Voor de tweede keer The Stone Gods van Jeanette Winterson gelezen.
Wat een geniaal boek, ik kan niet anders zeggen. Waar gaat het over?
Over ALLES.
Wat is werkelijkheid, wat is liefde, waarom hebben we Goden, wat is het ik-besef, wat het gevoel van thuis-komen en bij iemand horen?
Er is een 'ik' die Billie Crusoe heet (verwijzing naar Robinson Crusoe; mens op een onbewoond eiland) en er is een Spike of Spikkers.
In deel 1 Planet Blue, dat zich afspeelt in een verre toekomst, is de 'ik' een vrouw die verliefd wordt op een Robot Sapiens, een geevalueerde Robot die bijna een echte mens is, omdat zij zich dingen kan blijven herrinneren, voor altijd.
Spike, de Robot Sapiens is een nieuw soort God.
In deel 2 (Paaseiland) is de 'ik' een man, heet ook Billie, leeft in de 17e eeuw in de tijd van de ontdekkingreizen en James Cook en gaat liefde voelen voor een man (Spikkers) die daar woont in een grot.
Verwijzingen naar Orlando van Virginia Woolf (waar een ik door de eeuwen heen man of vrouw is) en naar de beroemde vergelijking van Plato: ons denken, de wijze waarop we de werkelijkheid waarnemen, is als mensen in een donkere grot, die hun hoofd niet kunnen draaien en de schaduwen op de wand die door een vuur achter hen onstaan, zien als werkelijkheid.
Maar wat gebeurd er als je in het licht kunt kijken? Pas dan weet je dat alles slechts een schim was van het echte.
Paaseiland is de plek van de Stenen Goden uit de titel. Het oprichten daarvan, is tegelijk de verwoesting van het eiland.
In Deel 3+ 4 is er weer dezelfde(?) Billie, nu zo ongeveer geboren na de tweede wereldoorlog. Of is er sprake van een alwetende 'ik' die maar 28 dagen heeft geleefd en buiten de grens van het eigen lichaam door gaat met vertellen?
Hier is Billie degene die dezelfde Robot Sapiens, Spike uit deel 1, opleidt en laat ontwikkelen.
In deel1 vlucht ze met Spike omdat een liefde tussen een mens en een Robot verboden is, maar ook in deel 4, neemt ze Spike al mee op een avontuur. Ze gaan naar de wrakkenstad: een gebied met vloeiende grenzen omdat er hele gebieden radioaktief zijn, een stad die een soort vrijplaats is geworden voor mensen die zoeken naar authenthiciteit.
Dit is maar één versie van dit boek dat zo gelaagd is! Het gaat ook over de funktie van verhalen vertellen en het raadselachtige dat in wat we aan elkaar vertellen, heden, verleden en toekomst geen echte rol spelen.
De Billie uit deel 3+ 4 leest bijvoorbeeld flarden uit het dagboek van James Cook en wat zij waarneemt als een science fictie verhaal, is voor de lezer het verhaal van deel 1, over de Blauwe Planeet.
Wat het boek voor mij geniaal maakt, is dat het cirkelt rondom een heel oud wezenlijke soort ervaring: dat bij alle belangrijke dingen in het leven en betekenisvolle ontmoetingen je op de een of andere wijze het gevoel hebt, dat je het al eerder hebt beleefd.
Dat je thuiskomt bij iemand of iets of een omgeving omdat je er al eerder was.
Alsof wat je ten diepste raakt met TERUGKEER te maken heeft.
vrijdag 18 april 2008
donderdag 17 april 2008
Random
Het rooster voor de voordeur weghalen en dan belletje trekken en kijken wat er gebeurd.
Hopen dat ze er met zijn allen indonderen.
Poepen op kranten, ze aan de randen in brand steken en weer belletje trekken.
Kijken hoe de shit, bij het verwoed wegstampen van het vuur, tot in het kruis van de broek omhoog naar boven spatte. Lachen!
