maandag 7 mei 2012

Jan Mankes: kip

Nederland heeft geweldige schilders: Rembrandt om zijn psychologische portretten en zijn licht, Vermeer om zijn wolken, Van Gogh om zijn expressiviteit en kleuren...maar de schilder van de stilte, is wat mij  betreft Jan Mankes. Gisteren was ik in de Belvedère, een museum in Heerenveen zo ongeveer gebouwd aan de vaart,  vlak bij het gehucht de Knijpe, waar hij gewoond heeft. Het gebouw zelf van het museum is overigens ook de moeite waard: een moderne strakke rechte doos, over het water heen gebouwd als een bewoonde brug. In het midden over het water heen is het museumcafé, dat de twee grote zalen aan weerszijden verbindt.

Jan Mankes (1889-1920). Zijn vrouw Annie Zernike was ik al tegengekomen in het Catherijneconvent (zie blogje klopjes). Ze was dominee, Nederlands eerste actieve, maar ze heeft haar baan opgegeven toen ze trouwde met Mankes. Helaas, het waren nog traditionele tijden Er hing daar een mooi portret van haar, geschilderd door Mankes.

Mankes schilderde eigenlijk alleen maar zijn heel naaste omgeving. Geitjes, zijn vader en moeder, de boerderij, egeltjes, een lijster op een tak, het vlakke Friese landschap, in de winter, in het donker. Voor wie de stilte schildert is de naaste omgeving wel genoeg onderwerp. Dat zie je ook bij de Japanse zen-tekeningen en schilderingen. Eigenlijk moet ik nu niet teveel beschrijven, ga gewoon langdurig kijken. Ook in het gemeentemuseum van Arnhem hangen enige mooie doeken. Nu viel ik helemaal totaal voor: Wyandotte-Haan met tinnen schotel uit 1913.

Zo'n kip. Het schilderij gedomineerd door een grote witte vlek, een fluffige vlek, die als je blijft kijken, gaat leven van donzigheid, kleuren van paarlemoer. Vastheid en luchtigheid ineen. De kip kantelt bijna, en het zwarte vierkante, geometrische hok erachter krijgt iets van een doorgang, waar kip vanuit het donker in het licht is verschenen en is gaan leven. En wie leeft, heeft eten nodig. Komaan kippetje, het begin van je weg, wat maak je allemaal nog mee, waar ga je heen?

zaterdag 5 mei 2012

Passage

Ik neem het toch maar mee, van de afgeschreven boeken uit de bieb: het prentenboek in sepiakleuren van Michael Dudok de Wit. Alsof  ik nog plaats heb in mijn volle huis... Maar het moet. Het boekje is een soortement van samenvatting van de gelijknamige animatiefilm Father and Daugher van ongeveer 10 minuten die in 2001 uitkwam en een Oscar heeft gewonnen. Een Zomergast bij de VPRO vertoonde het eens en het is zo wonderlijk mooi.

Het past ook bij deze dagen: van Dodenherdenking en Bevrijding, in passages tussen afscheid en opnieuw beginnen, in het verlangen naar rituelen, die zo'n passage mogelijk maken. Dit filmpje doet dat, het kijken ernaar is een ritueel op zich. Je ziet een jong meisje met haar vader de dijk op fietsen, de vader stapt in een bootje en roeit weg, naar de horizon en komt nooit meer terug. Het meisje keert steeds terug naar die plek: het jaar daarop, als ze ouder wordt, samen met haar vriend, samen met haar kinderen en de vriend, die hun vader is. Op het laatst is ze oud, ze loopt weer de dijk af, waar water was is nu riet en daar ligt een bootje in het zand. 'Daar gaat ze liggen... Opeens zit ze rechtop. Ze voelt dat er iets verandert. Ze staat op, ze rent, ze rent - en terwijl ze rent, gebeurt er iets wonderlijks.' Op de twee laatste plaatjes is ze weer jong geworden en ontmoet haar vader.

