donderdag 31 juli 2008

Go China!

Wat heb ik vandaag toch weer mooie dingen gezien. 'GO CHINA!' heet de gezamenlijke oproep van het Drents Museum in Assen en het Gronings Museum.

Het beeld dat me achtervolgt zijn de kleine schoentjes gemaakt van menselijk haar van de kunstenares Leung Mee-Ping. Zo klein als de ingebonden voetjes van Chinese vrouwen, vroeger. Of zijn het kinderschoentjes?

Ze heeft gedurende zes jaar menselijk haar verzameld in meer dan honderd landen. Dat haar heeft ze gewassen en 10.000 schoentjes, blond, bruin, zwart, van gemaakt, gewoon in haar eentje in haar appartement. Dat had iets weg van meditatie, zegt ze zelf. Er kwamen allerlei emoties via dat menselijk haar, zomaar heel dichtbij: eenmaal begon ze uit het niets te huilen.
Die schoentjes staan allemaal in dezelfde richting. Alsof ze iets willen zeggen van: kijk, maar we lopen met zijn allen naar hetzelfde toe. Waarheen? .... De installatie heet: 'Memorize the Future'.

Shi Guorui bouwde in een container een grote camera obscura en zette die op verschillende plaatsen neer in Beijing. De lens stond acht uur open en Shi Guorie was daar steeds bij. Zijn aanwezigheid daar, noemt ook hij, een vorm van meditatie.

Het resultaat zijn grote, ijle zwartwit foto's van flatgebouwen en het nieuwe 'vogelnest', een olympisch stadion ontworpen door Ai Weiwei. Alles wat beweegt, de mensen die voorbij spoeden en werken, legt de camera niet vast. Daarvoor zijn ze te kort in beeld. Alleen de materie blijft plakken.

En dan had je natuurlijk de soldaten uit het terracotta leger van Xi'an in het Drents Museum. Prachtig. Allemaal anders, de een staat robuust en stevig, de andere wat weifelender. E. vond de gezichten wel wat statisch, maar ik niet. Het zit natuurlijk in mijn genen, dat ondoorgrondelijke, lachten we.

Vergankelijkheid en het verlangen daar boven uit te stijgen. Het gegeven dat het stoffelijke alleen maar aan je plakt en je met huid en haar daaraan bent overgeleverd: dat hebben deze 3 projecten met elkaar gemeen. En ze komen extra direct binnen in deze zomerhitte.

woensdag 30 juli 2008

Zeekomkommer

Zo. Nu heb ik de hele dag in eén ruk Koetsier Herfst van Charlotte Mutsearts gelezen. Lekker aan het water en toen de rode zon de laatste stralen gaf aan de spiegel die de Bisonbaai heet, was het boek uit.

Poeh. Een heel knap boek. Al lezend dacht ik herhaalde malen: wát ben ik aan het lezen? De hele Mutsaertswereld is aanwezig, gekke, grappige verbindingen en absurde associaties die ze maakt, dieren als mensen, de zee... Ik herinner me een zeefdruk van haar van een zeekomkommer en ook daar de ervaring: zie ik wat bedoeld is, wat zit hier achter?

De twee hoofdstukken heetten: Use your illusion I en II (punt), nou ja dan kun je eigenlijk wel nagaan dat het boek een uitnodiging is om te lezen naar 'er staat niet wat er staat.' Toch gaat dit boek naar mijn idee in feite over terrorisme. Hoe je, als je een afgesloten, eenduidige wereld creëert, je een gevangene wordt van de compassie waarvan je bedacht hebt dat die compassie de enige is, die telt: 'opgedragen aan alle prisoners of compassion in verleden heden en toekomst', staat er voorin.

In dit geval is er de compassie van de hoofdpersoon de schrijver Maurice Maillot (die achternaam alleen al!) voor... twee Nokia's, die hem verbinden aan een nieuwe liefde Adolphe Klein of ook wel Do, Dora Dhont. Zij is lid van het Kreeften Bevrijdingsfront en zet een foto van Osama Bin Laden op hun hotelnachtkastje in Oostende. Ze reizen van Amsterdam naar Oostende en voor het eerst dacht ik: dat moet dus toch een leuke stad zijn, Mutsaerts woont er ook. Alleen herinner ik me alleen een grijze hoge betonkade en een troosteloos strand... kan ik Mutsaerts geloven?

