zondag 3 januari 2010

Verbondenheid

'Liefde, grote, vanzelfsprekende verbondenheid met het leven en al wat er is: naar jou blijf ik zoeken. Mijn ziel dorst van verlangen daarnaar. Al wat ik ben kan hiernaar smachten, in een troosteloos land zonder water.
Soms kom ik je tegen op een plek die ik dan Heilig noem, dan ervaar ik dat je er bent, vanzelfsprekend en alles omarmend: die ervaring is als genade, die boven dit leven uit gaat en mijn lippen spreken dan zoete, zachte, lieve woorden: lof.
Kon ik zo maar heel mijn leven die Liefde altijd noemen en leven, de handen geheven: kracht vind ik dan als door voedzaam eten...'

Deze regels begeleiden me terwijl ik lees in Eating Animals van Jonathan Safran Foer, een jonge Joodse schrijver (1977) die in Brooklyn NY leeft, tezamen met zijn vrouw, de schrijfster Nicole Krauss, hun hond George en hun peuterzoontje. Er is een liedje: Bright Eyes; First day of my life, dat Foer in het progamma 'Wintergasten' aan Kristien Hemmerichs liet zien en ik viel net als hij, als een blok voor dat liedje. Of eerder, de combinatie met het filmpje, waarin je allerlei soorten mensen op een rode bank, met kopfoons op, ziet luisteren naar het liedje en dat ademt ook alleen maar tederheid en verbondenheid uit : liefde, zo lief...

Ik ben fan van Safran Foer en als stel met Nicole Krauss, grenst dat bijna aan een soort dubbele verliefdheid, zou je kunnen denken, zoals iemand van de Boekenclub eens geamuseerd opmerkte. Lees Everything is illuminated of Extremely loud & incredible close, over dat kleine jongetje die op zoek gaat naar sporen van zijn vader die bij de Twin Towers is omgekomen in NY. Alleen die titels al vind ik geweldig en ze zijn zo teder, humoristisch, intelligent en mild geschreven.

Ik weifelde wat om Eating Animals tot me te nemen, omdat ik geen behoefte had aan een pamflet voor vegetarisme, maar tot nu toe ben ik heel enthousiast. Opnieuw weet hij zijn persoonlijke familiegeschiedenis, zijn Joodse oma die de Holocaust overleeft heeft en zijn zoontje waarin het leven weer zegt: 'Alles is mogelijk', te verweven met een thema en ditmaal is dat het Eten van Dieren.

En in de onderstroom, daar zitten de regels waarmee ik dit blogje begon. Onmiskenbaar. Het is overigens een vrije hertaling van de eerste zes regels van Psalm 63, die in de vertaling van Ida Gerhardt en Marie van der Zeyde U zocht mijn hart heet.

zaterdag 2 januari 2010

Natuur-album

Eindelijk ben ik dan gezwicht. Voor de koop van zo'n oud Verkade-plaatjesboek, die door Jac. P. Thijsse geschreven zijn. Dit heet Blonde Duinen en uit de korte inleiding begrijp ik dat dit de eerste is na de vier Jaargetijden-albums, die eerder verschenen zijn. Die Verkadeboeken hebben altijd een aantrekkingkracht op me uitgeoefend. Aan de ene kant tekst, aan de andere kant kleurige plaatjes die je indertijd kon verzamelen door spullen van de Verkadefabriek te kopen.

Het album komt uit 1911 en in de woorden van Thijsse hangt nog de onschuld en de heroïek van het begin van het industriële tijdperk: wij mogen wel zeggen dat de oorspronkelijke bedoeling, de bevordering van den bloei der industrie-inrichtingen van mijn vrienden Verkade langzaam op den achtergrond zijn geraakt. In dat bewustzijn is nog niet de industrieele, mechanische vernietigging van het menselijke kanonnenvlees uit de eerste wereldoorlog en de systematiek van de Endlösung van zes miljoen Joden verdisconteert. Of de vervuiling van de natuur, zelf, door die industrie.