Dit soort verhalen zijn de vervangers van de oude verhalen uit de godsdiensten en religies. Waarschijnlijk kunnen we de betekenis begrijpen, doordat die oude verhalen al een deel zijn van het menselijk cultureel erfgoed. Zo'n film troost en verzoent. Het geeft geen antwoord, het is een fantasie die tegelijk iets zichtbaar maakt van de onderstromen in ons. De stromen van verlangen. Van verdriet dat je zachter maakt, van dat leven dat je leeft zonder ooit te begrijpen waarom dat zo is, als het is. Dat je ooit dood zult gaan en dat je er vanuit moet gaan, dat je niks mee kan nemen. Maar wel van alles achter zal laten. 

De laatste regel in Tonio, de Requiemroman van A F Th van der Heijden, is de zin die een meisje uitspreekt op de drempel van Tonio's kamer, een meisje dat wellicht zijn liefde had kunnen worden. Ze zegt: 'Ik denk echt, dat de doden een soort energie achterlaten...' Daarom vieren we Bevrijdingsdag.

Knip: bevrijding

Gisteren sloot de muziekcirkel van dodenherdenkingsdag (zie vorig blogje) met de uitvoering van de Kindertoterlieder van Gustave Mahler. Die vreemdheid van het lot of het noodlot, of is het een soort van paranormaal helder zien? Mahler componeerde de liederen op de gedichten van Friedrich Rückert, terijl hij twee gezonde dochters had. Twee jaar later stierf zijn oudste dochter. Zijn vrouw Alma schreef dat ze het gevoel had, dat hij het noodlot had getard. Kan dat? Het is een volstrekt irrationele gedachte. Na deze liederen,zeer intens en toch bescheiden gezongen door de Zwitserse bariton Niklaus Kost, nam het symfonieorkest je mee op een romantische reis met de Schotse symfonie, nr 3 in a-klein op.3. van Mendelsohn. De combinatie van deze twee was perfect.

Ik at onderwijl heel voorzichtig, om geen extra geluid te maken, een frietje uit mijn tas. Die had ik er in de haast ingestoken, want het duurde bij de frietkraam zó lang, eer het werd aangereikt, dat ik het niet kon verorberen. Wat! heb jij ondertussen, tijdens een concert, dat frietje gegeten, vroeg M. lachend, goed dat ik het niet wist, dit vind ik een verhaal voor de vrouwengroep! Ik was inderdaad met opzet, zo´n beetje met de rug naar haar gaan zitten, zodat ze zich er niet hoefde te generen, eventueel.

Tijdens de Herdenkingsdienst in de Stevenskerk, kwam er een Joodse man aan het woord, die vanuit mijn stad was geëmigreerd naar Israël. Hij deed een liefdesverklaring naar dit land, die hij geschreven had op het strand, aan zee bij een ondergaande zon.Over de multiculturaliteit aldaar, en dat die muur aldaar toch echt noodzakelijk was, dat de criticasters er niks van begrepen...Dat op dit moment zijn vrouw met een chirurgisch team in Tel Aviv een Palestijns jongetje aan het opereren was.

Moelijke kwesties. Het individu in de samenleving. Wat je doet en wie je bent door de omstandigheden die zich voor jouw neus voltrekken. De invloed die je hebt is gering. Maar de vorming van een mening kan nooit op een lijn worden gesteld met wat je als individu doet of laat. Omdat zijn vrouw nu een Palestijns jongetje het leven redt, is daarmee niet de Palestijnse kwestie in het Midden Oosten opgelost.

In het café vertelde ik M. iets over Shoah, de film van 4 dvd/dics, waar Claude Lanzmann negen jaar aangewerkt heeft. Over de kapper, die in zijn zaak in Tel Aviv, al knippend aan een hoofd, vertelt dat hij indertijd bij de concentratiekampen hoorde bij het kappersteam. Opdracht was om zo veel mogelijk haar van de slachtoffers weg te knippen en het tegelijk zó te doen, dat de aanstaande doden rustig bleven en werkeljk dachten dat ze een kappersbeurt kregen. Dat deed hij,op de automatische piloot, tot zijn vrouw binnen kwam.

