maandag 13 oktober 2014

Ja, Rotterdam!

Eindelijk. Rotterdam is binnen als een geweldig,energierijke stad met een eigen dynamiek! Dit weekend zei ik onvoorwaardelijk 'Ja', in plaats van het 'Ja maar', dat het altijd was. Ik ben er toch mijn leven lang, met een zekere regelmaat een dag geweest. Toen ik nog een Indonesisch paspoort had, moest ik er op visumjacht en combineerde dat, voor zover mogelijk, met een bezoek aan Museum Boymans van Beuningen.

Dat museum stond toen alleen: maar in de loop van de jaren zag ik de omgeving  uitgroeien tot het hele museumpark wat het nu is. Ik had ook al eens de helft van een architectuurwandeling gelopen: Ja: er zijn wel mooie gebouwen en het is leuk om de geschiedenis ervan te leren kennen en de visie van de architect op zo'n gebouw. Ik heb eens het Schouwburgplein vol skaters gezien met jongeren en in de theaterzaal binnen  was er allerlei soorten van jongerendans; breakdance,  hip-hop en hoe het allemaal heten mag. Ja, leuk! Maar... Rotterdam werd nooit een stad om werkelijk van te houden..

Het tochtte altijd in Rotterdam. In feng shui-termen zou je kunnen zeggen, dat er altijd, overal, energie weglekte. Er was geen samenhang, geen eenheid. En altijd maar dat geluid van dat heien, hijskranen, gehamer: een stad waar gewerkt wordt. Aan... het resultaat wat het nu is: het Manhattan van Europa, zo schijnt Rotterdam zich nu te afficheren. Ja! Het is er  nu ook: Er vibreert iets internationaals in de Maasstad: het is een wereldstad geworden: eindelijk volgroeid, eindelijk volwassen.

Het was stil en mistig en vol grijze regen , toen het bij me gebeurde. Ik zag de brug de Zwaan in dunne streepjes, met daarachter drie torens, die leken op onhandig gestapelde blokken uit een blokkendoos: net niet precies en recht op elkaar. Er kwam iets teders over me. De stad omhulde me als een soort van deken, terwijl ik aan een picknicktafel onder een droge, hoge afkapping van het Appelgebouw thee en een boterham at.

'Eet smakelijk!' zei een voorbijgangster.Een man met een rode paraplu en een nattig hondje liepen voorbij. Ik zag een paar boten voorbij tuffen. Ja: deze stad neemt me op, heeft plotseling een bodem, vaste grond , waar je kunt schuilen en wonen. Werkelijk, het had iets van een openbaring.

Vlakbij was Station Blaak, met de kubuswoningen aan de ene kant, die er vroeger wat verloren bijstonden. Maar nu is er die nieuwe, kleurige Markthal, als een mooi kleurig sluitstuk: een machtig gebouw in een grote boog , waar de wolken en de luchten zich van buiten in weerspiegelen. Wat een kleur van binnen:  fruit, bloemen, rupsen en vlinders op het plafond. 's Avonds at ik in De Bazar: in de Witte de Withstraat, vol kleurige Marokkaanse lampjes.

Ja, Rotterdam heeft zich voor mij  binnenstebuiten gekeerd. Alle kleur die binnen aanwezig was toont zich nu, in een rijke schakering: Rotterdam laat van zich houden.

donderdag 9 oktober 2014

Zelfverloochening

Ik geloof niet dat ik die indruk wek bij mensen, maar ten diepste zit het héél erg in me: Zelfverloochening. Dat bedenk ik, nu ik Inwijding, lees, van Veronica Roth, die 23 jaar was toen ze het schreef. De Engelse titel Divergent, dat ook al verfilmd is en een megakaskraker is, verwijst naar iets anders, waarover zo meteen meer.

Zelfverloochening dus: we leven in een toekomstige maatschappij, die is opgedeeld in vijf facties: Oprechtheid, Vriendschap, Eruditie, Onverschrokkenheid en Zelfverloochening. Leuk om je te bedenken waar je dan bij zou horen. Veronica Roth kwam hierop door zich voor te stellen hoe een ideale maatschappij ingericht zou kunnen zijn. Stél dat alle mensen zich zouden bekwamen in één van deze kwaliteiten, dan zou dit wellicht een vreedzame samenleving kunnen opleveren.

