woensdag 30 november 2011

Dag Frans

Vandaag is het de verjaardag van mijn vader. Als hij nog geleefd zou hebben. Vandaag leek hij weer even dichtbij. Ik lag in de zon bij de rivier en dacht 'broeder Zon'. Daar had hij wel wat met mee. Hij vertoefde graag in zonnige oorden, met name Indonesië. Hij noemde de Zon zo weleens tegen mij, en Broeder Wind, en Zuster Water, en Broeder Vuur en Zuster Maan enzovoort, als hij naar het Zonnelied van Franciscus van Assisi verwees.

Hij had wel wat met Franciscus. Enkele jaren voor zijn dood gaf hij me al zijn houten beeldje van F. die hij had gekregen bij een voettocht rondom Assisi en het Rietiëdal, die hij 50 jaar tevoren met de Tochtgenoten van Sint Frans gelopen had. Dat had heel veel indruk op hem gemaakt. Hij wilde dat ik het toen al had en niet na zijn dood. 50 jaar later zou ik deze tocht zelf begeleiden. Hij volgde mijn ontdekkingstocht in de Franciscaanse wereld met belangstelling en ook wel wat trots, geloof ik. Jammer dat hij de Clarissen nooit heeft mee gemaakt.

Vader... Op zijn graf staat: Laat ons een Poco de Deo zijn: een klein stukje van God. Op het zand krabbelde ik het volgende op:

Een bed van zand en keien
broeder Zon op mijn gezicht
het leven is gezegend
met een altijd durend licht.

Het water draagt de boten
ze gaan mee met de stroom
het leven laat zich kennen
in werkelijkheid en droom

De dromen geven vleugels
als vogels in hun vlucht
de diepste werkelijkheid , de stilte
geeft vrede als haar vrucht.

maandag 28 november 2011

Geheim ingrediënt

In mijn groentepakket zaten in ene keer twee venkels, foutje maar toch bedankt. Liever twee, dan géén. Met één venkel in de twee weken weet ik altijd wel wat ik daarmee doe: gewoon als een geheel stoven in wat water en een grote klont roomboter. Venkel wordt smeuïg en boterzacht, mmm, lekker als bijgerecht bij maakt niet uit wat. Maar nu had ik er twee.

Toen kwam er een recept van venkelsoep langs. Goh, ja, dat is natuurlijk zo, je kunt er gewoon soep van maken! Dit weekend, tijdens de storm en regen, gedaan. Zo simpel als wat: je fruit gesnipperde ui en fijngehakte venkel in de boter, je gooit er een bouillonblokje bij, water en 10-15 minuten laten koken. Versgemalen peper als enige andere kruiderij: klaar! In het recept stonden ook cherrytomaatjes en dat kleurt en smaakt er natuurlijk ook zeker bij: dat van mij is meer het proletenrecept.

Trouwens: ditzelfde kan dus ook met rode bieten. Ui, biet, bakken in de zonnebloemolie, wel wat binden met bloem, water erbij klaar. PLUS, het geheime ingrediënt: heel veel dille. Als je de bieten heel klein hebt gemaakt met een groentemachine, dan hoeft er geen staafmixer meer doorheen, wat bij de venkelsoep wel handig is, want ander is het te brokkelig. O, ja crème fraîche toevoegen bij dit soepje, voor de romigheid.

Nichtje kwam pas pannenkoeken bij me bakken en ik had haar lekker gemaakt dat ik een Geheim Ingrediënt had, zodat de pannenkoeken altijd lukken. Wat wás dat dan, wat was ze nieuwsgierig!, terwijl ze de beslagklopmachine was. Ik moest op haar arm drukken voor de verschillende standen: langzaam, hard, extra hard.

Nou... daar kwam het dan: naast de eieren, de bloem en wat melk, doe je er ook water bij én een flink, royale strooi uit de bus Completa. Je weet wel wat je in de koffie gooit in plaats van koffiemelk. Op de een of andere wijze bindt dit precies goed en wordt de pannenkoek er zacht, soepel en melkachtig van.

Zo'n geheim ingrediënt, die ook zo fijn past in het recept van het leven, zodat het zacht soepel, melkachtig en ruim naar het melkwegstelsel verwijst: wat zou dat kunnen zijn?

Geef mij daartoe maar dans en veel stilte, een flinke portie, zoals ik afgelopen Zaterdag weer in het klooster had: een uur lang dansen, een uur lang stilte, alleen in de kapel, evangelielezing, gezamenlijke stilte, weer even de dans oefenen, etentje in stilte, vigilie-viering in het kader van de advent, rondom het boek Ruth, met veel stilte: Weer buiten meende ik heel even op een geheel andere planeet geweest te zijn.

vrijdag 25 november 2011

La Linea

Daar lag het in de winkel en ik wist meteen dat ik het vroeger heel leuk vond, al had ik tegelijkertijd daar geen actuele herinnering aan. Vreemd, het is meer een gevoel dat erover je heen komt, hé ja, leuk!, maar hoe ging dat ook alweer, wat zag je dan? Dus heb ik het gekocht: La Linea.