Dit album heeft prachtige pentekeningen van het duinlandschap, dat me meteen aan Terschelling en Vlieland doet denken. En aan Kijkduin, bij Den Haag. Daar deed je het dan in eerste instantie mee, want de kleurige plaatjes die moest je stuk voor stuk verzamelen en inplakken. Het ontroert me ergens een beetje, dat alle plaatjes in mijn boek dus ooit door iemand daar in geplakt zijn. Iemand heeft ooit verlangend naar die plaatjes uit gezien en ze stuk voor stuk ingeplakt en zag zo haar album mooier en mooier worden.

Dit album is compleet op één plaatje na: plaatje 95, hermelijn op jacht. Ik kan daar alsnog heel HEBBERIG! van worden, ware het niet dat ze toch nergens meer verkrijgbaar zijn. Dat is ook een van de redenen, dat ik er nooit eerder eentje gekocht heb want meestal ontbraken er in die albums die ik tegen ben gekomen veel meer en dat is toch geen fijn gevoel: steeds maar met je ogen op het onvoltooide gedrukt worden.

Maar dit album ruikt naar de zomer en vertelt tegelijk hoe vol de duinen toen nog waren: Thijsse zoekt op een middag 40 konijnenschedeltjes voor de leerlingen van zijn klas. Van de vele planten en bloemen die op de verzamelplaatjes staan, heb ik er maar enkelen ooit in het echt gezien en paddestoelen heb ik nog nooit in de duinen gezien: het is nu eigenlijk akelig leeg in de duinen.

Maar toch, de wens die Thijsse aan zijn lezerspubliek toen gaf, dat geldt voor nu nog steeds: het voornaamste is wel, dat de natuurliefde je brengt tot het doen van heerlijke zwerftochten door de mooiste streken van de wereld, dat ze je leert, in een eenvoudig landschap nog oneindig veel moois te zien, en dat je altijd de gelegenheid hebt, om aan lieve en mooie dingen te denken.

'Aan lieve en mooie dingen denken'... ach, dat is wel een aardig voornemen en wellicht ook haalbaar, op deze tweede dag van het nieuwe jaar. En die heerlijke zwerftochten door de mooiste streken van de wereld: die houd ik ook op mijn verlanglijstje.

vrijdag 1 januari 2010

Kraanvogeldans

Dat is toch alweer lang geleden: zo'n rustige, bijna kloosterlijke jaarwisseling en Nieuwjaarsdag. Vandaag heb ik in Niels Holgerssons wonderbare reis gelezen van Selma Lagerlof (1848-1940). Een mooie oude uitgave gevonden met tekeningen van Anton Pieck. Zo vaak al gehoord en bedacht dat ik dit moest lezen, zo'n kinderklassieker, het was een leemte in mijn culturele bagage en het boek was bovendien 'echt iets voor mij', zo was de boodschap.

Dus dan ben je bij mij aan het verkeerde adres, want dan denk ik: ach wat, als het zo wezen moet dan komt het van zelve wel. Nu ik deze uitgave in mijn handen heb en alleen al geniet van de materiele vorm van het boek: het is nog zo mooi gedrukt, alsof je met gevoelige vingers het zelfs als braille zou kunnen lezen en het blijft gewoon open liggen op de bladzijde waar je bent omdat het nog gebonden is en niet geplakt; nu voelt het alsof ik de hele tijd op deze uitgave heb gewacht om het eindelijk te lezen.

Het boek blijkt bij de 15e druk ook weer opnieuw in het moderne Nederlands hertaald te zijn, maar ik heb gelukkig de zesde druk en de taal klinkt precies zo, zoals je vroeger voorgelezen werd, heerlijk.

