maandag 22 maart 2021

Maybe I am amazed

Om 17.15u wandelde de vos weer voorbij. Nu vanaf de andere kant, waar zij gisteren naar verdween. Vos trippelt met vlugge pootjes viel mij nu op, terwijl zij ‘de straat’ overstak, zag ik vanuit mijn raam, op een beetje hoogte, je kijkt ietwat naar beneden. Even stopte zij en keek alert rond, misschien komt daar het beeld vandaan, dat vossen slim zouden zijn. 

Het is een stille dag, met stil weer, ook in het bos geen geluid. Dat kan zó verschillen: het kan ook zomaar zijn dat je de snelweg in de verte heel goed hoort. Ik weet niet of dat wat met wind te maken heeft. Of nemen, nu de besmettingen weer oplopen, meer mensen de boodschap ter harte om zoveel mogelijk thuis te werken?

Voortbordurend op de ontdekking dat er kennelijk popliedjes zijn die ik vroeger naar God zong, om die onbekende grootheid maar even zo te noemen, besloot ik even af te dalen in mezelf om te kijken of er nog iets naar boven zou komen. En ja: daar is het: Maybe I am amazed en het is van Paul McCartney, zo blijkt. 

Maybe I am amazed, the way you love me all the time...Het gaat ergens vanzelf om een intense ervaring te personifiëren, al doe  ik daar de laatste jaren wel mijn best voor: om juist af te komen van een persoonlijke God, want voor je het weet is deze bekleed en beladen met allerhande menselijke eigenschappen die er zijn. Die God heeft zoveel kwaad gedaan en brengt nog altijd zoveel verdriet.

Terwijl in de ervaring het omgekeerd is: het woord ‘God’ komt spontaan in je op, als je ineens dat Tegenover, dat Andere ervaart, dat een bron is en wordt van dankbaarheid. Dankbaarheid; ongeacht je omstandigheden en dat dit blíj́ft, ook al gaan de dingen niet zoals je gepland hebt of zoals je dat wil. Alsof Iemand, ofzo, je lostrekt uit verdriet en gemis en je de andere kant op laat kijken, je leidt naar bronnen van leven. Maybe I am amazed: Als ik werkelijk stilsta en al het redeneren van mijn verstand uitzet, dan ben ik dat toch best al een poosje, in mijn leven. 

zondag 21 maart 2021

De vos keek mij aan

Wat is dat ontzettend leuk! Ik stond met een bordje eten binnen in de deuropening te genieten van de laatste vogelgeluiden. Het zijn zoveel verschillende vogeltjes, gisteren telde ik er vijf, maar nu was het meer een harmonische zacht minder worden van getjilp,  een soort van gestaag fluisteren in het hemeldak van bomen. En toen verscheen de vos! 

Zij liep rustig het terras op in dezelfde richting als de vorige keer en leek mij eerst niet op te merken. Op nog geen drie meter van mij af snuffelde ze langs mijn huisje en scharrelende ze onder een witte plastic stoeltje. Toen had ze me in de smiezen en sprong achterwaarts, meer de tuin in. Met de beweging van een heel grote kat, sluipend, oren gespitst, wat wegduikend.

Ik begon wat vriendelijke woorden te produceren: 'Hé jij daar, hoe gaat het met je, kom maar!' En ze kwam dichterbij en toen keek ze me recht aan. ‘Hoi!’ zei ik. Ze draaide zich naar de blauwe emmer met water, op nog geen twee meter afstand van mij en begon er wat uit te drinken. En daarna ging ze een beetje van mij af zitten, zoals een hond, haar staart zwaaide over de grond, te zwaar om te kwispelen, maar het leek er wel op.

Toen liep ze door naar iets achter het huisje en ging daar in de bladeren liggen. Het was ondertussen bijna donker, maar ik vroeg me toch af of ik nog een foto kon maken, dus ik liep naar binnen voor mijn iPad. Maar weer bij de deur gekomen, was ze weg. Het was 19.14u, een kwartier later dan de vorige keer, maar het wordt ook later donker. Leuk!

