woensdag 4 maart 2020

Laatste tempeldag

Vanochtend weer naar de tempel, de laatste dag. Onderweg naar de grote weg sprak een vrouw mij aan met een lege kom in de handen en een glitterend afdekschaaltje. Waar ik heen ging, naar de tempel? Wij liepen een eindje samen, toen moest ze afslaan, naar een ander familiecomplex. Daar ging ze rijst halen en klaarmaken met suiker. Er was een grote ceremonie van een kleinkind. Nee, niet het hare.Zij had twee kinderen van 20 en 23. Een van haar dochters woonden nog thuis, zij was mati, niet goed in haar hoofd dus... apart dat het gebaar, een ronddraaiende beweging met je handen bij je slaap en met je ogen rollen kennelijk universeel is. Zij kwam zelf uit dessa Kelusa, maar woonde nu dus in Keliki Kawan.

Toen bleek dat ik hier een maand ben en dat het me na twee weken hier heel erg bevalt zei ze: de volgende keer moet je een half jaar komen! Het leven is goed hier... de natuur en ze maakte het gebaar van lachend om haar heen kijken met een armzwaai van: zie eens!, de vele ceremoniën ...life on Bali, happy, happy! ... nee, ze ging nu niet naar de tempel maar vanmiddag om vier uur en vanavond om elf uur wel. Nu was ze bezig met de eigen ceremonie, die zou ook groot worden, veel mensen. Gisteren zag ik dat er op een erf op een groot vuur een speenvarken geroosterd werd, was dat nou het huis waaruit zij kwam?

In de tempel was de sfeer weer anders. Veel mannen gingen nu ook naar de  binnentempel en de hanengevechten waren vroeg afgelopen. Ik zat nu tussen allemaal sjieke families, te zien aan de mooie sarongs met brokaat erin geborduurd en bijpassende tempelsjalen en veel gouden sieraden om. Ineens zag ik ringen en oorbellen die leken op mijn ring, die van mijn overgrootmoeder uit Java is. Koko’s moeder zei de tweede dag meteen, dat ik een mooie ring om had. Daar zit je dan semi-incognito... Zou iemand een gedachte aan mij wijden? Wel met een dure ring, maar met een goedkope sarong en kabaya en waarschijnlijk ook niet helemaal goed aangedaan?

Iets later gingen er drie jongens naast mij zitten. De ene had wel een grote vierkante mand mee voor naar binnen, maar een ander alleen een klein vierkant mandje met één offerbakje en wierook,  wel wat magertjes dacht ik, toen hij wegliep. Maar toen maakte hij een spurt terug: vlak naast mij lag een rolletje met papieren bankbiljetten, dat is dus de hoofdofferande. Ook een familie met twee kindjes, ook in sarong en met twee plastic geweren, net gekocht waarschijnlijk in een van de kraampjes bij de ingang. Net zoals de ballonnen waar kinderen mee liepen. De vader speelde met een van de geweren, het gaf een zacht tikkend geluid. De moeder nam een geweer over van haar zoontje, ook om het tikkend geluid te produceren. Daarna richtte ze het plagend op hem, tegen zijn hoofd. Een tafereel, in een tempel, dat onvoorstelbaar is in Nederland....

Eigenlijk heb ik natuurlijk geen idee, wat de exacte betekenis is van alles wat ik zie... Er kwam bijvoorbeeld een groep van tien jongens, allen hetzelfde gekleed, wit van boven, geel-zwart geblokte sarongs en ze gingen met een grote vanzelfsprekendheid zitten op de rieten matten achter me, in het paviljoen, alsof de plaats voor hen gereserveerd is. Vervolgens heb ik ze alleen maar bezig gezien op hun mobieltjes en kletsend met elkaar, een telefoontje ging en ik hoorde de jongen zeggen  dat hij aan het maiin-maiin was, aan het spelen. Op het einde gingen er alweer vier naar huis. En waarom nemen sommige mannen hun hanen en manden mee naar achter de binnentempel, aan de zijkant? Waarom vandaag nauwelijks torenhoge offerschalen door vrouwen gebracht? ... geen idee.