Wat doe je dan... moord en brand gaan schreeuwen had helemaal geen zin. Zijn vrouw vertellen dat ze elkaar nooit meer zouden zien, ook niet.  Hij zat gevangen in die moordmachine. Hij heeft zijn eigen vrouw geknipt, zo teder en langzaam mogelijk, wetend dat ze een uur later dood zou zijn. Als individu werkte hij mee aan die moordmachine, net zoals zoveel andere Joden, die het daardoor ook hebben overleefd.

'We' hadden de oorlog kunnen verliezen en wie waren 'we' nu dan geweest? Dan zou het werkelijke moment van bevrijding alleen maar geleefd kunnen worden in die spaarzame, kleine momenten, de kieren, de kleine gaten door de werkelijkheid zoals die dan geworden was.. Dat je dan de kracht mag hebben om, zoals die kapper, in enkele seconden, alles uit het leven zoals het is te halen, in een kort, heel kort moment van tederheid en menselijkheid. 'Knip', zolang duurt het, 'knip', zo zal het voor altijd gegrift zijn in je ziel.

vrijdag 4 mei 2012

Dodenherdenking


Wat is het toch geweldig om nieuwe muziek te leren kennen. Ditmaal is het van de Pool Henrijk Górecki, de derde symphonie, gecomponeerd in 1976 en uitgevoerd door het London Sinfoniette met David Zinmann als dirigent. Speciaal te beluisteren voor vandaag: de Dodenherdenkingsdag. Langzame, trage, van verlies doorwaakte muziek, aangrijpend; prachtig. De symfonie bestaat uit drie delen en het overkoepelende thema is het verlies van moeders en hun kinderen. De woorden worden slepend gezongen door een sopraan.

Deel 1 is een klaaglied uit de tweede helft van de 15 e eeuw  uit een klooster. Het is moeder Maria die hier weent om haar gestorven zoon. Deel 2 is heel bijzonder: het zijn de woorden die de 18 jarige Helena  Wanda Blazusiakówna gegrifd heeft op de muur in een cel , gevangen in een kelder van een Gestapo hoofdkwartier in Zakopane, in de bergen van Polen. Het was 25 september 1944 en ze richt de woorden naar haar moeder: 'Nee moeder, huil niet. Onbevlekte koningin van de hemel, blijf altijd bij mij. 'Zdrowás Mario', wat 'Ave Maria' betekent, op zijn Pools. Deel 3 is een Pools volkslied, waar opnieuw een moeder  rouwt om het verlies van een zoon.

De eerste koffie drinken met deze muziek, op deze dag, waar vanavond in twee minuten stilte in het openbaar de doden worden herdacht, is speciaal. Die stilte lijkt een soort tere wand te weven tussen de doden aan de ene zijde en de levenden, het leven, aan de andere zijde. Aan onze zijde. Na die twee minuten stilte begint er al een voorzichtige opmaat naar morgen: Bevrijdingsdag. Bevrijding uit de ketenen van de wanhoop en de rouw, bevrijding van een oorlog die het Westen de mogelijkheid gaf om een democratie vorm te geven en een democratisch bewustzijn in mensen te planten...

Op de klanken van de symfonie krabbelde ik de volgende woorden op, die ik in de maandagochtend-meditatie zal gaan uitspreken:

We zijn stil
zo stil soms
om de zachte lagen
van onze ziel
te herscheppen.

Stilte als milde regen
waardoor het wachtende zaad
van de hoop,
het vertrouwen,
de verbondenheid
kan ontkiemen.

Misschien bloeien we open
misschien wordt de kale vlakte
een bloemenzee
waar we doorheen wandelen,
genieten van de geuren
van barmhartigheid, heil: geluk.

donderdag 3 mei 2012

Abacadabra

Met verbijstering kijk ik om me heen. Naar al die andere gezichten achter de computers aan de tafels rondom mij. Snappen ze allemaal werkelijk wat er gezegd wordt? Ben ik nou zo stom, zo helemaal niet meer van deze wereld, op deze aarde? Beginnerscursus Excel op het stadhuis. En dat terwijl ik jaren geleden daar al ooit eens cursus in heb gehad, en toch, ik snapte werkelijk niks van wat deze jongeman ons allemaal trachtte duidelijk te maken.

