zondag 16 januari 2022

Mist. Maestro. Voice of Holland

Er staan nu beelden op mijn netvlies waarvan ik hoop dat ze beperkt zullen blijven tot in dit jaar: door de mist lopen mensen met bekertjes warmte in de hand, gehaald bij een van de ‘coffee-to- go verstrekpunten. Ze keuvelen en flaneren door een grijs Sonsbeeckpark en het is te koud om op de bankjes te gaan zitten. Bij het Deelerwoud aan de rand staat het vol   geparkeerd met auto’s: er moeten heel wat wandelaars in de mist door het bos schuifelen. Ik weet het bijna zeker; zonder de gedeeltelijke lockdown in deze Coronatijd zouden zij allen zich laven te midden van licht en  drukte, de warmte, de gezelligheid van een café.

Dit weekend fietste ik op de Zaterdag door een dichte mist met gemiddeld drie meter zicht naar Kranenburg voor de boekenclub. Ik fietste de Waalbrug over bij mijn stad en zag deze geheel niet liggen. Alles in nevelen gehuld, ook de rivier eronder zag ik niet stromen. En vandaag terug en nu kon ik iets verder zien, maar de wereld bleef grijs met flarden van stemmen, toen ik zelf wel op een bankje neerzeeg. Kleine stemmige inkijkjes wat mensen beweegt, het klonk geanimeerd, gelukkig.

Dit tv-seizoen kijk ik voor het eerst naar talentenshows: ik viel in de derde aflevering  van Maestro en zag net hiphop-artiest, rapper Sor, 23 jaar, die ook nog kampt met doofheid,  winnen van Simone Kleinsma. Wat een genoegen: een vrouw en een zwarte man in de finale en dus ook aardig wat zwarte mensen, zijn supporters, in de concertzaal, zo duidelijk komend uit een andersoortige cultuur. Het blijkt dat zijn manager hem heeft opgegeven met het doel om klassieke muziek, die op de hoogste sport staat van de muzikale ladder, te verbinden met hiphop, die ongeveer helemaal onderaan staat qua waardering.  En dat je voor het eerst ziet dat een dirigent ergens één is met de muziek die in haar innerlijk woelt en leeft en muzikaliteit zich niet laat vangen in een hokje en dat het dan mogelijk is dat over te dragen naar een orkest.



En dan is er de Voice of Holland. Eerder keek ik weleens en dan ongeveer de laatste acht weken, wanneer er live-shows zijn met de tien finalisten. Dit jaar had ik net besloten om vanaf aflevering 1 te gaan kijken, Sophia Kruithof won twee jaar geleden en haar stem is nog mooier geworden. Ik volg haar op Instagram, van de ene kant nog zo gewoon een tiener, pasgeleden op vakantie in Tenerife en ze heeft haar rijbewijs niet gehaald, maar dan zingt ze haar laatste gecomponeerde liedje ‘Perfume’, waarvan ze dan op Insta weken van tevoren zegt dat ze het ‘rete-spannend’ vindt, omdat het haar meest persoonlijke liedje ever is. En dan komt er een heel andere sfeer uit haar tevoorschijn. In een ander liedje,  ‘Run Away’ zingt ze: I must  start believing,  believing there is magic in me.

Ze is gecoacht door Anouk die al na drie seconden haar stoel draaide en Anouk heeft vandaag op Insta aangekondigd dat ze ermee stopt, na de tweede aflevering. Het hele programma is stopgezet. Want ook daar, na de sportwereld, de filmindustrie enzovoort blijken er mannen rond te lopen waaronder de muzikale bandleider, die ook de man is van Linda de Mol, met seksueel overschrijdend gedrag, ik hoop dat het Sophia niet is overkomen,  en alles is onder het tapijt geveegd en verborgen gehouden voor de medewerkers: Anouk noemt het nu een corrupt zooitje. Wat een menselijk drama op de kleine rechthoekige decimeters van het tv-scherm dat bedoeld is om te amuseren. Zou dit het einde zijn van de grootste talentenjacht-show van Nederland? Zoveel mist en nevel, terwijl  je hoopt op authenticiteit.