Twee buitendeurknopppen met veters aan elkaar maken, weer belletje trekken en kijken hoe ze niet naar buiten konden.
"Ze": dat waren de 5 NSB families die in de buurt woonden. Oude wijkbewoners hebben alleen maar een grote dosis walging voor ze, nog steeds.
"Je zult maar een kind in zo'n familie zijn", opper ik. "Dan heb je een rotjeugd en daar heb je dan nu nog last van, waarschijnlijk. Arm kind, snapt niet waarom het in een spookhuis woont."
"Jaaa, daar heb je wel gelijk aan...mijn vader zat in het verzet."
Je hebt je eigen levenslot niet voor het kiezen; je krijgt het voor de kiezen.
Hopen dat ze er met zijn allen indonderen.
Poepen op kranten, ze aan de randen in brand steken en weer belletje trekken.
Kijken hoe de shit, bij het verwoed wegstampen van het vuur, tot in het kruis van de broek omhoog naar boven spatte. Lachen!
Twee buitendeurknopppen met veters aan elkaar maken, weer belletje trekken en kijken hoe ze niet naar buiten konden.
"Ze": dat waren de 5 NSB families die in de buurt woonden. Oude wijkbewoners hebben alleen maar een grote dosis walging voor ze, nog steeds.
"Je zult maar een kind in zo'n familie zijn", opper ik. "Dan heb je een rotjeugd en daar heb je dan nu nog last van, waarschijnlijk. Arm kind, snapt niet waarom het in een spookhuis woont."
"Jaaa, daar heb je wel gelijk aan...mijn vader zat in het verzet."
Je hebt je eigen levenslot niet voor het kiezen; je krijgt het voor de kiezen.
Graankorrel
Heel veel mensen denken dat "spiritualiteit" iets zweverigs is.
Kontakt met het Hogere of paranormale verschijnselen of men denkt aan godsdienstfanatici.
Maar spiritualiteit begint zeer basaal: bij en in jezelf.
Wanneer is er sprake van innerlijke groei en bloei?
Nou, allereerst als je groeit en bloeit in je dagelijkse aktiviteiten. Als je nieuwe dingen leert en grenzen doorbreekt in jouw dagelijks omgang met anderen.
Mensen zijn geneigd om in hun eigen gedragcirkeltje rond te draaien.:
"Zó doe ik dat, zó ben ik"...
Tegelijk kunnen ze daarbij een vaag, diffuus verlangen hebben naar iets anders: "vrijheid", "vrede", "rust", noemen ze dat dan.
Áls ... de wereld, een naaste, je werk, je kind, je familie etc., nou anders was, dan was het voor mij ook anders...
Maar helaas: elk keer komen ze weer hetzelfde tegen: ze komen in feite zichzelf tegen.
Dezelfde onrust, angst, emotionaliteit.
HIER begint spiritualiteit: niet de wereld om je heen hoeft te veranderen: als jij zelf verandert, wordt alles anders.
Het kadootje bij spiritualiteit is, dat wanneer je je eigen gemoedgesteldheid waarneemt én geen genoegen meer neemt met de eindeloze herhaling daarvan, er zich vanzelf een nieuwe horizon aan je openbaart.
Bijbels gesproken is het de graankorrel, die eerst moet sterven alvorens het nieuwe vruchten kan dragen.
Kontakt met het Hogere of paranormale verschijnselen of men denkt aan godsdienstfanatici.
Maar spiritualiteit begint zeer basaal: bij en in jezelf.
Wanneer is er sprake van innerlijke groei en bloei?
Nou, allereerst als je groeit en bloeit in je dagelijkse aktiviteiten. Als je nieuwe dingen leert en grenzen doorbreekt in jouw dagelijks omgang met anderen.
Mensen zijn geneigd om in hun eigen gedragcirkeltje rond te draaien.:
"Zó doe ik dat, zó ben ik"...
