zaterdag 14 april 2018

Brixton, o.a.

Helemaal voldaan, maar ook wel moe, lig ik nu, met mijn voeten omhoog op de koffer in mijn cabine-bed op de bovenste verdieping met een gordijntje voor de privacy, in the female dormitory van Palmers Lodge Hillspring. Ik heb het beste bed, want geen buren en alleenstaand tegen een muur en frisse lucht van het bovenraam aan de andere zijde. Een stopcontact is er ook, dus ik kan onbeperkt het internet op. Dat is wel een andere manier van reizen, je hebt geen reisboekjes zoals The Lonely Planet van vroeger meer nodig.

Ik zat te ontbijten, typ in: ‘Markten Londen op vrijdag’ en werd verwezen naar Brixton Market, met Google Maps typ ik Willesdeen in, waar ik ben, en er rollen zo verschillende reismogelijkheden voor het eerste komende uur uit! Met de kaartjes erbij hoe je bij aankomst moet lopen. Dus ik koos de optie om eerst met de metro naar Westminster te gaan, op dezelfde grijze Jubileelijn. Even in het hart van Londen zijn en van Parlement Square dan bus 159 naar Brixton.

Wat zijn dat imposant grote gebouwen: The House of Parlement en pal ernaast Westminster Abbey, stammend uit de tijd dat de wereldlijke en de geestelijke macht samen de dienst uitmaakten. Ik ben Venetiaanse proporties gewend, als het om wereldsteden gaat. Daartussen, als in een driehoek, is nu The Supreme Court en die kon je van binnen bekijken. Ach waarom niet?, ik heb alle tijd. Hoog symbolisch is nu de plek waar het ultieme recht gesproken wordt in het midden van de  invloedrijke machten. Vooral het kleurig ontworpen tapijt door het hele gebouw valt op. En het bloemrijke symbool van de Britse justitie: rondom een Omega, teken van alles omvattendheid.

Het is de volgende ochtend: ik ben zó in slaap gevallen... Ik ging dus erna naar Brixton. Wat een fantastische  levendige wijk! Op Google lees ik later dat hier in Londen voor het eerst de elektriciteit is aangebracht, vandaar Electricity Avenue, het de thuishaven is van de Caribische Jamaicaanse gemeenschap, die na 1948 is gebleven, dat David Bowie er geboren is, dat en veel strijd is geweest met de politie, het stond er bekend dat iedere inwoner er aan de cannabis zat. Maar er zijn vereende autochtone en allochtone, zouden de Nederlanders zeggen, krachten, vrijgekomen en nu is het een mix van internationale cultuur: ik waande me af en toe in West Afrika, behalve dan dat er een overvloed van producten is.

Er is Brixton Village, een passagachtig binnengebied, vol kleine winkeltjes en eetgelegenheden met kleurige vaandels boven, waar fijne gevoelens uit verschillende culturen worden verspreid. Zoals: ‘Tarab: Arabic, a state of extacy induced by a connection to music.Of: Querencia : a place where one feels safe, from which one’s strenght of character is drawn. Ook het mij bekende Engelse Serendipty en Portugese Saudade waren er. Er is een Pop-Up Brixton gemaakt van containers vol alternatieve eenpersoonszaakjes. Een Nieuw-Zeelandse vrouw opent er binnenkort een wijnproeverij met louter wijnen uit haar land. Making Space for small guys and girls is een van hun motto’s. Er zijn lange smalle kasba-achtige gangen met kleine kapperzaakjes, vol etenswaren die ik vaak niet herken, vis en vlees: Jamaicaanse slagers met hele varkenskoppen op de toonbank. 

En dan met de bus weer terug en even in The National Gallery wat middeleeuwse kunst bekijken en later op de avond in The National Portret Gallery, het levendige, androgyne gezicht van een heel jonge Charles Dickens ontdekken en nog veel meer... En nog veel meer zal er komen, het is tijd om te stoppen met typen in bed, Weer te gaan ontbijten en een nieuwe Londense dag op me af te laten komen

donderdag 12 april 2018

Veelkleurig West Europa

Ik ben vandaag weer een interessante ervaring rijker, met de bus naar Londen. Om 7.00 in de ochtend stond ik bij de bushalte bij het station en zag voor het eerst dat er een felgroen bordje bij de reguliere busborden was bevestigd. Dus ik stond goed. De bus zat half vol met allemaal slaperige al bereisde mensen en minstens driekwart had een ander kleurtje dan wit.