Iets verder weg van de tempel, bij het dorp was er ook van alles nu aan de hand. Ik zag nog net een grote optocht vertrekken van jonge mannen en vrouwen in het rood-wit gekleed. In een paviljoen, tegenover de school , helemaal vol, werd iets van een lezing gehouden. Zouden daar de kinderen tussen zitten, van wie ik op de heenweg had gezien, dat zij geen schooluniform droegen, maar tempelkleding? En in een ander paviljoen was een heel grote groep  aan het zingen en aan het line-dancen. Keek ik naar een ochtendactiviteit van een wijkcentrum of is het iets speciaals? .... In de open paviljoenen in Keliki heb ik al vaker wat jongeren gezien, die daar dan westerse muziek draaiden, een hangplek noemen wij dat dan.

Enfin. Eens kijken of er over twee uur inderdaad weer wat bij de tempel gebeurd, zoals de vrouw vanochtend mij vertelde. Om vier uur. Maar misschien ging het over gisteren: toen kwamen er op scooters hierin de buurt ook allemaal mensen in tempelkleding voorbij. Dan zou ik vandaag weer vergeefs in tempelkleding naar de tempel lopen. Laat het dan maar opvallen, dat is wie ik hier ook ben: een vreemdeling.

Toeristenstroom

Gisterenochtend vroeg regende het, dus ik ben niet naar de tempel gegaan. Toen het droog was ben ik naar de Tengallalang-rijstterrassen gewandeld ongeveer zes kilometer, een toeristische attractie. Onderweg zag ik de eerste scooters met witte mensen. Maar verder was het vooral een doorgaande weg, het functioneert als een servicecentrum voor de dorpjes eromheen. De boerin die een salak aanbood, wat lijkt dit alweer lang geleden, vertelde deze op de markt van Tengallalang gekocht te hebben. Het ligt hoger en de sfeer was nog gewoon, het dagelijkse leven, hier op Bali. En toen ineens op de top kwam ik op een  t-splitsing, waar het naar rechts naar Ubud ging en links naar de rijstterrassen, en de sfeer veranderde radicaal.

De laatste kilometer was een aaneenschakeling van souvenirwinkel en kunstnijverheid, het soort dat je bij de Xenos en in tuincentra kunt kopen. Zou dit op deze wijze helemaal tot Ubud zo zijn?Nog dichterbij gekomen parkeerplaatsen met bussen erop en iemand die met een fluitje het verkeer aan het regelen was. En uithangborden, verschillende richtingen uit naar meerdere Bali-swings, een favoriet op Instagram. En een pretparkachtig immens beeld van een luwak, een civet, met jonkies eronder, keek met zijn snuit de weg op. Ik had al gezien dat je een bezoek aan de rijstterassen kon combineren met het drinken van kopi luwak.

De luwak eet de rode bessen van de koffiebonen op en die moeten dan in zijn ontlasting gezocht worden en daarvan brandt men de koffieboon die hoort bij de duurste en exclusiefste van de wereld.Ik zag een grote receptie met jongens die je in turquoise poloshirts welkom heetten, dan mocht je een poort door, de rijssterassen op en er aan de andere kant er weer uit klimmen. Nee, dat ging ik niet doen. Daarbovenop hoorde ik getimmer en een boor en later aan de zijkant zag ik dat ze daar waarschijnlijk weer een nieuwe attractie van groen gras maakten, er stond o.a. al een enorme replica van de bekende olifantengrot, had ik al gezien op een instagramfoto van Koko met zijn dochtertje ervoor. Boven de rijstterrassen is in de verte de Gunung Agung, de heilige berg, zeer pittoresk dus. 

Een halve berg verder en daar is dan de toeristenstroom... de sfeer van kijken en kopen. Waarom stouwt het westen zich vol met allerlei spullen? Het leven pal onder me, van deze familie: er passen niet veel spullen in de afzonderlijke verblijven van familieleden op een erf. Zij hebben ieder een  kamer tot hun beschikking, vergelijkbaar met waar ik nu in ben. Hoe kijken Balinezen tegen al die toeristen aan? Ik las dat er relatief weinig werken in de toeristenindustrie omdat het niet te combineren is met de vele ceremoniën die er zijn.