Heerlijk is ook die sfeer van het Zweedse landschap, ik voel me weer lopen door die eindeloze bossen en emmertjes vol bosbessen plukken en zie het meertje liggen met de sterren daarin weerspiegelt en de melkwitte maan, water zo klaar en stil als een spiegel, en nachtlicht dat blauwachtig schijnt. Een veel immensere en wijdsere stilte als in Nederland, plus de aanwezigheid van Elanden, meer als vermoeden dan dat je ze in het echt ziet en je snapt dat Dunderklumpen hier ook vandaan komt, een tv-serie die ik wel graag terug zou willen zien.

Vanavond kwam de volle maan als een heel grote oranje bol op en mijn nieuwjaarsgevoel draait om de grote kraanvogeldans op de Kullaberg, waar Niels getuige van is: Er was woestheid in, maar 't gevoel dat het wekte was toch een zoet verlangen. Niemand dacht nu meer aan strijd. Integendeel, allen, de gevleugelden en zij, die geen vleugels hadden, wilden zich oneindig hoog verheffen, boven de wolken zweven, zoeken wat daarachter ligt, het zware lichaam afschudden, dat hen naar de aarde trok en wegzweven naar het bovenaardse.

Zulk een verlangen naar het onbereikbare, naar dat wat achter het leven verborgen is, voelden de dieren maar eens per jaar, en dat was op de dag, dat zij de grote kraanvogeldans zagen.

woensdag 30 december 2009

Voor E.W.

FORTSCHRITT
Und wieder rauscht mein tiefes Leben lauter,
als ob es jetzt in breitern Ufer ginge.
Immer verwandter werden mir die Dinge
und alle Bilder immer angeschauter.

Dem Namenlosen fuhl ich mich vertrauter:
Mit meinen Sinnen , wie mit Vogeln, reiche
ich in die windigen Himmel aus der Eiche,
und in der abgebrochenen Tag der Teiche
sinkt, wie auf Fishen stehend, mein gefuhl.

Waar gaat dit gedicht van Rainer Maria Rilke over? Ik weet het niet precies. Over expansie en oplossen in het naamloze, misschien. Maar wat is dat? Of zijn het de Naamlozen: al die mensen wier antecedenten je niet werkeijk kent, maar die vertrouwd kunnen aanvoelen, omdat je steeds beter ervaart dat de levende kern in ieder dezelfde is?

De oevers worden breder, de dingen meer bekent en aan je verwant. Zintuigen tegelijk, die als vogels de hemel in reiken en dan je gevoel dat juist zinkt, staande op vissen, dus bewegelijk en altijd mee stromend...

Het gedicht heet vooruitgang, maar waarvandaan en waarheen? Het past wel bij Oudjaar, vind ik. Vraag me niet hoe. Soms kun je bang zijn voor de Elasticiteit Weer & weer & weer van het leven. En waarom ik dit nu denk, ik weet het niet... The River Flows... Elke keer weer, naar de zee.

dinsdag 29 december 2009

Smaak

Hèhè, het zit erop, missie geheel volbracht. Zusje de hele dag geassisteerd in het vinden van de perfecte outfit voor De Dag. Mijn stad heeft geen echte mooie sjieke winkels, dus we togen naar 's-Hertogenbosch. Daar wist ik dat er veel sjieke winkels waren, van die plekken waar ik anders nooit kom. Maar wat is het leuk, om nou in haar kielzog lekker alles te bekijken, hangertjes uit de rekken, even voelen aan de stof, de modelletjes keuren!

En natuurlijk is het ook leuk, om adviezen te geven terwijl je niet op het geld hoeft te letten. Een zilverachtig broekpak is het geworden met een royale sjaal in grijs, zwart en wit tinten met een paar stervormige bloemen en ze heeft er een cyclaamkleurig tasje bij gescoord, waarvan ze nu niet weet of dat nu haar smaak is of de mijne. Ja, ik kick daarop zo'n fel afstekend, plooibaar satijnen enveloppetasje, een fijn accent bij het grijs, met een zilvergrijskleurig ketting, maar ja da's mijn smaak.