vrijdag 14 januari 2022

Hangmat

Niks zo lekker als in een hangmat liggen. Dat zwevende en dat je rug er net goed in bolt en als je wilt liggen je voeten wat omhoog en anders kruip je erin als in foetushouding en wieg je jezelf een beetje, of met je benen opgetrokken en dan een boekje lezen. Ik heb al tientallen jaren een hangmat in mijn tuin in de stad, de eerste teruggenomen van een reis in Sri Lanka, waar deze meer dan een maand tussen twee palmbomen aan zee hing en ik er voornamelijk de sutra’s van Boeddha las, vers gekocht in een van de winkeltjes bij de machtig mooie tempels in Kandy.

Het was er eentje met een netwerk, dus eigenlijk lag je ook in de gaten, maar dat deerde mij niet. Maar toen deze in Nederland op was en ik die verving voor een katoenen, lag dat toch prettiger en behaaglijker. Dat is misschien ook weer zo, omdat het in Nederland kouder is dan in de tropen en stoffen beschutting dan prettiger is dan het open net. Want, o ja, dat kan ook nog: je erin rollen als in een cocon.

Afgelopen zomer aasde ik erop om er misschien ook eentje in mijn bostuintje te hangen. Maar waar en hoe? Er is een grote eikenboom aan de kant en dan zou er een paal kunnen in het gras en dan heel lange touwen. Maar ik wilde geen paal in het gras, dat verstoord ook de rust. Dan bleef een hangmat-standaard over en het voordeel daarvan is, dat je deze ook nog kunt verschuiven, naar gelang de stand van de zon. Maar ik vond het te duur, ik had daar toch geen meer dan 130€ ervoor over, en ach, ik was ook meer dan tevreden met een handdoekje op het gras.

En nu was het winteruitverkoop bij bol.com en bleek dezelfde hangmat-standaard voor de helft van de prijs aangeboden te worden. En ook een hangmat was nu goedkoper. Dus ik sloeg mijn slag: een rood-witgestreepte hangmat en ik stelde me voor dat ik de hangmat ook binnen kon gebruiken en dat de houder zo licht was dat ik deze dan wel even naar de slaapkamer of schuur kon brengen, als ik er weer genoeg  van had. Dus gisteren, na een wandeling door een mistig bos, dat heeft ook wel iets, kwam ik bij de pakkettenkast in de verwachting dat ik het zó mee kon nemen. Maar het pakket bleek héél zwaar, dus ik moest eerst een steekwagentje halen, en weer terug en dan steekwagentje ook weer terug enzovoort.

Ik had gedacht in lichtgewicht tentconstructies: mijn tent waarin ik kan staan, zit ook gewoon in een handzame draagtas. Maar de hangmathouder bleek van staal gemaakt te zijn. Ook wel logisch achteraf dat het niet van licht aluminium gemaakt is, het moet tenslotte wel een mensen-gewicht kunnen dragen… Wat nu? Ik had mijn zinnen er al opgezet om deze binnen uit te proberen, ik kon echt niet wachten tot het lente wordt. 

Dus nu heb ik een hangmat binnen. En het kan dus alleen via de terrasdeuren naar buiten, even opbergen in de schuur is er niet bij. Mezelf kennende zal deze dus binnen blijven staan totdat het weer zo mooi is, dat deze in de tuin kan… Maar het is geweldig! Liggend verdwijnen de caravans om mij heen en zie ik alleen maar bomen. En ik luisterde op de radio naar de 27-jarige cellist Edgar Moreau met Bloch,From Jewish Life II; Supplication van de cd Transmission, op Spotify te beluisteren. Wiegend in de hangmat; hemels! 

woensdag 12 januari 2022

Het camping-gevoel

In de dertig jaar dat ik beheerder was in diverse wijkcentra in de stad, bij elkaar heb ik mij kunnen verdiepen in vier verschillende plekken, elk met een eigen ‘sociale kaart’, was er een terugkerend refrein: ‘Ik ga naar de camping’. Overal waren er bezoekers die door de week veel in het wijkcentrum kwamen en in het weekend naar de camping gingen. Of de vrouw was door de week al op de camping. Of ze kwamen terug van de camping voor de wekelijkse kaartavond of de bingo. Of zijn hobby was vogeltjes kweken en zij zat het liefste op de camping. Enzovoort.