De titel zegt het al: het is een enkele witte lijn, die een mensje wordt en tegelijk alles wat men in het leven tegen kan komen. Een menselijke hand komt af en toe in beeld en tekent met een wit potlood verder, breekt af, begint opnieuw, enzovoort. Aan de hand zit een heel behaarde arm, zie ik nu, brrrr, niet mijn favoriet!

Het mensje praat universeel 'niks', af entoe valt er door haar kreten eens een bekend woordje, camping, flower, fish, ze vindt het heel vanzelfsprekend te leven en heel vanzelfsprekend dat de tekenende hand de werkelijkheid voor haar schept. Maar die hand haalt ook grapjes uit, plaagt een beetje en sowie so na 2-3 minuten verdwijnt het mensje, want dan is de aflevering alweer afgelopen. Er zijn 90 verhaaltjes en ik heb ze nu lekker allemaal.

Heel leuk, dat vind ik het nog steeds. Prettig toch, dat iets in je smaak niet veranderd is. De serie liep van 1971-1980, is in wel 40 landen op de tv te zien geweest, is gemaakt door Osvaldo Cavandoli en heeft een heel fijn muziekje, die in alle eenvoud elke keer weer klinkt, van Franco Godi.

Eén lijntje, een achtergrond, die elke keer verkleurt, zo simpel is het leven toch ook eigenlijk. Je bent één lijntje en dat is het dan.


donderdag 24 november 2011

Paradijsje

- Wat heb jij een bijzonder huis, ik moet er regelmatig aan denken, zei ik tegen de interieurverzorgster. Ze is een zachte vrouw en ze heeft een zachte man en een zachte zoon, ontdekte ik, toen ik bij hun in de kamer op de bank zat. Ze woont bij mij in de buurt en ik liftte met haar mee naar het wokrestaurant buiten de stad, vandaar.

In haar huiskamer is het wit met goud en er zitten of liggen en vliegen overal engelen, vooral barokke. Ze hebben een nep-openhaard gebouwd onder een nep-schouw en boven de schoorsteenmantel hangt een hele grote reproduktie van de twee handen die elkaar net niet raken, van Michelangelo. Aan de zijkant een schilderij van een moeder met een kind in een stralend licht.

Ja, het klinkt kitsch en dat is het ook voor het 'geciviliseerde', ontwikkelde middleclass-oog. Maar voor mij had de sfeer iets van een klein paradijsje. Vooral ook omdat moeder, zoon en man zo zacht en bedachtzaam met elkaar aan het overleggen waren, zo héél erg betrokken en zorgzaam voor elkaar. Zoals de engelen die hun van alle kanten bekeken, hun stille huisgenoten.

-Dank jewel !, ik had een keer wat extra geld en toen zei ik tegen P. dat ik daar iets speciaals van wilde kopen en toen zag ik dat schilderij, van die handen, van een man en een vrouw, denk ik, en wist meteen dat dat het werd. Dat is 13 jaar geleden. Die huizen van buiten, dat is niks, zo kaal en grijs, en veel mensen richten hun huis dan ook zo in, zoals de buitenkant is, maar ik zei tegen de buurvrouw: je kunt het van binnen toch helemaal anders maken?!

- Het stelt de hand van een mens en van God voor, ik heb het zelf ook in het klein... ik hoop dat ik het idee nou niet voor je bedorven heb.
- O, dat vind ik nog veel mooier!
- Daarom vind ik al die engelen ook zo leuk, het past zo goed bij elkaar. Ik snap nou ook helemaal, wat je bedoelt als je altijd zegt dat je het zo heerlijk thuis vindt en helemaal niet ver weg hoeft.

In de auto toerde haar man via kleine wegen, langs boerderijen en landschap dat ik nog nooit gezien had. 'Dat vind ik leuk, zei hij, niet de grote weg nemen, maar overal tussendoor.' Ze kwamen beide uit een andere achterstandswijk in de stad en moesten in het begin heel erg wennen om te wonen in een nieuwbouwwijk. Dat je je familie niet elke dag over de vloer hebt. Maar zo'n groot huis hadden ze anders nooit kunnen huren.

