woensdag 31 december 2008

Oudejaarsavond 2008

Wat zijn er toch veel mooie, lieve liedjes die het hart verwarmen... Rondom Kerst zag ik op YouTube: The cute animal christmassong: Al is Kerst voorbij, met dit nummertje kan je elk moment van het jaar weer in een goede stemming komen.

Zonet hoorde ik een verzamel cd, die je geest ook naar grotere hoogten doet stijgen. Wals van de liefde,van Toon Hermans. Boven op de berg van Bram Vermeulen: 'Boven op de berg heb ik geleerd, dat je nooit alleen bent, wanneer je samen bent met jezelf.' Senor uit de Missa Creola van Mercedes de Soza. Zoals altijd geldt: wie de ervaring niet kent, vindt het vaag en wellicht zoetsappig. Wie weet waar het over gaat, weet zich al luisterend een met de zanger, de woorden en de melodie...

Betekenissen schuiven ineen, door zo'n compilatie. Fields of barley, oorspronkelijk van Sting, gaat dan niet alleen over gele korenvelden. Het ruisende gele graan krijgt de rijkheid van oogst en vruchtbaarheid, van ruimte en mee waaien met de wind en alles waarmee deze bezwangerd is.

Zo is het eigenlijk met alles. Het wordt wat door de contexten waarin je het plaatst, de intentie waarmee het gebeurt. Neem nou zo'n oliebol, die iedereen alleen eet op deze avond van het jaar. Van buiten bruin en wat knapperig, van binnen zacht en dampend, een beetje veerkrachtig, gevuld met rozijnen en sukade. Zo'n bol maakt gelukkig op een avond als deze.

Het eerste kleurige vuurwerk knalt wat in de verte, uren en seconden wordt je je bewust gewaar, ze gaan ergens naar toe, naar een Nieuw Jaar, een nieuw begin... Elke avond eindigt zo in de nacht, op weg naar een nieuwe dag. Maar vanavond telt het, tellen we, we tellen met zijn allen, de hele wereld telt. Omdat we allemaal hopen dat het mogelijk is om opnieuw te beginnen: Op een berg, een glanzend geel korenveld, in een walsje van de liefde...

We happen in een oliebol bepoederd met witte suiker: wil jij mij bepoederen, in me happen, van mij genieten, zo zegt het aankomende nieuwe jaar: Gelukkig 2009... Dat mijn komst je de mogelijkheid zal geven om met de ogen van een pasgeboren baby naar de verte te kijken.

maandag 29 december 2008

Aangekleed en uitgekleed

Gisteren belandde ik in een middeleeuws tentenkamp aan een waterplas bij Bussloo. Overal rondom, tussen de bomen en de strandjes waren kampementen opgeslagen met kampvuurtjes waar ketels water boven kookten en mensen in middeleeuwse kleding en hun moderne bezoekers van nu, zich aan verwarmden. Er werd overnacht in kleine tentjes vol schapenvachten en de middeleeuwers zagen er bemodderd, koud en stoer uit.

Het betrof een middeleeuws festival, ook heel leuk voor kinderen, want je kon er zwaardvechten, boogschieten, met lansen leren aanvallen, brood bakken boven het vuur, speksteenkettinkjes maken, valken laten vliegen, op de midwinterhoorn blazen, als een ridder mee doen aan steekspelen. Jonkvrouwen en heren reden er op paarden en er liepen zowaar twee Kapucijnen monniken, zodat ik me er helemaal thuis voelde. De namaak loopt ook altijd op Carnaval rond.

Het is vreemd om me dan te realiseren dat ik ze wekelijks in het écht zie, deze bruine monnikken met kap en een wit koord. Ze komen uit de middeleeuwen, zo is het. De tijd van de lange gewaden of de nar-achtige pakken met majo's en puntschoenen. Er wandelde ook een troubadour rond met een muts met een Jakobsschelp er op: symbool van hen die de lange pelgrimsroute naar Santiago de Compostella liepen.

Zo'n detail laat zien dat velen op dit festival ook werkelijk een beetje leefden in de middeleeuwen. fantasy, science fiction, Second Life: velen creëren een dubbelgelaagde werkelijkheid om zich heen en leven zich daarin uit. Iedere lezer van boeken doet natuurlijk hetzelfde. Je leeft even mee met figuren die in een hoek van je geest helemaal werkelijk en levend worden.

Ik vind het wel een uitdaging om je wereld helemaal uittebreiden en uit te kleuren in een explosie van gedragingen en vormen en tegelijkertijd die wereld ook weer heel dun te maken, dat er bijna geen substantie meer over is.