Koko werd van een relaxte jongen die veel met zijn dochtertje speelt en meeneemt op toertjes op de scooter en op de fiets, ineens wat zenuwachtig, toen hij het ontbijt moest klaarmaken voor het Amerikaans-Canadees  stel in het huisje. Hij dronk ineens met hen ’s middags hier een biertje (mama, gauw, hebben we koud  Bintang-bier?, hoorde ik hem in het Indonesisch vragen) en het stel ging de bierprijzen vergelijken met Vietnam en Thailand.... Hij ging met ze skypen met zijn zus in Australië, bij haar konden ze ook terecht, als ze wilden. Fijn op het strand met bier en een BBQ. Wij komen! riepen ze. Ik wist al van ze, dat ze nu twee weken naar een yoga-retreat gingen op een mooi strand, gerund door een Berlijnse.

Op de eerste dag van het tempelfeest kwamen er helemaal op het laatst, er waren nog twee hanengevechten bezig, een ouder stel binnen, een doek slordig gewikkeld om hun middel,hij met een spiegelreflexcamera op zijn dikke buik (Nee, ik overdrijf niet) Ongegeneerd stapte hij naar voren en maakte close-up foto’s. Zij wilden het binnenste gedeelte van de tempel ingaan, maar werden tegen gehouden. Die hongerigheid, op jacht naar mooie beelden...

Koko zei bij het biertje dat hij op Bali bleef om the social life and the Food.... Go with the flow... hoorde ik hem zeggen. Ja, dat kunnen we hier voelen, reageerden ze. Op zijn Instagram zag ik dat hij ze die ochtend naar een koffieplantage had begeleid en eerder hoorde ik hem een toer regelen: ja, naar Monkey Forest en naar een waterval en naar de rijstterrassen: voor 400.000 rupiah. Gisteren op zijn Instagram een filmpje die een vriend van hem had gepost: zittend op de grond op een binnenplaats met een lekker bordje eten voor zich, relaxed lachend. Zou hij voor de afgelopen week genoeg verdiend hebben?...

dinsdag 3 maart 2020

Koreaanse buren

Dat ziet er ineens heftig uit. Ik heb buren gekregen, die met mondkapjes om arriveerden en ook de taxichauffeur had er eentje op. Het is een Koreaans stel, weet ik van Koko, die nu uit Australië komen en er wonen. ‘Ik heb het ze wel moeten vragen...’ zei Koko, ‘of ze uit Korea komen of uit een ander besmet gebied, ik vond het wel vervelend om dat te doen.’ Wat ik ervan begrepen heb, is dat zij eigenlijk naar Korea wilden, maar nu niet zomaar het land in mochten. Dus ze zochten goedkope overnachtingen en kwamen hier uit. 60% procent van zijn eerdere boekingen zijn geschrapt.

Koko vroeg zich enige dagen geleden of, toen hij deze booking goedkeurde, af, of ik mijn land nog zomaar in kon en ik moest maar goed op mijn e-mail letten, of ze mijn vlucht niet cancelden! Een vaag gevoel van vorig jaar bekruipt me, maar ik ga me er nu niet druk over maken.... niemand weet hoe het over twee weken is, maar ik had wel al met opzet een directe vlucht geboekt van Indonesië naar Amsterdam en omgekeerd, geen stop-overs dus, bijvoorbeeld in Hongkong....

Ik heb maar ‘Hallo’ gezegd en glimlach nu ze de  trappen weer afdalen. Ik ga geen handjes schudden of me voorstellen. Ook wel voor mijn eigen rust.... Koko heeft achter in het terrein dus zijn business, de kamer waar ik zit behoort bij die van zijn ouders. Vandaag keek ik er  voor het eerst naar. Het blijkt een vrijstaand huisje met een hemelbed-achtige klamboe, een buitenkeuken, een orchidee op de tafel van het eetkamersetje met hoge stoelen, gratis een tank met water. Eromheen gras en bloemen aan de rand en een schutting. Ik zit 100 keer liever hier! Er hangt geen sfeer achter. Het kost 500.000 rupiah per nacht vertelde de moeder van Koko terwijl ze me het ontbijtje aanreikte,  meestal een selectie uit  papaya, rode meloen, appel en banaan en limoen en deze keer twee eigengemaakte hapjes gewikkeld in palmblad, vastgemaakt met een bamboe speld. ‘Er zit ook een massage-bed in.’ zei ze. Ik weet niet wat ik me daar precies bij moet voorstellen. 