Tegelijk kunnen ze daarbij een vaag, diffuus verlangen hebben naar iets anders: "vrijheid", "vrede", "rust", noemen ze dat dan.
Áls ... de wereld, een naaste, je werk, je kind, je familie etc., nou anders was, dan was het voor mij ook anders...
Maar helaas: elk keer komen ze weer hetzelfde tegen: ze komen in feite zichzelf tegen.
Dezelfde onrust, angst, emotionaliteit.
HIER begint spiritualiteit: niet de wereld om je heen hoeft te veranderen: als jij zelf verandert, wordt alles anders.
Het kadootje bij spiritualiteit is, dat wanneer je je eigen gemoedgesteldheid waarneemt én geen genoegen meer neemt met de eindeloze herhaling daarvan, er zich vanzelf een nieuwe horizon aan je openbaart.
Bijbels gesproken is het de graankorrel, die eerst moet sterven alvorens het nieuwe vruchten kan dragen.
woensdag 16 april 2008
Uiterlijk en innerlijk
Afgelopen Zondag was het Open Kloosterdag of ook wel : Roepingenzondag.
Veel kloosters door het hele land zetten hun deuren open.
De vrijdagavond ervoor, zag ik een aantal zusters die met een soort berustende welwillendheid de dag tegemoet zagen.
Let wel: eigenlijk laat je vreemden zomaar koekeloeren in je huis en mogen die ook zomaar allerlei direkte, schaamteloze vragen stellen omtrent jouw levenskeuze!
Kloostertourisme, dat is het vaak, maar ja, je doet het voor die éne die échte belangstelling heeft...
In de Trouw een verslagje van Wim Boevink over zijn bezoek bij de Congratie van St Jozef in Amersfoort. Die is in het nieuws geweest omdat zij 36 jaar lang ene zuster Leontina hadden geweigerd, nadat die was weggestuurd na 14 jaar kloosterleven. Hij ontmoet er 57 zusters in de winter van hun leven.
"Verlangde ze hiernaar, zuster Leontina? En naar die eetzaal, die ruimte vol tafels en plastic bloemenstukjes en op het middagmenu kalfssoep en griesmeelpudding?"...
Ja, dat ziet het blote oog: krakkemikkige mensen bij elkaar in een verjaard, oudbollig interieur en 'iets' hetzelfde in de houding: "sober en opgewekt", meldt Boevink.
Ik vind het zo'n oneerlijke strijd, die tussen het zichtbare en onzichtbare!
Nooit kun je tastbaar maken, wat de onzichtbare voeding is die kloosterlingen een leven lang bij elkaar houdt. Letterlijk en figuurlijk.
Je ziet de buitenkant, maar niet het innerlijk.
In Las Vegas zag ik ooit de beroemde Belagiofontein: een giga-giga waterplas vol verschillende fonteinen, die op de maat van klassieke muziekstukken de mooiste, kleurige waterballetten tevoorschijn toverden.
Oooooo, aaaaaah! Wat mooi!!!
Computerbestuurd.
Je laat je verbijsteren door al die uiterlijke pracht en dat is oké.
Maar wie laat zich nog verbijsteren en sturen door alle innerlijke pracht?
Veel kloosters door het hele land zetten hun deuren open.
De vrijdagavond ervoor, zag ik een aantal zusters die met een soort berustende welwillendheid de dag tegemoet zagen.
Let wel: eigenlijk laat je vreemden zomaar koekeloeren in je huis en mogen die ook zomaar allerlei direkte, schaamteloze vragen stellen omtrent jouw levenskeuze!
Kloostertourisme, dat is het vaak, maar ja, je doet het voor die éne die échte belangstelling heeft...
In de Trouw een verslagje van Wim Boevink over zijn bezoek bij de Congratie van St Jozef in Amersfoort. Die is in het nieuws geweest omdat zij 36 jaar lang ene zuster Leontina hadden geweigerd, nadat die was weggestuurd na 14 jaar kloosterleven. Hij ontmoet er 57 zusters in de winter van hun leven.