Something inside so strong: it must be love

Zo. Dat was een mooi optreden van Jeangu Macrooy als afsluiter bij Matthijs gaat door. Fijn om bij het ontwaken daar meteen aan te denken. Hij vertegenwoordigt Nederland ook op het Eurovisie song festival en na het dieptepunt in de verkiezingscampagne waar Wilders tegen Sigrid Kaag zegt dat zij een verrader is omdat zij gesluierd, onderhandelingen inging in een Arabisch land, is het toch een geruststelling dat ‘zwart’ en diversiteit zo duidelijk aanwezig is in de vertegenwoordiging van Nederland in de personen ook van Edsilia Rombley en Nikkie de Jager.

Het is toch ongelofelijk dat iemand van de volksvertegenwoordiging een ander een ‘verrader’ kan noemen. Je zou zeggen dat dit gewoon niet mag in een democratie, waar je hoopt dat zij die in het parlement en kabinet zitten een positieve voorbeeldfunctie hebben. Verschil van inzicht en mening oké, maar een ander in een zogenaamd politiek debat ‘een verrader’ noemen, is toch wel weer een nieuwe grensoverschrijding. Gelukkig weerde Sigrid Kaag zich goed, met de juiste emotie en is er nu die foto, waar de ‘nuffige’ Kaag, door Rutte met zijn teflonlaag op, glimlachend zo neergezet in een ander debat, toch  maar mooi uitgelaten op een tafel danst.

Jeangu Macrooy zag er in zijn verschijning ook zo stralend gemixt uit: een soort van gevlochten paardenstaart op zijn hoofd, kleding die zowel aan Afrika deden denken met blote armen maar met de hakken onder zijn laarsjes en een pofachtige broek, dacht ik ook even aan David Bowie. En dan het liedje dat hij per se  wilde zingen, Something Inside so Strong dat hij een tegenhanger of voorloper noemde van zijn eigen inzending voor het songfestival, ‘Birth of a New Age’

Hij luisterde vroeger vaak naar dat lied en het is geschreven door Labi Siffre en dat is een naam die ik allang niet meer gehoord had, maar ik had een LP die ik héél vaak draaide met op de hoes een heel jeugdige lachende jongeman weet ik nog, ik kan het helaas niet opzoeken, hier. Ik was dol op zijn stem, zo onbevangen en vol levenslust. Nog nooit heb ik hem zien optreden, tot nu toe: al véél ouder dan op de foto.

En er was éėn liedje waarvan ik het vaakst de groeven zocht om het in herhaling te horen, hoe ging dat ook alweer? Ja, daar is het: It Must Be Love. Een opname uit 1972, met mensen om hem heen uitgedost in de kleuren van de seventies, de jongens met androgyn lang haar, zodat ik écht twee keer kijk of het geen twee vrouwen zijn die zo intiem bij elkaar zittend aan het luisteren zijn. Ik hoor het en weet ineens dat ik dit liedje naar God zong. Die had ik toen net ontdekt:  ofwel die ontzagwekkende en nederig makende presentie die ik ervoer als niet-van-deze-wereld en alles overstijgend en alles verbindend: It Must be Love. 


zaterdag 20 maart 2021

Early One Morning

Vroeg in de ochtend... net na het ontwaken... dan lijkt het alsof alle lagen van mijn ziel tegelijkertijd transparant aanwezig zijn. Er is gemis, verlangen, verdriet; alsof ik in de droomfabriek met droomarbeid dit aan het verwerken was; alles en een ieder die er in je leven ooit was, tijden en personen, je kunt er nooit meer bij en het nog eens leven, maar tegelijk is alles en een ieder aanwezig om daar ook nooit meer te vertrekken.

Een nieuwe dag wacht op jou waarin alles wat je daar beleeft ook weer uniek is en in zekere zin onherhaalbaar. Dus je schudt de lagen van de toch al vergeten dromen van je af, alsof je je verentooi opschudt, en je begint opnieuw, elke dag weer, zo fris en kakelvers mogelijk.  En dan gebeurt het, dat na een lange koestering van een lentezon in de ochtend, op de bank, ineens dat oude liedje weer klinkt in mezelf: Early One Morning, het is een oud Engels folkliedje, en de weemoed komt terug.

