vrijdag 10 september 2010

Mooi plekje

Gisteren met vriend E. de tweede etappe gelopen van het Ludgerpad: Van Wichmond naar Hengel-o (Gld) , 9 km heen en weer terug. Het was een prachtige, prachtige wandeling. Net een gevarieerd plaatjesboek dat zich ontvouwde en op elke bladzijde stond iets anders. Groene weiden. Stukjes bos met metershoge varens. Verborgen paradijsjes van boerderijen. Stallen met glazige koeienogen die je aan keken. Gladioolvelden met rood en paars en wit en roze en in de verte iets wat een witte kerk leek en dichterbij gekomen een groot landhuis was, waar de Clarissen ook nog klooster hebben gehouden en nu, natuurlijk, een conferentieoord was geworden.

In Hengelo aangekomen stond de deur van de Remigiuskerk open, er klonk muziek en een man met gereedschap in de hand nodigde ons uit om vooral verder te lopen. We behoorden wellicht tot de allerlaatsten die dit kerkje nog in de oude staat konden aanschouwen, want er zou verbouwd worden. Het is een laatgotisch kerkje uit de veertiende eeuw, witbepleisterde muren waaronder wandschilderingen, waarvoor geen geld was om ze allemaal tevoorschijn te halen. Wat bijzonder was, waren de lichtgrijze kerkbanken die in een cirkel, helemaal van voor naar achter rond het centrale preekgestoelte gebouwd waren.

Ik vond het een heel, heel mooi kerkje dat me qua sfeer en bouw deed denken aan de Frauenkirche in Dresden, een ieniemini uitvoering daarvan. Wat jammer dat alle kerkbanken eruit werden gesloopt, al snapte ik dat wel met het tanende kerkbezoek en de ongemakkelijke, middeleeuwse zit van de kleine banken. Kent U het? vroeg ik een van de twee gepensioneerde klussers. Dat denk je dan, op een doordeweekse dag bij mannen met witte haren, maar misschien waren het de kosters. O, ja! zei hij verheugd .

Twee jaar geleden hadden ze met het mannenkoor daar een bezoek aan gebracht. Ze wilden heel graag zingen in die kerk. Eindelijk binnen, na in een lange rij uren in de regen gestaan te hebben, vroegen ze aan een suppoost of dat mocht. O nee!, een hele kerk bomvol schuifelend publiek, geroezemoes, geklik van fototoestellen, rondleidingen, geen sprake van, dat er gezongen werd. 'We waren teleurgesteld en toen zeiden we tegen elkaar: Weet je wat, we doen het gewoon tóch. We gingen in een hoekje staan en hieven een gezang aan. En toen werd het ineens muisstil. Muistil. Iedereen bleef staan en luisterde! Een geweldige ervaring!'

Ik stemde in en vertelde dat ik dat wonderlijke ook ooit zo had meegemaakt, toen we in een kring in het voorportaal in een kerk van Assisi waren gaan zingen en die kring dikker werd en mensen luisterden en meedeinden. Die ervaring van verbondenheid, die er dan zomaar is, dat gevoel van ontmoeting, zo mooi. Die man met zijn schroevendraaier in de hand en ik, we keken elkaar lachend in de ogen. Want ook het uitwisselen van deze anekdotes creëerde ter plekke eenzelfde soort verbondenheid als waar we aan elkaar over verteld hadden.

Het schoot door me heen, dat het toch typisch blijft, dat dit soort verhalen dan toch weer in een kerkje aan elkaar verteld worden. Je hebt een plek nodig voor dit soort verhalen en ervaringen. Zoals dit blog voor mij vaak zo'n soort plek is.

woensdag 8 september 2010

Onbekommerd

Vanochtend, terwijl de regen een soort grijs scherm van mijn tuimelraam boven maakte, keek ik naar de mussen in de toppen van mijn bamboe, nu op gelijke hoogte met me zelve. Ach wat ziet dat leven er toch onbekommerd uit. Ze houden conclaaf met elkaar, vliegen op en neer van hun nestgebied naar de bamboe en weer terug. Ze laten zich maar een beetje wiegen in de wind, met zijn tweetjes, drietjes, vijfjes, of alleen.

Onderwijl bladerde ik wat in De wijsheid van ZEN, tekst en illustraties van Tsai Chih Chung, dat voor een luttel bedrag al heel lang in de Slegte ligt en ook al lang in mijn bezit is. Grappige tekeningetjes in stripvorm van allemaal korte zenverhaaltjes of zenspreuken. De wijsheid van Zen is eigenlijk zo simpel dat je er vaak niet aan wil om het ook zo te houden: accepteer je leven zoals het is, er is geen hoog en laag, geen gradaties in wat van belang is, wees alert in het nu, in alle dagelijkse handelingen dáár gebeurt het: dat is alles.