Nu pas zie ik wat dat betekende: een absolute vrijplaats, het gezellig met elkaar en anderen hebben. Want hier kom ik mensen tegen die met weemoed zeggen, dat het nu geen camping meer is, hier, waar het nu ‘recreatie-park’ moet heten. Ze herinneren zich de spontane BBQ’s bij de kantine, dat er mensen uit de omgeving ook hier naar toe kwamen omdat het zo gezellig was. Ooit is het hier begonnen met tenten en caravans kriskras in het bos en dit bos is voor menselijke bewoning klaargemaakt voor Molukkers die na de onafhankelijkheid van Indonesië naar Nederland kwamen. Een soort van vluchtelingenkamp dus, nog  voor de grote wereldwijde migratiestromen van nu…

Achter de caravan naast me, is nu een graafmachine bezig. In de zomer sprak ik nog met deze oude man, die hier zijn gezin heeft zien opgroeien, tezamen met alle buren in zijn straatje en hij zei toen dat hij wilde blijven totdat hij het fysiek niet meer aankon. En nu is hij toch vertrokken… Dezelfde graafmachine was eerder in deze week ook bezig op een plaats achter mijn achterbuurman. Daarvan weet ik, dat er een jong gezin zou komen, die eerst een plek hadden in een ander deel en ook zij kent het hier vanaf toen ze zelf jong was, haar ouders staan verderop. Dat gezinnetje was hier ook, maar of ze ook terugkomen? Kunnen ze investeren in een totaal nieuwe plek, of zijn ze ook afgedropen? 

Ze redden het niet, veel oude bewoners van het bos… Voor mij is het voordelig om een internet en tv-aansluiting te hebben voor 30€ per maand, omdat je de kosten met zovelen deelt, maar wat moet je ermee als je het nooit gehad hebt, er ook geen behoefte aan hebt als je hier bent, maar het wel verplicht wordt? Dan kan het misschien niet meer… zei een vrouw me, met alleen AOW en een klein weduwepensioen. En ja, de plek is hier fantastisch, in het bos op het einde van de wereld, maar de gezelligheid is verdwenen…

‘De mensen met geld nemen het hier over, die hebben het voor het zeggen’. Ook dat is  een terugkerend refrein dat ik 30 jaar lang in de wijkcentra hoorde. En ik zag het in het wijkcentrum ook gebeuren: hoe mensen met de kleinste beurs weggejaagd werden. En hoe doe je dat op een geciviliseerde wijze? Welnu, er was eerst een nultarief, zodat buurtbewoners gratis een zaaltje konden huren voor hun handwerkclub of een carnavalsvereniging had zelfs hun honk in de kelder van het wijkcentrum, veel knutselen en ’s middags een biertje drinken aan de bar. Maar de ‘barfunctie’ in de wijkcentra werd opgeheven, alle barkrukken weg, en de kan koffie tegen een schappelijk prijsje moest ineens per consumptie worden afgerekend, nog wel onder het horeca-niveau, naar allengs kroop het wel die richting op. En mensen moesten maar zaalhuur gaan betalen en anders maar thuis met elkaar gaan breien. Alsof je in een klein arbeidershuisje met zijn achten fijn kan zitten.