Koetsier Herft is voor beide Osama Bin Laden en dat maakt het boek in feite onverwachts verontrustend. Maurice moet van Do in het half jaar dat ze elkaar niet zien, elke dag een gedicht opzeggen en dat begint zo:

Koetsier Herfst, o vermoeide oude man,
neem mij maar mee naar de raadselachtige wegen.
Neem mij stiekem weg van de wereld en de mensen,
naar de goddelijke betovering en de stilte.

Mooi toch? Alle religie wordt ook gevoed door goddelijke betovering en stilte.

Het gedicht gaat verder:

Richt je zweep van regenstralen op mijn rug.
Vlecht mijn heimwee vanuit de natte draden.

Do vindt het het geweldigst als Maurice zijn plas, liefst gemaakt van wijn en champagne, die ze proeven kan, over haar heen watert. Je voelt het al: dit gedicht wordt op een heel eigen wijze geïnterpreteerd.

Het gedicht eindigt zo:

Koetsier Herfst, leid je koets maar niet af,
neem me mee, voer me dronken met je regen.
Alleen in het hele heelal.

Die laatste regel, daar zit de angel. Wie zich alleen waant in het heelal gaat aan grootheidwaanzin leiden, je gaat dingen verzinnen om dat alleen zijn op te heffen. Je wilt kreeften bevrijden in restaurants zoals Do. De uitvinder van de Nokia, die ga je aanbidden, zoals Maillot: Jorma Ollilla heet hij: 'de redder in nood, de God der verlatenen.'

De auteur van het gedicht is overigens in het echt, Osama Bin Laden himself. Eigenlijk is het boek een soort bom in feestverpakking.

dinsdag 29 juli 2008

La Montserrat

Al heel vroeg, lang voor de massa, ging ons gezin op vakantie naar Spanje. Naar de Costa del Sol: Fueringola, Malaga en Benidorm. Spanje is voor mij dus: 's avonds laat een verlicht kasteel op een heuvel, gebraden kippetjes eten en stukken cactus, horchata drinken en de 'cassatjok' dat was een liedje met een dansje dat een hit was.

Ik at er voor het eerst aubergines die in roomboter werden gebakken, vader ging 's ochtends vroeg handdoeken klaarleggen bij het zwembad of op het strand. We werden ingesmeerd met wit schuim tegen de zon, we moesten zwemvestjes aan als we bij de zee speelden, we hadden ieder ons eigen gele badhanddoekje dat je door een drukknoop ook als een cape kon gebruiken.

Op de mijne zat een donkergroen zeepaardje met rood garen geborduurd, mijn ene broertje had een ankertje erop, de andere een zeester... Ach! Nostalgie! 'Middellandse Zee, souvenir van mijn dromen...', zong mijn moeder dobberend op een luchtbed in zee en vol heimwee bij thuiskomst.

Nu lees ik ter voorbereiding van mijn reisje naar Valencia: SPANJE Handboek over land, cultuur en bevolking van Kees van Dooren. Gewoon van voor naar achter met een soort berustende moedeloosheid dat er uiteindelijk wel ongeveer niks zal blijven hangen in mijn gatengeheugen. Alleen dat het een boeiend land is, vol diversiteit aan klimaat en landschappen, invloeden van de Moren en dat Franco er ooit geregeerd heeft. Maar dat wist ik al.

Om toch iets van een missie te hebben noem ik hier La Montserrat; een serie beelden van Julio Gonzalez (1878-1942). Volgens mijn boek was hij de eerste die ijzer gebruikte als expressiemiddel. La Montserrat zijn allemaal vrouwen met hoofddoekjes, die eigenlijk de sterke Catalaanse vrouw uitbeelden en het merendeel staan in de Institutos Valencio de Arte Moderno (IVAM) in Valencia.