Dus elk mens word geboren in eén van de facties, en moet op haar 16e een keuze maken. Als je meent dat je in een andere factie thuis hoort, dan ga je daarheen, en zul je daarbij ook je familie voorgoed verlaten. Elke factie leeft bij elkaar en woont in huizen die bij hun horen, met daarbij behorende kleding en leefstijl. 

Mensen in Zelfverloochening willen niet opvallen, ze leven eenvoudig, hebben kleren in zachtgrijze en beige tinten, ze zijn met weinig tevreden, ze zitten graag thuis bij een vuurtje,  ze houden altijd rekening met een ander, je komt nooit voor jezelf op: juist ja, je vergeet jezelf: de gemeenschap staat voorop. Heel kloosterachtig, dus.

Nee, zo ben ik niet en dat wil ik niet. Dat denkt ook de hoofdpersoon Tris. Dus ze kiest voor de factie de Onverschokkenen. Eindelijk ruist er iets in haar bloed: spanning, avontuur, het onbekende. Ik geloof dat ik zou denken, dat ik dan maar in de factie... Vriendschap zou horen. Of toch meer in Eruditie? Alhoewel Oprechtheid natuurlijk ook een grote kwaliteit is.

En nu komt het: Tris de hoofdpersoon blijkt eigenlijk in géén een van de facties te horen. Ze is Divergent: Afwijkend. Dit soort mensen zijn verdoemd, ze horen nergens thuis, en ze zijn ook 'maatschappij-ondermijnend': Hé, wat is dat een ouderwets woord, nog uit mijn studententijd. Toen het gewoon was om te discussiëren of en hoe je de maatschappij mocht ondermijnen.

Het hele verschijnsel klooster is in feite maatschappij ondermijnend: men doet niet mee met de rat-race, men is gericht op de eigen gemeenschap. Zelfverloochening is daar toch wel de grootste kwaliteit die gekoesterd en gekweekt wordt: zo close bij elkaar, zo weinig mogelijk naar buiten, zoals in een contemplatieve orde: daar moet je geen grote ego's voor hebben, anders spat de boel zo uiteen.

Iets in mij herkent zich ten diepste in zo'n leefwijze.  Dus?... Ach, ik zal wel zo als de hoofdpersoon zijn en velen met haar, het boek is een bestseller onder Young Adults: Ik ben Divergent.

Louter het bestaan van zo'n soort boek en dat het een hit is, geeft mij een groot vertrouwen in de jeugd van tegenwoordig.

maandag 6 oktober 2014

Franciscus-feestdagje

Nijmeegs Byzantijns Koor
Ik geniet er altijd van als een dag zich als vanzelf ontvouwt. Als het dan ook nog eens DE feestdag is van de 'Franciscaanse Familie', dat  hoor je ook alleen op deze feestdag, waar mensen elkaar zelfs gaan feliciteren, dan is dat extra leuk. Het was dus 4 oktober, ook Werelddierendag, dankzij Franciscus van Assisi.

Na een ochtenddienst in het klooster, in de zon op een terras met vrijwilligster W., die de dag ervoor tijdens de afwas liet ontvallen, dat ze erover dacht om in te treden. Waarop ik meteen zei: nou, lijkt me niks voor jou, je bent veel te onrustig. Dat noopte om daar langer over door te praten. En in plaats van agenda's te trekken trokken we naar de stad.

'Intreden in een klooster, is maar voor zeer weinigen weggelegd, je doet het omdat je je juist aan niks meer wilt hechten, niet omdat je je wil hechten aan een gemeenschap', zei ik. 'Wat ben je streng', zei ze. Ja, dat heb ik wel meer gehoord. Ik vind helderheid belangrijk. Het is een hele kunst om je eigen motieven en je emoties goed onder ogen te zien en niet vanuit een verwardheid en verknooptheid te handelen: daarmee doe je op den duur alleen jezelf en anderen pijn.