Ach, wat zou Zusje moeten zonder mijn smaak? Ik heb haar hele huis mee ingericht, de bank mee uitgezocht, de nieuwe studeer/werkkamer van Zusje, de juiste kleur muur in de slaapkamer enzovoort. Nichtje L. viel eens islamitisch op de vloer, buigend en knielend, Mirjam, dankjewel!!!, dus nu zei ik: Tja... wie geen smaak heeft, die moet smaak leren en dan heb je je weleens over te geven aan die van een ander, om het te léren!

Zusje zal wel honen, als ze dit blogje leest. Maar eén keer moet dat toch eens worden vastgelegd: huizen inrichten en decoreren, ook dat is een passie van me. Onderwijl heb ik voor mezelve ook maar een feestelijk jasje gekocht, eentje die Zusje wel stond, maar nét niet paste. O, wat zou ik koopziek kunnen zijn, als ik veel geld zou hebben! Dit is een half lang jasje, van wol met katoen, een zwarte ondertoon met daarin allerlei gekleurde draden kriskras daarover heen geweven.

Zonet terug in de auto. Alleen de schoenen ontbraken nog. Maar kijk aan. In een schoenenwinkel vlak bij de bieb alwaar ik dit blog typ, stonden precies de schoenen die ik haar al beschreven had, waarvan ik dacht dat die erbij zouden kunnen passen. Dus: Missie volbracht en ik kan als herinnering nog even, vlak voor sluitingstijd dit blogje typen. Binnenhuisarchitecte-interieurverzorgster, kledingadviseuse heeft zich weer van haar prachtige taak gekweten!

maandag 28 december 2009

Heelal

Er zijn van die dingen waardoor je niet kunt doen wat je oorspronkelijk van plan bent. Vallen van je fiets in de nacht van eerste op tweede Kerstdag op net dat onzichtbare gladde stukje in de bocht en dus de volgende dag verplicht thuis zitten. Met pijn en moeite toch gestrompeld naar de bus voor een viering in het klooster en dan ontdekken dat je de aanvangstijd verkeerd begrepen hebt...

En vandaag wordt me weer de toegang tot een klooster ontzegd wegens een aanrijding die het treinverkeer stillegt. Zo kom ik dan toch weer in de ruimte van mijn blog, een virtuele ruimte waar ik toch aardig aan gehecht ben. Het is zo heel anders dan dingen schrijven in een schriftje. Dat er andere mensen meelezen geeft de gewaarwording van een uitdijend en inkrimpend heelal.

Robert Dijkgraaf legde dat op tv uit: 'Ons heelal dat almaar groter wordt en dus ook leger, want het is dezelfde materie die van dichter opeengepakt, steeds meer ruimte en leegte creëert'. En om maar iets van de proporties binnen je bevattingvermogen te brengen, gaf hij de vergelijking van een grapefruit en een peperkorrel. De laatste, dat is de aarde en de eerste dat is de zon. De afstand tussen beide bedraagt 400 meter. En de afstand naar de eerst volgende zon: dat is van Amsterdam naar Athene. Poeh.

Wie en wat is de mens, daarin en hoe onvoorstelbaar is het om je zowel voor te stellen dat wij mensen de enigen zouden zijn in dat heelal als dat er nog andere levende intelligentie, ergens is. Bij nader voorstellingvermogen is er eigenlijk zoveel waar je je geen beeld van kan vormen, waar blijkt dat je met je eigen bewustzijn nog niet eens de kartelrand raakt van de immensiteit van je eigen levende brein. Laat staan dat je iets begrijpt van dat wat in anderen woelt en krioelt.

Een mooie dvd die ik gisterennacht in halve waak- en slaaptoestand zag is Genesis, van dezelfde makers als Microcosmos, die ik vorig jaar met de broeders in het klooster bekeek. In Genesis mijmert een Afrikaanse verhalenverteller over het onbegrijpelijke dat ieder van ons ooit onstaan is en ook weer zal verdwijnen, zal oplossen in dezelfde materie waaruit je ook ooit bent onstaan.