Die eerdere cursus begon stap voor stap met het vertellen wat een 'cel'  is in Excel en hoe je die allemaal apart kon programmeren. Deze jongeman begon meteen wat uit te leggen en nam zomaar aan dat iedereen dat allemaal al wist. Terwijl bij de kennismaking  de meerderheid vertelde , weliswaar te  werken  met programma's die iemand ontworpen heeft in Excel, maar verder er helemaal  niks van af te weten.

Mijn verbijstering geldt zowel mijn eigen werkelijk-niks-weten. Toen de jongeman even bij mijn computer kwam zei hij dat hij dus ook wel een cursus Windows aan me kon geven, of hij me daar niet mee beledigde?, haastte hij zich er achteraan te zeggen.  Nee hoor zei ik. Vervolgens gaat hij me nu een simpele handleiding sturen met enige stappen daarin uitgewerkt, dan ben ik zijn sparring partner, of ik me niet opnieuw beledigd voelde?, want ja, het hing in de lucht: als jij snapt wat ik opgeschreven heb, dan zullen de anderen het ook wel snappen en dan stuur ik het pas naar iedereen door.

Maar die verbijstering van mij geldt ook die anderen. Ofwel ik ben de enige totale nitwit ofwel de anderen bluffen, zeggen niks en knikken en blijven stil en denken: het zal mijn tijd wel duren, nog twintig minuten en ik mag naar buiten. Al die anderen waren niet jong en dynamisch, want dan klopt dat natuurlijk: de nieuwe generaties zijn met de computer opgegroeid, nee, de meerderheid was van mijn eigen leeftijd en ouder. Van al die andere collega's ben ik ook nog eens de hoogst opgeleide. Maar alleen ik zat te zuchten en te fronsen.

De jongeman polste regelmatig: als je het niet snapt of ik ga te snel, zeg dat dan! Niemand zei iets en ik snap dat voor mezelf wel: het was zo ongeveer allemaal abacadabra. Ik zag hem stug doorpraten en kreeg daarbij het visuele beeld  dat hij kranig zich in het allengs zakkende drijfzand staande probeerde te houden. Daar haakte hij en klauwde hij naar boven, in zijn mooie overhemd en sjieke schoenen.

Misschien zie ik dat zo omdat het een soort ervaring is die ik zelf altijd heb als het over "God", spirituele en religieuze zaken gaat. Dan weet je werkelijk niet waar je moet beginnen en zie je de enorme kloof tussen het wél ingevoerd zijn in een bepaald soort taalgebruik en niet. Dan denk ik vaak: hoe krijg je deze taal weer bij de wereld, op deze aarde? Hoe maak je iets duidelijk wat voor jezelf vanzelfsprekend is? Hoe verandert abacadabra in een formule die mogelijkheden geeft en werelden opent? Dan zwijg ik liever en laat al dat abacadabra het liefst helemaal oplossen in de stilte.

woensdag 2 mei 2012

Klopjes

Gisteren was ik in Utrecht naar Museum Catherijneconvent. Daar is een tentoonstelling die heet: Vrouwen voor het Voetlicht: Zusters, martelaressen, poetsengelen & dominees. Op de kortingsbon wordt de opsomming nog aangevuld met: Vrome vrouwen, kluizenaressen, nonnen, abdissen, moeders, diaconessen, pastoraal werksters, domineesvrouwen, vrouwlijke dominees. Omdat ik dacht dat het hier een mensensoort betrof, waartussen ik me vanuit een bepaald perspectief ook wel zou kunnen plaatsen, soms,  was ik benieuwd.