De volgende dag gingen ze samen in de tuin werken, een tuin die er rondom arbeidershuisjes ook niet zo zou zijn. Wat heerlijk om zo samen een eigen paradijsje te delen met elkaar.

dinsdag 22 november 2011

Genrebreuk

Ik hou wel van sci-fi films a la Back to the future, waar de jonge hoofdpersoon terug moet in de tijd om zijn eigen geboorte te waarborgen. Of van romantiek, zoals Sleapless in Seattle waar een zoontje een nieuwe vrouw voor zijn vader vindt. Ik hou ook van de acteur Keanu Reeves die vaak van die rollen speelt van mensen in een in between wereld, als Boeddha of in de Matrix. En de actrice Sandra Bullock is voor altijd bij me binnengekomen door The Net, als de icoon van de internetmens die voornamelijk op het internet leeft.

Dus toen ik de film The Lake House zag liggen, dacht ik, hebbes! Sandra Bullock speelt een vrouw die vertrekt uit een prachtig glazen huis aan een meer, waar ik zó zelf in zou willen wonen, en schrijft een briefje aan de volgende bewoner; let niet op de hondenpoten op de steiger, want die zaten er al, en ook niet op de doos op zolder, want die was er ook al toen ik hier kwam wonen. Keanu Reeves arriveert, leest het en denkt: waar gáát dit briefje over, er zijn helemaal geen hondenpoten. Hij is de steiger aan het schilderen, er komt zomaar een vreemde hond het bos uitlopen en zet door de natte verf, zijn sporen op de houten aanloopsteiger.

Het blijkt dat Sandra in 2006 leeft en Keanu in 2004. Er ontwikkelt zich een correspondentie via de brievenbus voor het huis, en ja, ze worden verliefd op elkaar en denken bij elkaar te horen, al hebben ze elkaar dus nog nooit gezien. Ze maken een afspraak, voor Sandra de volgende dag, voor Keanu over twee jaar de volgende dag. Hij reserveert alvast het tafeltje, maar komt niet opdagen in 2006. Dat verstoort hun 'relatie' en Sandra besluit toch maar om terug te gaan naar haar ex.

Nou ja, het blijkt dat Keanu een verkeersongeluk heeft gehad op Valentijnsdag 2006 en in de armen van Sandra gestorven is, die arts is en toesnelde op straat. Sandra komt daarachter: dat hij op weg was naar haar, die op het plein zat met haar moeder, een kleine mooie bijrol van Willeke van Ammelrooy. Zij snelt naar het glazen huis en stopt in de brievenbus een briefje: Loop niet naar me toe! Wacht! Laten we elkaar over twee jaar hier ontmoeten, bij het huis! Ze ziet aan de hendel van de brievenbus, dat hij de brief ontvangen heeft. En dan 2 jaar later, ontmoeten ze elkaar eindelijk.

Dit kán helemaal niet! Je moet je wel aan de wetten van het genre houden. Als je al eenmaal gestorven bent in 2006, dan kun je niet ineens weer leven in 2008. Elkaar, na hobbels vinden op het Empire State Building, dat kán volgens de wetten van de romantiek. Maar een soort relatiecrisis hebben omdat de ene niet komt en niet begrijpt waarom niet, en dat dan weer te boven komen door een soort verrijzenis uit de dood, dat is valse romantiek.

Je kan niet van twee walletjes eten. Je moet trouw zijn aan je eigen genre. In de NRC van 17 november stond een ontroerend interview met priester Jan Peijnenburg en Threes van Dijck, die al 43 jaar samenwonen. Ze hebben beide in het arbeidspastoraat gewerkt, zij wilde toen ze jong was ook het liefste priester worden. De kop is: Je kiest niet voor God óf voor liefde. Dit klopt als een bus, ze zijn trouw aan hun eigen genre en ze hebben daarvoor ooit de zegen gekregen van bisschop Bekkers. Nooit hebben ze een geheim gemaakt van hun liefde voor elkaar en voor andere mensen én hun liefde voor God.

In de Volkskrant van gisteren, 21 november, staat een interview met hulpbisschop Rob Mutsaerts, degene die nu eist dat priester Jan kiest, tegen het homohuwelijk is, het verbood dat iemand die euthanasie pleegde, een kerkelijke begrafenis zou krijgen. Dan haalt hij ook nog eens Moeder Theresa en Franciscus van Assisi erbij, die ook orthodox zouden zijn: 'Ze leefden zeer radicaal voor zichzelf en buitengewoon barmhartig voor anderen. Dat radicale hebben we teveel laten varen.'

Rob Mutsaerts doet aan genrebreuk. Franciscus was wellicht voorzichzelf heel streng, maar mild voor zijn eigen broeders in zijn broederschap. Als Mutsaerts streng voor zichzelf wil zijn; helemaal oké. Daarna volgt de vraag in welke film hij belandt is. Vast niet in de romantiek van de hippie-achtige Jesus Christ Superstar. Want als Jezus volgens de wetten van de sci-fi nu terugkeerde, dan zou hij vast niet lopen naar de kerk van Mutsaerts, want hij fulmineerde in zijn tijd al tegen hardvochtige schriftgeleerden en je wordt geen ander mens als je door de tijd heen reist.