Nu ga ik mij maar eens richting toeristen begeven, die ik tot nu toe dus nauwelijks ben tegengekomen, ik ga wandelen naar toeristische rijstterrassen . Het ziet er in de vele lagen boven elkaar indrukwekkend uit op filmpjes, maar weet nu al dat ik er geen 10.000 rupiah voor ga betalen om daar met andere toeristen tussen in te gaan wandelen. Alhoewel, zeg nooit ‘nooit’. 

Berg op en af naar Payangan

‘Als je babi guling’ wil eten’, zei de vader van Koko, ‘dan moet je naar Payangan gaan. Maar voor drie uur in de middag, want daarna is het voorbij.’ Dus gisteren ging ik op pad. Het was 12u, en het zou dik drie kilometer wandelen zijn, dus dat moest te doen zijn. Het bleek anderhalve berg op en af. Heel stijl klimmen en dalen op haarspeldbochten door tropisch regenwoud, zou het heten, als het oppervlakte veel groter was. Het deed me denken aan met de bus door Sumatra, die eindeloos klom en daalde met woeste rivieren onder je. 

Hier was er ook een mogelijkheid om via steile trappen naar beneden te dalen, ik vermoed dat daar onder een waterval is. Heel veel gebruikte satéstokjes op de grond en wat rotzooi wijzen erop dat het wellicht ook een picknickplek is. Maar ik ging het niet verder onderzoeken, ik wilde wel op tijd in Payangan aankomen en vond het ook wel een wat te steile afdaling. Op de stenen reling van een brug lagen heel veel offerbakjes. Ik kon me goed voorstellen dat de natuur je hier uitnodigt om te gaan offeren. Water is hier heilig, het verborgen hard stromend water daaronder lijkt te roepen....

Payangan bleek op de top van de tweede berg, een aardig kleine plaats met een doorgaande straat met  aan weerszijden allemaal winkels aaneengesloten en ook eettentjes, een politiepost en een grote overdekte markthal met een verdieping en eromheen en buiten erachter, ook allemaal kraampjes. Maar de markt was allang voorbij, de laatste resten werden schoongeveegd op een keiig heel hobbelend pad, afdalend vanaf de hoofdstraat. Aan de voorkant het eetmarktje en ja hoor, daar zag ik de Babi guling, rood-bruin met een knapperige korst van kop tot staart liggen op een grote schaal.Het leek mij geen speenvarken,  dat hier gegrild was, maar een jong volwassen beest.

Toen het puntje bij paaltje kwam twijfelde ik wel even: eten op een markt en niet voor je neus vers bereid... stel dat ik er ziek van zou worden? Maar het was een een bekende plek voor babi guling, had de vader van Koko verteld, hij kwam er ook en een vrouw met een petje op vroeg of ik wilde makan-makan, eten dus. Ik vroeg hoe duur het was: berapa? Ze ging in overleg met twee andere vrouwen en dan weet je al dat er een speciale andere prijs uitkomt. 30.000 rupiah en dat is ongeveer 2.50 euri. De vader van Koko betaalt 20.000 rupiah, bleek later.

Wat ik kreeg was een heerlijk bord rijst met zoete knapperige brokjes, een stukje bloedworst, groenten en bovenop stukjes varkensvlees en vierkante stukjes van de krokante huid. Ze schepte het met haar handen uit de diverse kommen... oei... Even later maakte ze voor zichzelf ook zo’n bordje. Nou, het zou wel goed zitten, hoopte ik. Vannacht was mijn buik iets onrustiger dan anders, maar het is oké. Die gang berg-op-en-af wil ik nog eens maken en dan vroeg in de ochtend zodat ik de markt nog kan meemaken.