De Italiaanse beeldhouwer Giacometti (1901-1966) deed dat. Hij maakte heel dunne, langgerekte figuren die ik voor het eerst zo'n dertig jaar geleden in Florence zag. Ook tekeningen van mensen met holle ogen, die je aanstaren, getekend alsof je hem al tekende ook steeds met een gum bezig ziet.

Alsof hij op onderzoek uit is: hoeveel kan ik weghalen van deze figuur, wil het nog menselijk overkomen? Wat in de verschijningsvorm, maakt iemand tot een mens? Wanneer is iemand present en wanneer niet meer? Bij Giacometti heeft dat iets met de blik te maken. De figuren van Giacometti lopen ergens heen, ze kijken een verte in die blijft, ongeacht of jij daar zelf ook nog in bent. In sommige tekeningen kijkt de afgebeelde als het ware dwars door je heen.

Giacometti brengt je terug naar een soort bestaansminimum. Zijn figuren roepen de vraag op: wie ben je als niemand je meer ziet, wie en wat draagt jou verder?
De antwoordden zijn zo divers en kleurrijk, zoals wanneeer je je adem blaast in dunne kleurige velletjes en daar bossen ballonnen uit voortkomen die je uiteindelijk de lucht in tillen. Dus wie wil je zijn als je jezelf aankleedt?... Een ridder uit de middeleeuwen, een monnik, een forse dame als een soort priesteres of lid van een beeldhouwersgilde... of heel iemand anders? Wat doe jij aan als je je bed uitstapt?

Maar meer nog: wie ben je als je jezelf uitkleedt en er alleen maar een soort skeletachtig geraamte over is, een soort kapstok waar ooit alles aan hing, wie ben je dan ?

zaterdag 27 december 2008

Liefde en Licht

Kerst... een vreemd mengsel dit jaar van broosheid, fragiliteit, muziek, verlangen naar licht, warmte, bulderend lachen en een brok in de keel. Nichtjes oefenden in de activiteitenruimte van het ziekenhuis cello en saxofoon. We zongen kerstliedjes in de hoop dat Vader er wat van mee kon maken. Maar Vader lag moe in foetushouding in bed en bij een beetje wat stemmen, vroeg hij of het zachter kon.

Uiteindelijk bij zijn bed zong Nichtje loepzuiver en zacht op de melodie van Perhaps Love van John Denver:
Misschien ooit worden de dromen, die mensen dromen waar
en kan het ervan komen dat we houden van elkaar
want diep in ons verscholen leeft hoop en wordt vermoedt:
het kwaad zal het verliezen van het goed...

We zijn gegaan, de familie en we hebben een foto van onszelf gemaakt, zodat hij de volgende dag kon zien dat we geweest zijn.

Bij de viering op tweede kerstdag bij de zusters Clarissen heb ik een lichtje voor hem onstoken en in de kring van lichtjes gelegd en hem hardop bij naam genoemd. ´Voor mijn vader Frans Kho Mariakasih. Dat hij de weg mag vinden naar het Licht...´

In het Afrika Museum swingde een Ghanees koor de pan uit. Ook daar is het Kerst, meer dan het publiek misschien doorhad. Iedereen zong mee en swingde op een onduidelijk soort Afrikaans, dat wel leek te eindigen met 'Jesu dit...´ En wát zei Jezus eventueel? Het eindigde met Allelujah. Als Andries Knevel ineens was opgekomen had niemand van Nederlands welvaren dat daar aanwezig was, wellicht mee gezongen en gedeind.

Thuis naar de extended versie van The Lord of the Rings gekeken. Frodo die halverwege onderweg zegt tegen Gandalf, de wijze tovenaar. 'Ik wou dat de Ring nooit naar mij toe was gekomen... waarom ik?' Gandalf antwoordt: ´Je kunt de omstandigheden in je leven niet kiezen. Het gaat erom wat jij doet met de tijd die je gegeven is en met wat er op je pad komt.´

Dat Frodo, de Ringdrager is, daar kan hij gedeeltelijk niks aan doen. Alhoewel hij zelf degene is, die wanneer hij iedereen om hem heen ziet ruziemaken, de Dwergen en Elfen en Mensen, ineens spontaan zegt: 'Ik zal de Ring wel naar Mordor brengen'. Geen weldoordachte keuze die door wikken en wegen tot stand is gebracht. Het gebeurd aan hem, deze weg die hij op gaat. Onomkeerbaar, wil hij zichzelf niet verloochenen.