Nu bleef mijn aandacht hangen bij het verhaaltje De stenen brug van Zhaozhou. Een mannetje loopt over een brug en zegt tegen zichzelf: ik dacht dat hier bij de Guanyin tempel de stenen brug lag, maar ik zie alleen maar een houten brug. Een zittende monnik, of zomaar iemand die daar zit, dat monnikzijn dat zie je niet af van het plaatje, zegt: Je ziet alleen maar de houten brug, de stenen brug, die zie je niet. O, zegt de andere, terwijl hij zichzelf op het hoofd krabt: 'Wat is dat dan die stenen brug?' Breed lachend zegt de andere:'Hij doet dienst voor paarden en ezels en alle andere 'verloren' mensen.' Op het plaatje loopt een hele horde mensen.

Elk stripje eindigt met een eindplaatje met eindkommentaar en deze keer staat er: 'De houten brug, die een vorm heeft beperkt zich tot het helpen van het oversteken van mensen tot een zeker punt. De vormloze stenen brug van Zhaozhou is de mededogende natuur van de bodhisvatta die alle wezens ten dienste staat.'

Daar kun je het dan weer mee doen op zo'n regenachtige morgen. Voor de mussen buiten zijn de wuivende toppen van de bamboe, zoals de houten brug. Hun onbekommerd gefladder op-en-neer wellicht de stenen brug. "Wees zorgeloos als de mussen in het veld" zei die andere 'wijsheidsleraar', Jezus. Zou mededogen in den gronde wellicht hetzelfde zijn als zorgeloos en onbekommerd zijn? Ik denk het wel, voor vandaag.

maandag 6 september 2010

Ab Klink

Hoe zou Ab Klink zich nou voelen?, vroeg ik me gisteren overdag af, toen ik nog niks wist van zijn aftreden. Voelt hij zich een overwinnaar omdat het beoogde rechtse kabinet door zijn toedoen toch definitief van de baan is? Opgelucht wellicht, dat dit via een onverwachte weg bewerkstelligt is? Maar in zijn eigen partij is hij van partijideoloog ineens een dissident geworden. Zijn visie, waarom niet, daar is het niet over gegaan. Zijn partij was gefixeerd op dat regeerakkoord, dat zij ook mee wilden beoordelen.

Het is een strijd geweest tussen zichtbaar en onzichtbaar en Ab Klink was als de onzichtbare man wiens essentie niet gezien is. Iedereen bekeek alleen maar de windselen en het verband waarmee hij trachtte aandacht te vragen voor de onzichtbaarheid van een wereld die veranderen zou als dat regeerakkoord zou worden uitgevoerd.

Want wat bleek? Er lag een regeerakkoord waar rechts zich de vingers bij zou aflikken en die voor 90 procent het CDA-program zou bevatten. Daar ga je dan toch voor als CDA? Maar voor Ab Klink was het alsof je je ziel aan de duivel verkoopt: 'Kijk ik geef je de wereld, je krijgt wat je wilt, maar daarvoor in de plaats wil ik je ziel en ach, wat is dat nou, een onzichtbaar vleugje niks, je kunt best zonder leven.' Een solide Regeerakkoord, die Klink zijn partijgenoten door de neus aan het boren was en nu blijken er richting hem ook woorden te zijn gevallen als: niet loyaal, verraad, trouw te horen zijn aan het leiderschap.

Klink verwees naar zoiets on zichtbaars als: waarden; een visie op de wereld die je aan het scheppen bent. Al krijg je daar in materiele zin wat je wilt, hoe kan dat stabiliteit en vertrouwen in een samenleving geven, als één van de drie daarmee een wereld creëert waar onverdraagzaamheid, uitsluiting, onbeschoftheid de orde van de dag is? Wat voor een wereld laat je achter en toon je, als twee zich tegenover de grootste schreeuwlelijk steeds te weer moeten stellen en almaar moeten roepen: Nee, maar bedoelen we het niet.

Ik verdenk Ventje Wilders ondertussen van een kleine psychologische oorlogvoering. Hij zat, zoals hij zelf zegt, ook al die weken naast Ab Klink aan die onderhandelingstafel. Eerst speelde hij de best wel redelijke aangepaste meneer, maar in die laatste week zei hij dingen als: 'Jullie zullen rooie oortjes krijgen als ik mijn interpretatie van dat akkoord aan de buitenwereld geef, kijk maar de andere kant op dan, doe je oren maar even dicht.'