Die bus ging naar Brussel en ik stapte als een van de weinigen in Eindhoven uit en een stroom van weer allemaal gekleurde mensen stapte juist in. Vanuit Brussel gaan er allemaal bussen door heel Europa. Maar ik ging naar Londen en de bus kon niet weg, want er moesten nog 25 mensen mee uit een bus uit Düsseldorf, er was een verkeersongeluk, dus er was minstens twee uur vertraging.

De bus arriveerde en weer waren het vooral mensen van niet blanke afkomst. Zo zie ik er zelf ook uit, dus ik viel niet op. Van de 41 mensen naar Londen was er een jonge meid, studentikoos en twee oudere vrouwen uit Schotland, sjofel, dat maakt dus tezamen drie witte mensen. De bussen en vrachtwagens worden vlak voor de douanecontrole bij de Eurotunnel eerst gecontroleerd op verstekelingen: ze worden in een soort van achteraf hoek van een braakliggend land gesluisd, met aan beide kanten slagbomen. Daar staan stellages met een verdieping, zodat je ook op het dak kan kijken.

Een controleur gaat het bagageruim in en de buschauffeur, die wekelijks naar Londen rijdt, vertelde dat het toch echt met enige regelmaat voor kwam, een vluchteling, soms zelfs in de bus tussen de stoelen in. Volgens hem kreeg iedereen meteen een verblijfsvergunning in Engeland, vandaar dat men zo waakzaam is. Nu snapte ik dat afgebroken tentenkamp bij Calais vlakbij beter. Waar zijn al die mensen trouwens gebleven? Her en der ondergedoken en via busroutes een escape proberen te vinden? Ik zei dat ik toch echt niet wist wat ik zou doen als er iemand met smekende ogen, please, please, zeg niks, zou gebaren... Maar nu weet ik dat de chauffeur bij de Franse grens daar verantwoordelijk voor wordt gesteld.

Bij de Franse douanegrens moet iedereen de bus uit en moet alle bagage er ook uit. Voor ons was een bus uit Roemenië, die zeer uitgebreid onderzocht werd. Er blijken daar vaak drugsvangsten te zijn, bussen uit Roemenië zijn niet populair bij buschauffeurs, want ze geven extra vertraging.  De bus bevatte vooral veel jongemannen: het vermoeden is dat deze naar Londen gaan om werk te zoeken en ze verder geen rooie cent hebben en hun hele hebben en houden meenemen.

Dan is er ook nog de Engelse douanecontrole. Het Nederlandse meisje naast me, was een bespreekgeval. Er werd  op de pasfoto getuurd en dan priemende ogen naar haar, door drie beambten tegelijk. Ze was het wel gewend zei ze, omdat ze vroeger dikker was. Zij ging naar Londen om haar oma te begraven, die ze vorige maand voor het laatst had gezien. Meer familie van haar woont er, maar ze zou het zelf niet willen, ze vindt Londen een vieze stad.

Uiteindelijk reden we door de voorstadjes van Londen. Ook daar een mengeling van nationaliteiten, ik zag allerlei soorten van eethuisjes: Afrikaans, Caribisch, Indiaas, Chinees. Kebab, Arabisch, ook wel  fish and chips en pubs, maar weinig, heel weinig mensen met een wit huidkleurtje in het drukke straatleven. Vandaag zag ik een ander West-Europa. 

maandag 9 april 2018

Badkamerspullen enzo

De maandag is sinds 30 januari, de dag dat ik voor het eerst geen beheerder meer was in mijn werkzame leven, maar een bladerenharker en de laatste twee weken, een klusjes-doener: terrasstoelen ontgroenen, onkruid uit het zand bij een waterpartijtje halen, een grote bloembak langs het treintje onkruid vrij maken, en weet ik veel wat er nog komt, sinds die dag dus,  is de maandag ervoor een serieuze studiedag. Voor de contrastwerking.

Ik ga in de ochtend aan mijn tafel boven zitten, stort me op een studieproject en stop er pas mee als ik 's avonds honger krijg. Tussen de middag daal ik nog even af naar de keuken om brood en drinken klaar te maken en dat neem ik dan weer naar boven. Het is heel lekker om te doen. Zoals vroeger in de studententijd: je onbeperkt ergens in verdiepen, op onderzoek uitgaan, een soort van opperste concentratie en alles speelt zich af in jouw hoofd.