Zoiets is het als er liefde, in welke vorm dan ook, op je pad komt. Je zegt JA, zonder weet te hebben wat dat gaat betekenen. Je weet wel dat je iets in jezelf verloochent als je NEE zou zeggen. Wat is dat 'iets' dan?...

Het is alsof iets uit de diepten van jezelf weerklinkt in dat wat op je weg komt. Iets wat hoort bij je eigenste eigen, je binnenste binnen. Er een kern in je vlam vat en je doet gloeien en laat voelen wat jouw eigenlijke bestemming is. Liefde: Het kwaad zal het verliezen van het goed, in de woorden die Nichtje zong voor Vader... Liefde en Licht.

donderdag 25 december 2008

Blauwe vogel

Ze schijnen hier bij het klooster echt rond te vliegen: ijsvogeltjes rondom het Wiel. Ze bouwen hun nesten in de kanten van de sloot en scheren zo laag over het water. In de zomer trillen ze met bijna onzichtbare vleugeltjes boven het spiegelend wateroppervlak, op zoek naar een visje. Blauw zijn ze, of zwart-wit en ook in het buitenland schijn je ze zó te herkennen.

In Canada heb ik er misschien eentje gezien. Ze heten daar kingfisher. Ze brengen geluk, zegt men. Misschien dat het sprookje van de blauwe vogel op het ijsvogeltje is geïnspireerd. Zo'n beestje dat je meestal niet ziet, en als je het ziet en tot het besef komt dat deze het wellicht was, is het alweer weg. Zoals dat met geluk ook vaak gaat. Als het weg is, weet je dat het er was...

Het sprookje van de Blauwe Vogel is van de Belgische schrijver Maurice Maeterlinck, zo meldt Google. Toch heb ik het idee dat het ook een Chinees sprookje is, dat ik heel lang geleden ooit tot me genomen heb. Ik zie zo'n ouderwets poesieplaatje voor me, van een lichtblauwe vogel die over landerijen scheert en dat ik toen al wist: dat is de vogel van het geluk.

'Elke vogel zingt zijn lied'... zong Vader pas nog mee met Nichtje. Het lied van geluk van de blauwe vogel, die gezocht wordt door een broertje en een zusje in het sprookje van Maeterlinck blijkt uiteindelijk dicht bij hun huis te liggen. Ze doorkruizen daarvoor eerst het Land van de Herinnering, het Paleis van de Nacht, Het Woud, De Begraafplaats en het Koninkrijk van de Toekomst. Als reisgenoten hebben ze: een kat en een hond, Bezield Vuur, water en brood.

Ze zoeken de blauwe vogel voor hun zieke nichtje en hopen dat ze zo weer beter wordt. Uiteindelijk lijkt de tortelduif bij hun in de buurt blauw, maar alvorens ze het werkelijk kunnen controleren, is ze alweer ontsnapt... Of hun nichtje beter wordt? Ik weet niet of het sprookje daar echt een uitslag over geeft.

Ach, we associëren geluk met: gezond zijn, liefde ontvangen. Beide hebben we niet zelf in de hand. We hebben ons maar over te geven aan wat komt op ons pad. We doorkruizen, zoals in het sprookje allerlei verten, zowel de herinnering als de toekomst, de nacht en de begraafplaats...

Het enige dat we wel in de hand kunnen hebben, is liefde geven. Iets laten stromen van warmte, vreugde, genegenheid, verbondenheid, ongeacht de omstandigheden. Dan scheert de blauwe vogel, het ijsvogeltje, in eén oogwenk, die ene keer als je met je wimpers knippert, voorbij. Dit is wel een ware Kerstgedachte, zo vroeg in de ochtend van deze eerste Kerstdag.

woensdag 24 december 2008

Kerstavond 2008

In het klooster komen stapels en stapels kerstpost binnen. Zonet postkamertje gespeeld; post gesorteerd en postzegels plakken op alle enveloppen die weer de deur uit moeten. Ondertussen praat je wat met zuster H. die hier drie keer in de week de telefoon aanneemt en naar de voordeur loopt als de bel klingelt, en met W., een andere leek, huisarts, die hopelijk deel gaat uit maken van de nieuwe leefgroep.

Vaak, in het klooster praat je dan tijdens zo'n klusje, over zaken die een ieder aangaan. Nu ging het over alles wat er misgaat in de gezondheidzorg en het ziekenhuiswezen. Hoe mensen opgedeeld worden door specialisten in het deelgebiedje waar ze toevallig alles van weten, zonder maar een beetje acht te slaan op het geheel. Hoe ouderen door de snelheid van jongere verpleegsters letterlijk het eten uit de mond wordt genomen.

