vrijdag 29 april 2011

De omweg

Als ik op mijn terras zit, kijk ik nu recht tegen een merelnest aan. In eén dag opgebouwd, want gisteren vroeg in de middag zag ik de merel verkennende bewegingen in de haag maken. Nu wipt zij met haar hele kop erin, zodat alleen de staart te zien is, nestelt zich en vliegt er weer uit, op en neer. De laatste bekledingen alvorens de eitjes gelegd worden? Ik hoop het zeer. Lijkt me erg leuk om binnenkort hongerende snaveltjes tevoorschijn te zien steken.

Zo'n tuintje is een en al groei en beweging, nu. De mussen en andere soortelingen hebben een nieuwe strategie ontwikkeld, ook al in een weekje tijd. Vorige week was een van hen slachtoffer geworden (zie blogje vogeltje) en nu zitten ze en masse in de boom van de buurman, volgens mij om de eksters daar weg te houden. De lichtroze akelei en de vergeet-me-nietjes in de bloembakken zijn gaan bloeien, die hebben ook zelf besloten om vanuit de aarde zich dáár te nestelen, want ik heb ze daar niet geplant. Zo zoekt een ieder op een eigen wijze een veilig heenkomen.

Net zoals in het boek De omweg van Gerbrand Bakker, genomineerd voor de Libris Literatuurprijs, maar volgens Jeroen Vullings in VN van deze week kansloos, hij vindt er niks aan: 'Niet aan de kabbelende intrige, niet aan de babbelende gesprekjes, niet aan wat het saaie verhaal wil uitdrukken.' Het gaat over een vrouw die haar man verlaat en in Wales in een gehucht een huis betrekt. Ze wil een boek schrijven over de voor haar overgewaardeerde poezie van Emily Dickenson. Onderwijl, thuis, steekt haar man een brandje aan in de school waar zij werkte, met de spullen van een jonge student, met wie ze iets heeft gehad, vermoedt hij.

Daar in Wales, komt er een andere jongeman langs, die zich een plek verovert in haar huis. Ze is bezig met de tuin, het maken van een hok voor de ganzen die er een voor een worden opgegeten, ze ligt bij een steencirkel en wordt gebeten door een das, ze heeft pijn, zo ontdek je gaandeweg, vreet zich vol met pijnstillers. Is dit allemaal hemeltergend saai? Ik vind van niet. Maar ja, ik kan ook rustig een hele dag op mijn terras zitten en alleen maar wat rondkijken.

Het is de suggestie van de binnenwereld van deze vrouw en het langzaam daarmee bekend raken, dat het boek een spanning geeft. De natuurbeschrijvingen waar Gebrand Bakker beroemd om is geworden door het boek Boven is het stil, werken als dezelfde soort omtrekkende bewegingen, zoals die merel in mijn tuin haar nest gebouwd heeft. En als het af is, dat nest, dan weet je waarom ze er niet meer wonen kan. Met deze omtrekkende omschrijving, verraad ik volgens mij niks van het plot. Elke omweg leidt naar een doel, is de moraal van het verhaal en van dit blogje.

donderdag 28 april 2011

24 CITY

Ik heb een heel mooie film gezien: 24 CITY van de chinees Jin Zhang Ke. Het gaat over een fabriek 420 waar vroeger geheim oorlogsmateriaal gemaakt werd, in Chengdu, een grote stad in China, die omgebouwd wordt tot een lux appartementencomplex, die 24 City zal gaan heten. De film is een mix van echte interviews met oud-werknemers van deze fabriek en acteurs. De laatsten zijn te herkennen aan de lange monologen, waar ze iets vertellen van wat ze er mee hebben gemaakt.Tenminste, dat denk ik: omdat deze monologen te gestileerd zijn en te lang voor real-life people.

Tezamen geven ze een beeld van de arbeidsethos in China, de beleving van een deel van een groep zijn, de ander die altijd voor het eigenbelang gaat. Maar het is vooral zó poëtisch gefilmd! Heel mooie beelden van lege fabriekshallen, details van machines, gereedschap, een glas, de inrichting van mensen in de woonkazernes. In een van de monologen vertelt een oudere vrouw hoe ze haar kind achter heeft moeten laten omdat die, op transport naar de fabriek kwijt raakte en haar medearbeiders haar de boot op hebben gesleurd. 'Het was geheim materiaal dat we maakten, dus we waren gebonden aan het protocol', zei ze. Wát een verklaring, om daarmee je kind achter te laten.