Op tv zie je nu de horeca-ondernemer en de winkelier in de winkelstraat vechten voor hun bestaan. Maar al eerder is de leefwijze van hen met weinig geld volledig afgegraven. Ook de plek van mijn boshuisje, was ooit een rommelige plek, omgeven met drie meter hoge dennenbomen, waar een oud echtpaar een caravan had. En vóór hen waren het hier twee tent-plekken. Wég. En ik kwam ervoor in de plaats. ‘Well, something’s lost but something’ gained, in living every day zingt Joni Mitchell in ‘Both Sides Now’. Ja, het leven gaat door, altijd. 

zondag 9 januari 2022

Balletschool Elly Charlotte van Dijk

Het is al enige jaren een traditie geworden om op zondagochtend op de radio te luisteren naar ‘Het Zondagochtend-Concert’, live vanuit Amsterdam, van 10-11u een kleiner ensemble in de Spiegelzaal en daarna een concert in de Grote Zaal. Het is opwekkend om het geroezemoes van het publiek te horen, de sfeer van verwachting en het je voorstellen dat al deze mensen vroeg in de ochtend zijn opgestaan om zich in mooie kleding naar het Concertgebouw te begeven. En natuurlijk sinds Corona, voel je dan ook mee, dat de zaal ineens leeg is, de enkele musici die wel spelen dan voor zichzelf applaudisseren, en de eerste keer na de lockdown dat het weer wel kon voor publiek, was het zó euforisch en jubelend: een moment dat ik echt ervaarde: mensen hebben andere mensen nodig om te delen en schoonheid te vieren: mijn ‘kerkgevoel’, voor op de zondag.

Wanneer de presentator in 10 minuten tijd door de trappen van het gebouw van de Spiegelzaal naar de Grote Zaal loopt, dan zet hij muziek op, die anticipeert op wat komen gaat. En nu gebeurde het bijzondere, iets wat muziek kan en ook geuren: ik was plotseling in dat bijgebouwtje naast de kerk aan de Jacobslaan in Nijmegen, nu allang afgebroken en plaats gemaakt voor een gezondheidscentrum, waar ik op Zaterdag op balletles zat. Het was op de balletschool Elly Charlotte van Dijk en het moment is, dat ik in de kleedkamer was waar ik mijn zwarte leren balletschoentjes met elastiek aandeed en dan de zaal inging. Dat half-glanzend zeil op de vloer, de bar aan weerszijden, laag licht door de ramen, andere kinderen om je heen.

De ene klas ging naar buiten en de andere naar binnen en ik denk dat zij onderwijl dus elke week dit muziekje opzette: de Sonate voor piano van Haydn in C, nr 40 en ik zie nu dat deze ook Allegro Innocente heet. Wat is er toepasselijker om met deze muziek als balletjuffrouw al die kinderen om je heen, in hun zwarte balletjurkjes met elastieken bandjes en rokje eraan genaaid om je heen te zien huppelen, druk babbelend , alvorens je ze zo meteen tot zwijgen maant en je hun plié's, de 1e, 2e, 3e positie enzovoort aan de bar laat oefenen?

Ik was helemaal niet goed in ballet, té gedisciplineerd, denk ik, dat lichaampje dat exact zó moest doen en zijn als hoorde bij de de passen. Maar ik was er wél dol op. Het hoort tot mijn meest dierbare jeugdherinneringen: de voorstellingen in een afgeladen Schouwburg, vol ouders en familie en daar oefende je dan maanden voor, elke zondag in een gymzaal van een school die zij daarvoor had afgehuurd. Drie keer heb ik meegedaan, een avondvullend programma waar alle leerlingen van haar school aan meededen en in de tussentijd, voordat je zelf opkwam,  liep je in de kleedkamers en je moest met je groep in de trappenhuizen wachten voor opkomst en hoe dichterbij het podium, hoe stiller je moest zijn.

Het eerste jaar waren het kinderliedjes, ‘Tussen Keulen en Parijs’ was het liedje, waarop mijn groepsdans gemaakt was, de tweede keer was ik een viooltje in een bloemenbed en het ging over een fee in een mooie tuin, die alle bloembedden om haar heen tot leven wekte. En het derde jaar was ik landloper in een schilderij, waar een tovenaar alle schilderijen  uit de lijst liet komen. Voor de rest, buiten je eigen dans om, stond je dus stil in de lijst en keek je de donkere zaal in, waarin ik me verbeelde dat ik de bril van Moeder zag oplichten. Landloper zijn, met zo’n stok en een zakje en rondzwerven in de natuur; dat gevoel van vrijheid heeft zich sindsdien in mij genesteld. 