Alleen dat al, daar spreekt een verruwing en een onverschilligheid uit die in feite onverteerbaar is. Rutte en Verhagen en Opstelten, ach, die keken alvast de andere kant op. Fragmentatie heet dat, van het eigen brein, van de wijze waarop je de wereld beleeft. Precies dat wat Wilders in het groot ook nastreeft, dat deed hij daar al in die onderhandelingskamer: breken in plaats van helen, om uitsluiting roepen en negatie en verharding. Ab Klink, die kon dat niet en deed een oproep aan zijn partij dat ook niet te willen. Vergeefs.

Het komt Wilders heel goed uit dat het allemaal niet door gaat: als het regeerakkoord de wereld in zou komen, dan zou hij ook aan zijn eigen achterban moeten uitleggen waarom hij water in zijn wijn heeft moeten doen. Vandaar dat hij nu ook zuinigjes reageert op de onverwachte mogelijkheid, dat rechts toch kan gaan regeren. Ik hoop van harte, dat nu Ab Klink zijn windselen heeft afgedaan, zijn onzichtbaarheid, zichtbaar wordt.

Vanochtend las ik een haiku van Shiki:

Cooling at he gate,
There was a man who knew well
The names of the stars.

Voor mij is dit Ab Klink. Hij wist de namen van de sterren in het heelal. Hij was ervan doordrongen geraakt dat het heelal voor de bewoners daaronder verandert als Orion ineens Bewaker gaat heten en het Steelpannetje, Oprotschop. Hij stond bij de poort. En vertrok.

Zeepaardje

En nu is de schilder Corneille overleden, op 88 jarige leeftijd. Weer zo'n bekende Nederlander, die ooit iets in mijn ontwakend bewustzijn bewerkstelligde. Hij heet de schilder van de kleur: vrouwen en vogels verschenen op bordjes en bekers en sjaals en etuis en theebladen, dat heettte 'toegepaste kunst' en men sprak er schande van: een kunstenaar had zijn ziel verkocht aan de commercie. 'Kleinzieligheid', noemde Corneille dat.

'Kleur is op een schilderij hetzelfde als enthousiasme in het leven', is een uitspraak van Vincent van Gogh die als magneetje op mijn broodtrommel plakt. Van Gogh en Corneille, dat zijn dus enthousiastelingen, volgens deze definitie. Volgens de wortelbetekenis van enthousiasme zijn ze met zijn tweeën dan 'in God'. Daar willen we tegenwoordig niet meer zo aan.

Maar ach, alles hangt natuurlijk af wat je met dat woord 'God' bedoelt. En wat dat precies is: enthousiast-zijn. Hans Dorrestijn is nou niet iemand waar je meteen het woord 'enthousiasteling' op plakt. Hij is 's lands treurdichter en zanger; depressies, gebroken liefdes, treurzangen al om. Maar van de natuur, daarvan raakt hij in vervoering. Na zijn Vogelgids is er nu een Natuurgids van hem uitgekomen. Het zeepaardje ontroert hem en in de gids staat daarover een gedicht:

Zeepaardje

zeepaardjes staren zo innig

in de toekomst van zilt
die langsstroomt
waarzegstertjes zijn zeepaardjes
ze weten wat u droomt

bekroond voor hun lieflijke aandacht

Mona Lisa's van het zeewier
ontworpen naar een glimlach

zij waaien zich stilte toe
met hun verzilverde
Japanse
waaiers

boegbeeldjes van het statige varen.

Wat een mooi, zacht, fijnzinnig sfeertje ademt dit gedicht! Daar hoort geen boeman God bij, een krachtpatser of een schepper die, hupsakee, in zeven dagen of zo, het ganse heelal schiep. Die God is door Nietsche allang dood verklaart. En ook Dorrestijn, natuurlijk, gelooft niet in God.

Hij zegt in Trouw van vandaag: 'Darwin klopt, maar toch is er meer. Ik zie in de natuur zoveel dingen waarvan ik denk dat het te veel is voor een mechanisch gevolg van een scheikundige gebeurtenis. Het is te veelvormig en te verwonderenswaardig. Ook de grote geleerden hebben geen afdoende antwoord. De kosmos blijft vol vraagtekens, godzijdank. De bedoeling is nog steeds dat we ons verbijsteren.'