In het begin vertelt een arbeider in een van zijn laatste dagen in de fabriek hoe ze vroeger ook speciaal soorten gereedschap zelf maakten. Hoe hij iets al wilde afschaffen, maar een ploegbaas het weer ging gebruiken. Daarmee had hij ineens begrepen, hoe je met respect met dingen om kunt gaan omdat dat ene stuk gereedschap al door zoveel andere handen heen was gegaan, dat dank je niet zomaar af, zei hij. Vervolgens zag je dat hij een bezoek bracht aan zijn oude baas, die hij al die tijd nooit meer had gezien. Een oude, breekbare man, die zijn geheugen aan het verliezen was. Je ziet close-ups, dat ze elkaars handen vastpakken en die strelen. Dat hij het haar op het voorhoofd gladstrijkt. Zo zie ik dat niet gebeuren in een Baas-Ondergeschikte verhouding in het westen.

De film is heel langzaam. Soms staat het beeld stil en is het alleen die pratende persoon. Bij mij echoën ook altijd mijn eigen Chinese wortels mee. Zingende vrouwengezichten en eentje lijkt er precies op mijn tante van vroeger. Ik voel ook altijd iets bekends in een soort surrealiteit die over de massa en het individu daarin, zweeft. Binnenwerelden die in anonimiteit opgeslokt worden. Er komen dichtregels in voor van Yeats en de muziek is heimwee-achtig, bitterzoet.

woensdag 27 april 2011

Openbare ruimte

Nu kijk ik dus al meer dan drie weken geen tv thuis en zie alleen maar bewegende beelden als ik in het wijkcentrum ben. Hap-snap, zomaar wat er toevallig opstaat, als men niet naar voetbal of naar een kookprogamma wil kijken. Overdag staat de tv de hele dag aan als een soort achtergrondbehang. Het journaal wordt steeds herhaald. Het verbaasd me dat ik daar telkens weer Sai Baba, die dood is, voorbij zie komen. En mensen die in tentjes kamperen bij Buckingham Palace voor de beste plaatsen voor Vrijdag, het koninklijke huwelijk. Ook maakt de NOS steeds reclame dat wij dat ook kunnen zien om 11.15, live.

Zo wordt de geest dus beneveld. Waarom zou ik kijken naar een koninklijk huwelijk, ergens in het buitenland? Behalve wanneer me steeds wordt voorgeschoteld dat het heel vanzelfsprekend is om er naar te kijken. En dan Sai Baba: dat was, dacht ik, een charlatan-achtige goeroe, die as tevoorschijn kon toveren. En nu haalt hij het Nederlandse journaal! Wat zit hier toch achter?

Ik denk dat er een grote behoefte ofwel verlangen is, naar rituelen in de openbare ruimte. Het gaat niet om Sai Baba, maar om wat zijn dood teweeg brengt: massale rouw in zijn omgeving in India. Het gaat niet om William en Kate, het gaat om het samen mee voltrekken van een van de belangrijkste waarden in de Westerse samenleving: wederzijdse, eeuwige trouw, die twee mensen elkaar willen beloven.

In dit licht is ook het Passie-verhaal, The Passion, dat op Witte Donderdag live op de tv te zien was, in Gouda met popsterren als Do als Maria en Syb van der Ploeg als Jezus en jakhals Eric als de verteller, een manier van doen, die erg gestimuleerd zou kunnen worden. Het gaat niet om het kerkelijke of het theologische correcte van de vertelling, maar om het gegeven dat dit verhaal, in de openbare ruimte gestalte krijgt. Op straat. Onder een diversiteit van mensen, te volgen voor een ieder op de tv en een miljoen mensem keken. Het hier-en-nu van velen wordt zo aan elkaar verbonden en dat is wat mensen verlangen: je verbinden, het hart van alle religie.

Ja, ik keek ook. In het wijkcentrum. De biljarters die anders naar voetbal kijken, keken ook, met een half oog. O, daar heb je Judas. Nu wordt hij verraden, hoorde ik ze tegen elkaar zeggen. Dat is toch een vreemd, apart moment. Om in de openbare ruimte, het wijkcentrum, te kijken naar een andere openbare ruimte en dat iedereen tegelijkertijd, op dat ene moment toch even deelt met elkaar dat dit gebeurt onder mensen: verraad. Hoe vaak heb je weet, dat zo'n concept een deel is van de gevoelswereld van anderen? Zelden. Terwijl het menselijk maakt, als je dit soort dingen wel met elkaar deelt.