Dat liedje deed voor mij op de lagere school hetzelfde als nu het ontwaken uit vergeten dromen in de ochtend: het bracht acute heimwee toen ik het voor het eerst hoorde en dat bleef ook komen, elke keer als het in de klas gezongen werd. Mijn eerste woorden Engels, denk ik nu ook, maar het leek alsof ik een oude vertrouwde taal sprak en nog lang voordat ik echt voet aan wal in Engeland zette, zag ik mij dwalen in groene valleien. 

Eigenlijk ken ik nu de exacte woorden niet meer, alleen die eerste zin: Early one morning, just as the sun is rising. Ik heb de melodie sinds de lagere school ook nooit meer in het echt gehoord, het weerklinkt alleen in het oor van mijn hart. Zou ik het nu kunnen horen?

Gelukkig is daar YouTube waar ondertussen het collectieve geheugen van tenminste de vorige eeuw, sinds er beelden zijn, te zien is. De techniek maakt steeds meer mogelijk: ingekleurde filmpjes van het straatleven van de eerste decennia van de vorige eeuw, die doordat ze ineens in kleur zijn, de mensen die er bewegen zo echt van vlees en bloed maken. En oude filmpjes die individuen hebben gemaakt van optredens van favoriete artiesten, misschien met een oude Betamax-camera gemaakt, (‘Betamax’, zo heettte dat toch?, het woord schiet mij nu zomaar te binnen), zijn oplaadbaar gemaakt voor You Tube. Maar dit terzijde.

Een jongen met een Aziatisch uiterlijk met twee meisjes op een harp aan weerszijden, in de entourage van een kerk: met hen durf ik de gok wel aan om het liedje zoals het in het hart weerklinkt, naar het hier en nu te trekken. En daar klinkt het en hoor ik die andere regels die mij vroeger zo weemoedig maakten: O, don’t deceive me, o, do not leave me... Het voelde als een oeroud liedje, ik was misschien acht ofzo, toen ik het voor het eerst hoorde. Het liedje was als een portaal waarmee ik even in een andere wereld stapte, die ik kende van een tijd voordat ik leefde, als dat zou kunnen.

vrijdag 19 maart 2021

'Nee zeggen, omdat je vrij bent'

In Trouw (16 maart 2021) staat een wetenswaardig artikel. Een interview met ex-diplomaat Edy Korthals Altes. Als ambassadeur van een NATO-land was hij indertijd verplicht om het akkoord rondom wapenwedloop te vertegenwoordigen en uit te voeren. Toen kreeg hij een droom in 1984: er was een grote kerk op een heuvel, hij wilde er eerst niet in maar een oude vrouw pakte zijn hand en leidde hem naar binnen. Hij zat links van het altaar en zag zaagsel uit het houten kruis voor hem op het gezicht van Jezus vallen, die hem aankeek. Hij ervaarde toen ineens zo’n compassie en in de levende ogen ziet hij één vraag: Wat heb jij gedaan met jouw mogelijkheden op dit kritieke moment? Dit leidde tot een groot artikel in Trouw in 1985 en zijn eervol ontslag. Sindsdien is hij zich gaan inzetten voor een nieuw denken rondom vrede en veiligheid en bevordering van de samenwerking tussen wereldgodsdiensten en geestelijke vernieuwing.

‘Nee zeggen, omdat je vrij bent’, is de titel van het artikel. Het getuigt van de potentie in mensen om uit te stijgen boven de raderen van het alledaagse en de macht van de gewoonte; hij noemt het ‘een bewustzijnservaring’: ons weer verbinden met de oergrond , de samenhang en het wonder van het leven ervaren en dat kan alleen met een verandering van motivatie: je durft nee te zeggen vanuit de ervaring van het wonder van het leven.