Ik ging vervolgens naar de Waal-strandjes en dat was écht de laatste dag op het zand in de zon.  Ik was voor daarna door W. uitgenodigd om laat op de middag spaghetti bolognese bij haar te eten, om haar vervolgens te horen in het Byzantijnse koor, dat op de eerste zaterdag van de maand de Byzantijnse Mis zingt.

In de kerk van de Carmelieten is daartoe een Russisch -Orthodox altaartje gebouwd, met iconen en kaarslichtjes. Het typische aan deze mis, is dat de priester met de rug toe, in feite verborgen voor het publiek, de rituele handelingen zingt en voltrekt. Dus je ziet glimpen van iemand die op allerlei, voor mij onduidelijke momenten , zijn grote zwarte lange hoofddeksel, met punten tot op het midden van de rug op en af zette. Er wordt meerdere malen van alles bewierookt, iconen aan weerszijden gekust, een rondgang gemaakt  met wierook en een kaars met  het evangelieboek  langs de mensen.

Ik liet het allemaal over me heen komen. En, o, wat is dat mooi! Het koor is zeer prominent aanwezig en zingt bijna voortdurend. De mannen en vrouwen, van sopraan tot diepe bas klinken tezamen als eén stem, met lagen en diepten en zó verlangend.Verlangen dat geen tijd kent: het zingen roept meditatieve tijd op: niet doen en denken, maar verlangend zijn: open en weerloos uitstaan naar...

Er zitten veel lofprijzingen in en er wordt veel in gegroet: wees gegroet... en de taal heet Kerkslavisch, vertelde W. me achteraf. Op het einde verscheen de priester weer even, sprak de zegewens uit en liet ons begeleiden door een paar heiligen. Het laatste woord dat hij uitsprak was: Franciscus van Assisi. De cirkel van de dag was dus ....

En  ik eindigde deze dag, tot in de stilte van de nacht, met een groet aan  Broeder Vuur.

donderdag 2 oktober 2014

Let Her Go

Mike Rosenberg
Zou het een hit zijn? Ik weet het niet, want ik luister nooit naar de radio. Maar vanochtend stond hij ergens aan en toen hoorde ik die ene intrigerende zin van dat liedje waarvan ik me al weken afvraag : Is dat nou waar?  En nu zit die zin  vandaag weer extra in mijn brein. Het is van Passenger  van de cd All the little lights. En de regel gaat als volgt: Only know your lover when you let her go.

Zou dat nou waar zijn?  Soms snap je iemand beter als er afstand is gemaakt. Je ziet ook beter wat voor een betekenis je hechtte aan iemand en dat het wellicht alleen maar jouw eigen hechtingen waren. 'Projectie' heet dat in psychologische termen. Je dicht iemand eigenschappen toe, die wellicht meer bij jezelf passen. Je dacht iemand te begrijpen, maar waarschijnlijk heb je je vergist en begreep je alleen maar jezelf. Dan weet je vooral van die geliefde, dat je helemaal niks wist.

Je laat iemand gaan, terwijl je dat zelf niet wil, zo lijkt de implicatie van deze zin. Dan betekent het ook: je moet iemand laten gaan.  Om pas veel later die geliefde echt te leren kennen. Blijft ze weg, dan weet je definitief wat voor vlees je in de kuip had: dan heb je je echt voorgoed vergist in jezelf, in haar en in wie je dacht dat je samen was: Want jij wou haar aanvankelijk niet laten gaan.  Komt ze terug, dan weet je dat het goed was om haar te laten gaan. Want vasthouden had geen zin. Hoewel je natuurlijk geen keuze had, toen; je kunt iemand niet tegen haar wil vasthouden. Nou, nou, wat een ingewikkeldheden...