Geef mij nu je angst, ik geef je er hoop voor terug: Zo wordt een liedje van Andre Hazes, gezongen vanaf de kerktoren in Gouda, ineens iets wat je iedereen gunt: angst die ingeruild wordt voor hoop. Wie dit in zich zelf kan voltrekken, verrijst waarlijk in een nieuw soort leven, ruimte openbaart zich: open-bare ruimte.

dinsdag 26 april 2011

Paasvuur en water

Wat waren het een heerlijke Paasdagen, maar dat kan ook bijna niet anders met dat prachtige, stralende weer. Het begon met de Paaswake bij de Clarissen. In het donker in de hal boven, die met een gang verbonden is naar de kapel, brandde in een pot het vuur. Ik dacht: Wat een oeroud plaatje, dat alle eeuwen getrotseerd heeft: een zuster in het bruine habijt met het witte koord, en naast haar het vuur, dit zou ook ergens in Italië kunnen zijn, eeuwen geleden. Voor hoeveel 'beeldmerken' geldt dit, dat ze levend zijn gebleven en mensen trouw zijn aan het idee daarachter?

Op eerste Paasdag het Paasvuur bij I. en J. Urenlang liedjes gezongen bij het vuur dat een kampvuur werd, en de volgende dag bij het ontbijt gesprekken over echtheid en authenticiteit en hoe dat ook morrelt aan de bestaande gebruiken en normen. Is die vrouw die altijd met een tamboerijn in de winkelstraat zingend en pratend indringend de aandacht opeist nu ergeniswekkend en alleen maar vreemd? Op een verhalenverteldag verscheen ze plotsklaps als eerste gast. En die man met zijn toeters en bellen aan de scootmobiel, deels half vervuild met decorumverlies die voor zijn huis naar iedereen zwaait, moet je blij zijn met zo iemand of je eigenlijk zorgen maken?

's Ochtends was ik al eerste wakker en liep over het erf van de boer. Hooibalen en mestvorken in het ochtendlicht. De witte kippen op stok. De resten van het bachanaal. Er lag een net geboren kalf in het stro, terwijl de moeder daarbij met een grote roze op springen staande uier, heel tevreden steeds maar bleef kijken naar haar jongeling , die in de schaduw lag. Ik dacht: Dit is de eerste hele dag van het leven van dit kalf. Het zal zometeen voor het eerst van zijn leven melk drinken. Alles gebeurt ooit eens voor het eerst en ooit eens voor het laatst...

Ik fietste door het Nord Rheinisch landschap, zo helemaal in paaskleuren, met de witte bloesems en uitgestrekte geel koolzaadvelden, naar de Bisonbaai. Daar liet ik het avond worden en ik zat daar, met twintig meter verder een andere vrouw, zo ongeveer van mijn leeftijd. Ik zag haar een paar keer omkijken, alsof ze het van mij liet afhangen of ze nog zou blijven of niet. Uiteindelijk hield ze het klaphek voor mij en mijn fiets open.

- Mag ik jou wat vragen? vroeg ze. 'Ja, hoor, natuurlijk! 'Ik zag jou zo mooi zitten en naar de zon kijken. Wat betekent de zon voor jou?' Lieve help, dan voel ik me toch wat overvallen. Wat betekent iets? Niks of heel veel, van 'het mooi vinden' en 'er plezier in hebben dat je dat zomaar ten deel valt', naar héél diep... Dus ik zei uiteindelijk toch maar, dat ik wel wat heb met Franciscus van Assisi en het Zonnelied en de zon dus ook voor Alles staat. Ja, ze kende het zonnelied en zij had ook veel met de zon en dan vooral vanuit de oude Grieken. We wensten elkaar nog een mooie avond.

Het vuur en de zon van de zuivering en het opnieuw ontwaken. Het water in de Paaswake van de nieuwe doop en aan de Bisonbaai van de spiegelende reflektie en straks weer van het je laten drijven: overgave en je laten gaan. Dat betekent uiteindelijk: De dingen accepteren zoals ze zijn en ZIJN.

zaterdag 23 april 2011

Vogeltje

- Ja, jij bent het, dan kan ik de deur wel open doen met een tafellaken in mijn hand, zei zuster H. toen ze de voordeur van het klooster voor mij opende. Kwart voor drie in de middag, Goede Vriijdag, de dag waarop herdacht wordt dat Jezus aan het kruis genageld wordt. Vroeger op de lagere school zat ik in angst en beven in de schoolbankjes, de kerkklokken gingen dan luiden en bij elke Doingg!, voelde ik als het ware dat er weer een hamerslag voltrokken werd.