Verbijsterend. Dat is wel een mooi woord om alle dualiteiten in op te heffen, omtrent goed of slecht, kunst of commercie, vreugde of treurnis, mens of dier? ... 'Ik zie in elk dier de mens', zo is de kop van het artikel. God als zeepaardje is ook een leuke.

donderdag 2 september 2010

Het échte

Mensen zijn rare wezens. Ze willen altijd iets wat niet in de buurt is, zo lijkt het. Dat wat verder weg ligt lijkt dan de échte wereld. Dit dacht ik gisteren, toen ik in Trouw een artikel las over een stichting die Engelstalige boeken werft voor Mongolië. 'Door die boeken zag ik de hele wereld' is de kop van het artikel en op de foto een geheel in lichtblauw gekleurd klaslokaal met vier lachende Mongoolse meisjes die hun Engelse boekjes bekijken in Hotont, een dorp ver weg van Oelan Bator.

De naam van die hoofdstad heeft iets grappigs, vind ik, waarom weet ik niet, maar daardoor is me bijgebleven dat Westerlingen dat als vertrekpunt hebben om vanuit daar de woeste, eindeloos lege vlakte en steppe van Mongolië te verkennen. Die volgestouwde, multitask-breinen zoeken naar het échte in die leegte, terwijl voor een 23 jarige Mongoolse in het artikel die Engelse boeken haar naar de 'buitenwereld' brachten.

Ik denk ineens aan het docudrama Story of the weeping camel uit 2003 over een nomadische herdersfamilie en hun kleine witte kameel midden in die Mongoolse Gobiwoestijn. Iemand die mijn verlangen kende naar rust en ruimte, bezwoer me, dat ik deze film fantastisch zou vinden. Maar ik vind de film saai en heb deze nog nooit helemaal uitgekeken. Ik kijk in een film liever naar de hectische dynamiek van een grote stad. Je wilt onderhouden worden over dat wat níet in je nabijheid is.

Ja, ik kan soms verlangen naar een drukke, dynamische agenda vol mensen en ontmoetingen. Maar als ik dan bedenk waarmee ik mijn agenda vol zou kunnen stouwen, een cursus of nieuw vrijwilligerswerk, dan denk ik als snel: O hellup! Want als puntje bij paaltje komt en ik heb eens een dag die helemaal vol zit, dan kan ik alweer verlangen naar een volkomen lege en oningevulde dag... Dan verlang ik naar die kieren in de tijd, die je in een tijdloze ruimte brengen.

Ik weet dat er sommige kloosterbewoners zijn, die nauwelijks het nieuws volgen. Want nieuws dat is de waan van de dag en in hun leven draait het om Dat of Die, Altijd Blijft: De Eeuwige, Het Enige Échte. Dat gaat me te ver. Zo'n afzondering van de wereld, zonder je te laten confronteren met al het ongerijmde in de wereld, dan blaas je jezelf in een bubble en die spatten eens uiteen.

Maar toch... om in de wereld te ZIJN en er niet in verloren te raken, is het nodig om alles wat Druk is en Belang en Betekenis heeft, af en toe samen te binden, er één pakketje van te maken en het te stallen in een andersoortige ruimte. Een ruimte waar het stil is, zodat je daarin de fluisteringen van het Leven zelf kunt horen, een milde bries, die streelt en zacht maakt en je week maakt van liefde en tegelijkertijd krachtig en sterk.

Doorstroom

Gisteravond, terwijl de buren een tuinfeestje hadden en er luid Frank Sinatra schalde, Why Not Take All Of Me?, besloot ik een dvd'tje te gaan bekijken. Vijf had ik er weer gescoord voor vijf euro bij Bart Smit, welke zou het worden? Het werd The tiger and the snow van Roberto Benigni, die bekend is geworden door de hit La vita e bella, over een vader die zijn zoontje door het Joods concentratiekamp loodst, door van alles een leuk avontuur te maken.

Het leven is mooi: dat is wel zo ongeveer het levensmotto van Benigni, die in zijn presentie precies zo clownesk, tegen het AHaD-achtige aan is, als in de rollen die hij speelt. Je moet daarvoor vallen, want anders is het een beetje too much in deze film, waar hij een professor in de poëzie speelt, Attilio, die als een dolle en dwaze achter zijn liefde aangaat, Vittoria.

De doorslag om deze film te gaan bekijken is, om het historische moment: gisteren werd officieel de Amerikaanse oorlog met Irak door Obama beëindigd en deze film speelt zich af in het begin daarvan, wanneer Amerikaanse half dolgedraaide soldaten de straten van Bagdad innemen en konvoois met medische goederen al niet verder dan Basra kunnen komen.