Je hoeft alleen maar aan ‘de banaliteit van het kwaad’ te denken, zoals Hannah Arendt dat genoemd heeft, waar ze het monster Eichmann, de nazi kampbeul en executeur tot een onbenullig individu maakte: een mannetje dat alleen maar bevelen opvolgde, zoals het hele raderwerk onder hem dat ook gedaan heeft. Dan zie je de twee wegen in de Y-vorige splitsing op jouw weg en elk individu heeft deze keuzemogelijkheid.

Ik herken zo’n bewustzijnservaring zoals Edy het noemt wel. In christelijke theorievormingen wordt het ook wel ‘mystieke ervaring’ genoemd, maar deze ervaring is daar weer opgesloten geraakt in een kerk van mannen en macht, in plaats van vrij en vrolijk de marktplaats op te gaan zoals binnen Zen en de jongen met de os gebeurd. De kern van de ervaring is compassie en openheid en je niét willen en kunnen verbinden aan machtkaders en doctrine.

De ervaring van een Jezus die je vanaf een kruis aankijkt en je wereld weer openbreekt had ik, toen ik na meditatie mijn ogen opendeed en keek naar het geschilderde  kruis van  San Damiano. Pas later ontdekte ik dat ditzelfde kruis tegen Franciscus van Assisi gesproken  had: ‘Kom en herstel mijn huis.’ Het maakte mij tot lid van de Franciscaanse Beweging en deed mij wonen en actief zijn in franciscaanse kloosters: de Kapucijnen en de Clarissen zijn takken van dezelfde boom.

Dát een droom als een visioen kan zijn, weet ik ook. Jarenlang, mijn hele puber- en adolescententijd was een terugkerende droom, dat ik in een oude stad was vol kronkelstraten, aan zee. Uit die zee kwam plotsklaps een tsunami en ik moest daarvan wegrennen, vaak met een groep gelijkgezinden. In de loop van de tijd was ik eerst dicht bij het strand, en later steeds meer in de oude stad zelf, naar hypermoderne futuristische wijken  en uiteindelijk naar hoger gelegen gebieden. De tsunami sleurde mij nooit mee, ik wist er altijd aan te ontsnappen. Vaag zag ik wel de onderliggende symboliek, zoals Jung archetype’s ontwaarde: de zee is een moedersymbool en mijn relatie met mijn moeder was heel complex en op zijn zachts gezegd: turbulent.

En toen kwam de allerlaatste droom, ik wist het toen ik daar wakker uit werd: dat ik nooit meer zou dromen van een dreigende en opkomende zee. Ik zat op een groen heuveltje iets buiten de stad in een ronde glazen kas die van de buitenkant begroeid was met bloeiende rozen. Er stond een rond tafeltje in die kas met daarop in een glazen vaasje één bloeiende grote rode roos. Ik zag aan de horizon de zee rijzen en uit die zee kwam één grote golf en die tikte met haar puntig uiteinde het glas van de kas open. Ik wilde de roos pakken, maar daarvoor in de plaats viel het vaasje om en raakte een doorn van de roos mijn onderarm, er vloeide een druppel bloed, zo rood als de roos zelf. Met dit beeld werd ik wakker.

‘Nee zeggen’, zonder weg te rennen en daarbij ook leven met het oordeel van je omgeving dat je laf bent, of in de steek laat, of verraad pleegt of niet solidair bent of ‘moeilijk doet’... Ook dat hoort bij deze ervaring en dat is eigenlijk heel paradoxaal. Juist vanuit de ervaring van gezamenlijkheid en verbonden-zijn, zeg je: Nee. Toch is dat hoe het is: wegrennen laat je nooit de liefde zien en voelen. Door stil te staan zie je de roos. Die roos kun je niet pakken, maar wel zo dicht erbij zijn, dat de doorn je kan prikken en je ook pijn kan geven. Desondanks geeft dat juist het gevoel dat je echt leeft en zie en ervaar je om je heen ook de intense bloei van de roos.

woensdag 17 maart 2021

Een vos liep voorbij

Nou ja! Ik hoorde mij hardop een kreetje slaken: het is bijna 19u in de avond, het schemert nog met roze wolken achter de bomen en er liep net, pal langs het glas van mijn terrasdeuren, een vos voorbij! Ik wil het maar even genoteerd hebben in een blog. Ook de laatste vogels fluiten.