Dus vandaag stond ik op het punt om me weer in dat rijk van de geest te begeven, gaat de bel. Ik zie de rode bus van het aannemersbedrijf. Ik ken ze heel goed want ze onderhouden ook alle gemeentelijke objecten, dus ook de wijkcentra. Vroeger mocht je ze als beheerder zelf bellen, als er een mankement was, nu gaat het over ettelijke schijven. De loodgieter van het bedrijf vertelde mij dat ze nu hun rode shirt moeten uittrekken en zich in een ander shirt moeten hijsen, als ze een wijkcentrum ingaan. Dan weten ze exact bij welk rooster ze moeten zijn, want ze komen er al jaren, maar dan weigert een nieuwe beheerder de toegang.  Ik had vergeten mijn shirt om te wisselen’, zei  hij. Wat ben ik blij, niet meer zo’n soort beheerder te hoeven zijn...

Maar ik dwaal af. De loodgieter stond dus voor de deur en bedoeld was dat hij op het einde van de middag zou komen. Maar de eerdere klus was al klaar, of hij nu dan terecht kon, om alvast de radiator in de badkamer te verwijderen, en dergelijke. Ik vond alles oké, als ik vanavond nog maar wel warm 
water zou hebben voor de laatste douche. Bijna twee weken kan ik niet douchen, zo lang duurt de hele verbouwing. Maar ik heb besloten om het huis te ontvluchten: ik ga vanaf donderdag twaalf dagen naar Londen, hoera!

Ik had al tekeningen gemaakt waar ik al het extra’s wilde hebben. In plaats van een standaard erbij geleverde spiegel van 40x60 cm heb ik een spiegel besteld van 65x118 cm. Dan moet de wastafel niet in het midden wat mij betreft, maar aan de uiterst rechterkant. En de douchegordijnstang, de wc-rolophouder, het zeepbakje in de hoek van de douche, de handdoekstangen, de verlichting boven de spiegel.... O, wat ben ik de afgelopen weken bezig geweest met bedenken hoe en wat ik erin wilde hebben. De in het pakket geleverde spiegel kan nu dan boven de wc. 'Wil je dan wel het er bijgeleverde "planchet" gemonteerd hebben?'

Planchet, wat is een planchet? Dat bleek het kleine plankje boven de wastafel te zijn. Wat geleverd wordt is plastic-achtig, keuze in wit of zwart. Nee, dat kon niet meer, ik had nu al gekozen voor ietwat grandeur in de badkamer: alles was verder van roestvrij staal, zo’n plastic planchet, zou een tang op een varken zijn. Dus ik het internet op, voor een alternatief, alvorens ik ook nog naar de bouwmarkten in de buurt zou kunnen gaan. 

Het mooist is eigenlijk geen planchet, maar een plank, bedacht ik. Die over de hele lengte zou lopen van de spiegel. Ik vond een massief eikenhouten plank en heb die meteen besteld. Als ik al weg ben, dan moet eentje van het aannemersbedrijf de bon maar tekenen. Dat leek de loodgieter geen probleem en ook niet de zwevende bevestiging. Net zoals de verlichting wel zou lukken en de rest. Hij woont hier in de wijk zo bleek later, maar in een koophuis. Mocht het er nou straks allemaal niet uitzien, dan weet ik hem te vinden... Nee hoor, dat zou ik nooit doen.

Het was ondertussen al in de middag. Nee, een studiedagje zou het niet meer worden, ik had de focus er niet meer voor. Dan nogmaals wat shoppen voor het Londenreisje. Ipad gaat mee, en dan heb je dus een wereldstekker nodig, kwam ik onlangs achter. En de tip om iets van een powerbank, dat was alweer een nieuw woord voor me, mee te nemen was ook niet te versmaden. Na allerlei gesurf op internet, heb ik nu ongeveer de allergoedkoopste gekocht, in de aanbieding bij de Action, voor € 7,50. De concurrent bij BCC raadde me dat aan. Eerst maar eens kijken of je zo’n ding werkelijk nodig wilt hebben...