Vrouwen met hoofddoekjes: die zijn tegenwoordig niet in, die staan voor achteruitgang, bekrompenheid en onderdrukking. Maar in Amserdam, in het Stedelijk Museum staat de beroemdste Montserrat: ze heeft een sikkel in de ene hand en een kind op de arm en zij is voor alles een verdedigster van wat haar heilig is, symbool van verzet en wel concreet het fascisme. Kees van Doren schrijft: 'De kracht van het verzet die deze sterke vrouw uitstraalt wordt ontroerend, als men bedenkt hoe in dezelfde jaren de beeldhouwkunst van het Duitsland van Hitler de kracht van de nieuwe fascistische mens wilde uitdrukken in gigantische beelden van superhelden en -heldinnen aan wie alles kolossaal was. De kracht van deze kleine Monsserrat is oneindig veel groter dan welk van die perfecte, gepolijste superhelden dan ook.'

Op naar de vrouwen met de hoofddoekjes, dus. En verder naar zon, strand en hopelijk dezelfde blauwe zee als van mijn jeugd.

maandag 28 juli 2008

Joni Mitchell

'Zomergasten', mijn all-time-favorite TV progamma, opende dit jaar met een fragment uit een documentaire over Joni Mittchell, Woman of heart and mind. Dit liedje was weer jarenlang een soortement van lijfliedje voor me, dus ik werd weer het verre verleden van mijn jongere jaren ingezogen.

Het fragment liet zien hoe Joni Mitchell een gelukkige relatie had met Graham Nash, van Crosby Stills, Nash & Young en ze deze relatie vrijwillig verbrak omdat ze niet als haar oma wilde eindigen, slaand met de deuren van de keukenkastjes. Onder begeleiding van 'Our House' (ook al zo'n weemoedliedje) vertelden beide nog steeds met liefde, over elkaar en hoe hun huis met de grond gelijk gemaakt werd. Langzaam nam de muziek van Joni Mitchell de dokumentaire over.

Die muziek met die rijke songteksten had ze niet kunnen maken, als ze aan Graham Nash vastgeklonken was gebleven, zei ze. Het was haar passie om alle regionen van de gevoelens van de ziel bloot te leggen en hoe kon dat, als je er zelf niet geweest was? Zomergast Ronald Plasterk noemde het een soort priesterschap: ze had zichzelf opgeofferd om te komen waar ze wezen wilde.

Met deze nieuwe info luisterde ik de ochtend erop naar de LP For the Roses. De songteksten kregen een andere dimensie. In Judgement of the moon and stars zingt ze:

Your solitary path
Draw yourself a bath
Think what you'd like to have
For supper
or take a walk
a park
a bridge
a tree
a river
revoked but not yet cancelled.
The gift goes on
in silence
in a bell jar
still a song.

Dan voel je ineens de intense zelfgekozen eenzaamheid van Mitchell. Had ze dezelfde intensiteit kunnen bereiken in de knusheid van een traditionele relatie?

In A woman with heart and mind zingt ze:

I am a woman of heart and mind
with time on her hands,
No child to raise...

Had ze met een kinderschare ruimte voor haar kreativiteit gehad? In welke mate is veel tijd hebben een levensvoorwaarde?

In Let the wind carry me zingt ze:

Sometimes I get that feeling
and I want to settle
and raise a child with somebody

I get that strong longing
but it passes like the summer

I'm a wild seed again
Let the wind carry me.

In the Franciscaanse spiritualiteit, staat heel centraal om 'pelgrim en vreemdeling te zijn', je te laten dragen door de wind, die ook de Geest is. In hoeverre is het écht zo, dat een graankorrel eerst moet sterven om nieuwe vruchten te dragen? Zo'n vraag krijgt door de levensloop van Joni Mitchell; haar compromisloze vrouwelijke kracht die geen dealtjes kon sluiten of het op een akkoordje kon gooien, voor mij een nieuwe kleur en dimensie.

Grandeur

De recensie die ik gelezen had over Grandeur, Sonsbeek 2008, was niet echt lovend. Er werd verwezen naar de kroon van Venetiaans glas van Jean-Michel Othoniel, die ergens tussen de bomen hangt en de teneur was: Als dat nou alles is, is dit groots?