Wat heel bijzonder was die Elly Charlotte van Dijk, gewoon maar in een provinciestad in het land. Maar haar dansschool gaf wel toegang tot de nationale dansopleiding, ik herinner me dat ze enige ster-leerlingen had. Eigenlijk net zoals in de film Billy Elliot. Na jaren ben ik er toen afgegaan, ik werd tiener en ging toen kort op jazzballet bij haar school, maar dat was het ook niet helemaal.  Maar mijn zusje ging ook op klassieke ballet, en toen zat ik in het publiek, een jaar was ze een muisje rondom een grote kaas. De creativiteit van Elly Charlotte van Dijk ging maar door, ze herhaalde zichzelf niet. De schouwburg was niet meer beschikbaar, het verhuisde naar de theaterzaal van het cultureel centrum. Wat leuk, dat deze herinneringen er nu zomaar zijn, door muziek.

zaterdag 8 januari 2022

Over verhalen van Jens Christian Grøndahl

In dit blog vind ik het terug: ik ben fan geworden van de schrijver Jens Christian Grøndahl in 2009 middels het boek Veranderend Licht. Nu zie ik dat dit vooral komt door zijn lucide beschouwende waarnemingen van de ‘ik’ die mijmert en zichzelf zo door het leven draagt. Maar Grøndahl heeft zichzelf vernieuwd, heb ik nu ontdekt in zijn laatste verhalenbundel uit 2021: Dagen Als Gras. De personages mijmeren niet meer over zichzelf en de wereld, ze leven ‘gewoon’ en Grøndahl vertelt wat ze  zoal  meemaken. 

Soms zit je in een helicopterview en krijg je een beeld van het liefdesleven van een actrice van toen zij jong was en nu bedaard en als rijpe wijn, zoals in het verhaal ‘Edith Wenger’. Een ander verhaal heeft de stijl van een detective: een man verdwijnt aan zee en de rechercheur kampt met het gegeven dat zijn  vrouw met zijn kinderen hem plotsklaps heeft verlaten in ‘Ik ben de zee’. De titel van het verhaal onthult tegelijk de poëtische onderlaag, die zonder extra woorden er dan toch in verweven zit. Er is een verhaal van een predikante, in haar eerste baan, waar de mensen in die eerste gemeente haar aansporen om iemand te vinden en zich verwonderen dat zij nog alleenstaand is, ze is immers zo’n leuke vrouw. Maar zij weet dat ze zich niet makkelijk laat gaan, totdat ze een onhandige man ontmoet in haar vakantie in Berlijn, die beeldend kunstenaar is. Maar het word geen happy end: in vijf weken tijd bloeit de liefde en gaat die ook weer en het verhaal heet: ‘Vaarwel’.

En dan is er ‘Villa Ada’: een verhaal dat in Rome speelt, die begint met de zin: ‘Onze zoon was 15 toen hij ons verliet’. En jij, als lezer komt in een huwelijk dat niet meer werkt, waar beide niet het vermogen hebben om patronen te doorbreken, dan verdwijnt de zoon die in een oude villa in Rome zijn nieuwe thuis heeft gemaakt, te samen met illegale vluchtelingen, er komt een media-hype waar men het opneemt voor deze ongedocumenteerden die zouden moeten blijven en als alles voorbij is wonen ineens zijn vrouw en zijn zoon ver van hem vandaan.

De verhalen zijn… als een reportage, je ziet de verstrengeling van de personages met hun functie, wie zij geacht worden te zijn, hun persoonlijke leven en emotie en een  maatschappij die duwt en trekt en eigenlijk heel erg bepaalt wie iemand kan zijn en wie iemand wordt. Het lijkt een verwerking van de ervaring dat je aanvankelijk denkt dat wat je meemaakt en hoe je denkt, dat dit zich afspeelt in het persoonlijke, particuliere domein en dan ineens zie je dat je ook en wellicht vooral een deel bent van een groot krachtenveld om je heen, op alle fronten en in alle lagen.