Op de terugweg, na de steile bergen, kwam ik op een ander pad dan de hoofdstraat. Hier de ervaring dat je helemaal door het groen wordt opgeslokt, vruchtbaar groen, ik kwam langs een vrachtautootje waar drie mensen kokosnoten aan het inladen waren, al in de de verte hoorde ik eerst het ketsen van de kokosnoten op elkaar. De ene pakte van de al eerder geoogste kokosnoten er eentje van de grond, gooide dit naar een tweede, die weer naar de derde die het omhoog het vrachtwagentje in gooide, dit in een gestaag ritme.

Een scooter was me al gepasseerd van een ouder echtpaar in tempelkleding, te zien aan de tempelsjaal bij de vrouw en de meestal witte band op het hoofd van de man, vaker met een geel-witte sarong aan. Waar zouden die naar toe gaan? Ik kwam ze weer tegen: een offerplaats in het bos, de man was bezig met de aankleding van het altaartje, de vrouw haalde de offerbakjes uit haar mand. Niet alleen het water en de rivier, ook het bos en de berg nodigt uit tot een samen zijn van hemel en aarde. 

maandag 2 maart 2020

Achter het muurtje. Tempelscènes

Vandaag over het lage muurtje in de tempel gekeken, achter het paviljoen van het gamelanorkest. Er waren nu nauwelijks vrouwen in het middengedeelte. Vlak onder mij, rechts naast de poort naar het middengedeelte, de plek waar de mannen bij de hanengevechten kunnen bidden. Er staat een hele grote schaal met veelkleurige bloemblaadjes die regelmatig bijgevuld wordt. Een bolvormig zilverkleurig potje met een tuitje waar boven water in kan, een soort gietertje dus, een schaal met witte rijst, een grote bak met half open deksel waar geld in kan. Dit alles omgeven met parasollen. Nee, ook hier géén beelden of afbeeldingen.

De mannen lopen de omheining in pakken bloemblaadjes en gaan zitten. Ze wrijven de bloemblaadjes in hun handen en dan met de handen tegen elkaar naar boven hun hoofd met wat bloemblaadjes in de hand, die ze erna achter hun oor steken of in hun hoofddeksel, een stoffen band, stoppen. Een aantal malen, totdat de bloemblaadjes op zijn en sommigen doen het snel, anderen nemen de tijd, zo lang dat ik dacht, nou zou ik wel moe worden, met je handen en de vingers gestrekt, zo lang, boven je hoofd. Dan besprenkelen ze zichzelf mat water met een kwast die van groen palmblad is gemaakt en drinken soms wat uit het tuitje. Vervolgens wat rijstkorrels op het voorhoofd, soms ook nog bij de adamsappel of tegen de slapen. En dan, tot slot, soms geld in de bak. De meesten pakken dan hun haan in de mand en gaan naar huis. Sommigen flaneren nog wat rond en kijken nog naar een hanengevecht.

Elke keer weer valt het me op: alle leefsferen gaan hand in hand naast elkaar. Gesloten ogen en devotie pal naast het rumoer. Aan de andere kant van het open hekje van de bidplaats, dus nog geen meter verder, wordt er gewoon weer een haan een scherp mesje omgebonden. Naast mij kwam een oude man staan kijken. Een jongere man aan de andere kant van de muur vroeg hem of hij wilde bidden. Mooi om te zien: dat hij hem kwam ophalen en ondersteunde, hem hielp om te gaan zitten op de grond, de bloemblaadjes, het water en de rijst aanreikte. Daarna begeleidde hij hem weer naar het paviljoen in het middengedeelte. Misschien zijn het vader en zoon.