- O, o, o, ik ben zoóó verdrietig! zei zuster H. terwijl ze met het witte tafellaken, quasi haar tranen droogte van haar gezicht. We moesten allebei hard lachen. Ja, laat ze maar lekker de vrije loop! zei ik. Heerlijk, die relativering van zo'n dag in het klooster. Dat werkt werkelijk als balsem op de ziel. Ik kwam voor de kruiswegmeditatie, maar deze keer vond ik er niet veel aan. Bij een statie werd je op de schaamte van de naaktheid van Jezus gewezen en dus op jouw schamteloze blik om te kijken. Daar heb ik niks mee. Lijden is overal, machtsmisbruik, ziekte, onrechtvaardigheid, daar helpt schamen je niks, dan kan je er beter met aandacht naar kijken: naar het naakte bestaan in alle kwetsbaarheid.

In den ochtend lag er op het tuinpad een klein vogeltje. Net uit het ei, de eivorm nog zichtbaar in het kale lijfje waar de vleugeltjes nog niet volgroeit tegen aan geplakt waren. Wat donsveertjes op het ruggekammetje en voor, tussen de ogen, bijna als een grappige ponnie. Gesloten ogen, in blauwe ballen, alsof het heel grote opgezwollen wallen onder de oogjes had. Een gesloten snavel, best groot in proportie, daar had al dat eten in gemoeten als ie nog in zijn nest zat tot het had kunnen uitvliegen. Alle klauwnageltjes al volgroeit, bij pasgeboren babies vind ik dat altijd een bron van verwondering: die kleine nageltjes aan die kleine vingertjes.

Tja, in mijn tuin is de vogelkolonie ondertussen ook een af en toe wreed terrein geworden, waar jacht en roof zijn intrede hebben gedaan. Eksters loeren in de boom er tegenover om hun slag te slaan. Wat dus gelukt is. Op het achterlijfje drie grote bloedgaten waarmee het uit het nest gekaapt is. De dieren wereld en de mensenwereld: het gebeurd in beide: slachtoffer zijn en uitvliegen, vrij wakker worden om zes uur door al het gefluit dat een nieuwe dag verwelkomt, blij zijn met weer een nieuwe dag.

O, o, ik ben zó verdrietig... dat is in vele toonaarden altijd waar en niet waar, tegelijkertijd.

donderdag 21 april 2011

Passanten

Gisteren was het zo'n gouden dag. Voor het eerst weer naar de Bisonbaai gefietst. De dijken bezaaid met gele boterbloemen, pinksterbloemen en paardebloemen, ook al in het stadium van de pluizebolletjes waarvan de zaadjes alle windrichtingen op zullen gaan. Sommige bewoners langs de dijk hadden die volgezet met tulpen, rood, oranje, paars, roze, helemaal vol, dat wil ik volgend jaar ook in mijn voortuin. Paarse seringenbomen bloeiden en bij de Bisonbaai hing er alleen nog maar een vage sluier van lentegroen over de grote rij bomen.

Het is toch werkelijk de mooiste plek in mijn omgeving, vooral als de avond valt. Het meer wordt een spiegel, de rode zon zakt weg, in de verte hoor je de boten vanaf de Waal, de mensen die er nog zijn worden vanzelf stil. Op de terugweg passeren geuren van allerlei bloesem je neusvleugels als onzichtbare passanten die dwalen naar verte en ruimte. Bij het stenen labyrint aan de Waalkade stond precies in het midden een zoenend paartje. Ach, zo'n lente-zomerdag, je beleeft ze maar zelden, zo; dat dachten zij ook, wellicht.

Het was al donker, ik fietste langs het huis van P. en ik hoorde: Mirjam! is dat Mirjam? Ja, jij bent het! Het was M. (zie blogje Wat woorden, Januari 2011) die met een vriendinnetje aan het joggen was, geen heel regelmatige bezigheid zo bleek, maar wel om serieus genomen te worden. Wat vind je van mijn kleren, het ziet er toch niet zo uit, dat je denkt ach, die meisjes die doen maar alsof, die lopen maar wat? Ik verzekerde haar dat het er trendy, en toch ook heel sportief uit zag.

We haalden wat oppasherinneringen op, P. kwam ook nog naar buiten, al in pyama, er was een foto van me opgedoken nog in de achtertuin van haar ouderlijk huis, lang voor haar partner in beeld was, lang voor de tijd dat E. en M. het levenslicht zagen. Je lijkt er net een hippie! lachte M., nou dat zeggen ze nu ook nog weleens, zei ik. En eindelijk had ik dan het boekje in handen van de liturgie van de begrafenis van Theun Gerrit.