Tenminste: zo lees ik Grøndahl nu en zie daarin dat dan de tijd van heldere zelfreflecties een fase zijn in een proces naar een groter geheel. Ik herken dat wel enigszins. Vroeger kon ik eindeloos denken over van alles op een enigszins filosofische en beschouwende wijze: Waarom, waarheen, waartoe, wat nu? Tegenwoordig leef ik gewoon en denk niet zoveel meer na. Of misschien doe ik dat wel, maar valt het me niet meer op omdat je meteen jezelf en oude gedachtegangen tegenkomt, je hoeft ze niet meer te verzinnen of te ontwikkelen…

Zo meteen op de fiets om de booster-prik te gaan halen. Áls die verstrekt wordt. Ik ben benieuwd. Want na de bevestiging van de afspraak stond er dat ik een mail kon verwachten met instructies e.d. Maar ik heb niks ontvangen. Zul je zien, dat als ik het nu niet krijg, ik ga klagen dat alles toch maar slecht geregeld is door de overheid en het je wel erg moeilijk wordt gemaakt en dat dit het vertrouwen schaadt. Als alles zo meteen oké is, zal ik geneigd zijn te zeggen dat het weliswaar niet volmaakt geregeld is, maar het toch allemaal wel meevalt en de machinerie wel draait en dat er overal foutjes worden gemaakt. Een voorbeeld zoals in deze nieuwe verhalen van Grønddahl: ik word zomaar, door de omstandigheden om mij heen, verontwaardigd of mild. 

PS: Ik zit in de observatieruimte na de boosterprik met Moderna. Het is erg rustig en ik ben content.

donderdag 6 januari 2022

Wintergasten, en het poppetje ‘vreugde’

Fijn om weer de zon  te zien opkomen tussen de bomen, terwijl er een dun vliesje ijs op het  water stond en het gras zacht knisperende onder mijn voeten. Gisteren een heldere sterrenhemel. En ik draag het beeld  met mij mee, dat ik in de Hoge Veluwe wandelde, van het pad af, en terechtkwam in het gebiedje waarin de zomer, altijd wild te zien is. Nu stond  ik er zelf dus middenin en zag dat er een schuilhutje gebouwd was met een camouflage-net over de dunne spleet waar je een verrekijker  op zou kunnen zetten om alles nog dichterbij te halen. Het meest grappige was dat ik er struinde en dat in de verte een hert mij aan het volgen was. Vlaktevoren zag ik een donkere stip en die draafde ineens weg, was het een wild zwijn!

Een verrekijker, ergens middenin, om beter te kunnen kijken en scherper waar te nemen: Het programma Wintergasten met Janine Abbring had deze rol, de afgelopen dagen. De eerste uitzending was op 27 december en toen elke avond één en ze zijn alle vier nog 10 dagen te zien vanaf de uitzenddatum. Wat alle vier de gasten, respectievelijk wetenschapper Yuval Noah Harari, performance-kunstenaar Marina Abramovic, schrijver Colson Whitehead, en beeldend kunstenaar Grayson Perry gemeen hebben, is dat zij bewust niet in een bubbel willen leven en bereid zijn eigen geblazen zeepbellen zelf te doorprikken. Het leverde echte gesprekken op omdat Janine Abbring met haar goede voorbereiding soms net de juiste vraag stelde door iets uit de achterkamer van iemand op te diepen, zodat de ander ook verrast werd. Het minst lukte dat bij Marina Abramovic, die gewoon zelf graag haar verhaal uit haar jeugd vertelde en zelfs een keer zei: Laat mij uitpraten! Het zij haar vergeven, haar laatste performances bestaan juist in het zoeken van de stille ontmoeting met willekeurig elk ander.