... En nu komt het mafste: ik googelde even op de hele songtekst van het liedje. En nu blijkt Mike Rosenberg te zingen: Only know you love her when you've let her go. Dat maak het in ene keer een stuk simpeler. Dan houd je het ook bij jezelf: Dan zeg je: ik laat haar gaan, omdat ik van haar hou. Of ook wel: Nu weet ik hoeveel ik van haar hou, toen ik haar liet gaan. Of ook wel: ik weet nu pas hoeveel ik van haar hou, toen ik haar liet gaan; haar wegstuurde.
Hoe dan ook: het is allemaal: Au.

Heerlijk klusje

Wat is dit een héél erg bevredigend, lollig klusje om gedaan te hebben! In het wijkcentrum zijn er nu aan twee kanten op de glaswanden grote witte letters geplakt. Er komt een jongen binnen met een grote rolkoffer, die uitgeklapt een hele gereedschapskast met materialen bevat, schoonmaakspul, meetlinten etc en hij haalt de letters, al gemaakt op eén grote sticker tevoorschijn, past en meet en plakt het op de ramen.

Daar staat het dan ineens WIJKCENTRUM DE GRONDEL, elke letter zo'n 11 cm hoog,  in het lettertype Berlin Sans FB, de hoofdletters ervan en ik ben helemaal tevreden. Een stevige, duidelijke letter, die toch ook iets gezelligs en speels uitstraalt, zonder zo poezelig te worden. Die zocht ik, uit alle lettertypen die er in Word te vinden zijn. Het heeft iets van macht, om zo de uitstraling van het gebouwtje te bepalen.

Op-en-neer mailen met de graficus: kan de letter niet ietsjes  groter, kan de spatie tussen 'de' en 'Grondel' niet nét wat kleiner? Enzovoort. 'Normaal gesproken maken we foto's van het gebouw, stellen dan letters voor en maken een hele presentatie', zegt de  'plakjongen'. Ook daar ben ik tevreden over. Een béétje laten doorschemeren bij het eerste telefonische contact dat het budget beperkt is.  'Als u denkt dat u het zelf kan uitkiezen en inschatten en we niet hoeven te komen, dan kan dat ook',  zei hij. En toen kwam er een offerte, waarbij ik dacht: Wat goedkoop!

En zo was dit in no time geregeld. Het hoefde niet door het gehele ambtelijke apparaat voor een goedkeuring. Zo'n luttel bedrag. Iedereen in het wijkcentrum vind het tot nu toe helemaal oké. Geen enkel commentaar. En dat is uitzonderlijk. Voordat de 'plakjongen' kwam, werd ik aangespoord om de ramen schoon te maken. 'Ik denk dat dat voor niks is, want ze hebben vast hun eigen schoonmaakmiddel ' zei ik. Hoon was mijn deel: 'Jaja, je hebt er geen zin in!'  Maar ik had gelijk. Perfect. Wat een heerlijk klusje!

woensdag 1 oktober 2014

Ramses

Ik had er één aflevering van op de tv gezien en zag meteen dat het goed was: Ramses, geregisseerd door Michel van Erp; over het leven van Ramses Shaffy in zijn jongere jaren, de tijd dat hij Liesbeth List leerde kennen en Café Chantant begint. Waar List de schrijver Cees Nootenboom leert kennen, en zij het 'eilandmeisje', zoals Ramses haar noemt,  internationaal furore maakt met liederen van Theodorakis en Jacques Brel. Ramses die onderwijl, tijdens hun artistieke scheiding, bijna ten onder gaat aan uitputting, alcohol en drugs.

Nu lag het in de bieb en kon ik alle afleveringen achter elkaar bekijken. Dan komt die levenslust van Ramses en tegelijk zijn destructiviteit wel heel erg binnen. Dat groots en meeslepend willen leven, wars van onechtheid en middelmatigheid. Ergens herken ik wel iets van die felheid, heftigheid en  dynamiek. Alhoewel ik een zeer braaf leven leidt en nog nooit een stickie heb gebruikt. Kennelijk kun je alle kanten op met zo'n innerlijke dynamiek.