'Zegt de verpleegster tegen mij: Uw moeder weigert om te eten! Zeg ik: hoe kan dat nou; ze lust alles , ze weigert nooit eten, probeert altijd alles. Zegt de verpleegster terug: toch heb ik gelijk, kijk maar ze heeft het eten met geen vinger aangeraakt. Dochter vraagt aan moeder of dat zo is, dat ze geen trek had. Zegt moeder: ik kreeg de deksel niet van het eten af.'

Leuk mopje, maar echt gebeurd. De deksel op het eten was te zwaar voor de fragiele handen van moeder. Zie je het voor je? Drukdoende verpleegster haast zich langs het bed om alle dienbladen weer weg te halen. Geen woord voor degene die in bed ligt, daar heb je het even te druk voor. In alle snelheid til je de deksel even ervan af en ziet dat het eten onaangeroerd is. Mens in bed kan niet eens meer wat zeggen, want verzorgende is alweer foetsie.

Gisteren gelukkig ook het tegendeel meegemaakt. Vader lag in diepe slaap en dat gun je hem zo, dat hij uitrust. Verpleegster komt voorzichtig binnen en zegt: 'Sorry dat ik stoor... maar ik ga even de suiker bij hem prikken... Ik ben bang dat het te laag is en dan komt hij in een hypo'. Ze prikt en ze heeft gelijk. Vader had een sondevoeding overgeslagen en als zij er niet was geweest, dan was hij langzaam in een coma gezakt...

Ach, het is zo'n fragiel evenwicht, bij Vader. Een ieder leeft van de ene zorgvuldig uitgepakte kerstwens naar de andere. Het gaat niet meer om stromen post, die als in een postkamer verwerkt kunnen worden, inkomende en uitgaande stromen. Het gaat om één enveloppe, die je per keer voorzichtig uitpakt. Om dat korte gevoel van verwondering, elke keer weer: kijk, het is nog mogelijk, eventjes nog een moment van helderheid en er helemaal zijn. Eventjes maar... Kerst..




PS: Vorig jaar om deze tijd was ik ook in het klooster. (Zie blogje In het klooster, 24 december 2007) Waar zal ik volgend jaar om deze tijd zijn? Hoe ziet de wereld om mij heen er dan uit? Natuurlijk hoop ik dan nog steeds op 'tekens van leven'... (Zie blogje: Anders dan eerder, dec. 2008).

dinsdag 23 december 2008

Narnia

Gisteren in het wijkcentrum de film Chronicles of Narnia bekeken. Zo'n echte kerstfilm met de juiste ingrediënten: het loopt allemaal goed af, het kwaad wordt bestreden en het goede overwint, liefde en saamhorigheid vieren hoogtij. C.S Lewis, de schrijver van Narnia stond bekend als een belijdend christen en voor wie wil, ligt de symboliek er duimendik bovenop.

Er is een land bevroren in kou en sneeuw, het is al honderd jaar in de ban van een boze sneeuwkoningin. Er is een voorspelling dat het land ooit bevrijd wordt; het weer lente wordt en Aslan de oorspronkelijk leeuwenkoning weer zal regeren. Aslan offert zich op, a la Jezus en verrijst ook weer a la dezelfde. Maar ja, wat heb je eraan om zó te kijken?

Ik keek onder wel zeer speciale condities. R. de vrijwilliger zei: 'Ga jij maar lekker filmpje kijken, ik doe de bar wel'. Dus naast me was hij bezig met de koffie, de pils en andersoortig spul, barpraatjes en dergelijke, terwijl ik me concentreerde op de film. In de reclamepauzes spoedde ik me richting afwasmachine en vulde de drank bij, om hem toch zoveel mogelijk te ontlasten.

Dan zit je als het ware in twee werelden: die van de mensen in het wijkcentrum, die mij ook lekker met rust lieten en hoogstens vroegen of het een mooie film was, en de film, die ik toch met een beetje brok in de keel tot me toe liet. Waarom? Misschien omdat je zo consequent meekeek door de ogen van de vier kinderen in de film, met name de jongste Lucy, een meisje met grote heldere ogen, nieuwgierig, alert en zo vol vertrouwen.

Zo leert ze, wanneer ze voor het eerst door de klerenkast heenvalt in het besneeuwde land van Narnia, een faun kennen Tumnus, met ontbloot bovenlijf en bokkenpoten. Ze gaat thee bij hem drinken (de film is ook zo heerlijk Engels!) en Tumnus zegt in zijn huis vol kaarsen dat hij een ontzettende hekel aan zichzelf heeft.