"Verlangde ze hiernaar, zuster Leontina? En naar die eetzaal, die ruimte vol tafels en plastic bloemenstukjes en op het middagmenu kalfssoep en griesmeelpudding?"...
Ja, dat ziet het blote oog: krakkemikkige mensen bij elkaar in een verjaard, oudbollig interieur en 'iets' hetzelfde in de houding: "sober en opgewekt", meldt Boevink.
Ik vind het zo'n oneerlijke strijd, die tussen het zichtbare en onzichtbare!
Nooit kun je tastbaar maken, wat de onzichtbare voeding is die kloosterlingen een leven lang bij elkaar houdt. Letterlijk en figuurlijk.
Je ziet de buitenkant, maar niet het innerlijk.
In Las Vegas zag ik ooit de beroemde Belagiofontein: een giga-giga waterplas vol verschillende fonteinen, die op de maat van klassieke muziekstukken de mooiste, kleurige waterballetten tevoorschijn toverden.
Oooooo, aaaaaah! Wat mooi!!!
Computerbestuurd.
Je laat je verbijsteren door al die uiterlijke pracht en dat is oké.
Maar wie laat zich nog verbijsteren en sturen door alle innerlijke pracht?
dinsdag 15 april 2008
Stilte
Binnenkort ga ik een meditatie begeleiden over stilte.
Dat is natuurlijk een rare situatie: wat zal ik zéggen over stilte? Niks zeggen kan ook niet. Zo van: "Dames en heren het gaat over stilte, dus dan doe ik er nu het zwijgen toe, U ook."
Veel mensen zijn eigenlijk bang voor de stilte. Je betreedt een onbekend terrein.
Want stilte is niet vanzelf-sprekend (!) .
Iedereen weét wel dat het bestaat, maar tegelijkertijd is het moeilijk om écht stil te ZIJN: de stemmen in je hoofd tot stilte manen, er werkelijk te zijn in het hier-en-nu en ontvankelijk te worden voor wat er zich dan aan je openbaard.
Bovenstaande ga ik in de meditatie natuurlijk niet zeggen. Beren benoemen op de weg, dat past niet zo in een meditatie.
"Ontvankelijkheid", is wat ik beoog.
Een bevriende keramiste is het afgelopen jaar allerlei "tollen" aan het draaien. Pas exposeerde ze en ik vond er stilte uitspreken.
Dus nu zet ik een witte tol van haar in het midden. Ik vertel over de tol, die een lange weg is gegaan eer het daar is: in de kapel van het clarissenklooster.
Uit ongedefineerde klei is er met water en lucht een vorm ontstaan, de pottenbakster heeft de vorm getest door het een deuk te geven
( ze heeft er werkelijk met haar vuist ingeslagen!), maar de identiteit is bewaard gebleven:
Een voorwerp gecentreerd tussen hemel en aarde, trouw aan de eigen bestemming.
En de tol is door het vuur gegaan: de laatste fase van het omvormingsproces.
"Zo", zal ik zeggen, " is het hart , dat door talloze omwentelingen, toch elke keer weer het eigen centrum kan vinden en gedragen wordt in de stilte."
Of het zal werken als eerste opmaat naar die woordenloze stilte, waar het Onnoembare in woont?
Ik weet het niet.
Dat is natuurlijk een rare situatie: wat zal ik zéggen over stilte? Niks zeggen kan ook niet. Zo van: "Dames en heren het gaat over stilte, dus dan doe ik er nu het zwijgen toe, U ook."
Veel mensen zijn eigenlijk bang voor de stilte. Je betreedt een onbekend terrein.
Want stilte is niet vanzelf-sprekend (!) .
Iedereen weét wel dat het bestaat, maar tegelijkertijd is het moeilijk om écht stil te ZIJN: de stemmen in je hoofd tot stilte manen, er werkelijk te zijn in het hier-en-nu en ontvankelijk te worden voor wat er zich dan aan je openbaard.