In zijn liederen overheerst de levenslust. Nu  kon hij ook alleen maar componeren als hij een beetje boven Jan was: 'Laat me mijn eigen gang maar gaan, ik heb het altijd zo gedaan... De wereld heeft me failliet verklaard... Hoog Sammie, kijk omhoog.' De vogel die zich losvliegt uit de drek.

Dat was zijn gave: Het méé kunnen krijgen van de mensen om hem heen: zijn enthousiasme en charisma. Dat is aanstekelijk. Maar die andere kant., die destructiviteit, het kwetsen van anderen, het stuk maken van gezamenlijkheid,die greep me ook wel aan. Altijd van huis zijn, hij woonde toendertijd met de acteur Joop Admiraal, het bed delend met mannen en vrouwen, Joop die daar kapot aan gaat. 

Ach, het toont me weer dat het leven niet maakbaar is. Tegengestelde polen trekken elkaar aan: het brave meisje uit Vlieland en de bruisende internationale Ramses. De timide, zachte, in zichzelf gekeerde Joop Admiraal en Ramses, wiens probleem is dat hij van iedereen houdt, zegt Joop ergens. Ramses, die zich niet kan binden en tegelijk zegt dat Joop en Liesbeth de belangrijkste mensen voor hem zijn, van wie hij écht houdt.

Wat zocht en vond Ramses bij die tegenpolen? vraag je je dan af. Misschien om uiteindelijk die regels te kunnen zingen: Zing, Vecht, Huil, Bid, Lach Werk en Bewonder.

Het wonder Rothko

Ik ben erg goed in, al zeg ik het zelf, om drukte en geluid buiten me te sluiten. Ik heb er zelfs een sport van gemaakt: de uiterste drukte en mensenmassa opzoeken en zelf tegelijk heel stil zijn, en gewaar blijven van een stilte die ook dan, onder alles rust. Zo ga ik dan bijvoorbeeld in een deinende massa jongeren staan, tijdens Matrix In The Park: discotheek met DJ's en VJ's, gekleurde laserstralen en al, die het hele oppervlakte van het grote Hunerbergpark in  mijn stad beslaat.

Maar gisteren... had ik heel erg graag gewild dat al het geroezemoes en al die pratende mensen om me heen hun mond hielden. Ik was op de tentoonstelling van de schilder Marc Rothko in het Gemeentemuseum in Den Haag. Elk schilderij grijpt je vast.  Ze zijn heftig en mild tegelijk. Gevoelens gaan door je heen, zoals bij het beluisteren van muziek: de hoogte in en de diepte, intens verdriet, intense vreugde en tezamen ontstaat er een soort van verzoening met dit vreemde leven vol losse eindjes  en zeer rafelige randen, dat we allen leiden.

Het grootste wonder van Rothko's schilderijen is,  dat dit gebeurd door louter verf: dat het werkelijk zo is dat materie tot je kan spreken, direct,  en je bij de lurven grijpt. Het is niet de afbeelding, niet een concept erachter, niet licht dat in de duisternis geportreteerd word: het is puur de verf, de kleuren, de lagen op lagen die op het doek zijn aangebracht: de persoon van Rothko, zijn geest, die aanwezig wordt.Of wellicht eerder: de geest die ons allen bezield wordt aanwezig.

In de tentoonstelling zijn twee citaten prominent aanwezig: 'The people who weep before my pictures are having the same religious experience I had, when I painted them.' En tegelijk zegt hij: 'If people want sacred experiences, they will find them there. If they want profane experiences, they'll find those too. I take no sides.'

Zo is het maar net. Hoe je de emoties noemt dat doet er niet toe. De ene noemt ze heilig en de andere niet. Toch noemt Rothko zelf ze wél 'religious'. Mij lijkt dit te verwijzen naar de oerbetekenis van het woord: 'Verbindend'.
Rothko verbindt materie en geest: Elk schilderij is een levende presentie. Wat zou het mooi zijn als het Gemeentemuseum zou besluiten, om een keer in de week het publiek te vragen geen geluid te maken. Dan kunnen zijn schilderijen in de stilte spreken en wordt de ruimte waarin ze zijn gewijdt: Gezegend met al het leven dat er in ons is.