Wat een deprimerende bedoening. Ik voelde de benauwenis van enige traditionele christelijke waarden me de adem benemen en toen ik de kortste weg naar buiten zocht, verdwaalde ik ook nog eens in de rondgang van dit ooit kloosterlijk convent. Alsof ik niet zomaar naar buiten mocht. Altijd maar die vrouwen, die zorgen, de man omringen met voedsel, gezelligheid en welbehagen!

'Klopjes', dat vond ik het merkwaardigste soort: ze leven nu en vroeger al, het zijn ongehuwde vrouwen die ervaren hebben dat Jezus klopt aan de poort van hun hart, dat het dus niet de bedoeling voor ze is om te trouwen en kinderen te krijgen, want Jezus is hun relatie. Daarom zetten ze zich vrijwillig in, ergens in den kerke en voor wie dus?, voor de man in die kerk. Ik zag een interview met een vrouw, met schort aan in de keuken, die macaroni aan het maken was met salade, de tafel dekt en dan in schort bij Meneer Pastoors vertrekken aanklopt: ze eten samen, zij houdt haar schort aan en de jonge priester vertelt hoe hij door haar zijn werk goed kan doen.

Ik zag die hele reeks gepijnigde vrouwen langskomen: een grijs permanent die trots vertelt over de 8 mei Beweging, ik weet nog dat die ontstond, ik ben er ook nog geweest op het Malieveld, 8 mei 1985, een beweging van vooruitstrevende katholieken, die samenkwamen naar aanleiding van het bezoek van de Paus aan Nederland en die werkelijk hoopten op eenn frisse wind in de kerk, maar alles is weer weggepakt, afgeknepen en gesmoord. En dan al die rijke nonnen vroeger, die dan het koorgebed en de liturgie mochten doen en de arme nonnen die als dienstertjes al het op-de-knieën-schoonmaakwerk en andere zware arbeid moesten verrichten: dan heet je poetsengel en dan mag je daar weer blij mee zijn.

Was er dan niks positiefs? Nou, de interviews met enige vrouwelijke Trappistinnen, dat komt dan nog het dichtstbij iets wat ik wel begrijp. Om in die leefvorm de eenzaamheid en de stilte te kunnen ervaren, omdat het daar alleen om gaat: een gewaar zijn van het hier-en-nu, dat je daarin liefde ervaart en je weet dat je dan wezenlijk op je plek bent en bent thuisgekomen. De eerlijkheid ook, van het vertellen, dat je vaak in de stilte alleen maar indommelt, maar dat zingen alles goed maakt, en de twijfel om uit te willen treden en dan elke keer weer dat toch weer hernemen.

Het meest verheugende was om Anna Maria van Schurmann weer tegen te komen. Ze leefde van 1607-1678. Ze was de eerste vrouw die een universitaire opleiding gedaan heeft en ze schilderde en tekende ook. De broze potloodtekening van haarzelf, een zelfportret: dan zie ik een vrouw met een alerte blik, die tegelijk iets van zachtheid en mededogen uitstraalt.  Op een test die ik ooit deed in een museum in Den Bosch, dat ging over vrouwen door de eeuwen heen, kwam zij tevoorschijn als mijn geestverwante.

Je wilt dat er geen man aan de poort van je hart klopt, geen kerk, geen voorspelbaar traditioneel vrouwengedrag. Je wilt wel dat er IETS klopt, zo dat je kan ervaren dat er een kloppend hart in je eigen inborst zit, zo dat alles klopt ... een ervaring van vreugde, kunnen loslaten, er ZIJN, telkens weer. Alleen dan, zou ik me wel zo willen noemen: een klopje.

dinsdag 1 mei 2012

Leve Nederland

Dat was me het koninginnendagje wel. 's Ochtends vroeg, door het open raam, waar de zon fel en heftig aan het doorbreken was, hoorde ik al het geroezemoes. De drive van mensen, rondom een uur of half acht. Al op pad. In mijn buurt was er ook een kleine vrijmarkt en toen ik er eventjes na 10 uur 's ochtends was, hoorde ik de mensen zeggen, dat je er toch vroeg bij moet zijn om een plekje te veroveren. Ik had nog geen verzamelthema dit jaar, maar kwam er alras op: er lagen twee nieuwe boekjes van Nijntje van Dick Bruna en na een korte onderhandelingsronde, dat hoort erbij, vind ik, nam ik de twee mee voor 1 euro 50.