Bovenstaande ga ik in de meditatie natuurlijk niet zeggen. Beren benoemen op de weg, dat past niet zo in een meditatie.
"Ontvankelijkheid", is wat ik beoog.
Een bevriende keramiste is het afgelopen jaar allerlei "tollen" aan het draaien. Pas exposeerde ze en ik vond er stilte uitspreken.
Dus nu zet ik een witte tol van haar in het midden. Ik vertel over de tol, die een lange weg is gegaan eer het daar is: in de kapel van het clarissenklooster.
Uit ongedefineerde klei is er met water en lucht een vorm ontstaan, de pottenbakster heeft de vorm getest door het een deuk te geven
( ze heeft er werkelijk met haar vuist ingeslagen!), maar de identiteit is bewaard gebleven:
Een voorwerp gecentreerd tussen hemel en aarde, trouw aan de eigen bestemming.
En de tol is door het vuur gegaan: de laatste fase van het omvormingsproces.
"Zo", zal ik zeggen, " is het hart , dat door talloze omwentelingen, toch elke keer weer het eigen centrum kan vinden en gedragen wordt in de stilte."
Of het zal werken als eerste opmaat naar die woordenloze stilte, waar het Onnoembare in woont?
Ik weet het niet.
donderdag 10 april 2008
Rode ballon
De franse kinderfilm Le Ballon Rouge uit 1956 wordt opnieuw uitgebracht.
Een langzame film over een jongetje die door de straten van Parijs dwaalt terwijl een grote ronde ballon niet van zijn zijde wijkt. Je wordt binnengetrokken in de magische wereld van het kind, je wórdt weer even zo'n kind!
Toch is dat "wonder van de kindertijd", iets wat je ook kunt opzoeken en kultiveren.
Pas luisterde ik naar Jessye Norman, had wierook aangestoken en plotsling zag ik de slierten rook kringelen en dansen op de aardse, donkere stem van Norman. Als ze zwaar zong leek de rook naar de grond te gaan, zong ze krachtig, licht en ritmisch dan gebeurde het omgekeerde.
Ik raakte gebiologeerd. Hoe kon dat?
Mijn wetenschappelijk stemmetje zegt: nou, het zal wel iets met geluidsgolven te maken hebben, weet ik veel. Maar mijn kinderstem zwijgt en blijft zich verwonderen.
De socioloog Max Weber heeft het over de onttovering van de wereld, die met de industrieële revolutie de wereld heeft veroverd. Het resultaat is overal te zien, met name in je eigen brein.
Welke stem laat je winnen? Die van nut, nuchterheid, zakelijkheid, het is wat het is,
een hokje is een hokje en een vakje een vakje: de calculerende burger?
Of die van: speuren, vermoeden en verwonderen, je laten leiden door vage droomweefsels en verborgen verlangens, die de ratio niet pakken kan?
Het laatste heeft ook iets engs. Je kunt voor gek versleten worden, of de deksel van de nuchterheid keihard op je neus krijgen.
Misschien bedienen we ons stiekem toch altijd ook van toverachtige gedachten, kunnen we niet anders.
Ik weet nog dat, alweer heel wat jaren geleden, het hele telefooncircuit op mijn werk vernieuwd werd: alles werd computer-bestuurd. De telefoonman zei tegen me dat hij de nieuwste ontwikkelingen eigenlijk niet bij kon houden.
Hij wist eenvoudigweg niet waarom een verbinding de ene keer wel lukte en dan weer niet. "Maar" zei hij:" als de telefoon in de buurt van de verwarming stond en hij 3 keer op de buizen klopte, dan deed hij het."
Hij tikte en de verbinding deed het. "Zie nou wel! ", zei hij triomfantelijk.
Ik waagde het niet hem tegen te spreken.