Mijn hemel, heb ik de afgelopen weken wel gedacht: zo zijn er jaren dat je helemaal niks aanschaft. En nu is er dan een tijd aangekomen waar ik van alles en alles heb gekocht!  

zondag 8 april 2018

Dagje primair ultiem genot

Zo, dat was ie dan: de eerste warme dag en dan laat ik alles uit mijn handen vallen en kan alleen maar liggen in de zon en lezen. Mmm... weer voor het eerst in mijn nakie in de windstille hoek en dan later op de middag verhuizen naar mijn hangmat en uiteindelijk in een ouderwets camping-klapstoeltje in het plantsoen bij het water eindigen voor de allerlaatste zon.

Met een Donna  Leon: by its cover. Gewoontedier als ik ben, geeft de combinatie van zon op mijn huid plus een detective, mij het ultieme vakantiegevoel van de totale relax-stand. En dan ben ik ook weer in gedachten fijn in Venetië en loop ik met inspecteur Brunetti mee naar café Florian op het St Marcoplein en wandel door de wijken Castello en Canneregio. Het verhaal ging over de diefstal van oude boeken en een brute moord op een  man die aan de buitenkant priester is, een prima cover-up  om mensen  kostbare boeken te ontfutselen en te laten stelen. Onderwijl is het lezen ervan ook een ode aan boeken en de liefde die je voor papier, oude afbeeldingen en ingenaaide banden kunt hebben.

Even geklokt:om 20.28 hield al het mussengetjilp op. Het uur ervoor komen ze van alle kanten aanvliegen, dan is het een drukte van belang en dan lijkt het alsof ze tesamen hun dag doornemen:   Wat heb jij allemaal gedaan?
Echt koken daar heb ik dan ook geen zin in, dus ik at voor de derde keer op een rij, rijst met elke keer andere groenten en varkensknarren. Al etend dacht ik: wat zijn dat eigenlijk,varkensknarren? Ik dacht ineens aan krasse knarren, zou het iets ouds van het varken zijn, welk deel is het dan? Het antwoord kon ik niet vinden.
Ik kom ze te eten omdat ze in de Oosterse winkel gevroren in een pakje lagen met korting: voor 1.50 euri knabbel ik nu al dagen aan gerookt varkensvlees aan stukjes kraakbeen, zo lijkt het en doop het in hoisinsaus en amoysaus. Knabbelen en smikkelen aan botjes is ook iets van ultiem genot, zoals je Obelix wilde zwijnen uit het bos naar binnen ziet schranzen. Ja, dit was een dagje van veel primair genot.
En nu is het al echt donker en breng ik mijn lege bordje en mezelf weer naar binnen.

Boompjes en planten

Toen er nog geen tuincentra bestonden kwam ik toch in mijn jeugd, regelmatig op twee plekken. De ene was een bloemisterij vlakbij huis: voor in de winkel mocht je zelf de bloemen uit de vazen halen en achter was er een grote lange kas vol kamerplanten die je ook, lopend langs de lange rijen zelf kon kiezen. Om de aardse geuren en de tropische warmte vond ik het daar altijd aangenaam en alle planten in huis en ook in mijn tienerkamer kwamen hier vandaan. Ook als student fietste ik er regelmatig naartoe.... tot de ouderwetse kassen werden afgebroken om plaats te maken voor een tuincentrum.

De andere plek lag een beetje buiten de stad. We gingen dan ‘naar Ebben’. Hier waren  ook buitenplanten en Ebben ontwierp de grote kindvriendelijke tuin, toen wij op de Beverweg het huis ernaast ook gingen betrekken. Twee tuinen tot één, alles opgehoogd, pergola’s, klimpaaltjes,een vijver met een watervalletje en schildpadjes erboven,  een schommel en helemaal achterin een ‘hol’: een fantasie van Moeder die ze ons gunde. Maar die iglo-achtige overdekte zandbak werd al gauw kil en klam en een pisplaats voor de katten uit de buurt. Waarschijnlijk was het een droom van moeder uit een tropisch klimaat: een schuilplek hebben, de Verborgen Plek, waar psycholoog Eric Ericson van zegt dat deze van vitaal belang is in de kinderwereld.

Ook in mijn huidige tuin staan er nog planten van Ebben: de ribes en de bamboe, de bruidssluier en de klimop zijn daar ooit van weggehaald als kleine, jonge plantjes. Ebben verdween en werd Intratuin, maar de familie Ebben bleef er ook zitten en die vertelden dat hun grote netwerk van speciale kwekerijen ervoor zou zorgen dat hun kwaliteit behouden bleef. Alles is afhankelijk van het goede zaad en de zaailingen, die al generaties lang zorgvuldig onder de hoede waren van kwekerijen in de wijde omgeving. Dat doet weer denken aan de wereld van Jan Siebelinks Knielen op een bed violen.