Weer naar huis, tweede kop koffie op het zonnige terras vol kwinkelerende vogeltjes. Zusje bellen, want Nichtje wilde dit jaar ook wel weer op zoek naar Nodeloze Zaken Die Haar Moeder Liever Niet In Huis Heeft. Moeders ging mee, ook gezellig, maar nichtje heeft uiteindelijk maar eén enkele haarband meegenomen, rood met witte stipjes. Ze gingen eerder naar huis, terwijl ik nog wat rondstruinde. Ik weet dat ik de grootste slag sla in het laatste uur, wanneer alles balanceert om weg gedaan te worden tegen sterk gereduceerde prijzen: 'drie dingen, maakt niet uit wat, voor 50 eurocent' en dan: "neem maar mee, de hele handel, alles gratis!

Dus ik scoorde. Ook voor het wijkcentrum: o.a. een spiksplinternieuw leren koffertje met daarin een backgammon-spel, een rond dobbelstenenbord met houten rand om Yatzee op te spelen, ook compleet met bekers, een groot roulette, een dobbelwoordspel. En voor mezelf: acht Nijntje-boeken, twee nieuwe boeken van literair gehalte, kleine handige dingetjes en weet je wat: voor nichtje nog een leuk berenmandje met bloemetjes en drie witte beertjes die I love you zeggen en een spiegel in de vorm van een hart met felgroen langharig teddyberenpluche erom heen. Moeders vond het niet leuk, dus nu zal ik die spiegel maar zelf een plaatsje geven, in mijn volle huis. Iets voor het wijkcentrum?...Dat is tegenwoordig mijn dependance waar ik eigen spul in kwijt kan in het kader van 'de gezelligheid'.

Ik raakte aan de praat met een mevrouw, die naar mijn volle tassen gestevend was. 'Dat is van mij', zei ik. 'O, gelukkig maar', zei ze, 'ík vind het zo ongelofelijk wat hier allemaal ligt... Ik kom zelf van de boerderij en wij hadden vroeger helemaal niks, we deden het met wat voor handen was. Nu heb ik het goed, heel goed, je hoort mij niet klagen... En dan denk ik... ze kunnen het hebben over armoede in Nederland, maar kijk om je heen! Als ik uit Afrika zou komen, dan zou ik mijn ogen niet geloven!

Ik beaamde het en zag mezelf terug in Niamey, de hoofdstad van Niger. Een van de opvallendste winkels was een ruimte vol tweedehandskleding uit het Westen. Dat was dan voor de rijkeren, de armen hadden daar niet het geld voor.  Op weg naar Niamey, in de nacht moest de bus stoppen. Mensen moesten hun handel van boven op de bus halen. Hele grote zakken vol gebruikte schoenen uit het Westen. Dat beeld dat midden in de woestijn die twee handelaren alle schoenen moesten uitstallen en bij elkaar moesten zoeken: en daar stonden ze dan, damesschoenen, herenschoenen, kindermaatjes, van gympies tot hoge hakken, van elk twee, langs de kant van de weg, in het maanlicht. Na de telling, moest alles zo snel mogelijk weer bij elkaar gepropt worden, de zakken in.

Zó verschillend gaan mensen hun weg, met allemaal andere bagage. Je past je aan in de wereld waarin je leeft. Koninginnedag, dit volksfeestje, ik geniet ervan: Dat zo'n groot Goffertpark vol mensen is van allerlei soort  en dat je daartussen in loopt  in een oranje T-shirt en een blauw-wit sjaaltje met rood als accent in mijn vestje, want ik ben nu, sinds mijn 25-ste,  per toeval Nederlander, een geluk.