Waarom, hoe kan dat nou? vraagt Lucy, ik vind jou aardig! Tumnus zegt dan: ik heb een hekel aan mezelf om datgene wat ik nu doe. Ik ben je namelijk aan het kidnappen in opdracht van de sneeuwkoningin. Lucy zegt: maar dat kán toch helemaal niet! Want we zijn toch vrienden! Tumnus spartelt nog wat tegen, dat hij niet anders kan en zo, maar smelt uiteindelijk. Hij brengt Lucy terug naar de lantaarnpaal, die weer naar de klerenkast leidt.

Zo gaat het verder in de film. Zou je met volwassen ogen kunnen denken dat die leeuw wel erg nobel en braafjes is, de ogen van de kinderen geven hem een oprecht soort adelijkheid. Steeds moest ik denken aan de Nederlandse computerboys, die deze leeuw geanimeert hebben. Ooit zag ik de making of. Hoe ze allerhande beelden van echte leeuwen geschuffelt en geremade hadden en gemengd met menselijke gezichtuitdrukkingen. Maar nog steeds: hij hield iets levensecht en vertrouwenwekkends.
R. keek af en toe mee en zag weer meteen dat die sneeuwkongingin niet te vertrouwen was, al toverde ze voor Edmond een hele doos met Turks Fruit. Het leek net alsof de film, zo in het wijkcentrum, door een korst van gewoonte en gebruiken heenbrak en je zomaar even kon voelen dat een ieder die daar was en overal en altijd, eigenlijk zich laat leiden door dit soort gevoelens: ben jij te vertrouwen? Kan ik mijzelf toevertrouwen aan jou? Zal de winter verdwijnen en het weer lente worden?

De brok in mijn keel werd waarschijnlijk veroorzaakt door dat besef: van minstens twee werelden waar iedereen zich ten alle tijden in bevindt: die van de buitenkant en die van het verlangen van binnen: naar liefde en saamhorigheid.

maandag 22 december 2008

Rublov's icoon

In deze tijd, zo vlak voor het Kerstfeest, waar de geboorte gevierd wordt van een bijzonder mens die niet meer weg te denken is uit de wereldgeest, is het wel leuk om aandacht te geven aan de icoon van Andrej Rublov, die Drieëenheid heet. In de christelijke traditie gaat het dan om God de Vader, de Zoon; die dus met de Kerst geboren wordt in een stal, en de Heilige Geest, die na het verdwijnen van Jezus van de aardbodem, altijd aanwezig is: Wind, Vuur, Passie, Begeestering.

Zonder al die christelijke betekenissen is de icoon ook te begrijpen en kan het een bron van inspiratie zijn. Engelen zijn al erg in, tegenwoordig. Ze vertegenwoordigen iets van onze eigen potentie: dat we tegelijkertijd hemels en aards kunnen zijn. Ze zijn tegelijk zo androgyn: je weet niet of ze mannelijk of vrouwelijk zijn. Op de icoon zie je drie engelen aan een tafel. Ze delen het brood: levensbrood.

Als je goed kijkt zie je dat elke engel naar een andere kijkt. Er onstaat iets van een voordurende stroom van aandacht en betrokkenheid op elkaar. Maar als je naar hun handen kijkt, dan zie je dat deze nét naar de andere engel aan de zijde gericht is, dan waar de ogen naar uitzien. Zo gaat de stroom dus twee kanten op: de ene linksom, de andere rechtsom: kijken en tasten gaan samen.

Zó krijg je vleugels, lijkt de icoon te zeggen. Er is een gezegde dat luidt: True Love is not gazing into each others eyes, but looking in the same direction. De icoon van Rublev is daar een mooie illustratie van. Een ieder kijkt dezelfde richting op en zo gaat het als water stromen. Ieder reikt ook, maar in omgekeerde richting : als het ware de oevers waar de stroom van aandacht in gebed is.

En zie: achter hen groeit een boom, de contouren van een huis zijn zichtbaar. Tezamen aan tafel, met een staf of eigenlijk meer een dunne tak in de hand: een ieder blijft gegrond op een eigen plek. Bij de twee engelen vooraan rust de ene voet op de aarde, terwijl de andere speels in de lucht wiebelt... ik wed dat dit voor de achterste engel ook zo is. Het is goed toeven wanneer ernst en humor, speelsheid en vastigheid, kijken en tasten, praten en stilte elkaar voordurend afwisselen; wisselstroom.