Ach... er is veel gezongen in de dienst. De geluidsband krijg ik nog wel. Nou heb ik de hele tijd dat liedje in mijn hoofd van de Mama's & Papa's: Dream a little dream of me.


Sweat dreams til sun beams find you,
sweet dreams that leave our worries behind you,
but in your dreams, whatever that me be,
dream a little dream of me.

Dat wil ik ook wel op mijn begrafenis. Als de droom van een bloesemgeur zo passeer je, een passant van dag naar nacht.

woensdag 20 april 2011

Dat weet je niet

Het is toch wel een ongelofelijke luxe in een land, en een getuigenis van de vrijheid die er is, als je 's ochtends naar een openbare bibliotheek kunt gaan, zomaar een boek kunt gaan uitzoeken, om die vervolgens ergens in de zon buiten te kunnen lezen. Dat je als vrouw je overal in de openbare ruimte kunt begeven en niemand vreemd opkijkt. Dat in de bibliotheek er computers staan en er access tot internet is, ongecensureerd.

Dat laatste is er niet in China, liet een documentaire zien. Elke keer een 'muur' als je bv de naam van een kunstenaar intypt. A Wei Wei, (zie eerder blogje, maart 2010)) heeft zich in de illusie gewenteld dat hij, omdat hij beroemde ouders had die dichter en schrijfster waren, met rust gelaten zou worden. Niet dus. Opgepakt op het vliegveld in Hong Kong en sindsdien spoorloos. Heel akelig. Bewegingsruimte voor vrouwen is er niet in alle Arabische landen, waar vrouwen gesluierd moeten lopen, niet alleen kunnen wonen met een eigen tuintje, niet in een plantsoen kunnen zitten, zoals ik gisteren allemaal deed.

Het boek dat bij de nieuwe aanwinsten van de bieb stond was Dat weet je niet van de Deen Jens Christian Grondahl die ook Veranderend Licht schreef, waar ik erg van onder de indruk was. Nu ben ik weer eens helemaal ondergedompeld geweest in de wereld van de relatie. Wat kun je langs elkaar heen leven en wat kun je je zelf voor de gek houden door de macht van de gewoonte en een soortement van intern onbewust weigeren toe te laten dat het beeld dat je van de ander en van je zelf hebt, helemaal niet klopt met wie je werkelijk bent en had willen zijn: Hoe je elkaar gevangen houdt in elkaars beelden... Wat benauwend.

Dát is er een dag later over gebleven van dit boek. Het bestrijkt enkele dagen van het leven van een langgetrouwd stel, wier dochter, kunstenares ,voor het eerst thuis komt met de aanstaande schoonzoon, die Moslim is. Ze zullen gaan naar een expositie, waar zij een videoinstallatie toont die zij omhult met zwijgen. Hij speelt er ook in mee, ze zegt niks, ze moeten het zelf maar ondergaan. Dit vormt de aanleiding voor haarscherpe beschrijvingen van de breinen van het stel.

Over cultuurverschillen: de man van het stel heeft een verwaarloosde joodse achtergrond en hun dochter gaat nu met een moslim, hoe zal dat gaan? Maar ze gaan vooral in gedachten terug naar het eigen verleden. Eerdere liefdes. De gemiste kansen. De vraag waarom het die andere werd en is gebleven. Ze ontmoeten in die paar geconcentreerde dagen, ook oude liefdes. De lezer krijgt zo mee, hoe ánders beide waren in eerdere relaties. Zo heel anders, als wat zij tegenover elkaar zijn geworden. Hoe lichamelijke intimiteit eigenlijk de vervreemding ten top blijkt:

Zij leidt in den nacht zijn hand tussen haar dijen als wanhopg en teder gebaar tot toenadering. Hij interpreteert het als vulgair, iets waarvan hij dacht dat zij dat niet was, de reden ooit, van zijn liefde voor haar. Zij interpreteert zijn helemaal niet reageren, al was het maar het vluchtige: nu-niet-maar-dan-hier-een-nachtkus als afgestompte, fantasieloze botheid, waarvan zij tot op dat moment dacht dat het zijn redelijke respectvolle aanwezigheid was, waarom ze bij hem was... En ze lijken bij elkaar te blijven, ze weten niks van elkaar, ze wisselen geen gevoelens uit, het boek eindigt. Waarom mensen bij elkaar zijn: Dat weet je niet.