Dat ben ik dus, in de gele omcirkeling vanaf de webcam in Bryant Park. Het heeft iets prikkelends om jezelf op de rug te kunnen bekijken, alsof je toch bijna die geest bent die uit je eigen lichaam treedt en zichzelf van boven ziet.
Vanaf de grond zag het er aanvankelijk zó uit, milde regen en ik las rustig in mijn boekje door, ik complimenteerde mezelf met deze topplaats, centraal en onder een parasol, maar het werd al ras wat heftiger.
Er was vandaag regen voorspelt, maar hoeveel?…Eerder waren er al wat druppels gevallen en was het park al leeg gelopen.
Het klaarde weer op en ik besloot te kijken of de Teryaki-streetfoodcar er nog was; alle keren dat ik daarlangs liep vlak voor half één om naar musicalliedjes te gaan luisteren stonden daar drommen mensen, dat is de beste reclame.
Mmmm….lekker ja, én het was droog terwijl ik het verorberde.
Ik liep naar de Reading Room, maar die was niet opnieuw geopend, alles was nog overdekt door waterdichte hoezen en ja, het zag er ook al uit, dat er nog meer regen zou komen.
Het park was alweer aardig bevolkt.
Er kwam dus weer regen; aanvankelijk mild en ik zat in mijn droge cirkel, nog hopend dat het stoelendans-event toch doorgang zou kunnen vinden, als de regen zou stoppen.
Daarentegen werd het heftiger, er kwam donder bij en harde windvlagen en het werd koud. De topplaats werd minder top, ik besloot te vertrekken.
s’middags was het nog zo aangenaam…
Het was een kippeneindje naar de warme metro, dus ik bleef aardig droog, maar hier, de hoek om, langs de rivier, stormde het en werd ik op die laatste dertig meter, toch nog heel nat. Nu uit mijn raam lijkt het wat op te klaren. Het was me het dagje wel.
PS
De dag begon met zon.