Zusje en ik gingen naar Intratuin, dat vroegere Ebben dus, omdat deze waarschijnlijk toch de allerbeste blijft. Zelf hou ik van zo’n bijna letterlijke ‘gewortelde traditie’, een soort van definitief aarden op Nederlandse bodem: onze ouders zijn ook altijd onrustig gebleven met de vraag waar zij werkelijk hun thuis hadden... Wanneer je dan daar bent;  het gigantische terrein en het aanbod in alles wat ook maar een beetje met ‘tuin’ te maken heeft, dan verbleken alle andere kleine tuincentra die overal in de omgeving omhoog geschoten zijn. 

Ik dacht erover om een olijfboompje te kopen. Maar zusje zei dat deze toch echt niet meer paste in mijn tuin met de hoge bamboe en de nog steeds weelderige klimop. Zo’n klein olijfboompje op een dunne stam zou helemaal in het niet vallen. Dus kocht ze er zelf één en plaatste deze bij een witte bakstenen muur, pal naast een reliëf-keramiek van de Ark van Noah, die vanaf onze jeugd van prominent in de woonkamer, uiteindelijk buiten hing aan het huis op de Waalkade. Oké, ze heeft als het ware nu namens mij, een olijfboompje!

En ik dan? Ik wilde toch graag de permanente mussenkolonie vieren en markeren met iets nieuws voor in de tuin. Ik vervulde een andere langer gekoesterde wens: ik kocht een kleine Japanse dwerg-esdoorn met donkerrood spits ingesneden blad, die in de herfst vuurrood wordt. En ik kocht er een mooie ronde witte pot bij van het merk Copi Europe, Dutch Design; van binnen is de pot oranje. Tien jaar garantie, heel licht  materiaal, recyclable, onbreekbaar. Het is wit, maar het lijkt  alsof er met de hand met een dun stokje dikke strepen in grijzige klei zijn getrokken.

Ik ben helemaal tevreden, het staat heel goed, tegen de groene Chinese bamboe aan, wier stengels zwart zijn, ongeveer midden, centraal in de tuin op het kleine half ronde ‘terrasje’ van beige stukken natuursteen. Van hier uit kan ik met mijn nieuwe trofee naast me, uitstekend alle mussen bekijken,hun aanvliegroute van klimop en bruidssluier, van waaruit ze de wijde omgeving bekijken en in hun verborgen nestjes thuis komen.

woensdag 4 april 2018

Ruimte-wisselingen à la Murakami

Heerlijk, dacht ik zonet. Ik wandelde door de bossen naast de Leemkuil  en daalde weer af, de stad in. Er hangt al warmte in de lucht, er is al het eerste ontluikend groen aan struiken, de gele toverhazelaar bloeit in de tuinen, evenals kleine roze lentebloesem, ook in mijn tuin is de roze ribes al uit. Nu gaat het hard met de lente!

Op de helft van de weg naar huis kom ik bij de Groenestraatkerk. Even naar binnen, de voeten wat rust gunnen en gewoon maar zitten, kijken naar de brandende lichtjes en het Mariabeeld. De gewijde sfeer, midden in het alledaagse, ik hou ervan  dat even op te zoeken tussen alle bezigheden door. Dat geeft de dag een extra kleur. Dát zocht ik ooit in het klooster, die mix, maar nu is het een ontdekkingstocht om dit zelf te creëren en te vinden.

Ik liep de kerk uit, nou ja... het regende! Maar de regen rook lekker. Fris en aards. Maar nat worden is toch ook niet te verkiezen, als je nog vier kilometer, ongeveer,  hebt te gaan naar huis. En nu zit ik dan in de bieb. Voor het eerst in deze bieb bij wijkcentrum De Klokketoren, waar ik lang beheerder ben geweest. Op de plek waar ik nu typ, was ooit de sacristie van de Goffertkerk. Exact van deze plek waar mijn voeten nu op rusten, ligt er nu nog steeds de zwarte vloerbedekking in mijn halletje thuis... Wat nu bieb is, was ooit een deel van de grote zaal van het wijkcentrum, die zondags kerk werd. 