Al schijnt de zon niet, het is toch al zo overduidelijk lente in het bos. Heerlijk. Dan hier toch ook maar een liedje dat ik steeds in mijn hoofd heb, het doet denken aan de tijd dat ik India niet uit kon twee jaar geleden en  toen was het Arcade van Duncan Laurence, dat ik gelanceerd zag worden onder mijn klamboe in de roze kamer aan zee. En dat ik zag groeien in populariteit, wereldwijd, tot het dan het songfestival won. Het liedje thematiseert die tijd. 

Nu is het een liedje van Sophia Kruithof, haar nieuwste single: Runaway, ik heb een ernstig zwak voor haar en vind haar stem zó prettig. Een timbre dat zacht is met iets van melancholie. Tegelijk is ze nog zo jong, pas 18. ‘I am not afraid, now that I'm dancing in the rain’, zingt ze. 

Een vos liep voorbij. Het zag er heel doelgericht uit met haar spitse kop naar voren. Ik ben zelf helemaal niet doelgericht. Ik ren ook niet weg, ben prima op mijn plek hier, maar het liedje gaat over vertrekken en ergens anders weer aankomen. Ik zou willen dat ik zeker wist, dat dit altijd zo is: dat je altijd weer ergens aankomt, als je bent heen gegaan.

Eekhoorntje. Crea-Bea. Een huis in Engeland

Zonet zag ik voor het eerst, hier, een eekhoorntje scharrelen tussen de struiken. Ik twijfelde of ik ‘eekhoorn’ zou opschrijven want ik vond haar zó groot! Het was een helemaal klassieke, zoals je het voorstelt: roodachtig met een flinke zwierige luchtige pluimstaart, qua volume even veel ruimte innemend als haar lijfje. Precies zoals op de prent van Mance Post, op de voorkant van het boek van Toon Tellegen; Misschien wisten zij alles. 313 verhalen over de eekhoorn en andere dieren, zie ik, nu ik het donkerroze boek erbij pak. Tellegen zegt ook 'eekhoorn', maar ik heb altijd 'eekhoorntje' gezegd, het verkleinwoord.

Even dacht ik: dat komt omdat het een klein dier is, maar dat is onzin, ik zeg wel gewoon ‘muis’ en ‘mier’ en ‘konijn’ en  ‘hamster’, enzo. Welbeschouwd kan ik geen enkel ander dier opnoemen dat ik verders met een verkleinwoord aanduid. Toch intrigerend, hoe kan dat, binnen welke andersoortige categorie valt het eekhoorntje dan, in mijn brein? Ik zag ze ook in het wild bij de caravan in Schaarbergen, maar die waren in mijn herinnering kleiner dan wie ik nu zag, komt het daardoor? In natuurparken in Amerika waren ze zó tam dat ze op de picknicktafels vlak voor je neus voorbij sprongen. De Amerikaanse squirrel is ook een stuk kleiner en niet roodharig. Die in Schaarbergen waren ook bruinig. Misschien daarom. Enfin.

Daarvoor was het eerste wat ik deze ochtend deed, nog voordat ik koffie ging zetten, iets van een boom schilderen met een wit kloddertje verf, op de gewaterverfde tekening die ik gisteren vroeg in de avond opgehangen had, resultaat van een middagje crea-bea. Het geheel kleurt ook bruin en dat is van de aarde hier uit het bos. Het is een soort spiegeling van het andere wat er al hangt, met aarde uit mijn tuin in de nieuwbouwwijk. 

Ik wist helemaal niet wat voor afbeelding ik wilde maken. Alleen maar dat ik met ‘rood’ wilde beginnen. Nu is het toch vaag iets van een landschap geworden, waar ‘rood’ explosief bijna in het midden knalt en alles openbreekt, als een wond en een roos tegelijkertijd... Daarnaast aan de horizon een kleine witte boom op een heuvel, zo blijkt. Ik hing het al op, maar wist dat het nog niet helemaal af was en vanochtend zag ik meteen wat er nog in hoorde. 