Dat is voor mij het jongetje met de rode ballon: wij wéten dat de camera er bij staat, hoe die ballon buiten beeld gemanipuleerd wordt, maar we zijn toch bereid om te geloven, ons mee te laten voeren. Ergens kunnen we niet anders. Omdat het leven ook gemaakt is van dromen, zoals Shakespeare al ooit zei.
Een langzame film over een jongetje die door de straten van Parijs dwaalt terwijl een grote ronde ballon niet van zijn zijde wijkt. Je wordt binnengetrokken in de magische wereld van het kind, je wórdt weer even zo'n kind!
Toch is dat "wonder van de kindertijd", iets wat je ook kunt opzoeken en kultiveren.
Pas luisterde ik naar Jessye Norman, had wierook aangestoken en plotsling zag ik de slierten rook kringelen en dansen op de aardse, donkere stem van Norman. Als ze zwaar zong leek de rook naar de grond te gaan, zong ze krachtig, licht en ritmisch dan gebeurde het omgekeerde.
Ik raakte gebiologeerd. Hoe kon dat?
Mijn wetenschappelijk stemmetje zegt: nou, het zal wel iets met geluidsgolven te maken hebben, weet ik veel. Maar mijn kinderstem zwijgt en blijft zich verwonderen.
De socioloog Max Weber heeft het over de onttovering van de wereld, die met de industrieële revolutie de wereld heeft veroverd. Het resultaat is overal te zien, met name in je eigen brein.
Welke stem laat je winnen? Die van nut, nuchterheid, zakelijkheid, het is wat het is,
een hokje is een hokje en een vakje een vakje: de calculerende burger?
Of die van: speuren, vermoeden en verwonderen, je laten leiden door vage droomweefsels en verborgen verlangens, die de ratio niet pakken kan?
Het laatste heeft ook iets engs. Je kunt voor gek versleten worden, of de deksel van de nuchterheid keihard op je neus krijgen.
Misschien bedienen we ons stiekem toch altijd ook van toverachtige gedachten, kunnen we niet anders.
Ik weet nog dat, alweer heel wat jaren geleden, het hele telefooncircuit op mijn werk vernieuwd werd: alles werd computer-bestuurd. De telefoonman zei tegen me dat hij de nieuwste ontwikkelingen eigenlijk niet bij kon houden.
Hij wist eenvoudigweg niet waarom een verbinding de ene keer wel lukte en dan weer niet. "Maar" zei hij:" als de telefoon in de buurt van de verwarming stond en hij 3 keer op de buizen klopte, dan deed hij het."
Hij tikte en de verbinding deed het. "Zie nou wel! ", zei hij triomfantelijk.
Ik waagde het niet hem tegen te spreken.
Dat is voor mij het jongetje met de rode ballon: wij wéten dat de camera er bij staat, hoe die ballon buiten beeld gemanipuleerd wordt, maar we zijn toch bereid om te geloven, ons mee te laten voeren. Ergens kunnen we niet anders. Omdat het leven ook gemaakt is van dromen, zoals Shakespeare al ooit zei.
woensdag 9 april 2008
Inwijding
Vandaag heb ik ( voor het eerst dit jaar, lekker buiten in de tuin) De Cyclus van het Onzichtbare gelezen van Eric-Emmanuel Schmitt. Prachtig.
Wat een bemoedigende gedachte dat hij in 32 talen is vertaald!
4 kleine novellen in transparante eenvoudige taal, allen vanuit het perspektief van een kind en vanuit 4 levensbeschouwingen: Het Boedhisme, Het Soefisme, Het Christendom en het Jodendom.
Maar ja, misschien kun je beter zeggen dat Schmitt eigenlijk duidelijk maakt, dat het Onzichtbare; dat wat mensen voedt, inspireert, het mooie en goede influistert, heel veel verschillende vormen heeft gekregen, zoals er ook zoveel verscillende kulturen en tijden zijn.
Hij verkent de mogelijkheden van de menselijke geest, zoals die in verschillenden religies een uitweg hebben gevonden. Elke religie heeft eigen kennis vergaard over die menselijke geest en het een is niet niet meer waar dan het andere.
