Het is het heimwee dat mij soms kan overvallen, naar religie die erop gericht is om mensen in hun waarde te laten, die verwijst naar de liefde, die alle mensen met elkaar verbindt. Er is zoveel inspiratie te vinden daaromtrent, in alle tradities.


zaterdag 9 november 2024

Week van de (on)machtige mannen



Eerst won Trump met overmacht. De prognose dat vrouwen deze verkiezingen zouden bepalen, bleek ongegrond. Het waren de mannen die vanuit het platteland en de arbeiderssteden tevoorschijn kwamen. Zij die meestentijds onmachtig zijn. En de machtige rijke mannen zullen de wereld gaan bepalen.


Als ze dat niet al deden… Na 7 oktober was er éven een wereldgeluid dat het ook een wake-up call was. Israël die al zo lang illigaal aan landjepik deed, dat de Palestijnen nu toch eindelijk recht op vrijheid hadden. De óók met weinig middelen inventieve en tegelijk wrede aanslag van onmachtige Palestijnen zou  wellicht nodig zijn geweest, om weer de aandacht van de ogen van de wereld te krijgen.
Niks van dit alles, ondertussen. De westerse pers behandelt de toestand in Gaza als een soort van natuurramp en meldt alleen nog dat er een tweede polio vaccinatie ronde aldaar, in gang is gezet.
Dat er een heel volk hongert, vernedert en uiteindelijk uitgemoord wordt (ja, genocide) daar gaat het niet over. Wél over het toenemende anti-semitisme op de wereld. 

En nu kwam daar gisteren dan Amsterdam bij, die notabene dit jaar haar 750ste verjaardag viert. Opnieuw was het de inventiviteit van een kleine groep onmachtige mannen die het mogelijk maakte om met scooters chaos te creëren. Het opjagen van supporters van een voetbalclub. Mannen, waarvan een deel hoogstwaarschijnlijk, nu een paar dagen weg waren van hun dagelijkse werk: het opjagen van Palestijnen in hun eigen land. ‘Sport en politiek moeten niet gemengd worden’, zei een man uit Israël, nog voor de wedstrijd en de nacht die nog moest volgen. Ondertussen haalde een supporter wél een Palestijnse vlag van een gevel en scandeerden ze : ‘ Weg met de Arabieren’. Wilders en Natanyanu, de machtige mannen, waren er als de kippen bij om het een ‘pogrom’ te noemen en een vergelijking te maken met de Kristallnacht. En wéér wordt het westerse schuldbewustijn getriggerd: dat zij zes miljoen Joden naar de gaskamers hebben geleid. En daarop volgt: Israël mag zich verdedigen, tot in het oneindige. Wie protesteert is een anti-semiet.


Wie neemt het nu nog op voor de Palestijnen? … Ellen, zij deed het voortdurend, ik heb haar ook kwaad en wraakzuchtig, wanhopig en héél verdrietig gezien in haar posts op Instagram. Maar uiteindelijk is machteloosheid overgebleven…Is het toeval dat deze oproep van een vrouw komt? Het geslacht dat altijd al onmachtiger was dan haar mannelijke tegenpool? Dat er dan uiteindelijk, toch maar een verwijzing komt naar liefde?

PS uit Trouw, maandag 11/11