Mutsaerts is in een film belandt vol valse romantiek. Ja, het gaat goed komen met zijn kerk: 'De samenleving verandert, maar onze principes niet' is de kop van het artikel. Hij wordt in de toekomst een soort van living statue en daaronder staat dan het bordje: Gevangenisbewaarder.

maandag 21 november 2011

Stille loper

Dresden, dat in de wereld vooral bekend staat door het totale bombardement erop in 1945, is volgens de bewoners die ik er ontmoet heb, de groenste stad van Duitsland en wie weet wel van heel Europa. Er is een heel langdurige volkstuinencultuur, die in de DDR-tijd een eigen vorm heeft aangenomen omdat men de oogst toen moest afstaan. Ook nu hebben veel Dresdenaren een volkstuin. Ik heb van de ene kant van de stad naar de andere kant gefietst door en langs een keten van volkstuincomplexen.

U. heeft er ook eentje en de laatste dag dat ik er was gingen we er BBQen. Hij liet me zijn net aangelegde vijver zien en het egelhuis dat hij gebouwd had. Een egelhuis! Zo leuk! Je moet een kleine ingang maken, en dan een L-vormig kamertje maken, helemaal waterdicht met plastic en daar weer grond en takken over. De egel komt dan vanzelf, aldus U. Thuisgekomen gooide ik mijn bagage neer en ben meteen in mijn achtertuin een egelhuis gaan bouwen, naast het witte Boeddha-beeldje. De egel moet nog verschijnen.

Gisteren liep ik tegen de stroom van de Zevenheuvelenloop-renners in. Er hobbelde wat over de lege asfaltweg heen, dat voor de renners was afgesloten. Een egel! Zo schattig. Wie een keer een egel ziet lopen raakt meteen verkocht. Je ziet als het ware vier zwarte laarsjes die wandelen met daarbovenop het rond stekelige ruggetje van de egel met een spits snoetje en glimmende oogjes. Zo heel erg in een eigen element en een eigen tempo.

Dat gold ook voor al die Zevenheuvellopers. De Ethiopische wereldster Haile Gebrelassi, die won,ongeveer 42 minuten over 15 kilometer en zeven groesbeekse heuvels, liep als een jonge God, aldus Trouw, maar alle lopers lopen in een soort aura van vitaliteit, het heeft iets goddelijks.

Ik stond bij de kazerne in het lage zonlicht en zag al die gezichten voorbijrennen. Ingespannen, geconcentreerd, erg aanwezig in hun eigen lichaam. Als ik een kunstenaar was, dan zou ik hier een film van willen maken, dacht ik. Die konstante stroom van mensen en dan af en toe op scherp stellen en dan weer laten vervagen en de stenen van de kazerne op scherp. Dan die egel ertussendoor laten scharrelen, laag bij de grond tussen de herfstbladeren.

Zwijgend. Dat is wellicht het mooie, aan wat je ziet. Die stroom van mensen die voorbij snelt, die praten niet. Je hoort alleen hun voetstappen op het asfalt en dat klinkt naar regendruppels die gestaag tikken. Zoals de seconden in een klok. Dat tikken wordt steeds langzamer: de snelste lopers starten eerst en de minste goden, het laatste. Het tikken langzaam laten oplossen in de stilte van de laarsjes van de egel. Dan inzoomen op de kleine donkere ingang van een egelhuis. Zwart: einde film.

Roos in modder

- Bedankt voor de roos in de modder zei M. na de maandagochtendmeditatie bij de deur. Ik had een mijmering voorgelezen die ik bij de rivier had opgedaan.
- Zo heb ik het in het echt gezien, dat is net een cadeautje, als je dat al wandelend tegen komt.
- Ja, dat is wel zo... dat iemand dat zomaar doet, maar dan moet zoiets je wel opvallen, dat je er aandacht aan geeft.

Dat is ook weer waar. En dan wordt het pas een roos in de modder om voor te bedanken, als de woorden bij anderen tot leven komen. En dan blijkt weer hoe alles-aan-alles-vastgegeklonken is, in een onderlinge samenhang en afhankelijkheid, waardoor het leven blijft stromen.

Dit waren de woorden:

BLOEMEN VAN GOD
Aan de oever van de rivier
staat het water laag.
Talloze stenen stippelen
de glanzende bodem:
zo verschillend van kleur en vorm
zo veelsoortig en divers
zoals de mensen zijn.

Donkere kleilagen vormen
de randen van de rivier
wanneer 't weer volstroomt met water.
Iemand
had er een roos in gestoken.

Misschien dat God zo zijn bloemen plant
in de lagen van onze ziel
licht
vreugde
liefde
zoetheid
mee, met de levenstroom.