Deze scenewisselingen die in mijn brein razendsnel op en neer gaan, geven ook iets van een surrealistische werkelijkheidsbeleving. Gisteren in het zonnetje in de tuin, las ik weer een flink stuk in deel twee van Murakami's De Moord op  commendatore; Metaforen verschuiven. Het is moeilijk om aan iemand die nog nooit meegegaan is in de wereld van Murakami uit te leggen wat zo verslavend aan hem is. Gisteren vielen me de korte zinnen op, die hij gebruikt en hoe vaak hij steeds in iets andere woorden, weer een alledaags gegeven van de hoofdpersonen in herhaling vertelt of ze het in herhaling laat denken.

Dat is een beetje wat ik nu ook doe: hier op deze plek zitten, een telescoop naar het verleden uit trekken, erdoorheen turen en mijzelf zien rondscharrelen toen ik hier beheerder was en nu, in deze knus ingerichte bieb mijn blik laten ronddwalen naar grote foto's van lezende mensen in een hangmat, tegen een boom aan, op een bankje buiten en weten dat je dat zelf op, weer andere momenten ook dat doet. En je tegelijk herinneren dat die grote foto’s nu de andere zijde zijn van de muur die gemetseld is tussen het huidige wijkcentrum met nu dus een veel kleinere grote zaal,  en nu dus de bieb. 

De sfeer van de schilderijen van Aron Wiesenfeld, die past wel bij Murakami. Door zijn schilderij The Well uit 2010 kreeg ik erg veel zin om weer een Murakami tot me te nemen. De bron is een gat in de grond bij Murakami en deze ruimte keert vaker terug in zijn boeken. Mensen ontdekken een ruimte onder de aarde en dalen erin af en brengen zichzelf in een prikkelende, misschien gevaarlijke situatie. Stel dat iemand de ladder weghaalt, waarmee zij zijn afgedaald onder de grond en niemand weet waar je bent? Tegelijk willen ze daar zijn, om een absolute vrijheid te kunnen ervaren.

In de schilderijen  van Aron Wiesenfeld figureert vaak een jong meisje. De sferen waarin ze zich bevindt herken ik wel uit mijn dromen van vroeger. In Train Tunnel uit 2009 staat ze aan het begin van een tunnel: dat is heel lang ook het begin geweest voor mij van een hele reeks terugkerende dromen. Nu zie ik dat zij een hartje als tas in de hand heeft... misschien past dat bij die leeftijd... jong nog op de drempel van de volwassenheid, je hart in de hand, een onbekende wereld in. Want die plek is uit mijn verbeeldingswereld verdwenen, lijkt het:  Ik loop nou nooit meer in mijn dromen een tunnel in. Maar zo meteen loop ik wel weg van hier, want de zon is weer gaan schijnen.

dinsdag 3 april 2018

Pasen: wie wij kunnen zijn

Wat is dit gek. In werkkleding gehuld, mijn boterhammetjes net in het trommeltje in de rugzak gestopt, komt het telefoontje: het gaat vandaag niet door,collega ligt met griep in bed en kan mij dus niet faciliteren. Ineens zeeën van tijd! Kan ik toch wat woorden geven aan de intensiteit van de afgelopen dagen.

De hele nacht waken in een kerk vol bloemen en kaarslicht, dat door de bouw een beschutte kapel wordt, een toevluchtsoord, een hol of spelonk van steen, die sfeer is zo bijzonder. Tussen de geladen stilte worden er sleutelfragmenten uit de bijbel gelezen, het scheppingsverhaal, de uittocht, alles richting dat lege graf in de vroege ochtend. Ik las de Ark van Noah, taal wordt ook klank, elk woord een drager van betekenis, als ze vanuit innerlijke stilte klinken. ‘Je las het zo mooi, vanuit een intense rust, het kwam erg bij me binnen’, zei iemand tegen me. Dat is niet mijn verdienste, dat is stilte die voelbaar kan maken dat we ondanks al onze drukte wonen in een zee van licht.

We droegen water in kruiken vanuit een bron die buiten gecreëerd is, terwijl er gezongen werd, dat wordt het doopwater voor het komende nieuwe jaar: met Pasen begint alles weer opnieuw. Het paasvuur dat 's ochtends ontstoken werd, was in de regen, maar dat mocht de pret niet drukken: onder het zingen van Morning has broken, werd het paasvuur naar binnengebracht en met kaarsen door een ieder doorgegeven. 