Ook grappig om een haan te zien die niet meer wilde vechten. Twee witte hanen in de kring. Gefladder naar boven en de ene was geraakt, maar nog aardig fit. De andere liep de andere  kant op, de kring uit, de eigenaar liep erachter aan. Weer neergezet tegenover elkaar in aanvalspositie. Maar de haan keerde zich resoluut om en liep weer weg! Nog een keertje, aangemoedigd door de dichte kring van mannen, ze roepen iets dat klinkt naar godèh, godèh, heel snel achter elkaar, maar nu hoorde ik ook  iets dat klonk naar samah, samah, het samen doen. 

zondag 1 maart 2020

Naar de tempel

Vandaag was het véél rustiger in de tempel. Het blijkt een gewone maandagochtend, de vakantie is voorbij, ik zag op mijn wandeling schoolkinderen in hun wit en donkerrode uniform op het schoolplein. Het is heerlijk om hier het smalle weggetje naar de hoofdstraat te lopen... alles rook fris en groen na de regen van gisteren, de eerste ochtendstralen door al die tropische bomen, en lichtgroene bananenbladeren en op de hoogste tempeltjes in de familiecomplexen achter de muren. Binnenplaatsen worden schoongeveegd, wat honden blaffen, gemurmel van water...

De tempel bestaat uit drie delen, elk gescheiden van elkaar door twee tempelpoorten. Zo’n poort heet ‘gespleten poort’ candi bentar en heeft de  vorm van een vlam, bedoeld om de demonen af te weren. Het voorste gedeelte is een groot plein met een grote overdekt paviljoen met dakpannen. Daar zijn nu de hanengevechten en omdat er minder mensen waren, nu heel goed te zien. Mannen op de hurken tasten elkaars hanen af: reageren ze op elkaar, zijn ze een beetje vechtlustig? Ze voelen elkaars hanen, wisselen ze even om, er zijn witte hanen en gekleurde. Ze lopen ermee op de arm en strelen de haan. Wanneer de mesjes zijn aangebonden staan de mannen in een dichte kring erom heen. Ze wapperen met de hand de kring in en maken aansporende geluiden, die klonken zoals ik ze me uit de apendans, de kecak herinner. De hanen vliegen elkaar aan en de kring verdicht zich en verwijdt zich: iedereen lijkt ook bang om zelf door een van de vlijmscherpe mesjes te worden geraakt. Maar misschien vul ik dat in: een meter van mij af kletsten twee mannen met elkaar met een haan op de arm en ik dacht: stel dat deze zich losmaakt uit zijn handen en mij dan kan raken?

Een gevecht kan heel snel voorbij zijn. Een paar keer vliegen  de hanen naar elkaar toe, soms weer gepakt door de eigenaar en weer in positie gezet. En dan ineens, staat één haan niet meer op, de strijd is geslecht. Er komt een man die met een hakmes de beide poten eraf hakt en die met het kromme mesje terug geeft aan de messenman. De donkere staartveren en de licht-oranje halsveren worden van de haan gerukt en bijeengebonden door weer iemand anders die het verzameld in een grote zak. Aan de kant iemand met een pan kokend water en een waterbak, die als rode limonade is, tegen geld maakt hij de haan panklaar. 

Het middelste gedeelte van de tempel was nu ook rustig, Geen gamelanorkest maar in die ene tempeltoren, rietgedekt, nu een trommelaar die elk half uur zo ongeveer, een nieuwe ceremonie aankondigde. Er zaten wat vrouwen te wachten. Naast mij haalde een vrouw de deksel van haar mand: bovenop kleine vierkante offerbakjes met bloemen, ook geld. Dat gedeelte zal wel achterblijven in de tempel. Toen ze naar binnen mocht stak ze wat wierookstokjes aan en liep met haar man en kleine zoontje naar de poort.Vrouwen met torenhoge vergulde offers, sommige zijn als kleine vierkante tafeltjes met daarop allemaal kommetjes gestapeld, komen het alleen maar brengen, lopen meteen door naar het achtergedeelte en komen even later terug en verdwijnen weer.

Ik vond het heerlijk om in dit middengedeelte te zitten. Aan de ene kant het gerinkel van kleine ceremonie-belletjes, en ik weet nu dat iedereen in dat binnenste gedeelte met de rietgedekte tempeldaken op de grond zit en de offeranden en zichzelf laten besprenkelen met heilig water door een priester, terwijl aan de andere kant het rumoer en geschreeuw van de hanengevechten te horen is. Alles in één geheel in de tempel, terwijl de sferen tegelijkertijd zo verschillend zijn. De mannen kunnen in dat voorgedeelte ook water en bloemblaadjes pakken en rijst om op het voorhoofd te plakken. 