Onderwijl prachtige beelden van veelkleurige celdelingen, een foetus die groeit in de moederschoot tot een baby'tje dat binnenin gaapt, beelden van hagedissen in een ei en nog veel meer. Een ideale film voor deze paar dagen na Kerst en vlak voor het nieuwe jaar. In die laatste dagen van een oud jaar, dan kan ik bevangen worden door het verlangen om helemaal opnieuw te beginnen.

Hoe zou het zijn, als een ieder met onbevangen ogen en hart de werkelijkheid zou kunnen beleven? Hoe is het om weinig woorden te gebruiken en alleen maar proberen mee te ademen en mee te bewegen, de dingen als vanzelf te laten onstaan, ze omarmen, ervan te genieten, zacht heel zacht, met een gemoed dat telkens even de adem inhoudt, voordat je weer een adem haalt?

Ach... de wereld is zoals die is en mensen zijn zoals ze zijn. Je kunt ze niet veranderen, we zijn een deel van die almaar durende sterfelijkheid en veranderlijkheid. Heel al wat er is aanschouwen, dat is een uitdaging. Zelf heel en al, heelal.

zondag 27 december 2009

Knus

Bij Zusje staat er een hele grote kersstal. Een tafel, en een terrastafeltje, vormen tezamen een landschap waar het krioelt van de eendjes en konijntjes en ganzen en helemaal aan de zijkant doen goedmoedige trollen en elfen ook nog mee: een diaprojectortafel zorgt voor de juiste verdeling van een ondergrot voor de trolachtige gnomen en daarboven in het bovenbewuste, kijken barokke engeltjes naar beneden. Plus een grote plastic leeuw en een neushoorn in de vensterbank. Ach, Gods wondere schepping, hoe ver wil men gaan wat bij de kerststal gaat behoren?

Nichtje L. heeft dit jaar ontdekt dat zij zeer zeker bij die kerststal hoort. Ze heeft een huisje ofwel een holletje gevonden onder de kerststal en door het gouden sterrenpapier kan zij wel de mensen in de kamer zien, maar zij zien haar niet. Nou, dat wilde ik ook wel meemaken. Maar Zusje bezwoer me, dat ik daar niet in kon en bovendien met al die elektrische draden enzo: ik mocht niet.

Neefje T. had het hol ook al ontdekt en een lief stemmetje inviteert me om ook binnen te komen: 'Mirjam, kom nou! , dat gaat echt wel.' Zoiets kun je toch niet afslaan. Dus schoof ik naar binnen en wonderbaarlijk was het hoeveel ruimte er bleek te zijn. 'Gezellig hè', zei hij, 'wil je een kruidnootje?' Hoe royaal hij wezen kan, met het schaaltje dat nichtje L. daar voor zichzelve had neergezet. Nichtje M. kwam erbij en nichtje L. ook: hééé!, schuif eens op!

Daar zaten we dan, dicht op elkaar gepakt, Ikke en drie kindertjes. Wat knus . Het is de ervaring van de verborgen plek en mijn hele kleine tentje waarin ik ook zo'n gevoel krijg dat ik schuil in een spleet van de aarde. We begonnen kerstliedjes te zingen: Kling klokje klingeling... en Stil maar... en Midden in de Winternacht. Dat hadden we beter niet kunnen doen, want nu vielen we op.

Zusje maande een ieder ermee te stoppen: al die elektriek en écht iets voor mij, om toch onder de tafel te verdwijnen. O, daar komt ze aan! Ze zoekt feestelijke, doch gepaste kleding want manlief wordt binnenkort professor en ze heeft nog een paar winkels ontdekt. Nu kan ik niet meer schuilen in dit blog en zal me weer voorwaarts spoeden en haar van mijn goede adviezen voorzien. Ook heel knus.