Wat me bij is gebleven in het gesprek met Yuval Noah Harari is het stukje uit de animatiefilm die hij laat zien, waar alle gevoelens in ons, zoals vreugde, angst, verdriet, woede, jaloezie enzovoort als poppetjes om de voorrang strijden en dat wij daar zelf weinig controle over hebben. Het plot is,  dat vreugde denkt de belangrijkste te zijn, als het ware de kern van wat wij ‘vroeger’ dan onze ziel zouden noemen, maar dat is niet zo, meent hij, ze zijn allemaal evenzeer aanwezig. Ik ben het daarmee eens, je moet het allemaal in jezelf gewaar worden, maar ik denk wél dat het mogelijk is, om zelf een poppetje te versterken, te voeden, ruimte te geven en zo zou ‘vreugde’ wel de boventoon kunnen voeren. Yuvals grootste levensfeit dat hem doet zeggen dat een mens zichzelf niet kan kennen is, dat hij zelf pas relatief laat in zijn leven erachter kwam dat hij homoseksueel  is, terwijl dat zo’n belangrijk en wezenlijk gegeven is. Het zegt mij, dat er inderdaad heel veel weerstand kan zijn van al die andere poppetjes in je, om die ene te laten verschijnen: zo complex is het mensen-leven wel…

Grappig was dat zowel Yuval als Grayson Perry over hun langdurig liefdesrelatie zeiden, dat het niet zo is dat er ergens een ideale ‘soulmate’ is, elkaars  perfecte puzzelstukje dat naadloos past: je doet het met iemand die goed genoeg is, en dan is het voor beide vervolgens heel hard blijven werken, elk ogenblik opnieuw, en niks voor lief nemen. De partner van Grayson is psychotherapeute en volmondig zegt ze, dat hij daar veel plezier van heeft. Zij: dat is Claire met wie Abbring praatte, want  al als kind trok Grayson graag vrouwenkleren aan, lang voordat hij het woord ‘travestiet’ kende. Grayson Perry was voor mij een ontdekking; hij maakt grote wandkleden en potten, hij ontwerpt veel van zijn kleurige kleding zelf, maar werkt ook graag samen met beginnende ontwerpers. Er zijn veel filmpjes van hem op YouTube en ik hoop ooit werk in het echt te zien. Ik heb mijn kans gemist, hij was in 2016 in het Bonnefanten Museum en vriendin W. was zelfs, geloof ik, bij de opening, omdat haar zus er conservator is. Ik weet nog dat zij enthousiast foto’s liet zien, dat triggerde toch te weinig, ik ben niet gegaan. Het is dat bruisende brein dat ook zomaar emotie en kwetsbaarheid laat zien in die sprankelende Claire, die mij nieuwsgierig maakte. Claire beleeft de wereld milder dan Grayson als man in een ruitjes-blouse, dan hangt er meer somberheid. Welke poppetjes in je geef je vrij spel? …

En dan Colson Whitehead: wat een sympathieke en warme man, weer zo’n schrijver die mij totaal is ontgaan, terwijl hij ook schrijft over de geschiedenis van de slavernij in Amerika, een ‘hot item’. Hij put ook uit ‘comics’, de voorlopers van de graphic novel , tv-series als de ‘Twilight-zone' en David Bowie is zijn held omdat deze steeds weer zichzelf nieuw uitvindt. Colson benadrukt het wezenlijke belang om verhalen te vertellen, maakt niet uit waar en hoe, en daarin te leven: fictie als bewaarder van zowel onze verlangens en dromen en herinneringen. Ik las van hem ‘The Underground Railway’: zoveel gruwelijke details die slaven hebben meegemaakt: daar zijn mensen toe in staat, gedreven door begeerte, lust, expansiedrift en dat alles als gewoon gesanctioneerd in de toenmalige samenleving. 