In Milarpa, de eerste novelle gaat het over het besef dat jouw eigen ik maar een relatief en tijdelijk verschijnsel is en hoe die toch ook altijd verbonden is aan andere "ikken"
In meneer Ibrahim en de bloemen van de Koran gaat het over het hart dat gecentreerd in de stilte, open en zonder voorwaarden liefheeft.
In Oscar en oma Rozenrood gaat het over de mogelijkheid je persoonlijk te verbinden met het Onzichtbare.
In Het Kind van Noah gaat het over de betekenis van rituelen en kultureel erfgoed, de kracht van het verhalen vertellen en in een traditie te staan.
Uiteindelijk gaat het allemaal over de liefde.
Alle kinderen ontmoeten volwassenen die net als zij onbevangen, argeloos, speels liefhebben.
De lezer ervaart het uitzonderlijke daarvan, maar de kinderen weten niet beter... Zei Jezus niet ooit dat kinderen het Koninkrijk van God erven?
Gisterenavond las ik het Zonnelied van Fransciscus van Assisi met een groep. Dat kan wat mij betreft toegevoegd worden aan deze cyclus, als toetje. Onvoorwaardelijk loven, danken, jubelen: de zon, maan en sterren, het water, de wind , het vuur en de aarde...en tot slot ook pijn, verdriet, ziekte en zusje dood omarmen.
Het gaat om een verandering in blikrichting. Een inwijding op het pad van het verlangen naar eenheid, liefde en verbondenheid tussen jou en ieder ander.
Wat een bemoedigende gedachte dat hij in 32 talen is vertaald!
4 kleine novellen in transparante eenvoudige taal, allen vanuit het perspektief van een kind en vanuit 4 levensbeschouwingen: Het Boedhisme, Het Soefisme, Het Christendom en het Jodendom.
Maar ja, misschien kun je beter zeggen dat Schmitt eigenlijk duidelijk maakt, dat het Onzichtbare; dat wat mensen voedt, inspireert, het mooie en goede influistert, heel veel verschillende vormen heeft gekregen, zoals er ook zoveel verscillende kulturen en tijden zijn.
Hij verkent de mogelijkheden van de menselijke geest, zoals die in verschillenden religies een uitweg hebben gevonden. Elke religie heeft eigen kennis vergaard over die menselijke geest en het een is niet niet meer waar dan het andere.
In Milarpa, de eerste novelle gaat het over het besef dat jouw eigen ik maar een relatief en tijdelijk verschijnsel is en hoe die toch ook altijd verbonden is aan andere "ikken"
In meneer Ibrahim en de bloemen van de Koran gaat het over het hart dat gecentreerd in de stilte, open en zonder voorwaarden liefheeft.
In Oscar en oma Rozenrood gaat het over de mogelijkheid je persoonlijk te verbinden met het Onzichtbare.
In Het Kind van Noah gaat het over de betekenis van rituelen en kultureel erfgoed, de kracht van het verhalen vertellen en in een traditie te staan.
Uiteindelijk gaat het allemaal over de liefde.
Alle kinderen ontmoeten volwassenen die net als zij onbevangen, argeloos, speels liefhebben.
De lezer ervaart het uitzonderlijke daarvan, maar de kinderen weten niet beter... Zei Jezus niet ooit dat kinderen het Koninkrijk van God erven?
Gisterenavond las ik het Zonnelied van Fransciscus van Assisi met een groep. Dat kan wat mij betreft toegevoegd worden aan deze cyclus, als toetje. Onvoorwaardelijk loven, danken, jubelen: de zon, maan en sterren, het water, de wind , het vuur en de aarde...en tot slot ook pijn, verdriet, ziekte en zusje dood omarmen.
Het gaat om een verandering in blikrichting. Een inwijding op het pad van het verlangen naar eenheid, liefde en verbondenheid tussen jou en ieder ander.
Abonneren op:
Posts (Atom)