Maar groots is de tentoonstelling wél, vind ik. Niet in de zin van glossy en de schelle schijn van de buitenkant, maar zoals artistiek directeur Anna Tilroe zegt: alle werken hebben iets overrompelends omdat zij 'op een orginele en belangwekkende manier iets zeggen over het verlangen dat iedereen kent: het verlangen je dagelijkse beperkte zelf te overstijgen. Over dat verlangen, het conflict en de droom die erbij horen, vertelt deze tentoonstelling.'

Twee werken hadden het thema 'groei'. We zijn allemaal een levend ademend organisme, wat weten we van het onvoorspelbare dat er in ons lichaam en ons brein huist? Je loopt een heuvel op en het lijkt alsof er een grote bruine bal van de top van de heuvel helt. Het blijkt de ingepakte wortelkluit te zijn van een 25 jaar oude 20.0000 kilo zware lindenboom die nu horizontaal doorgroeit. Er onstaat een andere boom, waar blad plotseling uit de zijtakken oppopt op zoek naar het zonlicht, een Apperance of a tree van Michel Francois.

In een turkoois tuinhuisje laten twee kunstenaars felroze kristallen groeien op het oude tuingereedschap van volkstuinders uit de omgeving : The mystery of fertility.

Een aantal kunstwerken zouden iconen kunnen worden van het moderne zelf: de vier meter witte Lazy King van Alain Séches die in het gras ligt, want 'voor we over Grandeur kunnen nadenken, moeten we eerst uit de hektiek van het dagelijks leven stappen', zegt hij.

Of Miss Universe van Lara Schnitger: een vijf meter hoge vrouw gemaakt van tentstokken en doeken van verschillende soorten stof. Een ervan is een print van blote mensen in allerlei standjes, andere patronen associeren richting lief\lijkheid, classisisme, SM, tijgerprinterige 'wildheid'. Noem ze maar op, al die vrouwenfiguren die voornamlijk door mannenogen zo beleefd zijn: hoer, amazone, moeder, feministe, strenge meesteres, minnares... Ze draagt een sjerp met: 'This princess saves herself. Long live the frogs.' Haar hoofd is een zonnepaneel en 's nachts klopt er zo een roodschijnend hart in het park.

Mijn icoon zou The Ornamental Hermit worden van Matthew Monahan. Uit de verte een onooglijk, verfrommeld tiepetje, van dichtbij een persoon met een monnikskap, met een gezicht die als je erom heen liep steeds van expressie veranderde: van trots naar gepijnigd, van waardig naar broos... zijn we niet allen zo?

Het allermooiste vond ik de bijdrage van Joseph Sumégé uit Kameroen: The 9 Elders. Negen figuren, bezield en verbonden: allen in contact met elkaar door de wijze van kijken, de lichaamshouding en witte touwen, als gematerialiseerde lichtstralen. Twee van hen zitten op stoelen tegenover elkaar met een grote wereldkaart tussen hen in, de anderen rondom hen zijn half in de bomen geklommen. Sjamanen? Wijze mensen? Stamoudsten?
Gemaakt van oude auto-onderdelen, banden, rubber, sloophout, Afrikaanse kralen en vlechtwerk bestaan ze vanaf 1988 en Sumégé blijft met ze bezig. Ze staan voor JALAA, een Afrikaans woord dat gaat over 'een beslissende overwinning op het kleine dagelijkse zelf en een verhoogde staat van mens zijn', zo staat er in de bezoekersgids.