Ik kwam hier terug: Koko was ook gaan kijken bij de hanengevechten. Zelf deed hij er niet aan omdat het een deel van een ceremonie is en daar heeft hij niks mee. Maar zijn oom kwam het erf op met een heftig bebloede haan, die hij naar de keuken bracht, hij dus wel. Het is geen kwestie van een oudere en jongere generatie: alle leeftijden zijn aanwezig in de tempel en iedereen is er gekleed in sarong, er is daar geen westerse kleding te zien.

Achter Barong aan

Nu zijn de zielen van de voorouders dus terug naar de bergen.  De familietempel is geheel leeg en kaal, alle feestelijke doeken zijn ook weg. Dit zal nu 210 dagen, ongeveer, zo blijven, want dan komen ze weer op bezoek. Er hangt nu een aparte sfeer, bijna iets van: oké nou zijn we zelf weer aan de beurt om er het beste van te maken. Het is nu bijna 21u in de avond en op dit moment loopt er een Barong-optocht van Keliki Kawan naar Keliki. Dat is ongeveer twee kilometer maar wel met een stuk heel steil omhoog en omlaag en nog twee keer zo.

Ik heb ze nu in de hoofdstraat hier naar me toe zien lopen: veel jongens en mannen met vlaggen, parasollen en een groot langwerpig wit laken tussen hen in omfloerst met wierook. Ertussen in ook wat vrouwen met torenhoge fruitschalen en manden met eten. Ik was vanmiddag naar Keliki gewandeld want daar zou een Barongdans zijn, hoorde ik. Maar ik zag niks... net hoorde ik weer dat het om twee uur was geweest...Zou het tijdstip dan met de moderne techniek veranderd zijn en snel aan elkaar doorgecommuniceerd?, want om 16.00 kwam de regen met bakken naar beneden.

Ik kwam dus om half vier aan bij de tempel van Keliki die bij een enorme grote waringenboom staat. Mensen stroomden toe, en nu vooral vrouwen met torenhoge offers en manden vol voedsel. Binnen in het tempelcomplex bleek het er ook al  barstensvol van te staan. Wat doen ze toch in de binnenste tempel? Omdat ik helemaal niet opval liep ik nu met de stroom mee naar binnen. In de binnenplaats bleken er veel mensen op de grond met al hun offerwaar bij zich en een priester sprak er gebeden uit en besprenkelde ze met heilig water.

Het heeft iets...grappigs? .... dat eerst al dat eten en die vruchten zo mooi gestapeld en aangekleed  en met versieringen, allemaal eerst de tempel in wordt gedragen en dan weer eruit, om vervolgens alles zelf op te eten.... Ik had graag gewild zelf ook iets meegenomen te hebben, want dan had ik ertussen in kunnen zitten, in dat  binnencomplex of buiten de tempel, waar ook veel mensen knielend baden en zichzelf en elkaar met water besprenkelden en bloemblaadjes. Er zijn nergens beelden in de tempels, alleen soms bij de ingangen als een soort wachters. 

Zoveel offers, zoveel wierook, zoveel hanenbloed en toen ik vanochtend terug liep vanuit de tempel met de hanengevechten liepen vrouwen met hoge offerschalen op het hoofd juist richting de tempel. Het voelt wat gek, om zo onzichtbaar er aanwezig te zijn want ik heb wel een tempelsjaal om mijn middel, iedereen denkt dat ik er hoor, maar ik kijk alleen. Het zou me geen enkele moeite kosten om mee te doen. Het voelt natuurlijker aan dan ter kommunie gaan in de katholieke kerk, die gang kan ik in Nederland ,geloof ik, niet meer maken. Ik loop gemakkelijker de Barong achterna.

De TED-aanbeveling van deze zondag, Es Devlin, bracht me bij een citaat van E.M Forster, het komt uit Howards End, hoofdstuk 22: Only connect! That was the whole of her sermon.Only connect the prose and the passion, and both will be exalted, and human love will be seen at its height. Live in fragments no longer. Only connect, and the beast and the monk, robbed of the isolation that is life to either, will die. Samen in processie met het goede en het kwade: Barong.