Tijdens het paasontbijt sprak ik met het brein die deze nachtwake 25 jaar geleden mogelijk heeft gemaakt. Dat moet dan toch door het grote bestuur worden goedgekeurd en hij vertelde hoe hij haperend en verlegen het voorstel deed, een weifelend ‘ja’ kreeg, enkele parochianen wel meteen enthousiast waren maar het te kort dag vonden en het pas een jaar later wilden doen. Maar hij dacht: nu doorpakken, als iedereen er weer een jaar langer over kan nadenken, dan komt het er misschien nooit van. En hij vertelde over de bouw van de nieuwe kerk. De architect, die het voor de helft van het officiële bedrag deed, had eerst een ruitvormig gebouw ontworpen, maar hij wilde graag een honingraat vorm, zonder echte hoeken, ‘de nieuw stad’, zei hij en ik zei ‘Constant!’ en hij weer ja, en zo is het gekomen. En hij verzon om nog tussen de struiken en boompjes door, met alle parochianen op de contouren van deze nieuwe kerk een inwijding te vieren. ‘Wij zijn een helemaal platte organisatie’, zei iemand anders aan tafel. ‘Dat voel je meteen’, antwoordde ik, daarom voelde ik me hier ook meteen thuis. 

Daarna in bed gedoken, een hartige taart gemaakt, naar het Paasvuur in Kranenburg. Daar hebben twee ooievaars op een afgebroken populier uit de winterstorm een nest gebouwd: wat een spektakel vlak voor je neus, laagvliegende ooievaars en het werd een prachtig vuur, rustig in een windstilte nacht met volle maan, en soms getuigden de ooievaars van hun aanwezigheid door klokkende geluiden. Een gesprek tot drie uur in de nacht over de noodzaak dat je jouw zintuigen gebruikt en filosofische bespiegelingen in het algemeen...

Thuisgekomen, wel wat brak natuurlijk, de dvd-serie Westworld helemaal afgekeken. Een remake en aanzienlijke uitbreiding met als basis een verhaal van Michael Crichton: er is in de toekomst een pretpark gecreëerd vol robots waar het Wilde Westen tot leven komt. De pretpark-gangers kunnen niet dood gaan of verwond worden en raken verzeild in talloze verhaallijnen die voor hen zijn uitgezet. Maar de robots krijgen bewustzijn en willen het park ontvluchten.

In deze remake onder auspiciën van die moderne filmmeesterverteller J.J. Abrahams, wordt prachtig in beeld gebracht hoe het is als het eerste bewustzijn daagt, dat de voor jouw vanzelfsprekende wereld, ook een onderlaag kent, en er ook heel anders uit kan zien. Die onderlaag kan heel mooi of de
hel zijn... Sommige robots denken eerst dat ze hun Goden ontmoeten, als ze de technische ruimtes zien waar ze gemaakt worden, noemen het al gauw de Hel, omdat zij mede robots die afgeschaft zijn   doods zien staan, als vee dicht bijeen gedreven in een donkere ruimte.

Dan komen ze erachter, dat het geen goden zijn, die hen hebben gemaakt, maar mensen op wij-zij- zelf lijken. Alleen zijn de mensen sterfelijk en zij kunnen  altijd weer hersteld worden. De maker, gespeeld door de oude Anthony Hopkins, het brein van Westworld doet op het einde zijn laatste verhaal uit de doeken. Dan refereert hij aan de Schepping van Michelangelo dat het plafond van de Sixtijnse kapel in het Vaticaan beslaat: God creëert daar de mens, met de top van zijn vinger. ‘Kijk eens goed’, zegt de maker: God is gehuld in de contouren van een menselijke hersenpan: het is niet God die alles geschapen heeft, wij zijn het zélf, wie wij voor God houden, dat is het menselijke brein.

Ik zou zeggen: Ja, wij weten het zeker, dat het menselijk brein schept en tot grootse dingen in staat is. Maar wat we creëren: Westworld, waar de vakantiegangers alleen willen neuken en doodschieten, of zo’n plaatselijke kerk die graag een nieuwe stad wil zijn... de ruimte, de onderlaag en de stilte onder of achter ons brein, of daar waar het in rust: dat kan de hel of de hemel zijn. En misschien is de eerste bewoner en aanblazer van die hemel van vrede dan toch... God.