Ik weet niet wat een verhoogde staat van mens-zijn is, maar Sonsbeek 2008 verwijst wel naar de mogelijkheid om het leven met speelsheid en aandacht vorm te geven. De vlag van Compassie van Rini Hurkmans, wit met in het midden een goud-oranjekleurige baan, wappert als wapenfeit bij het Sonsbeekpaviljoen. Trouwens ook te koop. Merchandize waarbij een deel van de opbrengst naar een goed doel van het Rode Kruis gaat. Wat kneuterig Nederlands, lijkt dat. Dat is het wellicht ook. Maar ach, ook dat is eén van de vele vormen van Grandeur.

zaterdag 26 juli 2008

Allemoal vur os

Wat is het toch heerlijk, eindelijk die zomerwarmte en zwoele zomeravonden buiten op mijn terrasje bij het bamboebosje in het oerwoud. Kaarsjes aan, glaasje wijn erbij en van Rowwen Heze 'Allemoal vur os', op de repeatknop:

't Is er allemoal vur os elke daag wir opnij,
elke boem in elk bos, 't is vur os
elke bij die danst op de hei
elke muk in elke wei
elke wolk die drieft op 't land
elke golf die brukt op 't strand
elke daag elke nacht 't is d'r allemoal vur os.

't is er allemoal vur os zo gewoen zo dichtbeej...


Enzovoort: steeds in herhaling, een fijn zomermantra, ik word daar helemaal genoegelijk en héél tevreden van.

Ondertussen dacht ik aan broeder Janus, die mij heeft geleerd om de dalia's te dieven. Om hele grote bijna menshoge dalia's te krijgen, kaarsrecht op een dikke steel, sommige zo groot als fijngepenseelde opengevouwen waterlelies, moet je in de oksels de kleinere ontluikende knoppen weghalen. Af en toe ging het me aan het hart: dat hád toch ook een mooie bloem kunnen worden!

Maar gelijk heeft hij: voor iets moois moet je soms ook hard zijn. Met oneindige zorgvuldigheid, zijn handen zijn al een leven lang met bloemen en planten bezig, hij heeft in de Amsterdamse plantsoendienst gewerkt en houdt niet echt van lezen, deed hij het een paar keer voor.

's Avonds bij het eten zei hij met een twinkeling in zijn ogen: Als ik er volgend jaar niet meer ben, dan kun jij de dalia's doen. Het zijn z'n lievelingbloemen. 'Je moet gevoel krijgen, hoe de plant groeit', zei hij 's middags met een glimlach.

Alles in zijn wijze van leven straalt die zomermantra uit: Het is er 'allemoal vur os'.

donderdag 24 juli 2008

Geloven

Ze noemen dat in psychologische termen: de vraag bij de deur. Colombo, die van de oude regenjas, de grote beaglehond en de sigaar deed dat altijd: 'Zeg, wat me nu nog puzzelt...'

Vandaag gebeurde me het bij het afrekenen, met A. die ik al een poosje niet gezien had. In de zon, op een terras: 'Wat ik nog wou vragen: gelóóf je dan in het hiernamaals? Gelóóf je dan in God...?' Tja. Eigenlijk weet ik daar niet op te antwoorden. Nee, ik geloof, geloof ik, niet in een hiernamaals. 'Dat kan ook niet, dan zou het daar aardig overbevolkt raken', zei de andere terrasganger nuchter.

Geloven in God? Ook al zoiets moeilijks. Nee, ik geloof niet in iemand of iets, ik geloof niet dat hij bestaat, zoals je wel of niet in Sinterklaas kunt geloven. Het werkwoord geloven, is helemaal niet van toepassing voor mij. De lucht die ik inadem heeft met God te maken, ik kan mezelf helemaal niet meer bedenken zonder daar ook het woord God bij te halen.

Het woord God... Het is zoiets als voelen dat je hart klopt. Iets anders kan ik er even niet van maken. Het woord God zet mij wel op het spoor, om te geloven in mensen, want daar moet je vaak moeite voor doen. Dat het uiteindelijk wel goed zit met het mensdom. Dat je cynisme de deur uitzet, al is het soms zoveel logischer om daar in mee te gaan. Gewoon omdat je eigen cynisme je in het hier-en-nu uiteindelijk ongelukkig maakt.

Je hart klopt het meest vanzelf en valt niet in een kramp, als je je kunt overgeven aan alle ervaringen, dingen, mensen die het leven glans geven. Ik kan niet zonder God, zoals de aarde niet zonder de zon kan. Dat is toch geen kwestie van geloven, dat is een kwestie van genieten. Zeker op een zomerdag zoals vandaag.