woensdag 2 mei 2012

Klopjes

Gisteren was ik in Utrecht naar Museum Catherijneconvent. Daar is een tentoonstelling die heet: Vrouwen voor het Voetlicht: Zusters, martelaressen, poetsengelen & dominees. Op de kortingsbon wordt de opsomming nog aangevuld met: Vrome vrouwen, kluizenaressen, nonnen, abdissen, moeders, diaconessen, pastoraal werksters, domineesvrouwen, vrouwlijke dominees. Omdat ik dacht dat het hier een mensensoort betrof, waartussen ik me vanuit een bepaald perspectief ook wel zou kunnen plaatsen, soms,  was ik benieuwd.

Wat een deprimerende bedoening. Ik voelde de benauwenis van enige traditionele christelijke waarden me de adem benemen en toen ik de kortste weg naar buiten zocht, verdwaalde ik ook nog eens in de rondgang van dit ooit kloosterlijk convent. Alsof ik niet zomaar naar buiten mocht. Altijd maar die vrouwen, die zorgen, de man omringen met voedsel, gezelligheid en welbehagen!

'Klopjes', dat vond ik het merkwaardigste soort: ze leven nu en vroeger al, het zijn ongehuwde vrouwen die ervaren hebben dat Jezus klopt aan de poort van hun hart, dat het dus niet de bedoeling voor ze is om te trouwen en kinderen te krijgen, want Jezus is hun relatie. Daarom zetten ze zich vrijwillig in, ergens in den kerke en voor wie dus?, voor de man in die kerk. Ik zag een interview met een vrouw, met schort aan in de keuken, die macaroni aan het maken was met salade, de tafel dekt en dan in schort bij Meneer Pastoors vertrekken aanklopt: ze eten samen, zij houdt haar schort aan en de jonge priester vertelt hoe hij door haar zijn werk goed kan doen.

Ik zag die hele reeks gepijnigde vrouwen langskomen: een grijs permanent die trots vertelt over de 8 mei Beweging, ik weet nog dat die ontstond, ik ben er ook nog geweest op het Malieveld, 8 mei 1985, een beweging van vooruitstrevende katholieken, die samenkwamen naar aanleiding van het bezoek van de Paus aan Nederland en die werkelijk hoopten op eenn frisse wind in de kerk, maar alles is weer weggepakt, afgeknepen en gesmoord. En dan al die rijke nonnen vroeger, die dan het koorgebed en de liturgie mochten doen en de arme nonnen die als dienstertjes al het op-de-knieƫn-schoonmaakwerk en andere zware arbeid moesten verrichten: dan heet je poetsengel en dan mag je daar weer blij mee zijn.

Was er dan niks positiefs? Nou, de interviews met enige vrouwelijke Trappistinnen, dat komt dan nog het dichtstbij iets wat ik wel begrijp. Om in die leefvorm de eenzaamheid en de stilte te kunnen ervaren, omdat het daar alleen om gaat: een gewaar zijn van het hier-en-nu, dat je daarin liefde ervaart en je weet dat je dan wezenlijk op je plek bent en bent thuisgekomen. De eerlijkheid ook, van het vertellen, dat je vaak in de stilte alleen maar indommelt, maar dat zingen alles goed maakt, en de twijfel om uit te willen treden en dan elke keer weer dat toch weer hernemen.

Het meest verheugende was om Anna Maria van Schurmann weer tegen te komen. Ze leefde van 1607-1678. Ze was de eerste vrouw die een universitaire opleiding gedaan heeft en ze schilderde en tekende ook. De broze potloodtekening van haarzelf, een zelfportret: dan zie ik een vrouw met een alerte blik, die tegelijk iets van zachtheid en mededogen uitstraalt.  Op een test die ik ooit deed in een museum in Den Bosch, dat ging over vrouwen door de eeuwen heen, kwam zij tevoorschijn als mijn geestverwante.

Je wilt dat er geen man aan de poort van je hart klopt, geen kerk, geen voorspelbaar traditioneel vrouwengedrag. Je wilt wel dat er IETS klopt, zo dat je kan ervaren dat er een kloppend hart in je eigen inborst zit, zo dat alles klopt ... een ervaring van vreugde, kunnen loslaten, er ZIJN, telkens weer. Alleen dan, zou ik me wel zo willen noemen: een klopje.