Het crea-bea ontstond omdat ik in een luisterboek verzeild raakte: Een huis in Engeland van Maarten Asscher, door hemzelf ingesproken. Dat levert wel een meerwaarde op, het gaat over zijn bezoeken tijdens zijn vakanties als jongetje aan zijn grootouders in het heerlijke huis, dat hij kamer per kamer doorloopt, inclusief de bloeiende tuin, tijdens zijn nachtelijke wandelingen in zijn hoofd om zo om te gaan met slapeloosheid. In het gemoedelijke gekibbel van zijn grootouders over de juiste Engelse uitspraak van woorden is het letterlijk evocatief als je ze nu door de schrijver zelf hoort uitspreken. 

‘Engeland’ heeft nu iets troostends voor mij door het boek van Bill Bryson De weg naar little dribbling, dat ik hier heel langzaam gelezen heb. Ook het terugkeren naar dat huis in Engeland is voor Asscher troostend en kalmerend tijdens doorwaakte nachten. Hij weet prachtig via voorwerpen of details een scala aan werelden en gevoelsnuances op te roepen. Zo gaat er een stukje over de handen van zijn oma, hoe bedrijvig die waren, wat deze allemaal aangeraakt en gemaakt hebben.

Toch zit er vanaf het begin ook een cliffhanger in dit bewegelijke boek, dat van dat huis in Engeland ook bijvoorbeeld gaat naar één of ander gadget dat hij rondom Parijs vindt in een pop-up Japans winkeltje, tegen slapeloosheid. Het zou rustgevende vlekken op het plafond projecteren, maar als hij dat wil gaan uitproberen in een hotelkamer in het buitenland, om zijn partner er niet lastig mee te vallen, dan krijg hij het ding niet door de douane. En dat thema van ‘de grens over, bevrijding vinden’, zit ook in de geschiedenis van zijn familie: Joods, velen hebben de oorlog niet overleefd, maar zijn grootouders wél, alhoewel ze al in Westerbork  waren, hoe kan dat?

Langzaam wordt in het boek het plot uiteengelegd. Er was een list, waar een oudtante, christelijk, wel glashard heeft kunnen liegen, dat er een Arische voorvader was, waardoor zijn grootouders niet volledig Joods waren en zo alsnog weer uit Westerbork, het doorgangskamp naar de vernietigingskampen, konden vertrekken. Maar er is nog iets: in dat hele huis in Engeland is elk spoor van een tweede Wereldoorlog afwezig. Wilden zijn grootouders deze donkere bladzijden definitief uit hun leven verbannen? Er is een stenen beeld van een meisje op een bankje dat wat triestig voor zich uit kijkt onder een boom in de tuin... Op het einde van het boek komt Maarten achter iets wat wel een waarheid moet zijn: zijn grootvader was niet bereid om twee nichtjes van hem die de oorlog hadden overleefd op te vangen, zij zijn via pleeggezinnen grootgebracht, niet in dat heerlijke huis uit Maartens jeugd...

Hij strijdt daarna: moet hij zijn grootouders hierom veroordelen? Wat kan hij nou weten van hun beweegredenen, wie zegt dat hij niet hetzelfde had gedaan?... Uiteindelijk zorgt hij ervoor, samen met zijn broer, dat er een bankje ter ere van zijn grootouders komt in Kew Gardens, waar hij met beiden afzonderlijk veel in heeft doorgebracht en dat leverde twee verschillende tuinen op: die van zijn grootvader technisch en descriptief, die van zijn grootmoeder romantisch vol geuren en kleuren.

Dit boek beluisteren, tezamen met onderwijl wat kleuren en met een vinger aarde en eierschalen op het papier wrijven, gedachteloos, het was een mooie parallelle combinatie. Een kleine oefening in bewegelijkheid, bedenk ik nu, wat ook een thema van het boek was. En troost vinden in de dingen... Zo’n eekhoorntje past daar ook wel bij: kwikzilverachtig van het ene in het andere huppen: leven is beweging.