Ja, het zijn die poppetjes die overal onverwacht aanwezig kunnen zijn, zoals een wild zwijn en een hert, Wintergasten op de tv en aan huis, zoals er nog altijd een bosmuisje meestal onzichtbaar hier binnen rondscharrelt. Een keertje vloog ze weg van de tafel, broodmager, dat wel, de keuteltjes die ik in de ochtend vind worden ook steeds kleiner. In feite ben ik bezig om haar uit te hongeren... Nou ja, milder gezegd: haar aan te sporen om ergens anders een domicilie te vinden…  Ja, zo besluit ik dit voor poppetje ‘Bosmuis’. En in mezelf wil ik blijven gaan voor het poppetje ‘Vreugde’.

zondag 2 januari 2022

All about love

Het geeft wel een soort van tevredenheid om op één dag, één boek ongeveer van kaft tot kaft te hebben gelezen. Het markeert zo’n dag en geeft het iets unieks. En nu is het boek dat ik vandaag las ook best wel passend bij deze dag: de tweede dag van het nieuwe jaar en een zondag, en het boek was: All about love, new visions van bell hooks. Mooi toch, een boek dat vertelt over de ervaring van liefde die er alleen is als de communicatie wederkerig is, zonder macht, zonder een leider en een volger, in dit nieuwe ronde jaar met wederkerige cijfers: 2022.

bell hooks schroomt niet om liefde die écht is en dus ook altijd transformerend is, ‘spirituele liefde’ te noemen, al vond ze dat hoofdstuk tegelijk het moeilijkst om te schrijven. Het geloof in de liefde die onder  alles zit, die aan ons vooraf gaat, waaruit we kunnen putten, die is divine, goddelijk dus, en door daar telkens naar terug te keren en ernaar te verwijzen, wordt liefde vitaliserend en zal deze altijd energie geven.

Je zou al gauw kunnen zeggen: fijn, dat is weer zweven en heel gratuit, hoe moet dat dan eruit zien en hoe blijkt dit dan? Gewoon maar in een tussenzin zegt ze, dat de meesten van ons in een westerse samenleving, gericht op materie en welvaart, denken dat wanneer we zorg geven aan elkaar en een beetje affectie en aandacht, er dan sprake zou zijn van een liefdevolle relatie. Nou nee, zegt ze, want daarmee is zo’n relatie gewoon ingebed in een maatschappij die denkt in goederen, voor-wat-hoort-wat en de partners hebben dan alleen als criterium: haal ik er genoeg voor mezelf uit, wordt ik er beter van, geeft deze relatie mij aanzien en word ik nu voor vol aangezien? Want dat is wat telt in een maatschappij waar materie en denken in winst en verlies belangrijker is dan echte betrokkenheid en verbinding.

In haar ogen kan er in een relatie, en dan gaat het niet alleen om een romantische relatie, maar om alle interactie tussen mensen,  nooit sprake zijn van een status quo, want dat impliceert een verdeling van de macht. Maar macht sluit liefde uit. Ooit meldde ik in mijn gedachten over liefde: Liefde is geen pakketje dat je van de ene aan de ander geeft en waar je dan gaat wegen of de pakketjes even zwaar en groot zijn, het is geen goederenvervoer. Het was een theologische scriptie dus ik stelde voor om het christelijk gebod om elkaar lief te hebben, te veranderen in: ‘We beheren elkaar’. Je buigt je met elkaar, naar elkaar en zo, over elke zaak die je tegenkomt, die je dan samen beheert en zo al doende ook elkaar beheert. Dus liefde is altijd in beweging en transformeert elk klein eigen ikje: je bent bereid en het gaat eigenlijk vanzelf, om af te zien van eigen gewoontes en zo kom je uit je comfortzone.

Enfin, dat klinkt natuurlijk heel vaag … Het boek van bell hooks is al 20 jaar oud, maar het bracht mij terug naar eigen kerngedachten en het is altijd fijn om een zielsverwant te treffen. Haar analyse zit heel kernachtig ook in dat nieuwe liedje van Adele I Drink Wine: ‘We are in love with the world, but the world just wants to bring us down, by putting ideas in our heads that corrupt our hearts somehow’. In alle gebieden, van werk tot privé, worden we gedegradeerd tot objecten en worden we gemeten of we wel genoeg van nut zijn, winst maken, productie leveren… We zijn zo cynisch geworden dat we denken dat het nou eenmaal zo is en zo hoort. Maar… máár, en toch, en toch…