In deze situatie reist Attilio naar Vittoria, die in coma tussen het puin van het ziekenhuis in Bagdad ligt. Hij doet er alles aan om haar in leven te houden, zo zie je hem in een kapotgeschoten winkel in Bagdad zoeken naar een zuurstoftankje met snorkel die bij een duikersuitrusting hoort. Beide zijn bevriend met Fuad, een Irakese dichter, een mooie kleine rol van Jean Reno, die zich uiteindelijk ophangt tussen de roze bloeiend bomen in de tuin van zijn huis. Met dit nevenplotje vertel ik niks over de film zelf. Een charmante film, poëtisch met maar eén drive: leven tegen beter weten in: in een gruwelijke werkelijkheid blijven geloven in beterschap.

De film begint met een droom van Atillio waar hij in ondergoed in het huwelijk treedt met Vittioria die in prachtvolle woorden haar liefde verklaart. Onderwijl speelt een oude Tom Waits met zijn krakstem op de piano het liedje You can never hold back spring, themamelodie gedurende de hele film. Voor mij zat er in de film een cliffhanger: bij de bruiloftgasten is een close-up van Margritte Yourcenar, is ze het of niet?

Ja, ze bleek het te zijn, ik zag haar naam bij de aftiteling voorbij komen en de vraag alleen al kleurde mijn receptie van de film. Haar literair werk is ook doortrokken van een levenstroom van zinnelijkheid en tederheid. Ik noemde dat ooit: Heilige aandacht voor het leven. Met Frank Sinatra's Why Not Take All Of Me? naneuriënd in mijn hoofd, beleefde ik zo een genoeglijke filmavond. Kom, vooruit met de geit; laat je maar meestromen met dat rare onbegrijplijke leven.

dinsdag 31 augustus 2010

Lachen

Gisterenavond voor het slapen gaan trok ik uit de Osho tarot, heel ideale kleine verhaaltjes om na lezing je hoofd op het kussen ten ruste te leggen, de kaart die Lachen heet. Hm. Ja, lachen. Dat is waar, dat heb ik de afgelopen week nog niet gedaan. Schaterlachen, schuddebuikend lachen, heerlijk.

Misschien wil de kaart me zeggen dat ik toch eens eventjes aandacht aan Ton van Duinhoven moet besteden in dit blog. Vorige week stierven er drie die behoorden bij mijn alleroudste tv- bewustzijn: Conny Stuart, Anton Geesink en Ton van Duinhoven. Conny was een beetje veraffe, statige maar ook leuke Lady, Anton was de sterke, onoverwinnelijke man en Ton was 'dat grappige mannetje'.

Het tv-fragment dat het NOS-journaal liet zien, was meteen ook dat wat ik-vroeger-niet-begreep-maar-aan-mij kriebelde, zoals wanneer iemand je kietelt, maar nog nét zo dat je toch niet echt gaat lachen. Dat gekke mannetje had zoiets bekends en toch ook weer niet in zijn grimassen en grijns, iets vertrouwds maar ook iets heel vreemds.

Nu snapte ik pas wat ik toendertijd zag: Van Duinhoven speelt een Maoïstisch stromannetje, zijn ogen schuin geschminkt, hij speelt dus een Chineesje en dat was het bekende, want die genen stromen ook in mijn bloed. Raar, dat kinderlijke gevoel dat ik zo weer kan oproepen: ik-snap-het-niet-maar-ik voel-wel-iets.

Uit dezelfde tijd stamt Lucy Ball. Ja, dát snapte ik, dat was de gekke mevrouw, zo overduidelijk mal, met haar grote trouwe hondenogen, die van een Beagle. Als je je oogleden met je vingers ietsjes naar onderen trok, dan werd je een Lucy-Ball-Gek.

In het verhaaltje in de Osho-tarot gaat het over drie Chinese wijzen die al lachend, gekdoend en grollend door het land trekken. De mensen morren: je kunt toch niet blijven lachen om het leven, neem het serieus! En neem de dood nog serieuzer, vinden ze, als een van de drie sterft en de anderen blijven lachen. Onaangepast. Maar de overgebleven twee zeggen: we hebben altijd gelachen ons hele leven lang, dan kunnen we nu toch niet ineens gaan huilen? De dode had als laatste wens om in de kleren die hij aanhad te worden verbrand. In zijn oude gebruikte kleren, niet in een pas gewassen en gestreken pak. Wat bleek? Hij had onder zijn kleren vuurwerk genaaid, zodat hij knallend, feestelijk en kleurig in rook opging.

Lachend door het leven, kriebelend en jeukend, ergens op de grens van het-niet-snappen-op-een-leuke-manier, daar ben ik helemaal vóór.